17 oktober 2018

MIJN TUIN VAN HEDEN

VAN ALGORITMEN, TOVENAARS EN PROFETEN



Algoritmen filteren de bubbel waarin ik blij door mijn ‘Tuin van Heden’ stap. Uit onderzoek van Google blijkt dat het algoritme van Facebook nu al beter is in het beoordelen van mijn persoonlijkheid, mijn familieleden en mijn vrienden.

Bij 86.220 vrijwilligers had het ingeschakeld algoritme 10 likes nodig om de antwoorden op honderd gestelde vragen beter te voorspellen dan de collega’s, 70 om het beter te doen dan vrienden, 150 likes voor familieleden, 300 om de eigen echtgenoten te overtreffen. Bij toekomstige verkiezingen zal Facebook onze politieke mening kennen, weten wie de cruciale zwevende kiezers zijn, hoe die naar ‘het andere kamp’ gelokt kunnen worden.

Volgens biologen spelen ook mijn herinneringen, voorstellingen en gedachten zich niet af in hogere, immateriële sferen, maar bestaan ze eveneens uit lawines van elektrische signalen van miljarden neuronen. Volgens hun nieuwe dogma zijn ook onze organismen algoritmen.

Maar is er wel een algoritme dat mijn gevoelens van verwondering, vreugde en verdriet bevat? Tot vandaag heeft bij mijn weten niemand de liefde onder zijn of haar microscoop gezien.

Wat moet je bijvoorbeeld met je microscoop bij marteling en verkrachting? Vanuit zuiver neurologisch perspectief zie je biochemische reacties in de hersenen , gaan er elektrische signalen van één klompje neuronen naar een ander. Het verklaart nog niet waarom marteling en verkrachting verkeerd zijn zonder daarbij te verwijzen naar de subjectieve gevoelens van pijn en de ethische bezwaren.

Mijn ‘Tuin van Heden’ wordt bevolkt door tovenaars en profeten. De profeten van mijn tijd waarschuwen voor dreigende tekorten aan schoon drinkwater, landbouwgrond, fosfaat, wijzen op de vervaarlijk stijgende concentratie van CO2 in de atmosfeer. Tovenaars beantwoorden de profeten met vertrouwen in de menselijke vindingrijkheid, het vermogen om problemen aan te pakken en op te lossen.

Profeten vinden het een illusie dat je 10 miljard mensen voeden kan met industriële landbouw omdat de milieuschade veel te zwaar is. Tovenaars vinden het een illusie dat je het kan redden met biologische landbouw omdat die veel te veel ruimte in beslag neemt.

Profeten zijn beducht voor concentratie van economische en politieke macht. De tovenaars hebben vertrouwen in de vrije markt, zeggen de natuur net zo te waarderen als profeten, focussen ondertussen op efficiëntie.

Tovenaars vinden kernenergie interessanter dan windmolens en zonnepanelen. Profeten baseren zich op waarden. Radioactief afval is gevaarlijk en kan nooit veilig worden beheerd. Het is dus immoreel de toekomstige generaties op te zadelen met oceanen vol radioactief afval.

Voor elk argument pro van de tovenaars is er een tegenargument van de profeten. Misschien komt het algoritme ons vertellen wat ons staat te doen.

God is een algoritme. Becijfert het algoritme.

‘Mijn Tuin van Heden’.
Dagboeknotities.


‘De Tovenaar en de Profeet’. Charles C.Mann.
‘Homo Deus’ Yuval Noah Harari.

08 oktober 2018

BRIEFGEHEIMEN

VAN DE WAANZIN
VERLOS ONS, HERMES.




Als de auguren Ronse gunstig gezind zijn, wordt in de ambassade van de Heilige Stoel in Rome tussen de stad Ronse en het Vaticaan op 14 november een Memorandum Of Understanding (MOU) getekend. Een verdrag om de band tussen Ronse en Rome te versterken. Met jou als verbindende figuur.

Het huidig stadsbestuur van Ronse houdt hiertoe, zo verneem ik uit goede bron, 10.000 euro klaar om te investeren in je Romeinse graftombe. Als de auguren van Rome en de augurken van Ronse onze geliefde stad ook nog samen ten tweede male gunstig staan, dan wordt jouw heiligdom hier in Ronse (zoals ik mijn fidele lezers eerder al meldde) zeer terecht verheven tot Basiliek.

Hermes, bij al deze politieke en diplomatieke maneuvers achter de schermen richt ik dit schrijven tot jou achter wiens knoken ik nu al meer dan een halve eeuw aan stap. De jongste decennia direct achter de bellenman en de dragers van het schrijn. Tot mijn oren tuiten van de afgedreunde paternosters en al mijn onzekerheden verstuiven in de lentepollen en de mysteriën des ongeloofs. Wat je ons Ronsenaars met dat ritueel, met jouw schrijn, met de wonderlijke klanken van de bellenman erachter schenkt, valt met geen kettersboek te beschrijven.

Jouw Bellenman heeft nu zijn nieuwe erestek gekregen aan de entree van onze Oude Vrijheid. Het hartje van Ronse rondom jouw crypte wordt helemaal weer mooi gemaakt. Zo bouwen we als Ronsenaars altijd voort aan de toekomst van onze traditioneel onthaalvriendelijke stad . Zoals in vroegere tijden talloze pelgrims van hier en elders bij jou soelaas vonden om samen de waanzin te bedwingen.

Waanzin die
met of zonder ergotisme
van alle tijden is.
En van alle streken.


Hermes, ik hoop oprecht dat het lukt.
Met dat Vaticaans Verdrag en die Basiliek.
Ver van de grote en kleine politiek.
Ver van de kliekjes en de geheimdoenerij.
Ver van de coulissen-dramatiek.



Ik hoop dat je Ronse mee stuwt in de vaart van de heropstanding.
Ik hoop dat je de Ronsenaars bevrijdt van vijftig jaar vernedering en insluiting.
Ik hoop dat je de stad Ronse haar Oude Vrijheid terugschenkt die haar door de kleine Ronsese rivaliteiten en de grote Brusselse politique politicienne is afgepakt.
Ik hoop dat je de verbittering en het donkere doemdenken wegneemt in deze stad die jouw naam diep in het hart draagt.
Ik hoop dat je met ons, Ronsenaars van hier en elders van Ronse weer die prachtige warme ontmoetingsplek maakt voor alle mensen die van goede wil zijn.


Aan Hermes. Romein en Ronsenaar.

(Foto: Yannic Vancaeneghem.
Illlustratie : Michel Provost).

01 oktober 2018

MIJN TUIN VAN HEDEN

IMMUNOTHERAPIE.



Onbestemde angst is wat we voelen telkens Trump zijn gekke bekken trekt. Wat als die kerel aan de knoppen van de kernkoppen straks de wereld naar de knoppen tikt? Vooral beangstigend, is het besef dat het er - anders dan met Nixon in Watergate - voor Trump totaal niet toe doet wat de Pulitzerprijswinnaar Bob Woodward zoal onthult over diens rock around the clock in het Witte Huis.

De snel weg tikkende planetaire tijdbom is die van Trump zelf geworden. De wereld van Woodward en ‘The Washington Post’ ten tijde van Nixon is inmiddels compleet gehackt, uitgehold door de algoritmen van sociale media, grotendeels herleid tot alternatieve feiten.

Dag aan dag worden we gehersenspoeld om de waarheid zélf te wantrouwen. Terwijl onze gedeelde ervaring en betrouwbare perceptie van de werkelijke wereld net dé conditio sine qua non was voor een gemeenschappelijk streven naar rechtvaardigheid. Beetje bij beetje zijn we gaan twijfelen aan onze onzekerheden en traag maar zeker evoluerende alom erkende wetenschappelijke inzichten. Zelfs het gestage voort schuiven van paradigma’s ('de aarde is plat', 'nee ze is rond' ) is nu vervangen door aangepookte twijfel om zowel aloude denkbeelden als nieuwe inzichten. In ruil voor de nepverhalen van het nieuwe nihilisme en cretinisme.

Wat rest is dat ene dominante survival of the fittest. Dat wordt vandaag alom ingevuld als het recht van de sterktste. Meer dan ooit worden rechtvaardigheid en waarheidsliefde brutaal weg gewalst door genadeloos streven naar steeds meer macht gestoeld op het domdenken van populisme, extremisme en eigen belang in al zijn vermommingen en verpakkingen. Waarbij het middenveld weg moet. Inleving, solidariteit, rechtvaardigheidsstreven, eruditie, echte kennis, degelijk vakmanschap, kwaliteit en inzicht zijn daarbij voor niks meer nodig. Integendeel: ze storen. Stoere quotes en haatpraat moeten volstaan ‘om het helemaal te maken’ en te scoren bij de ene elite die de andere vervangt.

Volgens Susan Neiman heeft ook het al te gratuite postmodernisme daartoe bijgedragen. Was voor postmodernisten (Michel Foucault voorop ) niet elk ideaal de uitdrukking van een of andere onderliggende macht? Diende niet élke oude waarde te worden ondermijnd? Werd niet àlles relatief? Eigenlijk gaf Foucault daarmee gewoon de zoveelste versie weg van Thrasymachus, sofist uit Plato’s eerste boek van De Republiek. Rechtvaardigheid en waarheid worden gereduceerd tot die van de markt door de sterkste schreeuwer. C'est le dernier qui a crié le plus fort qui a raison. A cry for freedom wordt in de remake: A cry for me and myself.

In die zin is Trump de postmoderne schreeuwer van zijn tijd. Met zijn eigen Grote Gelijk. Tegenover de angst waarmee hij vandaag de wereldbol als Charlie Chaplin op zijn handen dansen doet, kunnen we volgens Immanuel Kant maar twee… kanten op. Of we gaan voluit voor rechtvaardigheid. Waarbij we ons vertrouwen stellen in no-nonsense positivo’s die ons en de hele planeet op een dag verrukken met hun veel hoop verwekkende immunotherapie tegen kanker en hiervoor terecht de Nobelprijs voor Geneeskunde krijgen. Of we geven onze eigen kleine en grote wereld uit handen, laten hem over aan schreeuwers van het 'kaliber' Trump, aan al diens klonen en crimiclowns alom ter wereld - tot hier bij ons in Het Oude Avondland toe - met al hun truken van hun heilig verklaarde markt en hun Eigen Belang Eerst.

‘Mijn Tuin Van Heden’. Dagboeknotities.

‘Angst’. Trump in het Witte Huis. Bob Woodward.
‘Filosofisch Veldwerk’. Florentijn Van Rootselaar.

24 september 2018

MIJN TUIN VAN HEDEN

VAN KOELE KIKKERS EN IJSKONIJNEN



Ik heb het helemaal gehad met koele kikkers die ons vanuit hun betonrottorens willen wijsmaken dat al onze gevoelens terug te brengen zijn tot biochemische reacties. Zo te horen wordt verkrachting dan een biochemische kettingreactie met allemaal signalen van de ene neuronencluster naar de ander. Begin bij hen vooral niet over vernedering, woede, wanhoop. Geen van die ijskonijnen heeft bij mijn weten ooit 'subjectieve gevoelens' van liefde en tederheid in de microscoop weten te traceren.

Als schouwtoneel met elk zijn rol
en elk zijn deel kent het leven
geen algemene repetitie.
Uitkijken dus voor regisseurs en souffleurs
die je een opgelegde plot willen doen spelen:
in het voorgeschreven verhaal van een ander.


Kunst doet je pas echt voelen wat een ander ziet, vond Marcel Proust. Pure schoonheid. Glaskunstenaar Jan Leenknegt schetste in zijn schoolschrift als klasmaatje het koren zoals hij het zag in zijn hele beleving: machtig mooi golvend in de wind op de flanken van Kwaremont. Uit de kunst. Wij de stadsmussen tekenden onze korenhalmen als allemaal saaie stokstijve stekjes uit een doosje Union Match. Soldaatjes zonder vuur versus puur natuur.

‘Parrhesia’ wordt ook al eens breed omschreven als openhartige kritiek, bij uitbreiding als vrijheid van meningsuiting. Voor Philodemus is dat een van de belangrijkste kenmerken van ware vriendschap. Philodemus: Het is de taak van een ware vriend openhartig kritiek te leveren.

Er is moed voor nodig
om openhartig
te zijn met elkaar.

(Michel Foucault).

Niks zo groots als iemand te kennen tegen wie je kwijt kan wat er in je hart zit. Het moet dan wel in twee richtingen werken. Voor Aristoteles houdt ware vriendschap in dat je je kwetsbaar opstellen kan en in de binnentuin van je hart kan laten kijken zonder dat je daar achteraf wordt op aangerekend. Een schaars en zeldzaam goed.

In zijn programma ‘Mijn 5000 vrienden’ benaderde de Nederlandse BNN-presentator Tim Hofman zijn Facebook-contacten alsof die allemaal echte ‘vrienden’ waren. Hij kwam zomaar langs op hun verjaardag, bood hen troost alsof hij hen dagelijks bezocht, vroeg hen om hulp toen hij een lekke band kreeg langs de kant van de weg. Verbazing alom was zijn deel.

Voor Aristoteles is ware vriendschap dan ook zo zeldzaam dat je ze eigenlijk maar met één iemand beleven kan als ‘monophilia’. In deze hoogconjunctuur voor veelvrienderij zou Aristoteles ongetwijfeld pleiten voor massale ‘ontvriending’, schrijft Lammert Kamphuis in zijn ‘Filosofie voor een weergaloos leven’. Aristoteles maakt ook een onderscheid tussen drie typen vrienden. De eerste zijn gericht op wederzijds nut. Bijvoorbeeld tussen studiegenoten of collega’s. Vriendschap die verwatert wanneer het nut verdwijnt of de wegen uiteen gaan. Dan zijn er de vriendschappen gericht op het aangename. Mensen met wie je sport of naar het concerten gaat. Ze bloeden dood op het moment dat de gedeelde activiteiten ophouden. De hoogste vriendschap is gericht op het goede: wederzijds genieten van elkaars persoonlijkheid en karakter ook al botst het nu en dan.

Zoals je samen lol hebt op de autoscooter van de kermis. Eerst een paar rondjes knal tegen mekaar in. Dan als afsluiter oliebollen met bloemsuiker uit hetzelfde puntzakje.

‘Mijn Tuin van Heden’.
Dagboeknotities.

20 september 2018

MIJN TUIN VAN HEDEN

RONDOM HET POLITIEK DEBAT



Er zijn er die vinden dat ze van nature gekwalificeerd zijn om onze gemeenschap te leiden. Ze vinden zich intelligenter dan een ander. Anderen bevorderen zichzelf tot vertegenwoordiger op aarde van een fictieve schepper in de zevende hemel boven de onze. Er zijn er die er van uit gaan dat zij het voor het zeggen moeten hebben, vanwege hun koninklijke stamboom of omdat ze rijker zijn dan de ander. In al die gevallen gaat het niet om politiek maar om machtswellust. Politiek gaat uit van de vooronderstelling dat niemand meer geschikt is dan een ander om de mensen te leiden. Democratie is dan het streven naar en activeren van deze gelijkheid.

Als we het moeilijk hebben met radicale gelijkheid, danken we dat aan Plato, filosoof van het goede, het ware en het schone . Voor hem is democratie net de wereld op zijn elitaire kop waarin iedereen wordt ‘aangetast’ door een ‘ziekelijke drang’ naar vrijheid en gelijkheid .

Plato maakt 2500 jaar geleden de inventaris op van datgene waarop macht in Athene gebaseerd is. Hij acteert macht van de oudere tegenover de jongere. Die van de meester tegenover de slaaf: beide gebaseerd op het eerder en of beter geboren zijn. Een andere basis vindt hij in kennis waarmee wetenschappers macht uitoefenen over onwetenden. Nog een machtsoorzaak vindt hij in wie zich geliefd weet door de goden en dus door het lot. Politieke functies worden in Athene bepaald door het lot en het lot komt van de goden.

Het idee van democratie als manier om de macht van het hele volk te combineren met een elite van politici die ze uitvoert is van recentere datum. Voor de Franse filosoof Jacques Rancière kunnen we democratie echter niet zomaar laten samenvallen met die representatieve vorm, noch met de gestemde met wetten en overheidsinstellingen. Echt gezonde democratie valt niet zomaar samen met de macht van een kringetje politici en hun wetten.

Freedom of speech, assertiviteit, mondigheid en zo nodig actie fungeren als tegengif tegen een al te select bestuur van gekozenen omringd door experts. Elke selectieve Herrenvolk gedachte eindigt in mensonwaardige experimenten en in een bunker met cyaankalipilletjes.

Echte democratie staat haaks op elke vorm van elitair denken en is de voortdurende strijd om een vaak lang voor dom gehouden of onderdrukt privédomein naar het zichtbare publieke domein te tillen. Of dat nu gaat om de onderdrukking van vrouwen. Om zwarte slaven die de uitbuiting en onderdrukking in de plantages niet langer willen laten voortwoekeren. Om het recht op arbeid tegen een billijk loon, in waardige omstandigheden en wars van goedkope paternalistische schouderklopjes.

De omstandigheden van je eigen bestaan optillen naar het publieke domein maakt deel uit van je democratische rechten en navenante plichten als wereldburger. Debatteren over je eigen leefwereld. Als vrouw. Als transmigrant. Als jongere. Als oudere.

Tonen dat je best wel zelf in staat bent om je eigen zelfstandig oordeel te vellen over de relatie tussen je tuin van heden en je toekomst. Net zo goed als al die zweverige of onheilspellende futurologen die onze toekomst met hun algoritmen en artificiële intelligentie helemaal naar hun hand willen zetten.

De debatcultuur koesteren als onderdeel van het permanent pacifistisch conflict genaamd democratie. Waar dat wegvalt, ontstaat op de een of andere manier vroeg of laat straat- en wereldgeweld. Dan krijg je brandende auto’s in voorsteden en radeloze jongeren als gevolg van uitsluiting in het politieke en sociale debat van de stad.

Tegenwoordig heerst meer dan ooit in de geschiedenis de mondiale dominantie van het geld. Er is geen manier meer om daar buiten te vallen. Om daar een tegenwicht aan te bieden, beroepen mensen zich dan ten einde raad op theocratie of op de bloed en bodem verhalen omtrent een vermeende oude identiteit. Of op oligarchen.

Daartegen ingaan. Je verzetten. Tonen dat politiek zich niet alleen op wereldschaal afspeelt, alsof de nationale en lokale macht verdwenen zouden zijn. Laten zien dat echte democratie zoveel meer betekent dan een schimmige macht boven het hoofd van de mensen, waarin politici door transnationale noodzaak zogezegd gedwongen worden tot ‘economische maatregelen’ en ‘bezuinigingen’. Alsof die overheid alleen maar fungeert als doorgeefluik van de onzichtbare wereldregering die drijft op internationale kapitaalvlucht. Een schimmige moloch die geen grenzen nodig heeft om ze illegaal te doorkruisen.

Het politieke debat, die noodzaak aan dat permanent pacifistisch conflict maakt de echte macht van en voor iedereen weer zichtbaar in het echte leven van alledag. Hier en nu. Een protestruimte waarin je laat zien dat politiek integendeel heel concreet en materieel is. Geen speelbal voor een wereldsysteem van geld en macht voor wie zich in Davos of elders beter acht dan de rest.

‘Mijn Tuin van Heden’. Dagboeknotities.
'Stella Plage'. (Eigen foto).

12 september 2018

MIJN TUIN VAN HEDEN



JE AUTHENTIEKE ZELF IN DE VERSNIPPERING.

Gehersenspoeld door al het opgeklopt nieuws, de luchtbellen, het gedoe van aandachtstrekkers op de lijsten. De mooipraters van dienst met hun gratuite glimlach, hun egotripperige Thuis-imitatie. Eer je het goed in de gaten krijgt, surft je zogezegd authentieke zelf al vrolijk mee op de wolkjes van hun luchtbellen.

Vermalen zijn ze, al je ontgoochelingen om hun vroegere niet ingeloste beloftes. Vergeten zijn ze hun onderonsjes, geheime allianties, stilzwijgende voorakkoorden, uitschuivers, flagrante belangenvermenging, schaamteloze cumulaties. Je gaat gretig voor hun sterke verhaal. Je voelt je stoer samen met hen. Je bent toch zoveel beter en sterker en slimmer dan de rest? Je wil erbij horen. Bij de winners van het moment. De peilingen geven vooruitgang.

Falen staat niet in hun programma. Je dimt je eigen mislukkingen op de achtergrond. Pech en tegenslag? Dat is toch iets voor softies die het zichzelf aandoen? Eigen schuld, dikke bult.

Je luistert niet naar die witte kielen van biowetenschappers die je zouden kunnen bewijzen hoe je in dat stemhokje al je eigen veel minder prettige gevoelens van na de vorige verkiezingen allang weer vergeten bent. Al hun opgeklopt gepolariseer, al hun verkapte en openlijke haat tegenover de medemens, al hun vanuit partijcenakels gestuurde en voorgekauwde mantra’s.

Hooguit herinner je je vagelijk een of andere quote die wat langer is blijven nazinderen.

Iets met zogenaamd
geradicaliseerde kleuters…
…nee het was die keer nièt
aan de universiteit van Gent.


Toch laat je je gewillig meesleuren door hun nette gestroomlijnde campagnes vol opgepept goed nieuws.

Maar zie. In de dagen voor de stembus lig je toch wel met hoge koorts in bed zeker? Word je hard geconfronteerd met de broosheid van je eigen menselijk bestaan en hoe belangrijk betaalbare zorgverstrekking is. Zelfs voor de sterksten van je kaliber. De verkiezingsroes die je smartphone de afgelopen weken deed opveren van overmoed, wijkt voor de koorts in je lijf die je velt en onder de wol houdt.

In het stembushokje botst hun stoere sterke verhaal op je nog broze herstel. Verwijs je al hun voorgekauwde krachtpatserij naar de prullenmand, wrijf je je bronchiën in met Vicks, neem je het zekere voor het onzekere en ga je voor verbondenheid.

In de toekomst zullen zoekmachines als Google je door dergelijke kantelmomenten heen loodsen en je stemgedrag beginselvast over je wankelbare stemhokgedrag heen sturen: gesterkt door de almachtige algoritmefilter die je authentieke zelf beter zal kennen dan …je authentieke zelf.

Het Facebookalgoritme analyseert al je duimpjes, je filmpjes. Morgen voorspelt het je eigen antwoorden op om het even welke levensvraag beter dan je familie, je vrienden zouden kunnen. Je oppermachtige algoritmefilter kent dan je meningen en wensen beter dan je eigen partner.

Naar voorkennis van je stemgedrag, dat van de twijfelaars van het laatste moment, de zwevende kiezers is het dan nog maar een stap. De algoritmefilter neemt het over. Je authentieke zelf is dan finaal versnipperd tot gebakken lucht.

Harari daarover : 'Zodra Google, Facebook en andere algoritmen alwetende orakels zijn geworden, kunnen ze best eens evolueren tot handelende instanties en uiteindelijk zelfs tot heersers'.

'Mijn Tuin van Heden'.
Dagboeknotities.

06 september 2018

MIJN TUIN VAN HEDEN

SCHILD & VERONTWAARDIGING.



Woede is wat onze wereld nu alom lijkt te drijven. Woede om wat de ander is en doet. Dag na dag worden we wereldwijd via de smartphone opgefokt om over iets boos te zijn, verontwaardigd, wrokkig, rancuneus.

Dag en nacht worden we meegesleurd in een danse macabre. Journaal na journaal worden we geconfronteerd met gruwel en beelden die onze boosheid aanwakkeren.

Een wereldwijde evolutie, ziet de Indiase auteur Pankaj Mishra (‘Tijd van woede’) daarin. In zijn razend interessante ‘Filosofie voor een weergaloos leven’ gaat Lammert Kamphuis te rade bij zowel eeuwenoude als hedendaagse denkers om achter die woede alom de weg naar onszelf terug te vinden.

Voor Peter Sloterdijk is woede een paraplu die een waaier van emoties dekt. Woede. Wraakzucht. Trots. Gedrevenheid. Kordaatheid. Eigenwaarde. Voor Sloterdijk komt het er vooral op aan om de positieve kanten van onze woede te benutten, de negatieve te neutraliseren. Sloterdijk mist in het westen de trotse vorm van woede. Een woede die boos wordt over het onrecht dat de mens en de hele natuur worden aangedaan.

Voor Aristoteles is het de kunst van je woede een soldaat te maken, in plaats van een generaal in je leger. Plutarchus heeft daar een heleboel tips voor: om je woede in toom te houden. Een van zijn meest markante is deze : zie hoe lelijk mensen zijn als ze boos zijn. Hij schrijft het lang voor schreeuwers als Hitler en Trump.

Plutarchus graaft overigens ook wel wat dieper naar de bron van woede, de oorzaak van boosheid. Meestal komt ze in je op wanneer je je miskend, genegeerd of veracht voelt. Hij raadt je aan om je in alle omstandigheden goed te realiseren dat je noch beter noch slechter bent dan een ander. Als je beseft dat je zelf fouten maakt, ben je milder in je oordeel over anderen. Het helpt ook als je je hoge verwachtingen in de anderen wat tempert.

Aristoteles en Plutarchus maken zich ondanks al hun wijsheden echter niet al teveel illusies: woede kan niet altijd overwonnen worden, hooguit getemperd.

Seneca vindt (in ‘Over woede) dat de woedeparaplu van emoties wèl helemaal dicht kan worden geklapt. Volgens hem is woede géén natuurlijke emotie. Veeleer komt ze voor uit wantrouwen. Vanuit dat wantrouwen ben je dan op je hoede voor iemands attitude.

‘Die groet me niet eens’.
‘Breekt ons gesprek af’.
‘Nodigt me niet eens uit…’
‘Praat vanuit een oude rancune’.
‘Roddelt, kletst, zevert’.
‘Heeft een dubbele agenda’.
‘Zegt nooit waar het op staat’.
‘Huilt mee met de wolven’.
‘Maalt voorgekauwde haatpraat af’.

Seneca vindt het beter mensen te benaderen vanuit vertrouwen en daardoor af en toe teleurgesteld te worden. Liever dan omgekeerd te vertrekken vanuit wantrouwen. Voor Seneca verdienen al die dingen hooguit een lach en een traan.

Mijn mama had Seneca niet gelezen. Zeker weten. Maar als weduwe met vijf kinderen zei ze in tijden van haat en nijd, laster en eerroof altijd: ‘Toujours sourire’.

Toujours sourire. Ik vond het later ook terug in het magistrale ‘Verdriet van België’ van Hugo Claus. ‘Toujours sourire’: recht uit de operette van het leven.

Ook Martha Nussbaum vindt dat (glim)lachen een uitstekende remedie tegen woede. Volgens Nussbaum worden we al als jongetjes opgevoed met de idee dat het stoer en macho is om boos te zijn. Door woede op deze manier tot iets natuurlijks te maken, blijft ze ingebakken aanwezig in onze cultuur. Voor Nussbaum is woede echter een totaal achterhaalde emotie. Woede ontstaat wanneer je vindt dat je onrecht is aangedaan, een emotie waaruit je dan verlangt naar wraak. Die wraakzucht is hierin essentieel.

Voor Nussbaum kan dat op twee manieren : door vergelding of vernedering. Beide opties vindt ze echter belachelijk. Alsof het pijnigen van iemand die een ander onrecht heeft aangedaan de balans in de wereld herstelt. Volgens haar is ook het verlangen naar vernedering immoreel. Als je gelooft dat onrecht al vergolden wordt door ons rechtssysteem, is woede een ronduit achterlijke emotie.

Nussbaum pleit dan ook voor wat ze ‘transitiewoede’ noemt: de hoogstaande woede die je vindt bij Nelson Mandela, Gandhi en Martin Luther King. Om van Simonne Veil nog te zwijgen. Ze worden niet gedreven door vergeldingsdrang, wel door een emotie die aanzet tot een toekomstgerichte samenwerking met diegenen die hen onrecht aandeden. Hun woede wordt aldus positieve verontwaardiging.

‘Mijn Tuin van Heden’.
Dagboeknotities.

27 augustus 2018

MIJN TUIN VAN HEDEN

SELFIE



Ons ondeelbare authentieke zelf is net zo echt als de eeuwige ziel, Sinterklaas en de Paashaas. Dat schrijft Harari in zijn ‘Kleine geschiedenis van de toekomst’. De auteur van de wereldwijde bestseller ‘Sapiens’ is hard bezig zichzelf te overtreffen in zijn magistrale ‘Homo Deus’.

Als ik diep in mezelf kijk, valt de schijnbare eenheid die ik als vanzelfsprekend beschouw uiteen in een kakofonie van tegenstrijdige stemmen waarvan er niet eentje mijn ware zelf is. Mensen zijn geen individuen. Mensen zijn dividuen.

Ons ervarende zelf is ons bewustzijn van moment tot moment. Het bovenhalen van onze herinneringen, het vertellen van onze verhalen en het nemen van onze grote beslissingen, het valt helemaal binnen het monopolie van een compleet andere instantie in ons binnenste: ons verhalende zelf. Dat is continu bezig verhalen op te dissen over ons verleden en plannen te maken voor de toekomst. Net als bij vermaledijde journalisten en polariserende politici neemt dat verhalende zelf altijd de snelste route, gebruikt het alleen piekmomenten en eindresultaten om er een verhaal van te maken.

Die verhalen van ons botsen bovendien op drie innerlijke monologen die elk vechten om dominantie. De maatschappelijke omstandigheden en hun vooroordelen om ons heen. Onze persoonlijke geschiedenis. Onze genetische erfenis. Allemaal construeren we ons eigen verhaal dat het merendeel van onze ervaringen weggooit, er een paar mooie uitpikt (al dan niet voor Instagram of Facebook), vermengd met stukjes film uit onze achtereenvolgende levens en favoriete dagdromen.

Uit die chaos weeft ons verhalende zelf een schijnbaar coherent verhaal dat verklaart wie we (denken te) zijn, waar we vandaan komen, waar we heen willen: als transmigranten van onze eigen identiteit. Een verhaal dat ons onderweg vertelt waar we moeten van houden. Wie we denken te moeten haten. Wat we met onszelf aan moeten. We hebben daarvoor allemaal ons eigen verhalend genre. Sommigen van ons gaan voor de tragedie, anderen kiezen voor het religieus drama, nog anderen voor de flitsende actiefilm. Niemand van ons ontsnapt aan het razend populaire genre van de komedie.

Bio-wetenschappers ondermijnen het plaatje van de zogenaamd vrije keuze en het oude geschil tussen de grotendeels geprogrammeerde mens van Aristoteles en de maakbare mens van Sartre. Ze reduceren de vrije keuze tot een fictief verhaaltje dat in elkaar wordt gebrouwen door dezelfde biochemische algoritmen die ons vandaag achtervolgen tot in onze smartphone via het algoritmisch voorgekauwd gekakel in de sociale media.

Elke seconde creëren biochemische mechanismen in onze hersenen een korte ervaring, die direct weer verdwijnt. Daarop volgen in ijltempo meer van die flitsen, die weer verdwijnen. Die kortstondige ervaringen vormen samen geen duurzame essentie.

Het door ons gemakshalve ingekort en zwaar ingekleurd verhalende zelf probeert hooguit wat orde in deze chaos aan te brengen door er een oneindig verhaal van te maken, waarin al onze ervaringen een plekje krijgen en we elke ervaring een zogenaamd blijvende betekenis geven.

Maar ons totaalverhaal is en blijft fictie. Als middeleeuwse kruisvaarders geloven we dat God de Vader in de hemel ons leven zin geeft en de eeuwige zaligheid via volle aflaten met heiligen en engelen op ons wacht. Als moderne liberalen geloven we dat individuele vrije keuzes van ons zijn, dat ze ons leven zin geven en dat wij maakbare mensen zijn. Dansend tussen oorzaak en gevolg, noodzaak en toeval. Surfend op de biochemische processen langs de afgrond van ons eigen erfelijk uitgeplooid genoomplaatje…

De twijfel aan het bestaan van onze vrije wil en aan ons individualisme is niet nieuw. Tweeduizendvijfhonderd jaar geleden al opperden denkers in India, China en Griekenland dat ons individuele zelf een grote illusie is. Maar dat soort twijfels verandert onze survival of the fittest en struggle for life niet echt als ze geen direct praktische impact hebben op economie, politiek en dagelijks bestaan.
Want vooral zijn we met zijn allen meesters in cognitieve dissonantie. In het laboratorium geloven we het ene, in rechtszaal en parlement zeggen we het helemaal anders. Wachtend op de trage omwenteling van elke paradigmashift (de aarde is plat, nee ze is rond). Net zo min als het christendom verdwijnt op de dag dat Darwin 'Over het ontstaan der soorten' publiceert, verdwijnt het geloof in een eigen identiteit omdat wetenschappers er achter komen dat het vrije individu niet echt bestaat.

Waarom wil Eva de verboden vrucht die de slang haar aanbiedt? Hoe komt ze erbij? Ze zit toch al in de tuin van Eden? Ze heeft toch al alles? Alles? Waarom de geheimen van de boom der kennis dan niet? Kiest ze er zelf voor, uit eigen ‘vrije’ wil? Zonder enige persoonlijke voorgeschiedenis. Zonder genetische voorgeschiedenis. Zonder maatschappelijke omstandigheden? Door wie is dit doemscenario voorgeschreven? En als ze er niet uit vrije wil voor kiest, waarom moet ze er dan voor gestraft worden? Waarom krijgt zij als vrouw de schuld toegespeeld? Door welke machoscenarist?

Voor zo’n simpele vragen vlieg ik in de retorica naar mijn chambrette, tijdens de collegeretraite bij de paters van Strijpen. Het begin van mijn persoonlijke transmigratie. Mijn maatschappelijke omstandigheden zijn dan nog redelijk burgerlijk bekrompen. Mijn genetisch verhaal ontrolt zich met het onrustwekkend val-hier-nu-zomaar-sebiet-dood scenario van mijn verwekker. Mijn persoonlijke geschiedenis is een leven zonder vaderfiguur. Mijn eigen verhaal begint met een natte kus, onder het zeil op de rups van de kermis.

‘Mijn Tuin van Heden’. Dagboeknotities.
(Illustratie: 'Zonneman'. Apotheose. Theater VTV.)

20 augustus 2018

SLAAP ZACHT RONSE



In '68 schreef ik mijn eerste columns over Ronse voor De Ronsenaar. Ik was achttien en had de schrijfmicrobe al een tijdje te pakken. Na mijn overstap naar de Weekbladgroep AZ volgden er 750 Pluspunten voor Weekblad Plus. Erna schreef ik - onder de schuilnaam Walter Ego - voor Passe-Partout (inmiddels alweer verveld tot Rondom). Dat duurde daar zo lang het nog vrijgevochten kon van de nieuwe papiermarchands die zich maar al te gewillig lieten lijmen door de lokale lichtgewichten van het moment. Gloriërend in de commerciële schemerzone tussen hun lokale businessclubs en de petite politique politicienne. Aan hun betuttelende bemoeienissen dank ik de opstart van mijn eigen onafhankelijke ‘blog’ en de domeinnaam www.stefvancaeneghem.be die u sindsdien zo’n 900.000 keren aanklikte.

Een halve eeuw heb ik mijn geschrijf over Ronse volgehouden. Bovenop mijn werk als beroepsjournalist in Brussel, Gent en Groot-Bijgaarden. Bovenop mijn publicaties als auteur van romans, een TV-filmscenario (‘De Schietspoeldynastie’), theaterstukken en een honderdtal liedjesteksten voor De Gevuigoode Mandolienen.

Mooi weer op zondag of niet. Vaak was het nachtwerk. Met vallen en opstaan. Met missers en voltreffers. Met uitschuivers en soms - heel verrassend - schoonmenselijke meerwaarde er zomaar bovenop cadeau. Neem mijn laatste gesprek, op zijn verzoek, met de stervende dokter senator Emile Cuvelier een paar uren voor zijn overlijden. Hoe mooi die man daar toen op zijn sterfbed aan de Steenbrugge over Ronse sprak. Zoiets vergeet je nooit. Het overstijgt elk meningsverschil.

Vandaag laat ik deze eindeloze petite histoire van Ronse en al het geneuzel in de marge over aan diegenen die vanuit hun partijcenakels de sociale media overspoelen met hun politieke egotrips, hun opgeklopte hoeraverhalen, hun haatpraat, hun al te voorspelbare mantra’s, hun tot Fakebook-waarheid verheven toogpraat, hun polariserende posts waarin de ene Ronsenaar tegen de andere wordt uitgespeeld tot meerdere eer en glorie van het door hen beoogde mandaat en hun navenante vette bestuurszitjes.

Natuurlijk blijf ik verder net als eenieder via mijn Facebookpagina en de andere kanalen die me na vijftig jaar schrijven over Ronse ter beschikking staan vrank en vrij mijn mening ventileren waar het er om gaat elke vorm van haatdragend obscurantisme lik op stuk te tikken. Want Ronse opgeven: nooit. Daarvoor is deze stad me te dierbaar, vijf generaties diep in verleden en toekomst.

Op deze webstek hier zet ik evenwel een punt achter mijn standpunten over Ronse. Ik wil me voor de tijd die me nog gegeven is volkomen en honderd percent kunnen concentreren op mijn schrijfplannen. Ik doe dat op een moment dat Ronse de meeste van zijn onderliggende diensten al kwijt is gespeeld aan onze vrolijk fusionerende netwerkende buren aan beide kanten van de taalgrens.

Ronse blijft immers gegijzeld door het ‘bijzonder taalstatuut’ dat Brussel ons opdringt. Ronse is op sterven na dood als kantonnale hoofdplaats, na het opdoeken van het Vredegerecht. 'Het sous l’arbre' jagen van de Ronsenaars betekent zoveel als: de boom in.

Veel meer dan een taalkwestie is deze trage wurgende doelbewuste insluiting en vernieling van Ronse vooral een grove grondwettelijke onrechtvaardigheid. Alle Belgen zijn gelijk voor de wet, behalve de Ronsenaars. Die moeten tegelijk meer betalen om minder te mogen dan de buren. Fusioneren bijvoorbeeld.

Aan de nieuwe generatie gekozenen van Ronse – van welke democratische partij ook – om een keer en voor goed de grondwettelijke kerker waarin Ronse al zestig jaar opgesloten ligt, open te breken.

De beste bestuursmeerderheid voor Ronse zal na 14 oktober maar net goed genoeg zijn om de gigantische achterstand na 60 jaar achteruitstelling van Ronse bij te benen.

Ik ben geen taalextremist, ik zal het nooit zijn en ik ontzeg eenieder het recht me enige vorm van fanatisme aan te wrijven. Als ik iets fanatiek moet zijn, dan nog het liefst een chauvinistisch Ronsenaar.

Het bijzonder statuut van Ronse is tegelijk een politieke hinderlaag én een maatschappelijke valstrik. Dit zowel voor de hidden agenda’s onder het sluimerend taalfanatisme aan beide kanten van de taalgrens, als voor de verdoken elitaire switch die eronder zit en er nu in ijltempo zit aan te komen vanuit het oude Ronsese bourgeoisfranskiljonisme naar het elitaire bekrompen bourgeoisflamingantisme dat zo graag dweept met de ‘oude waarden’ en een opgefokt identitair verhaal bezigt als verpakking voor het 'ikke beter dan die andere'.

Het openbreken van het bijzonder taalstatuut van Ronse zal Ronse de boost geven die onze geliefde stad bij wijze van schadeclaim – liefst met aanvoer van vele miljoenen euro - als tekort gedane Vlaamse stad toekomt. Gebeurt het niet, dan verdwijnt 9600 gewoon van de landkaart. Verschrompeld, verdampt, wegkwijnend en tenslotte verdwijnend in de grote fusiegolf van gemeenten om ons heen.

Op naar mijn 'Tuin van Heden'.

Voortaan vindt u hier dus exclusief mijn eerder geparkeerde verhalen (incluis mijn nieuwste theatertekst ‘Gouden Bruiloft’ die ik bij deze graag opdraag aan het Ronsese theaterleven dat me al zoveel genoegen heeft geschonken. Van 'De Schietspoeldynastie' en 'Madame Valentine' tot 'De Gok van Hermes' en 'Zonneman'.

En dan wacht ons
nog een mirakel
op 'Wittentak'.


U heeft hier voortaan van mij nu en dan ook nog een van mijn ‘Briefgeheimen’ te goed. Maar vooral keer ik bij deze en voor altijd terug naar het pure schrijfgenoegen van altijd: met mijn dagboeknotities die ik hier bij leven en welzijn de komende jaren verzamelen ga in mijn ‘Tuin van Heden’.

Kroniek van Ronse
1968-2018.
Au revoir en merci.


Tuupe Tavi
wette't noog?
Joa'k Kari:
Tuupe vuir Ronse
zu simpoo da t'ees.

18 mei 2018

ETRANGE DE VIE



‘Ta coupe de cheveux on dirait Poil de Carotte’ me lance Nono d'un regard fait pour m'achever. La Peugeot 203, grise comme le ciel qui s'échappe au-dessus de moi par le minuscule rectangle du toit ouvrant, s’enfonce à la Jacky Ickx dans les ruelles de La Trinité. Le regard des autres. Jules Renard, tu ne connais pas je parie? Non. J’en suis toujours à Marie Chapdelaine avec ses interminables veillées dans les chaumières Canadiennes. Et Le Grand Meaulnes qui me casse les coucougnettes. Je vous parle d’un temps que Coeur de Pirate ne peut pas connaître. Nono m’observe. Visiblement très satisfait de l'effet que sa trouvaille provoque. Mon désarroi, ma déconfiture ont tout pour lui plaire. Le malheur d’un con fait toujours plaisir à voir.

Je pique un girophare à l’arrière de la Peugeot. Il s’en tape éperdument, Nono. Il me considère comme ce rabat-joie venu du plat pays qui ne sera jamais le sien. Tout juste la terre conquise par les sans-culottes à se farcir le temps des vacances de Pâques. Un peu comme les chocolats de l'entracte. A lui les Parisiennes juteuses en Solex. Genre Janique Aimée.

Il me laisse les béguinages d’un ciel Flamand si bas qu’un autre écorché vif que moi s’y est presque pendu, avant d'aller grater la guitare au Lapin Agile. Toutes ces choses de la vie, je viens les découvrir ici par tout ce que Nono voudra bien m’en dévoiler. Lui qui connaît si bien les divas du Golfe Drouot. La vie qui commence à la Madeleine, s'envole vers Aigues Mortes ou Deauville chababadabada et se tue finalement dans les vagues du temps perdu de trop de tout. Lui Nono, qui sait tout sur le zizi, même celui du pape.

‘Poil de Carotte, moi?’ C’est ma tante Nini avec son tendre sourire éternel, qui m’a rasé la boule à zéro. Question de déclarer une fois pour toutes la querre totale aux puces qui hantent nos collèges et patronages. Nono est alors mon heros personnel. Il sait tout ce que moi, le moins que rien entre les petits riens réunis du Padre Pio, j’ignore encore.

‘Comment ils ont fait pour nous faire nos vieux, tu le sais ça au moins?' La bête à deux dos? Tu les vois faire ça?'

Queue basse je capte tout en vrac. La chaude pisse des artistes de Pigalle. La folie de Guy de Maupassant. Bel Ami à quatre pattes. Flaubert et son complice Théophile Gaultier chez les sirènes d'Alexandrie. Tropiques du Cancre, mon Nono. Je l’écoute des heures durant. Docile comme un chien perdu sans papa. Vu que mon géniteur a eu l’envie pressante de me concevoir (déjà le mot con en germe) très date limite. Juste avant de disparaître comme un voleur de destin (le mien) dans la nuit étoilée. Selon les dires des bonnes Soeurs de la Miséricorde 'pour y préparer d’avance ma place tout près de lui au paradis de mes fantômes'. Quant à Nono: la vie lui fait visiblement le plein de cadeaux. Blazer bleu nuit. Noeud papillon avec ou sans Bécaud. Pantalon au pli parfait. Le tout à mettre Yves Saint-Laurent sur le cul, façon d’écrire. Le vent est au rire. Le vent est au blé. Six décennies plus près des étoiles je m’interroge. Nono je l’ai perdu de vue depuis belle lurette. En scribrouillant les dernières tranches de cette étrange de vie je pense à lui. A tout ce beau petit monde enseveli.

J’en vois qui
revendiquent et
qui protestent.

moi je ne demande rien
ni à la lune
ni aux diseuses
de bonne fortune.

je ne fais qu’un seul geste
le peu temps qui me reste

j’écris de jour
j'écris de nuit

tout en écoutant
du dehors l'incessant
tapage de l'éphémère
de la futilité
des rires, des cris
et des bruits.


Je me trempe la plume à l’encre
de l’imagination d’une autre vie.
dans laquelle tout le monde
il est beau et
tout le monde il est gentil.

‘ETRANGE DE VIE'.
Extrait de ma 'French Collection'.