17 februari 2021

 

MORSDOOD OP FACEBOOK.

Ga nooit door de lijst van je Facebook-vrienden. Het zal je zuur opbreken. Gisteren probeerde ik het. De bedoeling was om een Facebook-groep die me, onder meer om de persoonsgebonden familiale voorgeschiedenis ervan ter harte gaat, zes maanden na de voorzet daartoe van een goede vriend wat meer digitaal lezersbereik te geven. Dit met het oog op Het Goede Doel dat we er samen mee voor ogen hebben.
Was me dat echter schrikken bij het scrollen. Ik ben er nog niet eens halverwege moeten mee stoppen. Ik wandelde als het ware door een digitale dodenakker. Met hangende duim, de krop in de keel, het hart geplooid als mijn voorwiel op een kassei van de Oude Kruissens ben ik van een koude dodentocht terug gekomen. Jonge mensen die er van de ene dag op de andere niet meer zijn. Een aanslepende ziekte waarvan je niks wist, stil gehouden werd want wie loopt er met zijn pijn te koop. Coronaverdriet. Bijtende anonieme eenzaamheid. Kreten om contact. Een wanhoopsdaad. Een dodelijk Ongeval. Euthanasie. Comments die op een dag zijn uitgebleven zonder dat je het in de gaten had. Likes of integendeel al te voorspelbare boze kopjes die ongemerkt achterwege blijven.
Bijna nodigde ik een paar van die doden postuum uit om lid te worden van onze mooie groep waarin we geen (h)eikel onderwerp uit de weg gaan.
Tot ik afhaakte en een voettochtje ondernam langsheen de Koppenberg. Wie weet, zo dacht ik onderweg, krijg ik van henzelf de uitnodiging om lid te worden van hun Doden-groep.
Wie weet lachen ze nu in hun dode vuistje. Nu ze me hier zo bezig zien. Ik met mijn eindeloos schrijven en schrappen van mijn al te lichtzinnige zinnetjes in het licht van hun eeuwigheid.
Ik doe ze bij deze mijn goede groet. Er is geen haast wat mij betreft. Ik leef en schrijf nog altijd even graag. Doch afgesproken, vroeg of laat word ik (zij het noodgedwongen) lid van hun club. Dan zie ik hen en al mijn dode dierbaren weer voor een blij weerzien feestje. Eind goed al goed.
‘L’enfer c’est les autres’.
Wil ik dat nu net op mij schrijfplan voor vandaag hebben staan. ‘De mens als zelfproject’ staat er gekrabbeld.
Mooi praten heeft ook hij, mijn ex-vriend Sartre.
Ex vanwege onoverbrugbare onenigheid tussen ons.
De hel die ben je voor jezelf, vind ik. Veel meer dan dat je de anderen daarvan betichten moet. De anderen, ze maken er bij mijn weten zelf het beste van. Ze zijn op hun beurt de hel voor zichzelf, veel meer dan voor ons. Wat en wie je zelf bent, bepaal je om te beginnen en te eindigen zelf. De anderen hebben werk genoeg aan zichzelf om zich met jouw zevende hemel of hel te bemoeien. De mens als zelfproject is bijgevolg een opgave in de dubbele betekenis van opgeven. Het opgeven of integendeel koppig en rotsvast volhouden van mijn geloof in de hoge woorden van tederheid en liefde. Om nog te zwijgen van pure passie. Neem mijn passie voor het lezen en schrijven van Schone Letteren.
Ooit had ik een uitgever die me ‘lettterlijk’ zei:
‘Tederheid verkoopt niet. Waarom schrijf je niet over koers. Een opvolger voor je Zonde van Nini?’
Sartre heeft het over ‘mauvaise foi’. Kwade trouw. Ik dacht toen dat Sarte er het schrijven van een koersboek mee bedoelde.
Doch nee. Het is natuurlijk de ober die voor ober speelt, knikt. Ik vind die liftboy in 'Pretty Woman' daar een prachtig voorbeeld van. En ook de hotelmanager die zelf dan maar een luxeboetiek regelt voor de vernederde Julia Roberts. Andere voorbeelden van kwade trouw?
Een publieke mediatieke deal, vermomd als Telefacts. Een kardinaal die zoals Briekske Schotte (en ikzelf ooit) van Kanegem komt en van niks weet. Een beloofd vaccin dat er maar niet komt.
‘De mens hoort in alle omstandigheden zichzelf te zijn wars van schone schijn’. Het staat hier bij de notities die ik de afgelopen jaren voor dit verhaal heb opgespaard in mijn blauw schriftje.c‘L’existence précède l’essence’.
‘En alle existentialisme is humanisme’.Wie ben ik om dat allemaal tegen te spreken? Morsdood op Facebook. Of zeer voorlopig nog eventjes springlevend op Fake Book.
BETOVERINGEN (7)
Levenswandelroute.
I

 BETOVERINGEN (6)

HARTENTROEF



Wat hoor ik te doen om de dag zinvol door te komen? Volgens schrijfheer J.M.A Biesheuvel : vooral veel lezen. Liever dan hier onder de balken dag aan dag koppig tegen de sterren op te zitten schrijven over godbetert mijn betoveringen die me als verweesde puber al in de ban hielden op het strand van Blankenberge.
Schrijven in dit digitale universum met zijn laatste zieltogende papieren uitgevers die van jou een koersboek of een kookboek verwachten. Of dan een lillende thriller. Want de wereldvreemde betoveringen van een overjaarse knar, wie maalt daar om? Wie nu nog schrijven wil, hoort vooral vet veel boeken te verkopen met lekker weg lezende wegwerpverhalen op wolkjes van gebakken lucht. Niet te lastig, niet te dik doch ook weer niet al te dunnetjes. Betoveringen omtrent tijd en ruimte? Val dood.
Kennen we de vermeende werkelijkheid enkel en alleen voor zover ze aan ons verschijnt? Wat ligt er voorbij de tijdelijke en voortschrijdende limieten van onze menselijke kennis ? Wat moeten we met de zogeheten ‘metafysica’ die van zichzelf in Heilige Geschriften volhoudt onze menselijke ervaring te overstijgen tot in het ‘Bovenzinnelijke’.
Wat moet ik met alles wat mijn beperkt verstand (wat daar voor doorgaat, er voorlopig van overschiet) construeert tot mijn eigen gepercipieerde werkelijkheid? Gevangen zit ik in vage begrippen als de efemere Tijd en alle beperkingen van mijn Ruimtelijke ervaring. Mijn eigen aanschouwing daarover. Mijn sprong in het ongewisse.
Mijn jonge vriend, Lars, bevorderd tot ‘oudste’ kleinzoon, wordt in het najaar 17. Zelf teken ik inmiddels voor hetzelfde cijfer. Zij het dan in omgekeerde volgorde. Wat ligt er tussen die twee cijfers zoal verborgen aan essentie die me al die jaren is ontgaan? Waar ben ik aan voorbij gegaan omtrent De Diepere Zin Van Het Zijn? De Ware Werkelijkheid?
Raket naar de maan.
Mars. Melkweg.
Oersoep. Oernevel. Oerknal.
Oorzaakloze Oorzaak.
Onbewogen Beweger.
Zat mijn ‘approach’ zoals ze tegenwoordig zeggen in hun digitale Engelentaaltje al die jaren niet gevangen in het paradigma van een inmiddels definitief vermalen tijdskader?
Paradigma: ‘Steeds verder verglijdend wetenschappelijk model dat bepalend is voor de methoden en de oplossingen binnen een wetenschap. Zich tijdelijk handhavend tot de problemen zich beginnen op te stapelen, niet langer houdbaar blijken, de zoveelste wetenschappelijke revolutie ontketenen, het heersende paradigma onderuit halen, alweer vervangen wordt door een ander’.
Copernicus.
Galilei.
Kuhn.
Wat hoor ik onderweg zoal te doen om in afwachting van Het Eeuwige Ene mijn dagen zinvol door te komen?
Wijsheid. Dapperheid.
Bedachtzaamheid.
Rechtvaardigheid.
Hoogdravend geleuter zo lijkt het. Praat voor de vaak, tussen ongebruikte preekstoel en verlaten biechtstoel. Immaterieel Zwerfgoed.
Plichtsbesef.
Streven naar geluk.
Beleven van de Ware Liefde.
'Nooit iets ondernemen wat niet als algemene regel geldt. Nooit een ander aandoen wat je zelf niet wil worden aangedaan'.
Dit alles ook nog eens fijntjes afgemeten aan de parameters van het geheven vingertje.
Sorry Herr Kant: wat ik in mijn knuffelbubbel als knuffelbuffel zoal wil worden aangedaan, staat lekker niet uw kant-en-klare Categorische Imperatieve handleiding.
'De sterrenhemel boven mij'.
'De stem diep in mij'.
Maar misschien krijgt de laatste uitgever bij wijlen Uitgeverij Angèle Manteau al bij al toch nog zijn grote gelijk. Was ik toch maar thrillers gaan schrijven.
Al blijf ik dit al te snel weg tikkend ondermaanse bestaan, hoofd in de wolken, hart op zak, blik op oneindig boeiend genoeg vinden om er een romantisch filmverhaal voor te claimen door Productiehuis Hartentroef. Het scenario rolt zo de Zevende Hemel in.
BETOVERINGEN (6).
Levenswandelroute.

10 februari 2021

 BETOVERINGEN (5)

ONVERSTOORBAAR.

‘Je lot gelaten aanvaarden.
Zien wat je er kan aan veranderen, wat niet. Daar het beste van maken’.
Ik had je bezig willen zien, beste Zeno. Onverstoorbaar. ‘Cool’, zoals ze zeggen. Ze vinden tegenwoordig alles cool. Wat ze niet cool vinden, zeggen de dierbaren om me heen er beleefd niet bij. Dat ik onderweg uit hun tijdskader bent getuimeld, niet eens razendsnel weet om te gaan met de spitsvondigheden van hun digitaal bestaan. Ik die al in de knoei kom in een nummerplaat-herkenbare parking.
Stappen doe ik voortaan met een teller. Checken of ik aan mijn dagelijkse 10.000 kom om in balans te blijven. Met lokale weer-radar welteverstaan. Binnen 90 minuten 80 percent kans op lichte sneeuw bij -4 graden. En welke lijstjes wil ik ondertussen op Spotify?
'The Rolling Stones?'
'Meen je dat nu echt, papoe?'’
Binnen hoeveel minuten zal ik in Gent zijn. Check de GPS. Over hoeveel dagen breng ik de wagen binnen voor onderhoud? Check on dashboard. Pas op: mijn koffer zit niet goed dicht. 'Rij niet verder achteruit Je zit bijna tegen de wagen op nummer -1/142'.
Welke weg naar nergens ik kiezen wil ? De snelste of de leukste? Ik wil die ene, op een bedje van rozen en verder niks dan tederheid en romantiek.
Of ik mijn geplande reis al gratis heb geannuleerd?’ Want Frankrijk kleurt alle risico's van de regenboogzone. Coronatests. Quarantaine. Gedoe met formulieren. Check.
Wie weet, ben ik tegen dan al lang zelf cool. In mijn kwetsbare leeftijdsgroep op trein zeven zonder loket, zonder Russisch vaccin, zonder knuffels met de pijn van het zijn en alle kommer en kwel om me heen van het ochtendgloren tot d3 laatste pagina onder de lakens. Daddy Cool, met zijn e-boek dat het weer niet doet.
''Zeno waar haal je die nu weer vandaan?'
'Google hem dan maar, jongeman'.
Zeno van Elea.
In Oud-Grieks: Zenon.
Geschenk van Zeus.
Presocratische filosoof.
Eigen schooltje in open lucht.
Geen afstandsonderwijs, geen afkoelingsweek.
Wat Zeno precies bedoelt met zijn onderscheid tussen maakbaarheid en al de rest.
Hoe zou ik me kunnen beheersen als al het leedvermaak om de eigen pech, om het verdriet van dierbaren, om de hoge nood van de medemens in mijn hart snijdt en mij dag aan dag doet koken van koleire?
Mooi praten heb je dus Zeno. Jij met je makkelijke mix van gelatenheid en zo weinig mogelijk lijden. Moet ik dan als 'maakbare mens' zomaar werkeloos toezien? Alle onrecht gelaten ondergaan? Mooie praatjes zijn het. Boekenwijsheden. Niet echt leefbaar.
‘Het verleden is weg.
De toekomst is onzeker.
Alleen het heden is er’.
Helemaal weg ben ik op een dag van mijn nieuwe held Seneca met al zijn brieven aan Lucilius. Pedant pak ik er mee uit. Twee uur hou ik mijn nieuw verworven onverstoorbaarheid vol. Tot de eerstvolgende nieuwsvergadering. Daar alweer meteen op mijn paard. De andere redactiechefs rond de ovale tafel maken er een weddenschap van. Hoe snel ze me van mijn vers veroverd stoïcijns sokkeltje blazen.
Marcus Aurelius,
Epictetus.
Plotinus.
Er bestaat geen applicatie voor onverstoorbaarheid. En als ze al bestaat: bij mij werkt ze niet. Ze wijkt altijd weer voor de applicatie Verontwaardiging.
Een genetisch ingebrachte chip allicht. Je zal er maar mee in je lijf lopen. Al vanaf het moment dat de vrolijkheid en argeloosheid van mijn kindertijd onderuit worden gehaald door een dagend besef en knagend gemis in elke hoek van het grote huis met vele kamers. Want er klopt iets niet. Iemand ontbreekt hier op het ideale familiale plaatje. Zou het de afwezige verwekker zijn van al mijn onrust?
Knikkeren in het gangske, naast de fabriek.
Knikkers als lotsbestemmingen.
Elk zijn knikkers. Van alle kleuren.
Eén dikke knikker, allemaal kleintjes.
Samen rollen ze dezelfde richting in.
BETOVERINGEN (5).
Levenswandelroute.

 BETOVERINGEN (4).

YOU ‘LL NEVER FLY ALONE.


‘Ik ben bang dat ik niet helemaal dood zal zijn, als ik dood ga’. De dierbare aan mijn zijde vraagt of ik haar heengaan zeker wil doen constateren door een ‘croque-mort’ zoals ze het zegt in haar unieke moedertaalmix, die ik mijn leven lang al probeer te ontwarren.
‘Mort par arrêt de l’arbitre’ die voor het zekerste toch eerst even de kop in het videokistje aan de overkant steekt, dan een rechthoek in de lucht tekent. Niks aan de hand. Voort spelen.
Er wordt bij haar wens van uitgegaan dat ik er dus zelf nog bij zijn zal om deze macabere wilsbeschikking uit te voeren.
Als vermeend langstlevende vind ik dat minder goed nieuws dan het lijkt. Laat ‘lijkt’ hier vooral niet gelezen worden als woordspeling van een radeloze letterman die met zijn woorden geen blijf weet om al te groot verdriet van zich af te schrijven.
Dood zijn zonder het echt te zijn.
Toch nog wat tegenspartelen.
Vanuit een dode hoek in je kist je eigen afscheid beleven.
Horen hoe de wierookvaten om je heen wiebelen. Jij die geen zieltjesknijpers om je kist wou. Hoe de pluimstrijkers van dienst je met all-in begrafenisformules uitwuiven. Oude wijsheden van Prediker, een belegen gedicht van Canon Gezelle. Terwijl het handvol fidele vrienden die je overhoudt na al je vermaledijde geschriften en strapatsen zwijgen omdat ze je écht kennen.
Hun oorverdovende stilte die boekdelen spreekt. Het boek dat je nooit geschreven hebt. Met alle hoofdstukken erin van je levenswandelroute en zij erbij, van op de eerste rij. Man, man, man ze weten niet wat ze horen. Wat voor heilige je zogezegd was, nu je dood bent. Heilig in de betekenis die West-Vlamingen er aan goren te geven.
Niemand kwam ooit al een keer terug. Behalve de man die water in wijn veranderde, mogelijks de dosering kwijt was geraakt onderweg en maar wat uit de nek kletste over Zijn Vader in de hemel die de mijne in mijn eerste levensjaar al had weggeplukt om met Hem een kaartje te leggen.
Het is allicht de laatste van alle angsten (niet helemaal dood zijn als je dood gaat) die een mensenleven lardeert met alle onzekerheden van het zijn. Voorlopig is het een van de weinige angsten die me zelf gespaard blijft. Maar je weet het nooit natuurlijk. Je moet eerst je dood zelf beleven om te weten waarover je praat, als het hebt over hoe dat voelt er niet meer zijn.
Mooi praten heb jij trouwens, beste Epicurus. Jij met je ogenschijnlijk geruststellende dooddoeners.
‘Als de dood er is, ben jij er niet meer’.
Hoe weet je dat zo zeker? Is er leven na de dood? Alvast toch nog eventjes in het hart van de dierbaren om je heen, zo mag gehoopt worden. Een leven dat voorbij is, in de herinnering van anderen voort leeft, gepolijst door elke hartenklop dag aan dag.
‘Madame Valentine’ die in mijn herinnering niks dan tederheid wordt. Al was haar echte leven vooral een bikkelhard bestaan. Wat zou ze nog tijd hebben gehad voor veel tederheid? Er moest brood op de plank. Haar 'bende beren' had aan tederheid en weke praatjes geen verhaal.
‘Een al begeerte’ die zich gaandeweg door de verlatenheid van het leven omzet in knagend verlangen, dankbare herinnering en levenslange ontroostbaarheid.
‘Als jij er bent is de dood er niet’.
Ook weer zo’n halve troost. Want wat zou het. De dood leeft al met je mee, vanaf dag een. Bij mij zit ze op de schouder van de kinderjuffrouw die de poussette duwt. Als de schaduw van mijn altijd al dode vaderfiguur. Met als enige ‘nalatenschap’ prille verlatingsangst.
Angst voor de vreemde voogd. Angst voor het weeshuis met de zweep. Angst voor het auto-ongeval van mama onderweg met haar ‘coupons et échantillons, sous le ciel Flamand entre Bruges et Gand'.
Angst voor de hel van Zuster Zenobie. Angst voor de Hel van Neuengamme. Angst voor felle onweders. Angst voor de duivel van de Fiertel, de Duivels van de Bommels. Angst voor Atilla en de Hunnen die vrouwen meesleuren bij de Haren. Angst voor La bombe atomique. Faalangst. Angst om de angst. Angst om jezelf. Om al je missers.
‘Leef alsof het je laatste dag was’.
Moi je veux bien. Hard geprobeerd. Makkelijker gezegd dan gedaan. Anderen zijn zo te zien meer ‘gedoueerd' en geboren voor het genieten van elke dag.
En dan nog : hoe beleef je die laatste dag? Heb je het kopje er nog bij? Weet je nog wie je bent, wat je ware leven is? Wat doe je die laatste dag, wat je niet al keer op keer je leven lang geprobeerd hebt. Wat veel beter had gekund?
Nu en dan werk je me op de zenuwen, beste Epicurus. Jij met je Bond Zonder Naam wijsheden. Soms vlucht ik met mijn diepste verlangen en mijn ontroostbaarheid bij je weg tot bij mij andere goede vriend Blaise Pascal.
Parce que le coeur
a ses raisons
que la raison
ne connaît pas.
Of dan neem ik voor even, vanuit La Terre des hommes, een hoge vlucht en stijg ik in een zucht tot boven in de lucht. Bij mijn copain Saint-Exupéry en zijn Kleine Prins.
L’ on ne voit bien qu’avec le coeur.
L’ essentiel est invisible des yeux.’
Daarboven, in de cumulo nimbusjes, bien loin des méchants, leef ik dan alsof er helemaal géén laatste dag komt. Ver voorbij tijd en ruimte en alle dingen die vroeg of laat voorbij gaan.
You’ll never fly alone.
Betoveringen (4)
Levenswandelroute.

28 januari 2021

BETOVERINGEN (3).

DOOD DOENERS

Maak er het beste van. Zet dapper door. Trek het je niet aan. Laat het achter je.Kom er los van. Leef in het nu. De minimis non curat praetor.Een leeuw bekommert zich niet om de vlooien in zijn manen. De weg is lang en gaat niet over rozen. Het komt allemaal goed. Hou vol. Blijf met de voeten op de grond. Ga niet zweven. Dromen zijn bedrog. Maak je geen illusies. Dust in the wind ben je.Een stofje in het licht van de eeuwigheid. Verwacht het onverwachte. Er zijn geen zekerheden.

Gisteren is passé, morgen een vraagteken.
Wat telt, is de weg zelf. Laat je niet meeslepen.
Wont’t get fooled again.
Wees redelijk.
Hou het juiste midden.
Als je omkijkt, blijkt je levenswandelroute geplaveid met niks dan oersaaie dooddoeners. Dood doeners.
Wat schiet je ermee op als je, ’s nachts wanneer de kiekens slapen en de eenden niet langer kwaken, je levenswandelroute overloopt en de eindbestemming steeds nadrukkelijker op je global position systeem gaat werken..
Rede en redelijkheid. Mooi dure woorden zijn het. Bij een glas Chardonnay geopperd door een of andere efemeer ‘Bekende Vlaming’. Ver van je bed, in een huis op het Eiland Canvas.
Je leven lang probeer je dat heiligverklaarde juiste midden te bewandelen. Water en vuur probeer je verzoenen.
Welles Brel, nietes Brel. Unitaristen, bilinguisten, separatisten.
Je leven lang probeer je de tegengestelden te winnen voor dat ene grote betere verhaal samen. Maar er valt niks te verzoenen. Ze horen alleen zichzelf bezig. Eindeloos liken ze gelijkgestemden in hun eigen clubs en bubbels, bezongen door de voorgekauwde mantra’s van het eigen Hooglied.
Na een paar knooppunten tuimel je aldus in een van de vele valkuilen op de gulden middenweg.
Wat valt er nog te verzoenen als het ondenkbare kwaad geschied is. Vergast en verbrand. Als het land, de kolonie helemaal leeg geplunderd is, de slavernij een succesboek, een film. Als de ene godsdienst de andere uitroeit.
Heeft de gulden middenweg gebracht wat de oude Aristoteles voor ogen had? Zijn we onderweg niet duizend keer neergestoken, iets wat alle nobele herauten van warm en koud al van in de oudheid overkomt?
Samen braaf op de gulden middenweg.
Ongevaarlijk, irrelevant en niet ter zake doende.
Voetnoten zijn we, op de tonen van militaire marsmuziek om ons heen.
Thuis aan tafel op de Steenbrugge laaien de debatten hevig op, bewandelt die zogeheten redelijkheid zondag na zondag zeven zijpaden, verwordt ze na twee kroketten al tot hevige onredelijkheid.
Dat Mobutu de Belgische Belangen verdedigt, meneer. Dat Patrice Lumumba een bedreiging betekent voor de Union Minière. Dat die affiche van Che Guevara in het Kelderke van de Kristen Volksbond totally not done is, de jeugd misleidt. Dat Pax Christi een communistische dekmantelorganisatie is, vertel dat je vrienden van de Derde Wereld Beweging maar.
Later, uit de mond van al te gezagsgetrouwe hoofdredacteuren, hen voorgeschoteld in Power Towers aan de Wetstraat, hen voorgespiegeld vanuit discrete chalets in Poupehan, hoor je over hidden agenda's langs de duistere vertakkingen van hun gulden middenweg.
Dat de Cellules Communistes Combattantes het land in gevaar brengen. Dat het tijd wordt Orde Op Zaken te Stellen. Dat Gladio de Navo achter de schermen kordaat indekken zal tegen de invallen van de rooie Rus.
('Wat we nodig hebben zijn mannen met ballen zoals kolonel Militis, mannen met visie zoals generaal Close. Weg met die praatbarak, ‘t Pallieterke schrijft het ook'.)
Ver zoek is ze de redelijkheid. Voor geen enkele rede vatbaar is ze de rede.
Dat de Bende van Nijvel 28 mensen dood schiet. Dat er niet één dader gevonden wordt. Hooguit wat roeste riots in het kanaal. Dat het proces van die Tueurs du Barbant Wallon in Mons er een is van de klusjesmannen. Un paravent. Een lachertje.
Thuis is het juiste midden de vlag van de fanfare van het Eigen Grote Gelijk onderweg van Sint-Hermes naar Den Tap.
Op school is het juiste midden in De Goede Week een onze vader en drie weesgegroeten als penitentie. Je dagelijkse doodzonden verzwijg je. Misselijk als je al bent van de biechtvader zijn lookluchtjes in je bakkes dwars door de gaatjes van zijn schuifraampje.
Ego te absolvo.
Dan wordt het juiste midden de droom hier weg te gaan, te vluchten uit de verstikking van je voorgeschreven bestaan, weg van al hun definitieve tafelwijsheden. Tabaksplukker in Canada. Een Mescalero Apache liefhebben in Frisco. Jack Kerouac op de moto achterna zitten. Dream on.
Maar je blijft hangen op de gulden middenweg. Je mikt Jotie zijn eerste geschriften in de Jeugdkrant van De Ronsenaar. Onder diepe indruk als je bent van zijn puur natuurtalent. Hij de zoon van je lievelingsmeester Marcel dan nog wel.
Jotie als de Icarus van het schone zien opstijgen, tot heel hoog boven het juiste midden van de kleinburgerlijke beschetenheid om ons heen. Hem daar vrij zien wentelen en keren, hoger en hoger.
Tot die vervloekte engel des doods hem terughaalt naar het verzonken land van de slaapverwekkende dooddoeners, de grote leegte, de verveling en de zelfgenoegzaamheid.
Het juiste midden bestaat niet. Je bent altijd de rechtervleugel voor de linkervleugel. En omgekeerd. Je bent altijd verdachte middenmoot, een gemakkelijke prooi, in het midden van nergens. Je hoort nergens echt bij. Je bestààt niet eens. Je loopt mee met het andere kiezersvee. Een jaknikker, een goedgelovige.
Je bent als de Molenbeek. Bij elk nieuwe tijdskader krijg je weer een ander kleurke voorgeschoteld dat bij wijze van wankele meerderheid voor even het juiste midden bewandelt.
BETOVERINGEN (3).
Levenswandelroute.

 BETOVERINGEN (2).

 DAG SCHOONHEID.

Het goede. Het ware. Het schone.Het laat zich zo licht noemen. Het valt nooit echt te bevatten. Geniepig wordt het ingeruild. Al naargelang de waan van de tijd.Plato heeft mooi praten. Makkelijk schrijven ook. Heel anders dan zijn leermeester die nooit wat optekende en zich niet liet vastpinnen op gevaarlijk geschrijf omtrent eeuwige Ideeën. Zeer op mijn hoede ben ik voor zijn Ideale Staat.
De voorgekauwde idealen van mijn jeugd zijn al lang uitgehold door Schriftvervalsers met als finale ontluistering de slachtoffers van het ‘zeg ne keer’.
Nog meer op mijn hoede ben ik voor wat in de plaats komt. Ook al zitten de Nieuwe Idealen onder een strikje (strik je) in glimmende geschenkverpakking. Ook al worden ze geschreeuwd, eindeloos herhaald, getwitterd in holle slogans, verspreid door de trollen van dienst.
Waar sta je met de Ideale Staat, als hij een snelweg blijkt te worden naar plat populisme, extreem doemdenken? Als hij op een kantelmoment in de geschiedenis het onnoemelijke van vernietigingskampen mogelijk maakt waarbij je je op een dag afvragen moet: Is dit een mens? Daar, met die ster op de rug? Met dat nummer in de arm gebrand?
Wat voor de ene het goede heet, is voor de ander gewone banaliteit van het kwaad. Het begint met verbrande boeken. Het eindigt met de verovering van het Capitool. Voorgezeten door een zelfverklaarde sjamaan met halve buffalo op de kop.
Dat voorgekauwde Goede doet me denken aan de ‘goede punten’ die de meester van het eerste studiejaar voor me klaar houdt in zijn doosje. Het kwade is zijn geheven vinger bij elke vorm van afwijkend gedrag. De rug die ik niet voldoende recht. De armpjes die ik niet netjes gekruist hou, teveel bezig met mijn allereerste kroontjespen een hartje in de schoolbank te krassen met magisch zwarte inkt, net in een lege miswijnfles aan ons klasje geleverd door de schoolknecht.
Eerst valt het Goede nog vrij gemakkelijk te plaatsen.
Paus Pius XII.
Leopold III & Astrid.
Boudewijn & Fabiola.
Ernaast : de kaart van Belgisch-Kongo.
Het namaak broussedorpje.
Zwartjes, in rokjes van goudgeel stro.
Kuifje in Kongo.
Dan wordt het waziger, zijn je nieuwe helden filosofen en wetenschappers die virussen verslaan, gemeenplaatsen doorprikken, ongelijkheid bestrijden, apartheid bekampen, discriminatie aanklagen.
Hun namen worden posters bij kaarslicht in je studentenkamer. Bob Dylan, Léo Ferré en die andere Ferre, voor nachtjes doorzakken met je copains d'abord, in het Patershol.
Eerst gelauwerd worden ze, de helden. Dan vervloekt al naar gelang ze worden los gewrikt uit de tijdskaders waarin ze hun Idealen larderen en hun goede doelen al te lang op zich laten wachten, gedateerd geraken, hun dure woorden ingesloten, gerecupereerd en verworden tot trendy wanddecoratie.
Kolonialisme.
Imperialisme.
Communisme.
Extremisme.
Integrisme.
Populisme.
Het ware, goede en schone is dan al ver zoek, vraagt om stilte, een achtvoudig pad naar jezelf misschien? Gauw mikt die transcendente meditatie je weer naar het brood dat ondertussen wel op de plank moet.
Je troost tenslotte jezelf met wat voor jou het schone zou kunnen zijn. (Liefde vooral, voor altijd).
Een Badinerie van Bach, een Menuet van Händel, een Kontretanz van Mozart, een Ungarischen Tanz van Brahms, een Kanon van Pachelbel. Für Elise van Beethoven.
Je vergaapt je aan een Zigeunerin van Kees van Dongen, aan zijn Prostituee Nini, aan Fécamp en Agay van Albert Marquet, aan Collioure van André Derain, aan Bougival van Maurice De Vlaminck.
Je leeft voort als mens van goede wil. Ver van het feuilleton van virologen probeer je er dag aan dag het beste van te maken. Blijven schrijven, altijd doorgaan. Met vallen en opstaan in je moeizaam schrijvend bestaan.
De zon schijnt.
Dag schoonheid.
BETOVERINGEN (2)
Levenswandelroute.