07 december 2018

BASILIEK VERSUS GEKTE



Van Keulen naar Boulogne langs de handelsroute van de Baltische Zee naar de Noordzee en zo verderop naar Engeland zet Hermes Rothnacum op de kaart van het Oude Europa. Alle tijden trekt hij door. Donkere middeleeuwen, beeldenstorm, revoluties, bezetting, voogdij. Hij, de vrijgelaten Helleense slaaf en latere stadsprefect van Rome. Overheen zijn dood maakt hij van zijn postume adoptiestad Ronse een parel in het hart van het mooiste dal van Vlaanderen.

Jaar na jaar torsen we als Ronsenaars behalve het schrijn met zijn relieken ook alle ontsporingen van het donkerste zelotische doemdenken met ons mee. Wat onze tocht dwars doorheen die eeuwen van duistere dogmatiek vol vervolging marteling dood en vernieling daarbij zo bijzonder maakt is datgene wat we overhouden aan mysterie en schoonheid, zingeving en betekenis. Dat alles bij de klank van twee eenvoudige bellen.

Pint Ludwig Wittgenstein ons vast op de grenzen van taal bij de evolutionaire verkenning van de diepste werkelijkheid, doet Thomas Kuhn hetzelfde met de limieten van de over elkaar schuivende wetenschappelijke paradigma’s, dan blijft in de ommegang de verwondering van De Kleine Prins helemaal overeind en ongeschonden.

Want het hart
heeft redenen
die de rede niet kent.

De Ommegang bewandelt al eeuwen diezelfde wonderbare sacrale cirkel rond Ronse ter reflectie. In die eindeloze trektocht overstijgt Hermes de waan van de tijd, houden bellenmannen en dragers van het schrijn onverstoorbaar sereen de kaap op het sublieme, het wonderbare en het onzegbare. Er zijn geen woorden voor om dàt gevoel te beschrijven.

In een wereld vol haat en gebakken lucht is kijken met het hart de enige optie die ons rest. Want je gooit bij je levenslange trektocht vanuit de duisternis naar het licht het paradigma van je eigen tijd niet zomaar hoogmoedig overboord.

Vol hoop en vertrouwen in de generaties van morgen koester je integendeel als mens van deze tijd de schoonheid van de natuur om je heen als je eigen deus ex machina. Met in het hart die ongerepte verwondering voor het al. Deus sive natura, jawel dus waarde Spinoza.

Dàt is de pure meerwaarde van Hermes. Met of zonder basiliek en wondermooie crypte als toevlucht tegen de gekte alom.

Met zijn subliem zwerfgoed door dat uniek landschap maakt Hermes vanuit zijn Oude Vrijheid - en vanaf morgen meer dan ooit - van Ronse een open hartelijke stad op de grens van oude en nieuwe werelden en culturen.

Een kostbaar werelderfgoed dat we als Ronsenaars tot onze laatste stap trots zullen blijven koesteren.

05 december 2018

EEN BASILIEK VOOR RONSE

GEEF HERMES WAT
ZIJN STAD TOEKOMT.




‘Beste

Binnenkort zal een bijzondere gebeurtenis plaatsvinden in verband met de Sint-Hermeskerk van Ronse en de cultus van haar patroonheilige. Dit uitzonderlijk gebeuren wordt een historische datum in de geschiedenis van de stad en zal meteen ook afstralen op het bisdom Gent en zelfs op de rest van het land.

Het is dan ook met fierheid dat wij u hiervan op de hoogte willen brengen tijdens een persconferentie die voorgezeten wordt door Monseigneur Luc Van Looy, bisschop van Gent.

De bekendmaking en toelichting hebben plaats
op zaterdag 8 december 2018 om 18 uur
in het unieke kader van de Sint-Hermescrypte, gelegen in de Sint-Hermesstraat,
in het historische centrum van Ronse.

Michel T’Joen, Pastoor-Moderator van de parochie Ronse
Luc Dupont, Burgemeester van de stad Ronse’




Tot zover een uitnodiging - op naam en gericht aan de verzamelde pers vanwege zowel de stad Ronse als het bisdom Gent - die me hier in Ronse tussen alle Wetstraatpraatjes in als een weldoend warm windeke recht vanuit Rome komt aangewaaid.



Als ik over dat 'uitzonderlijk gebeuren dat zal afstralen op het hele land' zelf mijn eigen 'Gok van Hermes' wagen mag, dan krijgt - zoals ik in deze blog al vele maanden eerder meldde - de Ronsese Sint-Hermeskerk met de vermaarde prachtige crypte eronder de zeer terecht en dik verdiende status van basiliek. Kroniek van een aangekondigd kerstgeschenk.

03 december 2018

THE PLACE TO BE



Zijn wij dan de laatste hardnekkige thuisblijvers in The Place to be? Niet dat we er nooit op uit willen. Maar dan hooguit om te checken of het gras werkelijk groener is op een ander. Zien of het paradijs zoveel meer te bieden heeft dan de gele koolzaadglooiingen op de flanken van de door ons geliefde Kwaremont, het lippenrood van de klaprozenvelden aan de door ons vervloekte Koppenberg. Anders dan de definitieve verhuizers willen we vooral telkens weer opnieuw bevestigd zien dat het nergens beter wordt dan hier.

Echte verlaters trekken hier vol verwachtingen voor goed weg. Uitgekeken als ze zijn op altijd diezelfde traditionele gebruiken en rituelen. Hun gaandeweg verstikkend gevoel voor altijd vastgepind te blijven op afkomst, entourage, oude familiegeschiedenissen. Vastgeklikt als ze zich weten in al te voorspelbare tafelgesprekken, beklemmende sociale druk, onvergankelijke vetes, verse rancunes, vette roddels, verplichte afspraken, begrafenissen, societytoestanden met of zonder strik, serviceclubs, gilden, statuskikkerpoelen, opgeklopte haatpraat, geniepig om je heen sluipend gif, nijd, erfeniskwesties, verhalen vol opgeblazen mystiek over ‘klapgeld’ en ‘leggeld’. Alsof dit alles elders wegvalt. Alsof je in het midden van elders niet zelf zo’n hopeloos vermaledijde transmigrant wordt. Voor altijd een indringer tegenover de plaatselijke incrowd. Een ‘pigeon’ voor de goedlachse boulisten. Het vers aangewaaide duifje dat in al zijn argeloosheid en enthousiasme om het nieuw veroverde vrijgevochten stekje eens goed gemolken zal worden. Door de schilder. De timmerman. De loodgieter. De verzamelde corporatie ter plekke.

De vertrekkers waagden al jong hun kans als tabaksplukker in Canada. ‘The sky is the limit’, stond er op het postkaartje dat ze ons veel later nastuurden op het nu door hen definitief vaarwel gezegd thuisfront. Sommigen werden in hun nieuwe verre buitenlanden heel gelukkig. Anderen heel welvarend. Nog anderen in zeldzame gevallen het ene én het andere. Er waren er die hun nieuw lief (vol ongeboren leven onder de bloemetjesjurk) volgden naar het promised land. Waar de pijn van het zijn minder zwaar zou zijn. Maar het hart blijft een eenzame knager. Anderen verdwenen dan weer achter zelf gekozen tralies. Ze vielen en knielden voor god en werden abt van de abdij van West-Vleteren of prelaat in Rome met of zonder ronkend Verdrag. Weer anderen trokken Broederlijk Delend de wijde Derde Wereld in naar welluidende landen vol wereldwinkel koffiebonen en fairtrade bananen. Of ze werden vorstelijk welvarend zakenman in Hong Kong. Vliegenier in Costa Rica. Jager op groot wild met als hoogtepunt van vernieling The Big Five out of Africa. Nog anderen werden B&B’er op Booking.com. Op naar de mistral die je des winters gek maakt.

‘The Place To Be’ is hier in de komende maanden bij leven en welzijn mijn ultieme verhaal van dat collectief geheugen eer het voor goed vervaagt en verdwijnt in de nevelen van de tijd. Mijn inventaris van al die almaar voort razende jaren. Het verhaal van de blijvers in The Place To Be. De petite histoire op de achtergrond van de grote gebeurtenissen vanuit onze duizelingwekkend snel wijzigende couleur locale.

Ik wens mijn fidele lezers
evenveel leesgenoegen
als het geval is met
mijn eigen schrijfplezier
omtrent The Place To Be.