01 juli 2020

TUSSEN BELGETUDE EN NEGRITUDE

KUIFJE IN KONGO

Hoog boven de kaart van Belgisch-Kongo waakt koning Boudewijn (droef ogend om het dodelijk ongeval van zijn mama Astrid in Kussnacht), naast de foto van paus Pius XII . Ons kan niks gebeuren.Vroom en veilig zijn we. Sneeuwwit is ons zieltje. De zonde is pikzwart. Onze eeuwige zaligheid daartentegen oogt wit als de vleugels van de engelen gods. Ridders van de Fiertel en de Kruistocht zijn we.
Op een blauwe maandag vervangt de schoolknecht Koningin Astrid door Fabiola. Ze heeft het haar in krullen als croissants. Uren kan ik er haar turen in de les aardrijkskunde terwijl het gaat over de rijkdommen van onze Belgische kolonie. Rubber voor de witgestreepte autobanden van Boudewijn zijn Amerikaanse décapotable met roodlederen fauteuils. Mangaan, maniok. Doch vooral uranium, diamant, goud en zilver. Dit alles wordt door Belgische gewestbeheerders in tropenhelm als bij toverslag omgezet in lucratieve aandelen van de Union Minière. Wie er bezit, kan zoals detective Van Zwam in Nero naar Cannes.

Op de lessennaar van de meester lacht ons een negertje toe dat ‘dank-u-wel’ knikt als je er een kwartje in mikt. Het geld is voor de witte tropenpaters die rond Broederlijk Delen hun negerdorpjes komen neerpoten in de turnzaal.
We zeggen allemaal ‘Charlie- de- neger’ als we het hebben over ons zwart speelkameraadje uit de Franse afdeling dat helemaal uit Kongo onze schoolkoer komt opvrolijken met zijn gulle lach en zijn voetballoeiers. Charlie zit behalve goed in het vlees ook perfect in het pak en heeft een fijn straaldun strikje om. Niks geen hongersnood, zo te zien.
Le Congo. Gewezen privétuin van Leopold II . Vrijstaat Kongo. Belgisch-Kongo. In goede Belgische handen, zo komt het ons voor. Samen met Charlie-de-neger zingen we vrolijke prauwenliedjes. Wanen we ons voor even Kuifje in Kongo.

Uhele
maliba
makkassi.

Klinkt alvast leuker dan ‘Den Uil die op den perenboom zat’ en ‘Daar zat een sneeuwwit vogeken’. Hoe het vogelken van Charlie eruit ziet, willen sommigen onder ons wel eens zelf controleren. Maar hij laat zich niet vangen.

Na de Indépendance in 1960 verwijdert de schoolknecht de kaart van Belgisch-Kongo. Onder auspiciën van blauwhelmen en CIA wordt Belgisch-Kongo nu een neo-kolonie, nog vijf jaar later namens de ‘authenticité’ van Mobutu voortaan Zaire genoemd.
Dat gaat niet zonder slag of stoot. Eerst wordt daartoe onafhankelijkheidsheld Patrice Lumumba vermoord, probeert Moise Tsjombé het rijke Katanga in te rijven met behulp van huurlingenleider kolonel Jean Schramme en worden tenslotte alle kolonialen geëvacueerd.

Lang na die foute schoolkaart woon ik als Wetstraatjournalist voor Spectator de persconferentie bij van Président-Fondateur-à-vie Mobutu, hoeder van vrouwen en kippen in de Lambermont. Dat is de ambtswoning van de Belgische premier. Verboden vervelende vragen te stellen.
‘Autre question, madame Colette Braekman’ (Le Soir). 'Prenez garde Monsieur Polspoette’ ( Guy Polspoel. Télévision Flamande).

Op dat moment ligt ‘Ik ben maar een neger’ van gewezen assistent-gewestbeheerder Jef Geeraerts in de boekhandel . Iedereen wil het verhaal van Matsombo. En dan zit zijn Black Venus er nog aan te komen tot amusement van de zogezegd geschandaliseerde goegemeente. Geschokt de pink omhoog bij een vingerhoed Elixir d’Anvers.

Er is nog een lange weg te gaan naar het Négritude-besef van de Senegalese poète-président Léopold Senghor. Die weg loopt over het voortschrijdend inzicht dat ‘neger’ in feite een scheldwoord is.

Sidney Poitier (In the heat of the night), Harry Belafonte (Banana Boot Song, Matilda, Island in the sun), Percy Sledge (When a man loves a woman), Otis Redding (Respect, Satisfaction), Arthur Conley (Sweet Soul Music), Michael Jackson, Tina Turner, Nina Simone, Myriam Makeba, The Harlem Globetrotters, Cassius Clay alias Mohammed Ali in Kinshasha : allen dragen ze Tout doucement (Bibi) hun steentje bij tot dat voldragen négritude besef. Tot de film Cry freedom, Paul Simon, de Afrikaconcerten ‘Under the African Skies' en 'Free Nelson Mandela' de onomkeerbare verandering brengen.

Als kind in de fifties en puber in de sixties vergaap ik me ondertussen aan de voetbalkunsten van Yamouka bij Club Ronse, Mokuna bij Gantoise en Kialunda bij Anderlecht. Ben ik verlekkerd op de zwarte ‘spekken’ van marktventer Karaboudja uit Sint-Gilles. Speel ik als jonge papa voor Zwarte Piet met mijn vriend van altijd die de rol van Brave Sint op zich neemt. Krijg ik in een solidariteitsactie van Martin De Jonghe tegen de hongersnood in Somalië met mijn companen tijdens onze stickerverkoop een weekend lang alle racistische haatpraat naar de kop die je in een zelfverklaard beschaafd land als België nooit voor onmogelijk houdt. Maar er is ook veel vrijgevigheid. Onze actie lost alle verwachtingen in. Dezelfde vrijgevigheid en beste bedoelingen allicht die ook de paters en zusters met hun ideaal in het hart op hun Kongoboot voor ogen hadden.
Niks van wat de zwarte medemens is aangedaan, valt goed te praten. Met of zonder sorry. Maar al dat gratuit politiek correct denken achteraf, gelardeerd met hoog showgehalte die onze generatie via sociale media nu dag aan dag ingelepeld krijgt, gaat schromelijk voorbij aan alle oprechte pogingen die er tegelijk geweest zijn om onze tijd van toen, gewrongen als die was tussen Belgitude en Négritude, dag aan dag te velde wat beter en mooier te maken.

Paters en nonnen.
Artsen Zonder Grenzen.
Réginald Moreels.
Paula D’Hondt.
Daniel Coens.
Inge Vervotte.

Al die mooie oprechte rechtschapen mensen. En met hen zoveel anonieme anderen. Loin des méchants. Loin du monde du pouvoir et de l'argent. Mensen zonder aandelen bij de Société Générale.

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

26 juni 2020

RONSE VERDIENT BETER

Er komt dan wel zo’n aangescherpt reglement voor wie voortaan naar Ronse wil komen huizen in een sociale woning. Maar wat het werken betreft kan je hier ondertussen ’s avonds tegelijk burgemeester zijn van pakweg Lierde en overdag topambtenaar van de Ronsese financiën. Wettelijk allemaal in orde. Maar de geclaime lokale connectie die vereist om in Ronse te komen wonen, vervalt al meteen weer in het niet voor het werken bij de eigen administratie. Ronse kampt nu al met torenhoge werkloosheid. En dan zit de schokgolf van Corona er nog aan te komen. Proberen we de goede bedoelingen voor huisvesting door te trekken naar de Ronsese jobmarkt.

‘Sociale woningen moeten
terechtkomen bij de Ronsenaars
die ze echt nodig hebben’,
zo poneert de Ronsese schepen van huisvesting Wim Vandevelde.

Voor werken in Ronse klinkt dat zo:

‘Jobs moeten terechtkomen
bij de Ronsenaars die ze echt nodig hebben’.

Het kan een lange stoet achtenden worden in het najaar. Bijna schreef ik: een bommelsstoet.

De vlijmscherpe heisa en afrekeningscarroussel rond de Raad der Bommels eerder dit jaar plus de dubbele agenda bij het Fiertelgebeuren onlangs wijzen erop dat Ronse nu steeds verder wegzakt in politieke spelletjes. Waarbij het dan in wezen gaat om het versterken van de eigen machtspositie in de strijd om de sjerp van Luc Dupont.

Het is de hoogste tijd voor het klaarstomen een totaal ander fris en nieuw verhaal voor Ronse tegen 2024. Dat hoor en merk ik alom in het diepe Ronse. Jawel er is heel hard gewerkt. Het is hier al vele malen geschreven ook. Tot spijt soms van wie dat niet graag leest. De oude vrijheid oogt mooier dan ooit. De stadstuin is een sterke realisatie. Het Rosco bloeit open met een mooi nieuw zwembad en kunstgras voor het voetbal. Pont West loopt vol bedrijven. De Ververij is een parel. De dienst Toerisme werd knap gerenoveerd. De privéflats floreren. De horeca en het winkelbestand ziet af door de coronacrisis maar vecht sterk terug.

Het dra aflopend lange vruchtbare mandaat van Luc Dupont als burgemeester van Ronse verwordt nue chter bijin ijltempo onder zijn ogen (en achter zijn rug) tot tragi-komische vaudeville. Gelardeerd met pijnlijk haantjesgedrag en platte politieke profileringsdrang. Dit voor de neus weg van alle Ronsenaars die belangeloos of vanuit puur plichtsbesef het allerbeste voor hebben met Ronse en al diegenen die het allerbeste voor ons Ronse niet goed genoeg vinden.

Ronse verdient beter veel beter. Meer en beter. Meer jobs. Meer inkomen. Meer koopkracht. Meer ontsluiting. Betere immo-prijzen. Dat krijg je niet met een Mexicaans leger waarin ten stadhuize de ene de andere constant in de rug schiet. Dat twee schepenen (mogelijks drie of vier) geen weet hadden van die dubbele agenda rond de Fiertel, zegt daarover alles. Het is nu of nooit tijd voor andere en betere aan het roer van Ronse. Jonge mensen. Laat hen nu tuupe (jong en minder jong) de grote stap zetten naar het Ronse van hun toekomst. Laat hen hun creativiteit en dynamiek bijeen smijten. Er is geen andere keuze dan dat ene unisono-verhaal. Ronse verdient het. Ronse verdient veel beter.

Tuupe vuir Ronse jawel en forever. Maar daarom naïef in dreamland Ronse.

14 juni 2020

BRIEFGEHEIMEN



Beste Luc

Als burgervader ontgaat je allicht de diepe ontgoocheling niet van je stadsgenoten. Zelf roep je ze zaterdag nog op om ’s anderendaags vooral niet zonder veiligheidskader te Fiertelen. Met ongeloof nemen ze zondag dan kennis van een officieel door jou toegestane nachtelijke ommegang in light-versie. Zonder schrijn maar met een reliekenhouder. Door een select kransje uitverkorenen van de burgerlijke en religieuze Fiertelinstanties. Clandestien met bellengerinkel en een voorlezer voor de luidop geprevelde gebeden. Door een handvol pelgrims. Close omkaderd door beveiliging: één op één per pelgrim. Met als afsluiter de gemotoriseerde nederdaling van de Kruissens. Finale blijde intrede in ministoet met errond veel blauw door de Wijnstraat. De foto’s spreken voor zich.

Als eindverantwoordelijke voor deze afwijking van je eigen aanbevelingen zal je beter dan ik beseffen dat je op de eerstvolgende gemeenteraad een hoop vragen wachten. Hopelijk bereiken die dan ook via streaming de Ronsese huiskamer en worden de vragenstellers niet weg gezapt. Of er ook echte antwoorden volgen, is maar zeer… de vraag. Wat er veeleer zit aan te komen, is het wierookvat voor de geredde traditie en de doofpot over dat flagrant voor de gek houden van de Ronsenaars.

Maar hoe dan ook, Luc: hoe moet dat nu verder met je geloofwaardigheid als burgervader? Bijvoorbeeld bij je eerstvolgende veiligheidsaanbevelingen aan de Ronsenaars omtrent pakweg een heropstoot van het virus?
Hoe moet het nu verder in je vergaderingen van het schepencollege? Bij je volgende bijeenkomsten van de gemeenteraad?
Heb je Ronse na dit alles eigenlijk nog zelf wel echt in handen? Twee van de schepenen uit je eigen partij en zeker niet van de minste (Jan Foulon en Joris Vandenhoucke) melden op de sociale media alvast van niks te hebben geweten over de hele maskerade (zonder coronamasker) die al twee maanden in besloten kring is voorbereid. Er is geen reden om aan hun woord te twijfelen.

Joris Vandenhoucke ziet het zelfs helemaal niet meer zitten om voortaan zijn sjerp als flagrant gepasseerde schepen nog te omgorden in de Fiertelstoet. Hoe zou je zelf zijn?
En dat ook Jan Foulon, één van de topkandidaten nochtans voor je opvolging, ook straal is voorbij gesneld zegt veel zoniet alles over de ware werkbaarheid binnen je schepencollege …tuupe vuir Ronse.

Hierna alvast een greep uit de vele vragen die vandaag bij de Ronsenaars en de fidele Fiertelaars blijven hangen.
Wie schreef dit dolgedraaid draaiboek? Wie werkte het uit en hoe? Is de uitwerking exact wat sommige initiële initiatiefnemers met hun, toegegeven mooie sobere nobele zeer beperkte en discrete traditiegetrouwe bedoelingen voor ogen hadden? Of kreeg dat achter hun rug en buiten je eigen wil om een heel andere invulling? Wie trok daarbij het laken helemaal naar zich toe? Wie schoot onder de duiven van de ander? Wie wou met alle eer gaan lopen? Wie passeerde wie? Wie veegde zijn voeten aan je eigen aanbevelingen? Wie betaalt de rekening? Had je bij elke fase ervan de eindcontrole erop? Zo nee wie passeerde je?

Zwijgen om bestwil is deze keer geen optie. Je kan al je stadsgenoten niet laten opdraaien voor de machtsdrang, de ambities, de ijdelheid van vrijbuiters met last van machtssyndromen om je heen.

Als jijzelf, de rector, de aloude Fiertelinstanties, tenminste twee van je eigen schepenen en tenslotte (door je eigen aanbevelingen) ook alle Ronsenaars tuupe, voor de zotten van Hermes zijn gehouden, dan kan je hier niet besluiteloos op toezien. Zomaar omheen je eindverantwoordelijkheid alles toedekkend met de mantel der barmhartigheid. Ook al draai je als burgemeester daardoor dan zelf op voor de kietelende ambitie van een ander.

Het ere-burgemeersterschap van Ronse heb je al lang dik verdiend, beste Luc. Voor je plaats in die erekoets volgende Fiertel zie je het zelf maar. Ik neem aan dat je genoeg eergevoel hebt om ervoor te bedanken. Ik ken je al van bij onze scoutspatrouille. Een scout is fier en op zijn eer te vertrouwen. Weet je nog?

Hou die eer aan jezelf Luc. Eer anderen er helemaal mee aan de haal gaan en je zeer verdienstelijk onvermoeibaar levenswerk voor Ronse verknallen met hun eigen amper verborgen agenda : je burgemeesterszit.
Het leven is kort en zoveel meer dan macht en schone schijn. Misschien wordt het nu wel tijd om, na vier vruchtbare mandaten, je opvolging in eigen partijkringen echt uit te klaren. Al heeft de Ronsese kiezer natuurlijk nog altijd het laatste woord. En gelukkig maar.
De rekening voor deze enorme blunder van je bestuurlijke dichte entourage zou de kaarten zowel voor je meerderheid als voor de oppositie wel eens heel grondig kunnen herschudden. Met of zonder al deze vervelende vragen, hier of elders.

Hermes beleest
noch geneest
de Ronsenaars
zelf
omdat ze
het voor
niks nodig
hebben
bijlange
niet zot zijn.


Aan Luc Dupont
Burgemeester van Ronse.

12 mei 2020

HERMES IN HET HART



Wat ik van haar nieuwste parel vind, vraagt me Anne Meersschaert.
Haar twijfel is die van volbloed kunstenaars met haar klasse. Onbegrijpelijk voor onvoorwaardelijke fans van mijn slag, al vanaf haar eerste penseeltrek over de Fiertel.
Haar aquarellen met schrijn, bellenman, dragers, marechaussee: ik was er altijd al ondersteboven van.
Subtiel zet ze onze diepste Ronse roots rond onze getorste traditie in die unieke Fiertelsfeer om tot sublieme gedeelde schoonheid. Met onweerstaanbaar hoog inlevingsgehalte.
Haar werk, fijntjes en vakkundig verwerkt tot staptegeltjes in opdracht van de Maatschappij der Dragers en Bellenmannen, siert sindsdien verdiend menige Ronsese stek.
En zie, samen met de onzekerheid die haar allicht altijd wel blijven kwellen zal, geef ik hier (met haar goedvinden dat spreekt ) bij wijze van primeur haar nieuwste ovenverse schitterende creatie mee. Voorbestemd voor alweer een volgende staptegel in de mozaïek van schoonheid die ze in al haar bescheidenheid bijeen penseelt.
Wat ik ervan vind? Fantastisch Anne, schrijf ik haar terug. Al wil ik met mijn onvoorwaardelijk enthousiasme vooral de broze dagdroom niet verstoren bij het gewoon stil genieten van haar werk. Door al wie zoals ik Hermes en zijn Ommegang diep in het hart heeft zitten.

SCHRIJFSTEK.
Dagboeknotities.

MAETERLINCK



Bij elke lenteschoonmaak bezorgen lieve lezers me vergeelde documenten opgediept uit hun nalatenschappen. Deze lente is dat niet anders. Dus doorblader ik onder mijn zonovergoten plataan een zoveelste stambomenonderzoek naar illustere Ronsenaars.
De famille d' Anvaing de Vallemprez had hier burgemeesters (in 1687) en schepenen (in 1701). Jéhan d'Anvaing klinkt daarin als een géant. Anders dan Jéhanne , gedoopt in Arc in 1596 en zes jaar later al opgenomen in de eeuwige zaligheid het schaapje.

Ik dacht aan haar toen ik op mijn koersvelo langs de nieuwe schrale kruiskegod fietste waar je dat gedoe hebt met graaf de Béthune zijn taart in de Fiertel.

Bij d'Anvaings werd er gekweekt gelijk bij de hazen die uit vers geploegde velden voor mijn wiel komen springen rond het Kwaremontse Rattenkasteel. Louis d'Anvaing moet een Vlaamse reus geweest zijn , als Picardiër. Zijn kroost leest als een litanie. André, Cathérine, Marie, Anne, Elisabeth, Jeanne, Anne-Marie, Gilles, Jean-François, Lucas, Louis. En al wat werd (toe)gedekt met de mantel der liefde na alweer een bloedheet jachtseizoen.
De marraine van Elisabeth, gedoopt in Ronse op 17.4.1624 was een Kiekenpoot. Al vraagt zoveel grandeur gaandeweg om een vlotte notariële verschrijving. Van Kiekenpoot naar Quiquenpoix is het maar een doperwtje inkt. Et ça fait mieux que 'Dame Kiekiespuut'.
Zo dommel ik stamboek na stamboek de petite histoire van Ronse in. Tot ik als gepatenteerd hangoudere wakker word, de neus op de stamboom van patriarch Abraham Maeterlinck. Geboren in Ronse 'rond' 1610. En wie schuift daar ettelijke konijnensprongen verder onder mijn wijsvinger?

Jawel. Maurice Maeterlinck.
Geboren in Gent (en daar is als Ronsenaar zeker niks mis mee) in 1862. De weg van alle vlees gegaan in Nice.
Als gevierd 'littérateur'.
De Blauwe Vogel. Pelleas en Mélisande. Alladine en Palomides. Aglavaine en Sélysette. Ariadne en Blauwbaard. Het wonder van Sint-Antoinius. Jeanne d'Arc. Zijn oeuvre klinkt als een Ronsese stamboom vol progéniture automatique.

Graaf geslagen in 1924.
Nobelprijs literatuur in 1911.

Een nazaat uit Ronse! Mijn hangmat gaat er van walsen! Zie van zo'n niemendalletjes wordt het leesbeestje in mij volkomen lenteblij. Maurice Maeterlinck! Van oorsprong een Ronsenaar! Langs vader Abraham dan nog! Misschien kunnen we toch maar beter een Ronsese ruelle zijn naam meegeven. Een beetje symboliek rond de basiliek staat altijd chic.

Schrijfstek.
Dagboeknotitities.

30 april 2020

MALEDETTA PRIMAVERA

Dat we ze
missen:
hier en aan
de schoolpoort
op het voetbal
na de dansles
overal waar
hun luchtbellen
ons leven mooi
maken en
zo zinvol
putain
de virus
maledetta
primavera.


Schrijfstek.
Dagboeknotities.

HET KLOKKENSPEL VAN HERMES



'We slaan ons hier wel doorheen', glimlacht ze me toe. 'Toujours sourire'.

Haar blik zit vol tederheid. Ze speurt naar de eerste meiklokjes in de binnentuin van ons besloten wereldje aan de Steenbrugge. Ik ben haar 'krotje', de benjamin onder 'haar beren' zoals ze ons, mijn drie grote rebelse broers en ik, noemt.

De eenzaamheid die ik op dergelijke dagen voel knagen achter de tule voor haar zachte ogen stopt ze trots voor me weg onder een lichtjes gekantelde nieuwe hoed (met twee lentefrisse lelies in het gekrulde gootje, een dartele duif ertussenin).

We delen het gemis van dezelfde grote afwezige. Zij haar man, ik een vaderfiguur zoals de andere jongens van de klas en al de andere wolfkes in ons nest van de patronage aan de Hoogstraat.

Monter trekt ze met mij naar de opgesmukte Sint-Hermes die mooier oogt dan ooit, vol heerlijk ruikende imposante bloemstukken.

Ik steek in mijn uniform van welpje bij 'De Ridders van de Fiertel', een sparadrap op de rechterknieschijf. Fietsen is dan al een opgave.

Luid klokkenspel verwelkomt er ons, verbreekt voor even de kilte van haar nachten zonder man.
En de mijne zonder papa die ik mijn Dinky Toys tonen wil.

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

HET EINDE VAN DE WERELD

HET EINDE VAN DE WERELD



'Papoe is het echt waar dat...'
'Ze zeggen ...'
'Ik hoor op mijn laptop ...'

We zitten vijf straten van mekaar te whatsappen. God wat wil ik zijn achteloos tussendoor gelardeerde angst weg walsen met een stevige knuffel. Zeggen dat ik hem graag zie van hier tot bij die zestig satellieten in de sterrenhemel en terug.

(Zoals mijn bompa op dat bankje, wandelstok vol Zwitserse schildjes met Berner heraldiek en berenromantiek in de rechterhand, me een leven geleden zei dat kereltjes van tien niet droevig horen te zijn of bang van wat dan ook. Samen onderweg naar dat stipje onder zijn enorm vergrootglas, de Jungfrau).

Hij floept nu en dan weg van mijn scherm. De boosterplug boven die het weer niet doet. Klotetechniek die mijn phony lockdown bestaan als overjaarse puber vergalt met wegschuivend smartphone gedoe.

'...dat die corona
het einde van
de wereld wordt..'
Denk ik dat ook als papoe?

(Ik als ervaringsdeskundige met mijn lange staat van gevarieerde angsten omtrent oorlog, ziekte, taksen en Trump. Ik als melancholisch romanticus met never ending liefdesverdriet? )

Wat ik ervan denk, lieve jongen?
Dat dit de Derde Wereldoorlog is.
Een die we niet hebben zien komen.
Met een vijand van binnenin.
Maar een oorlog die we gaan winnen.
Maak je vooral geen zorgen zeg ik hem .
Alle kinderen zijn safe .
Het virus richt zijn kanon veel hoger.

Hoe hoog vraagt hij.

In elk geval hoger dan voetballertjes van tien. Maar de vijand heeft bondgenoten. Er zitten verraders onder ons die hun gat vegen aan onze veiligheid.

Hij proest het uit omdat ik gat zeg.

'Echt?'
'Echt'.

Je kan het zo gek niet bedenken of ze doen het. Knoeien met maskers. Zichzelf verrijken met nep. Maar winnen zullen we.
Ik krijg een dubbele duim. Nu moet hij wel dringend gaan sjotten met zijn papa. Hij mist de competitiematches met zijn vriendjes.
Het einde van de wereld wordt uitgesteld.

Dit vanwege een schitterend doelpunt. Rechterbovenhoek. Millimeterscherp.
Gooooooal! Van Kevin Debruyne.
Ha bon. Wat dacht ik wel. Dat zijn wereld stil zou vallen omdat de mijne vergaat?

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

WIE SCHRIJFT...



Licht ontvlambare entourages van voorlopig verkozenen des volks
met acute last van onvoorspelbare afwijkende meningen en gezagsontrouwe standpunten vragen zich vol nauwelijks verhulde gevoelsgeladen bijbedoelingen in sluipende gifmailtjes al eens af waarom ik me dan zelf nooit verkiesbaar stel.

Omdat ik in dit moeizaam doch volkomen vrij blijvend schrijvend bestaan mijn warme kring van fidele lezers verkies boven hun galmende legioenen efemere kille kiezers.

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

02 april 2020

HEBZUCHT IN TIJDEN VAN CORONA

Nobelprijswinnaar Albert Camus toont je meesterlijk wat het doet met mensen zo’n besmetting. La Peste verscheen in 1947. Het is alsof hij het nu schrijft.

Ha, we dachten dat we net zo formidabel konden worden als Trump met zijn dikke viltstift en zijn onderwijl radeloos naar Trudeau ogende al te perfecte first lady.

Dat niks ons overkomen kon. Wij met onze globale constructies en belastingvrije paradijsjes alwaar the sky the limit is, onderweg naar me and myself. Met zijn allen bijeen aan de goede kant van het recht van de sterkste. Wij, de winnaars in de meedogenloze survival of the fittest.
En zie alle giftige tweets ten spijt wordt onze hubris helemaal onderuit gehaald door een 'pandemietje', een soortement ‘griepje’.

Wat het doet met een mens? Hoogmoed en hebzucht in tijden van corona? Dodelijke fuiven. Hamstergedrag. Elk dat eigen maskertje. Miljarden dividenden voor de groten van de bank, verboden banken in gesloten speeltuinen voor de kleintjes op straat.Na de Brexit van Boris nu de finale exit van de Europese eenheidsgedachte. Met dank voor de tulpen uit Amsterdam. Bella Ciao.

Daartegenover staat de hartverwarmende terugkeer naar al het ware het goede en het schone in de solidaire mens. Witte vlaggen alom. Spontaan applaus voor elke genezing. Balkonserenades en knuffelbeertjes.

Volkomen rehabilitatie van de zorgwereld. Meer middelen voor research. Weg met de farmamaffia die vaccins, redding en soelaas in de weg zit.
Wie wou daar ook weer het middenveld helemaal wegwalsen met stoere prietpraat? Haastig bedden bijeen sprokkelen voor intensive care, jawel. In extremis Rode-Kruis tenten en veldbedden bestellen, jawel.

Daarin, als van een wijze Prediker in de woestijn, die ene schreeuw vol diep doorleefde verontwaardiging van de door zichzelf verbannen oorlogschirurg Reginald Moreels. Ver weg van zijn al te machteloze staatssecretariaat voor Ontwikkelingsamenwerking. Armen en benen naaien op het oorlogsfront. Ledematen, afgereten door de eindeloze dodelijke drone-spelletjes van de blinde monsterlijke olie-en geldmachten.

Maar ook alle warmte en schoonheid van vrienden om je heen. Die je mailen, hier of helemaal uit Polen. Of alles kits is met je. Die je schrijven en bellen, je hun angsten en nachtmeries kwijt willen. Die al hoopvol uitzien naar, maar tegelijk toch beginnen te vrezen voor de eeuwenoude Hermes-ommegang samen.

Klasgenoten die dit voorjaar gevierd zouden worden. Die zwaar geïnvesteerd hebben, nu hun zaak dicht weten. Vrienden waar je, afgesproken, naartoe zou rijden deze zomer. Naar hun mooie gîte in de zon. Naar hun vakantiehuis in de bergen. Naar hun verblijf aan zee.
Kinderen die je nu alleen nog vanop afstand zien kan. Op je smartphone. Kleinkinderen met sterretjes in en om de pretogen, ET-smoeltjes uit hun trukendoos.

Een lege goal in de tuin zonder aanstormende scorende Kevin De Bruyne. Een verlaten bal, week na week wachtend op knallers in het net. Een doel, maar zonder de ouwe Buffon tussen de palen. Verjaardagsfeestjes in conference call.

Buren die vanop voorgeschreven afstand dichter dan ooit tot mekaar komen. En hoe mooi het landschap hier toch is. Theaterprogrammatie die wordt onderbroken, boekvoorstellingen die zijn doorgeschoven, vernissages die worden afgebeld.

Tot na de hoogmoed.
Tot na de hebzucht.


We dachten dit,
we dachten dat
en we vielen
met zijn allen
in een zwart gat.

Maar het komt
allemaal goed
erna leven we
samen
zoals het moet
in liefde
en tederheid
en al wat er
echt toe doet.

Na de piek
wordt niemand
nog doodziek.


Dagboeknotities.

DE FIERTEL IN MIJN KOT



Om de mensen op te vrolijken, speelde de beiaardier van de Hermesbasiliek allemaal liedjes op aanvraag. Ik bestelde 'Van God los' van Stijn Meuris.
Het klonk als een vloek in de kerk die op bevel van het crisiscomité vastgetimmerd bleek. Het was op een Drievuldigheidszondag, de week na Sinksen.
De ommegang ging door. Dit ondanks de omstandigheden. Bedevaarders volgden het schrijn één na één in een lange file. Zoals bij de bakker: veilig op anderhalve meter van elkaar. Allemaal met zelf geknutselde pestneuzen op, als in een schilderij van Jeroen Bosch.

Elke stop op de Fiertelroute werd geschrapt, elk samenzijn gemeden: ook de traditionele taart in Wattripont. De twee oudste dragers, die zelf eerder dat jaar nog met de bellen naar de catacombe van Hermes in Rome waren getrokken ter erkenning van de bedevaart als UNESCO-wereldergoed, hadden een enorm draagstuk op paletten getimmerd van wel twaalf vierkante meter. Zo dat belders en dragers op veilige afstand van elkaar het schrijn torsen konden.

Aldus trokken dragers en bellenmannen van de Maatschappij met de relieken van Hermes door het onwezenlijk mooie doch lege landschap rond Ronse.
Het was geen zicht. Maar de traditie bleef overeind. Een Fiertel stel je niet uit. De Ommegang is geen Ronde van Vlaanderen. Dat zijn de Olympische Spelen niet.

Aan de Kraai werd het moeilijk. Te stijl en te eng. Er werd gevreesd voor kanteling der heilige knoken. Twaalf vierkante meter, dat is als een verplaatsbaar podium voor Marco Borsato in het Sportpaleis. Doch het lukte, met gekreun, geknars en geprevel.
Zelfs de vlucht voor de geuzen aan het Muziekbos bleef die dag als traditie gaaf en gered.

Evenals de afsluitende speech van de voorzitter der Dragers en Bellenmannen, op meer dan veilige afstand van mekaar, bovenop de Kruisberg aan de kapel van Eeuwig Durende Bijstand. Hij dankte zijn twee anciens vooraan in de file (waarvan de staart voorlopig nog in Rozenaken hing) voor het ronduit geniaal genoemd palettenwerkstuk.

Daarna trokken we tuupe maar apart terug naar de gesloten basiliek beneden in het dal. De beiaardier tokkelde 'Mien schuun Madleenekie' van Tavi bij wijze van afsluiter.

Wat een mens al niet droomt, lachte Borsato me nog na, bij het lastige ontwaken in mijn kot.

Nachtboeknotities.

05 maart 2020

DE CANON VAN RONSE



Stel dat je gevraagd wordt Nieuwe Ronsenaars uit pakweg Kortrijk, Antwerpen of Lierde een Snelcursus Ronse te geven, hoe begin je eraan? Best alle levende Ronsenaars schrappen, van je lijst bedoel ik. Neen, liefst geen levende wezens: anders krijg je gegarandeerd alle kabinetards, gesubsidieerde communicatiestrategen en andere trollen over je heen.


Hierna ten behoeve van ontdekkers en bezoekers mijn Canon van Ronse. Niet dat die je vlotter over de trottoirputten van de Aatstraat helpt of overeind houdt op de spekgladde tegels van de Stationstraat. Niet dat de binnenkant van de Square Mouroit voortaan niet langer misbruikt wordt als linke afsnij-voorrangssnelweg. Niet dat de bewoners van de verkeersvrije Oude Vrijheid morgen eindelijk hun internetbestelling besteld krijgen. Niet dat het zwaar vervoer het hart van Ronse geen verkeersinfarct meer bezorgt. Niet dat Ronse morgen geen labyrinth meer is vol TEC ophaalschoolbussen. Niet dat het Rooseveltkruispunt plots geen ontwarbaar kluwen meer is waar de ene op de andere wacht.
Toch is mijn boude verwachting dat zo’n Canon in tijden van vermeende eigen ‘identiteit’, ‘eechte Ronseniers’ en meer van die nostalgieke gezwollen gebakken lucht je desalniettemin verzoent met het al te vaak vermaledijde doch gaandeweg herboren prachtige Ronse. Een stad zoals er geen ander is.

1. De Fietoo.

De schuune crypte mei ‘t zootenboek. De Basilieke mei den deiken da noa promoverd ees tot recteur, ziene katekooster en ‘t klookenspui (bauven heur huufd wuiteverstoen). Troomoo & Floatsie. Ces Seigneurs de la Zielde . ’t Fietoocomitoat uilk mei ne groenen band op den boak. Den builder en de droegers van de Maatschappoae mei nen ruuen band oop den boak( da kaan pieken zeu).
’t Muziek van de Pompiers mei grute bierentoepen, soefoost.’t Schuun eerekie van de Fietoo bauven an den Bietoo. De Proceessie mei schune kliedsookies vaan vroeger. Amandus op Adidas van vandoege . De beivoerders mei bloeren oop heuren dieken tien. De zoumerkirmeesse ’s noeviest mei veetebolen.

2. De Boomoos.

Mootie, le président-fondateur des Bonmoss (ne dites jamais Bommels).
’t Boomoo Comitoat. De Kuinenk en zien Kuinengiene. De Boomoofieste. De Boomookies. De Zote Mondaag alliene vuir d’eechte Boomoos. De verbranden boomoo. Gien vierwirk moer ’n schunne bestroelenge bauven ’t staadhoas. ‘n VIP tente vuir de blauwe boeskies van Broekoo en Froessen.

3. De Pompiers vaan Ronse.

Wa zoe Ronse zoan zonder oes pompiers en heur grute spiete? Ha bon. Op de Fietoo. Tuus ’n serenadekie oof twee an den Bluten Pompier vuir de gesnuivoode Ronsenierst. Oos ‘t ieverst brandt. Oof ge zit mei weespen ien oa beede. Oof der liegt nen buum auver de Kroassies. Kuint zien daade heuren kalender kuupt. Oof ge goet moa huren mei de grute sireene.

4. De Champeeters vaan Ronse.

Ge ziet ze niet vel want t’ees noa minder blauw op stroete, ze zieten in Brussoo zonder censkies. Moer zeure zien oa geudegans ien close-up vaan ien heuren bureau duir de camera cachée onder de cornissie van den Taap. En schuune manieren hein manekie. Mei oa onnuuzo petarkies. Aaliest dade zeegt zoade zuive en d’abord ge wordt gefilmerd vaan oop heuren boak.

5. Hugerleucht.

De klinieke. Vroeger woeren de nonen doer boes. Eddy Merckx moost doer ale joeren zienen boekei goen ontvangen van Zeuster Receptie, oos ’t Criteirium noog toerkies rond den Hugerleucht droejdeget. Noa ees de Klinieke van Hugerleucht veere de gruutste fabrieke van Ronse, aachter dan ze wui iesties ’t Hospitoo gelikwiderd heen d’ulekoords. ’t Scheunste en beeste moederhoas van geu Vlonderen. Paast moer op dat noa zuive nie gelikwiderd wordt. Buuneklakers, paast doer vaan oop.

6. De schaulen.

Den Ecole Moyenne. ’t Collezei dan ze noa Campus hieten kweestie van ’t spui ‘n betsie op te bloezen vuir de concurrentie. In ’t collezei geluven ze noog ien god. In den école moyenne ees god jamerloak genoeft komen te goen. In de 'Campus' Glorieux muigde der van poazen wa daade der zuive vaan poast . In de Sancta Mààària waas ter vroeger vrie schuun vook vuir de zoeterdagoevend in de Koobe den bamba mei te droejen.

7. ’t Klie Moertsie.

Schuune gerestaurerd. Wui mei vel boote stienen. D’ouwe Kliene Kirke ees magnifiek. De Grute Kirke kaan van bienen ’n lekskie vierve beizegen. ’t Plaksoo komt geu loos. De Hoalege Rita valt oest oop oa huufd op begroevengen. Moer da komt alemoele ien uirder mei veete subsidies van ’t Vloms gouvernement. De kirkfabrieke van Andrei Beelenck mei zienen langen oerm vaan ien Ronse tot ien Rume ees doer mei beizeg.
De Memlinc wordt uuk gerestaurerd, zonder subsidies. En Uutvercoren goet uuk weire ne kier aupen. Mien tante Leene zoe hier verzeikerst niet meer bekenen. Hier vrindienen, de wiete en de zwarte Madame Carlie uuk niet en Madame Van Hassoolt van de Garage uuk niet en Fernand de factuir uuk niet en zien pronte blonte doochter op ’t bankskie in ’t parkskie zeikerst niet. (Geif moa nen bees. Vuir da’t te loet ees).

8. The streets of Ronse.

De Stauk, de Floréal, de Germinal, de Schuidekouter, de Spinstersstroete, de Grute Maroave, de Kliene Maroave, Cité Bara, de Kloape, ’t Schavoert, de Fietoomies, den Blauwen Stien, de Poeters, de Rue Muitse, de Kroassies, de Stienwieg op Uiseile, de Lange Hoege, de Kapeelekouter…Wietentaak. Schune. Mien herte wiepoot auver en ’t weire.

9. De Gruten Moerkt.

Kiekies, koes en geile ruzen en pijamats oat grute duzen. Dieke moosssoos, veesche vies. D’Harmonie zet stoelen boaten. Den Bourse en de Local goen noog nie sloaten wa zoen ze. Den obelisk zit zonder leucht. ’t Kloert ien Ronse. Nen nieven daag. ’t Ees moerkt ien Ronse.

10. Tavi.

Loet oes noa drumen vaan Ronse
aliest da komt en doer nie mier ees
Tuus oop oes twie uren schloepen
oes tuupe gieren zien en ’t za wui goen.


Schrijfstek
Dagboeknotities.

27 februari 2020

DE TWEE VAN KWAREMONT



Twee klasgenoten,
twee schatten
van mensen,
twee companen.

De ene, Jan Leenknegt , gevierd en geprezen kunstenaar die zijn broze glazen schoonheid bevrijdde uit de aloude glasramengotiek en mystiek. Vandaag pure schoonheid als meerwaarde voor zijn zelf gekozen adoptiestad Ronse.

De andere, Piet Willequet, succesvol landschapskunstenaar die zichzelf herschilderde tot inmiddels internationaal befaamd Sculptour- galerist en van de Kwaremont een must maakte om iets heel anders dan koers.

Verwondering voor kunst
in het sublieme droomlandschap
van onze gedeelde
jongensjaren samen daar.

Eind maart wordt Piet zeer terecht door Kluisbergen gelauwerd als Culturele Persoonlijkheid van het jaar.

Diepe buiging voor mijn twee getalenteerde klasgenootjes van Kwaremont.

'Schrijfstek'.
Dagboeknotities.

25 februari 2020

JAN LEENKNEGT



Kunst en kleur heeft hij van kindsbeen af in dat droomkopke van hem zitten, mijn minzame klasgenoot en 'nieuwe Ronsenaar' Jan Leenknegt, uit het Kwaremont van vader Michiel. Voor onze schoolmeester in het Sint-Antonius van Padua college kleurden wij met zijn allen hemeltergend saai en maar al te gedwee de tekenopdracht, een korenveld, zoals aangemaand netjes binnen de lijntjes van ons 'De Zaaier' schrift, de tong vlijtig in een punt. Niet zo voor Jan Leenknegt. Wat hij er speels mee deed, oogde totaal anders. Puur natuur, dan al uit de kunst. Al wisten we toen nog niet waarom.

De wind walsend
door dat korenveld,
puur natuur
als in een meesterwerk
van John Steinbeck
om het voor een
keer niét over Salinger
en diens Holden Caulfield
in het graan te hebben,
al zou je het voor minder.



Stonden wij daar schoon te blinken met onze voorspelbare stomme punten. De kwotering 'vuil' voor Jan daarentegen was - in de wereld van mensen met ook maar een beetje inleving en verbeelding - authentieke schoonheid die later ver van het bekrompen en verstarde schoolkader gelukkig helemaal vrij openbloeien zou tot ons aller genoegen.

Dat Jan Leenknegt
gaandeweg grenzen verleggend
zijn glaskunst wist te bevrijden
uit de eeuwenoude gevangenis
van gotiek en mystiek
vind ik zijn grootste verdienste
.

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

24 februari 2020

CHEMIN DES PENDUS



'Je dagen beginnen serieus te korten', hoor ik mijn boezemvriend decreteren tussen twee Spotify-dreunen door bij wijze van verjaardagfelicitatie. Alsof hij het heeft over mijn meerbeurtenkaart voor het zwembad, hoeveel baantjes ik nu nog (t)rekken kan.

Ik ben op wandel langs de nieuwe Kerkhofweg achter de volop gevierde basiliek van Hermes, kant dodenmonument. In de volksmond 'Den Bluten Pompier'. Vroeger lag hier een galgenveld, bloeddorstig van knoken voorzien door de genadeloze grootinquisiteur met zijn beulen. Brandstapel of strop. Ik zie het zo voor me.

La ballade
des pendus.
Frères humains
qui après nous vivez…

(Ik hou van een mondje 'beau langage'. Al was het maar om de radicale Vlaamse vrienden om me heen tijdig te voorzien van alweer een hap heilige verontwaardiging omtrent mijn schaamteloos geschrijf).

Kerkhofweg
Kerkhof weg

Bitter en bot
betoverden
zeloten de
zieken en
zotten
met god
en gebod
alle dolenden
en dwalenden
met belezing
besprenkeling
toorn, vlammen
en schavot.


'Chemin des pendus' had hier als nieuwe straatnaam anders mooi kunnen bijdragen tot het griezelgehalte van de crypte en de knoken die er spoken.

'Voor mijn dagelijke zonden vol genietingen en genot (geruisloos Toblerone en Nougatti uit de snoepkast ) wil een mens best branden in het Danteske vagevuur', zeg ik mijn maat.

Ik bevind me bij de gigantische Bellenman, bewonder er de vordering der werken, naast het Kapittel, Kerkfabriek de andere inquisitoire cenakels van Octopus Dei achter vlammend glas in lood.

'Het vagevuur hebben ze al lang afgeschaft'corrigeert hij me. 'Voortaan is het of de zevende hemel of de hel'.

Zie je wel, zeg ik hem: het middenveld moet er tegenwoordig overal van tussen. Alleen nog extremen.
'Denk daarom, meer nog dan weleer, aan je uitersten', gun ik hem het laatste woord. Als steeds tussen ons.

'Schrijfstek'.
Dagboeknotities.