29 mei 2019

BRIEFGEHEIMEN

CARLOS ALLEENE
DE LAATSTE VLAAMSE
EPISTOLERO




Voor ik het vergeet, schrijf ik je deze brief. Digitaal. Mijn manier om je eens dubbeldik de gordijnen in te tikken. Ten eerste omdat ik hier bij wijze van introïtus - waag het niet hierop te rijmen - zomaar de titel van je eigen literaire wonderbare parel pik. Ten tweede omdat ik weet hoezeer je aan de hele digitale zwik een broertje de dood hebt. Jij, de laatste onverbiddelijke epistolero van Vlaanderen. Jij die onverzettelijk blijft zweren bij het trage glijden van je kroontjespen op geschept papier om er, als het kon, mee te corresponderen per duif of per diligence. In de beste traditie van je helden Gustave Flaubert en zijn lief Louise. Doelbewust tokkel ik op mijn digitale toetsen om je te melden dat je me vannacht hebt wakker gehouden met je ovenverse delicieuze literaire lekkernij. Pagina na pagina zakte ik behoedzaam weg in je werelden vol patine. Schoof ik over glanzend visgraatparket langs muren vol opgeblonken koperwerk ontsnapte ik door vierkantjes van Raveel naar je scriptorium vol subliem door jou beschreven tijden. Nu helaas wijkend voor de toeters en de bellen van de loeties en de dellen.

Jouw beschreven werelden vol treinen der traagheid met mannen die hun haar kort lieten knippen. Johan Daisne van voor de Krook. Claus in Nukerke. Rare Kronkels van Carmiggelt. Edmond André Coralie Schietekat, alias Paul Snoek in zijn gloednieuwe zwarte Alfa. Onderweg naar nergenshuizen op de provinciale weg 17 richting Brugge. Weelderig wulpse deernen van Wolkers op Texel, wolf-mens Jan Cremer en big five hufter Geeraerts die ‘je kloten kussen kan’. Maar geen mausoleum nee. Geen Vlaams Dodenboek. Pure schrijfklasse, zoals die van Christophe Vekeman die ook present tekent voor een knappe inleiding bij je schatkamerjuwelen. En dan wijlen Eriek Verpaele. Wat een aangrijpend portret zet je me daar neer. Zijn laatste brief naar jou: die kreet vol schrijfwanhoop. De onnavolgbare kunstminnaar Kurt Van Eeghem vroeg het gisteren nog, net voor de presentatie van je boek in het statige stadhuis van Deinze:

'Iemand wat gehoord over zoiets
als een degelijk cultuurbeleid
in al hun verkiezingsprogramma’s?'
Kurt Van Eeghem.


Een schatkamer vol heb jij al die jaren bijeengesprokkeld in de rand van je talloze ontmoetingen met auteurs, kunstenaars, kometen en vallende sterren. En nu, eer je het zogezegd vergeet, laat je ons heerlijk mee genieten, een glimp zien van je schatkamer vol unieke ervaringen. Dat alles op een lekker bedje van eruditie.



De verdwenen biotoop ook van Het Volk met de Laatste Editie van de Ronde van Frankrijk. Tenor Bart Lotigiers als bompa van micropoeper Helmut Lotti. Kanunnik Désiré De Swaef die je je sympathie aanwrijft voor goddeloze schrijvers. Pastoor De Smaele van Machelen-aan-de-Golden River waarin het vlas dan nog ligt te rotten, hij vergeeft het je allemaal. Hij is dan ook van Ronse. Je boek is een festijn voor al wie die vergane schoonheid in personages van woorden op papier terug wil ophalen eer zij finaal verdwijnt.

'Geloven is onzin,
denkt de kritische geest in mij.
Dat geloven is zinvol, geloof ik.'
Uit: Voor ik het vergeet. (Blocnote)

In rake korte typeringen sleur je me bladzijde na bladzijde de nacht door. Met - in the heat of the night – die ene prangende vraag: heeft Happy Hooker Xaviera Hollander met haar 20 miljoen boeken zonder al teveel broeken je écht gevraagd om… lees verder in het boek. Daarom spoorde je dus zo graag naar Holland.

Doch genoeg lof. De goede raad van Jef Anthierens is je niet ontgaan. ‘Altijd schrijven zoals je het aan je moeder vertellen zou’. Dé kers op de taart bewaar je voor het laatst. Poésie pure schrijf je daar neer, meneer. Jouw Kermis is uit de kunst. Ik lig behalve in bed ook nog in een deuk. Onvervalste Richard Minne had het kunnen zijn. En dat zo heel Alleene.

Er is helemaal niks te vergeten.
Wat zou je? Blijf ons vooral nog lang verbazen
met je woorden van troost en schoonheid.

Aan Carlos Alleene.

‘Voor ik het vergeet’.
Een ego-document.
Uitgeverij Vrijdag.
Nu in de boekhandel en als e-book.

28 mei 2019

VRIJBLIJVEND

BELGIUM SPLITSEN?
HAUT-LE-COEUR.
HOOG-HET-HART.




In Romanschrijver van beroep vertelt Haruki Murakami hoe hij na een lastige loopbaan als jazzbarkeeper eerst begint te schrijven als vertaler. En hoe moeilijk dat wel is. Dàt herken ik. Niet het leven als jazzbarkeeper in Tokio natuurlijk. Hooguit dat van hulpje op de Oudenaardse Bierfeesten voor een van mijn drie grote broers die ik assisteer in diens muziek-en decibels verleggend overrompeld Jazzkot.

De wanhoop van de vertaler-redacteur is vele malen dieper dan de peilloze diepten waarin je duikt als assistent-barkeeper met in je kop vijf bestellingen van almaar zatter wordende klanten die Dzjon Coltrane claimen, Sjarlie Parker eisen en voor de honderdste keer Django Reinhardt & Yehudi Menuhin willen en maar blijven lallen tot je kop ervan galmt als de grosse caisse van Quickie in tijden van verkiezingen.

Mogelijks heb ik door dat Bierfeestentrauma een ietwat onvolledig beeld van het ware boeiende leven als jazzbarkeeper. Misschien zijn er, zoals Haruki Murakami schrijft, ook nuttige kanten aan zo’n bestaan tussen al die verloren zielen van de nacht. Een goudmijn voor schrijvers? Ik zou het zo niet weten.

Vertalen, dat ken ik beter van een van mijn vorige schrijflevens toen ik aan de kost kwam als redacteur-vertaler voor het Brusselse magazine Belgian Business gelegen aan de statige Franklin Rooseveltlaan bij L'Auberge du Solbosch. Het zelfverklaard zakenblad was gebaseerd op één geniaal pak-de-poen-idee dat had kunnen dienen in een verhaal van Elsschot. Het teerde weelderig op een paar vaste mega-adverteerders (Glaverbel, Les Glaceries de Saint-Roch) in ruil voor de zorgvuldig gecibleerde gratis verspreiding bij veertigduizend target-affairisten. Alleen al voor dat opgefokt business jargon verdiende Belgian Business een vaste vertaaldienst.

De overigens hoogst charmante playboy uitgever-wereldreiziger kwam zo nu en dan eens neerstrijken in de onderaardse refter bij de Hongaarse conciërge Madame Elisabeth om er ons rond zijn tafel verslag te doen van zijn ontdekkingsreizen die ik gegarandeerd in geuren en kleuren op mijn desk ter vertaling verwachten kon.

Les Fidji
formidable
faut voir ça,
Stijve, m’fi
'


In afwachting voor vanmiddag in mijn mansarde op de bovenste verdieping in ijltempo nog duizend regels vertalen. Wel met uitzicht op de eekhoorntjes. Weg dromend van een ander zijn reizen. Waalse journalisten vertalen ik vond ik al bij al wel leuk. Temeer dat er op tijd en stond nogal wat af gefeest werd in La Bécasse, Le Vieux Bruxelles, Chez Léon (de enige echte in Johan Verminnens straatje). Met tal van bistouilles na in allerlei oorden van verderf. Best gezellig allemaal. Op sommige van hun stijloefeningen na misschien. Neem deze. ‘Pour Kadhafi le pétrole est une vache qui donne des oeufs d’or’. Begin het maar uit te leggen zonder iemand te willen beledigen. Dat je de oorspronkelijke tekst deze keer een ietsepietsje vrijer gaat vertalen. Dat je van die koe een kieken gaat maken.

Murakami overdrijft dus echt niet. Vertalen is vaak niet zo evident als het lijkt. Neem dat pareltje deze week bij een quote van Le Nouvel Observateur waar het in wezen gaat om een of andere misselijk makende Haut-Le-Coeur vanwege alweer een politiek schandaal. In de Google-vertaling op de sociale media wordt dat exact het omgekeerde: Hoog-Het-Hart.

Geen wonder dat ik ween, wijlen goed man Paul Severs. Jij, de taalgrens overschrijdende succeszanger uit Brussel-Halle-Vilvoorde en omliggende landjes. Als de Waalse en Vlaamse politieke duivels mekaar na hun diepe lange identiteitscrisis dan eindelijk toch vinden voor hun 'confederale' opsplitsing van Belgium, meld ik me bij deze graag aan als vertaler.

Haut le coeur.
Hooghartig.