03 december 2018

THE PLACE TO BE



Zijn wij dan de laatste hardnekkige thuisblijvers in The Place to be? Niet dat we er nooit op uit willen. Maar dan hooguit om te checken of het gras werkelijk groener is op een ander. Zien of het paradijs zoveel meer te bieden heeft dan de gele koolzaadglooiingen op de flanken van de door ons geliefde Kwaremont, het lippenrood van de klaprozenvelden aan de door ons vervloekte Koppenberg. Anders dan de definitieve verhuizers willen we vooral telkens weer opnieuw bevestigd zien dat het nergens beter wordt dan hier.

Echte verlaters trekken hier vol verwachtingen voor goed weg. Uitgekeken als ze zijn op altijd diezelfde traditionele gebruiken en rituelen. Hun gaandeweg verstikkend gevoel voor altijd vastgepind te blijven op afkomst, entourage, oude familiegeschiedenissen. Vastgeklikt als ze zich weten in al te voorspelbare tafelgesprekken, beklemmende sociale druk, onvergankelijke vetes, verse rancunes, vette roddels, verplichte afspraken, begrafenissen, societytoestanden met of zonder strik, serviceclubs, gilden, statuskikkerpoelen, opgeklopte haatpraat, geniepig om je heen sluipend gif, nijd, erfeniskwesties, verhalen vol opgeblazen mystiek over ‘klapgeld’ en ‘leggeld’. Alsof dit alles elders wegvalt. Alsof je in het midden van elders niet zelf zo’n hopeloos vermaledijde transmigrant wordt. Voor altijd een indringer tegenover de plaatselijke incrowd. Een ‘pigeon’ voor de goedlachse boulisten. Het vers aangewaaide duifje dat in al zijn argeloosheid en enthousiasme om het nieuw veroverde vrijgevochten stekje eens goed gemolken zal worden. Door de schilder. De timmerman. De loodgieter. De verzamelde corporatie ter plekke.

De vertrekkers waagden al jong hun kans als tabaksplukker in Canada. ‘The sky is the limit’, stond er op het postkaartje dat ze ons veel later nastuurden op het nu door hen definitief vaarwel gezegd thuisfront. Sommigen werden in hun nieuwe verre buitenlanden heel gelukkig. Anderen heel welvarend. Nog anderen in zeldzame gevallen het ene én het andere. Er waren er die hun nieuw lief (vol ongeboren leven onder de bloemetjesjurk) volgden naar het promised land. Waar de pijn van het zijn minder zwaar zou zijn. Maar het hart blijft een eenzame knager. Anderen verdwenen dan weer achter zelf gekozen tralies. Ze vielen en knielden voor god en werden abt van de abdij van West-Vleteren of prelaat in Rome met of zonder ronkend Verdrag. Weer anderen trokken Broederlijk Delend de wijde Derde Wereld in naar welluidende landen vol wereldwinkel koffiebonen en fairtrade bananen. Of ze werden vorstelijk welvarend zakenman in Hong Kong. Vliegenier in Costa Rica. Jager op groot wild met als hoogtepunt van vernieling The Big Five out of Africa. Nog anderen werden B&B’er op Booking.com. Op naar de mistral die je des winters gek maakt.

‘The Place To Be’ is hier in de komende maanden bij leven en welzijn mijn ultieme verhaal van dat collectief geheugen eer het voor goed vervaagt en verdwijnt in de nevelen van de tijd. Mijn inventaris van al die almaar voort razende jaren. Het verhaal van de blijvers in The Place To Be. De petite histoire op de achtergrond van de grote gebeurtenissen vanuit onze duizelingwekkend snel wijzigende couleur locale.

Ik wens mijn fidele lezers
evenveel leesgenoegen
als het geval is met
mijn eigen schrijfplezier
omtrent The Place To Be.