18 januari 2019

THE PLACE TO BE

GOESTING NAAR GEUTELINGEN



Dag aan dag brengt de scheurkalender me in die wonderjaren dichter bij de geutelingen. In afwachting dat Balcaen & Zonen onder de aftandse ketel komen liggen hameren, zoals elke vrieswinter bij het piepen van het eerste roodborstje in de binnentuin van mijn droomwereld, volg ik nauwgezet de trage terugkeer van het licht, oplaaiend in de duivelse gloed achter de Surdiac- raampjes van Stoven Verschelden.

De neus in mijn collectie Artis Historia .
Peter de Kluizenaar. De vaas van Soissons.
Leliaerts en Klauwaerts, Brugse metten.
Flagellanten die zichzelf geselen, tegen pest en hongersnood.

Mijn zelfkwelling komt meer van pure goesting naar geutelingen dan van honger. Het is meer zoals ik nu bij het schrijven stiekem naar de snoepkast sluip om een bouchée of twee. Het merk met het olifantje.

Geutelingen. Ik zie er naar uit zoals ik snak naar die ene puntzak churros aan het kraampje rond de Bommelstoet op de markt. Naar dat pakje Doritos met paprika in de voetbalkantine na de match tegen Meetjesland. Naar smoutebollen op de zomerkermis na de Fiertel. Vergis je vooral niet van kraam.

De geutelingen worden dan nog de nacht door gebakken aan de boskant van Louise onder het spoorwegbruggetje. En ik mag er als - steeds - in de weg zitten. Geluk is dan heel gewoon. Torentjes ovenverse geutelingen bouwen bij het ochtendgloren. Voor het goede doel: gulzig genieten.

Het oude hoevetje van de geutelingenbak is nu al lang afgebrand. Branden zijn er in dit groenste dal van Vlaanderen altijd al geweest. De geschiedenis van Hermes laait er van op: met of zonder groot feest van het licht voor zijn basiliek. Hele wijken hebben hier zijn Oude Vrijheid in vuur en vlam gezet. Door dogmatisch doem- en domdenken.

Of door een of andere pyromaan. Ooit zat er zo eentje bij het korps zelf. Was er altijd als de eerste bij om mee te helpen blussen. Zijn enthousiasme stond in verhouding tot zijn genoegen vooraf bij het aansteken van het vreugdevuur in zijn brein.

Geutelingen zijn zoals het leven, te mooi om te blijven duren. De lastigste evaluatie van de levensgenieter is de exacte inschatting van hoeveel geutelingen je verwerken kan zonder dat de riem gaat knellen, de maag om genade smeekt in schandelijke oprispingen. Doch schuldgevoel is voor zuurpruimen niet voor geutelingen. Geutelingen van Louise welteverstaan.

The Place to be.(3) Vervolgt.
Copyright Stef Vancaeneghem.

(Illustratie: Comité voor een Leefbaar Louise-Marie vzw).

07 januari 2019

THE PLACE TO BE

ZOTTE MAANDAGEN
KOPEREN TOETERS




De oude fabrieken zijn nu trendy lofts voor al wie zich op een www- fiets in de verkeerschaos naar kliniek, school, kinderkribbe, academie of bib waagt. Dwars door de dagelijkse dosis camions uit het Europa zonder muur. Dit is de tweede revival van de bakfiets. Na de oorspronkelijke velo van de bakkersgast zelf diende die eerder al als retro-attractie voor Sylvain met de koperen toeter van wie gefluisterd werd dat hij een ge-tui-ge was. Wisten wij waar dàt voor stond. Het was lang voor ze in hun folders Het Einde Der Tijden met hun unieke steraanbieding voor persoonlijke Verlossing kwamen melden, in het parkje van de square aan de woensdagmarkt. Onze ijsjesprins was dan wel retro, zijn vanille was hemels. Zodus, in afwachting van het einde der tijden: twee bollen in een hoorntje.

Steekkarren met weefsels hoorden rond fabrieken.
Paardenkarren haalden hun chemicaliën bij de Boerenbond.
AVV-VVK was iets voor De Standaard, de Aveve bestond nog niet.

Napoléon Annicq.
Léopold Dopchie.
Delbar. De Malander.
Portois. Thomaes.
Samain. Cambier.
Wittamer. Van Grootenbruul.

Een stadstuin vult wat rest van de vlakte tussen de UCO en chique seniorhomes met namen als diamant die de trage verdwijning van opgeleefde levens verzachten in cleane cafetaria’s. Flatprojecten in 3 D beloven piramides van gebakken lucht en leegte voor de nieuwe farao’s.

Mijn verhaal lijkt wel een smyrnatapijt van geweven herinneringen en samengeknoopte indrukken. Mijn eigen transmigratie uit al die vertrouwde plaatjes, voorgekauwde conventies, de pijn van het zijn achter verweven illusies. Erfeniskwesties in wording. Berekende evenredigheid tussen knagend geheugenverlies van voorvaders die door de geluidsmuur heen zijn en het groeiende ongeduld van nazaten rond weg smeltende nalatenschappen. Niet nodeloos rekken. Lees: geen nutteloze kosten.

'Straks rest er ons niks meer.'
'Kunnen we zelf nog bijleggen.'
'Wij zullen al lang zulk geen vet geen pensioen...'
'Had hij dan toch tenminste dat papier getekend'.
'Maar neen hoor hem bezig de mens wikt, God beschikt.'
'Die basiliek is gelijk gans in zijn hoofd geslagen.'
'Hij heeft het licht gezien'.

‘Een autobiografische roman verwijten het werk van de verbeelding te zijn is net zo onzinnig als het werk van verbeelding verwijten autobiografisch te zijn’, schrijft de onnavolgbare Connie Palmen in Ars Poetica. ‘Herinneringen in zogenaamd autobiografische verhalen kunnen alleen bewaard worden door ze te transformeren en te verdichten tot je eigen perceptie’.

Dat web van onzichtbare scenario’s achter die al te voor de hand liggende werkelijkheid, was altijd al mijn geliefkoosd onderzoeksmateriaal. In romans, verhalen, theater en film telkens weer het palimpsest afkrabben. Zo dat gaandeweg de textuur van de fictie achter de werkelijkheid, dat knoopwerk aan de onderkant van het tapijt zichtbaar worden. Met in elke eeuw één been om op te staan en herinneringen om op te slaan en te laten rijpen. Weten wie in welk verhaal rondloopt, waarom en hoe. Zelf al meteen van bij de start vastgeknoopt als opgroeiend half weesje tussen de spielerei van het noodlot en de spinnerij van het toeval. Hinkstap springend tussen de valstrikken van de weelde, verloren tegenover de ravages van - soms letterlijk - opgeknoopte schone schijn om me heen in dodelijk verstilde fabrieksgebouwen.

‘Aan een struik patatten hangt er van alles'.
(Emilie uit ‘De Schietspoeldynastie’).

‘In tegenstelling tot het leven in de pure natuur is een mensenleven, een door verhalen en verbeelding bewerkt bestaan’.
(Connie Palmen).

In de lofts die ik vandaag op mijn wandelingen zie werden ooit stille romances geweven tussen wevers en spinsters, bazen en bedienden. Zotte Maandagse katers werden er verdreven door dat nazinderend vandaag vrijwel vergeten Bommeldeuntje in Oude Dragonder, Café du Boulevard, Cambrinus of Memlinc uit de hemelse koperen toeter van wie je nu op je routebestemming door The Place to be intoetsen kan als Etienne Verschuerenstraat. Want alles moet weg, maar alles komt ook vroeg of laat terug. Met of zonder rouw-hal op de dodenheuvel waar vips van god los in hun verlaten ere-perk ver van hun kiezers verdienstelijk liggen dood te zijn.

The Place to be. (2). Vervolgt.
Copyright Stef Vancaeneghem.

(Illustratie: Frank Derie).

02 januari 2019

THE PLACE TO BE

WINTERZONNEWENDE BOVEN DE BASILIEK.



Du jamais vu. Een select trosje gewichtigen van het moment poseerde met glimmende puntschoenen in de Romeinse catacomben. Defileerde er ten behoeve van het sociale gekwebbel bij de tombe van onze patroonheilige. Beloofde er de toch al armlastige Heilige Stoel onder de schilderachtige fresco’s van Michelangelo een veelvoud van krappe leeflonen voor het herstel van de grafsteen van Hermes. Signeerde er tussen het stokstijve koloriet van de Zwitserse Garden met krollen en krabbels een zogeheten ‘Memorandum of Understanding’ zij het dan in de dode taal van Pontius Pilatus.

Aan deze onwaarschijnlijke Romeinse parade was hier bij ons ter plekke eerder al in de gebouwen van het gretig opgedoekt Burgerlijk Hospitaal een ronkend congres vooraf gegaan met als genodigden een hele nest vorsers, zo weggelopen uit het ‘Hermetisch Zwart’ van Marguerite Yourcenar en Umberto Eco’s ‘Naam van de Roos’. Samen peroreerden ze er over bruikbare fundamenten voor de ‘Heilige Graal’ van elk toerisme dat zichzelf in encombrante dubbeldek bussen op de wereldkaart wil. Voor minder dan een erkenning als Unesco-erfgoed van de jaarlijkse Ommegang met de relieken van Hermes zou er voortaan bij de ossobuco delicioso geen Brunello meer worden ontkurkt.

In hun verdoken ateliers wisten de Broeders van het Grootoosten bij God (een manier van schrijven) echt niet meer waar ze het hadden. Uitgerekend op een moment dat kerken overal te lande ontheiligd en herbestemd werden tot parkings, supermarkten, belle époque-passages en trendy bars kregen ze dit in de schort geramd. Bij de dageraad van een winterzonnewende, in een voor de rest razend interessant bouwstuk over het ‘Tijdperk der Tovenaars’ rond Ludwig Wittgenstein, Martin Heidegger en Hannah Arendt, Ernst Cassirer en Walter Benjamin suste de Meester zijn lichtelijk verontruste logebroeders. Deze hele ‘kaloten vertoning’ diende te worden geduid (dure parlé werd er gekoesterd) als een laatste hopeloos krampachtige opstoot van neo-zelotisme tegenover het algehele kerkverzuim. Een wanhoopspoging waartoe zelfs - niet te geloven toch - een gezond goddeloze doch ijdele staatsman zich had laten inpakken. Met godbetert de ‘Medaille van de Heilige Bavo’ hem opgespeld door de pensioengerechtigde monseigneur-accordeonist van Sint-Baafs. Nee, dan maar snel weer over naar de echte orde van het daglicht: de pijn van het da-sein, de grenzen van taal, de vaandelvlucht van mystiek bij Plotinus en Kierkegaard tegenover de echte authentieke existentie van de vrije denker.


Eer het jaar om was, werd onze hoofdkerk officieel door Rome bevorderd tot Basiliek. Met de restauratie van de Oude Vrijheid der Kanunniken er rond, kon deze onverhoopte upgrade van het wereldtoerisme naar de op één na grootste crypte van het Oude Avondland nu niet meer stuk.

We zouden een keer zien. Wij die nochtans dachten hier de afgelopen zeven decennia alles al te hebben gehad en gezien. Een Basiliek gedomme... En deze keer heel anders dan de dure bouw van die in Koekelberg. Deze keer een basiliek die er eigenlijk al stond. Dus zonder verplichte aankoop door de kinderen van de Christelijke Scholen van plastic Domus Dei-bouwsteentjes. Gewoon 10.000 zelf opgehaalde euro’s van beminde parochianen voor het opblinken van Hermes zijn Romeinse tombe. Wie praat hier over peanuts, in het licht van de eeuwigheid?

De tijd van de waanzin lag zo te horen definitief achter ons. De Gouden Eeuw van de City Marketing was bij deze aangebroken. We kwamen van ver. Zie ons daar nog zitten in die bus van Parmentier, op schoolreis naar de Kapel van Lorette. Onze melktanden kapot op onze eerste Leekies. Met mijn klasmaatje Jakie, die later sprintkoning worden wou. ‘Gelijk Willy Vannitsen’. Zonder zijn melktanden klonk dat: Elijk Illy An Nitten.

The Place to be. (1.) Vervolgt.
Copyright Stef Vancaeneghem.


(Illustratie: Armand Demeulemeester).

07 december 2018

BASILIEK VERSUS GEKTE



Van Keulen naar Boulogne langs de handelsroute van de Baltische Zee naar de Noordzee en zo verderop naar Engeland zet Hermes Rothnacum op de kaart van het Oude Europa. Alle tijden trekt hij door. Donkere middeleeuwen, beeldenstorm, revoluties, bezetting, voogdij. Hij, de vrijgelaten Helleense slaaf en latere stadsprefect van Rome. Overheen zijn dood maakt hij van zijn postume adoptiestad Ronse een parel in het hart van het mooiste dal van Vlaanderen.

Jaar na jaar torsen we als Ronsenaars behalve het schrijn met zijn relieken ook alle ontsporingen van het donkerste zelotische doemdenken met ons mee. Wat onze tocht dwars doorheen die eeuwen van duistere dogmatiek vol vervolging marteling dood en vernieling daarbij zo bijzonder maakt is datgene wat we overhouden aan mysterie en schoonheid, zingeving en betekenis. Dat alles bij de klank van twee eenvoudige bellen.

Pint Ludwig Wittgenstein ons vast op de grenzen van taal bij de evolutionaire verkenning van de diepste werkelijkheid, doet Thomas Kuhn hetzelfde met de limieten van de over elkaar schuivende wetenschappelijke paradigma’s, dan blijft in de ommegang de verwondering van De Kleine Prins helemaal overeind en ongeschonden.

Want het hart
heeft redenen
die de rede niet kent.

De Ommegang bewandelt al eeuwen diezelfde wonderbare sacrale cirkel rond Ronse ter reflectie. In die eindeloze trektocht overstijgt Hermes de waan van de tijd, houden bellenmannen en dragers van het schrijn onverstoorbaar sereen de kaap op het sublieme, het wonderbare en het onzegbare. Er zijn geen woorden voor om dàt gevoel te beschrijven.

In een wereld vol haat en gebakken lucht is kijken met het hart de enige optie die ons rest. Want je gooit bij je levenslange trektocht vanuit de duisternis naar het licht het paradigma van je eigen tijd niet zomaar hoogmoedig overboord.

Vol hoop en vertrouwen in de generaties van morgen koester je integendeel als mens van deze tijd de schoonheid van de natuur om je heen als je eigen deus ex machina. Met in het hart die ongerepte verwondering voor het al. Deus sive natura, jawel dus waarde Spinoza.

Dàt is de pure meerwaarde van Hermes. Met of zonder basiliek en wondermooie crypte als toevlucht tegen de gekte alom.

Met zijn subliem zwerfgoed door dat uniek landschap maakt Hermes vanuit zijn Oude Vrijheid - en vanaf morgen meer dan ooit - van Ronse een open hartelijke stad op de grens van oude en nieuwe werelden en culturen.

Een kostbaar werelderfgoed dat we als Ronsenaars tot onze laatste stap trots zullen blijven koesteren.

05 december 2018

EEN BASILIEK VOOR RONSE

GEEF HERMES WAT
ZIJN STAD TOEKOMT.




‘Beste

Binnenkort zal een bijzondere gebeurtenis plaatsvinden in verband met de Sint-Hermeskerk van Ronse en de cultus van haar patroonheilige. Dit uitzonderlijk gebeuren wordt een historische datum in de geschiedenis van de stad en zal meteen ook afstralen op het bisdom Gent en zelfs op de rest van het land.

Het is dan ook met fierheid dat wij u hiervan op de hoogte willen brengen tijdens een persconferentie die voorgezeten wordt door Monseigneur Luc Van Looy, bisschop van Gent.

De bekendmaking en toelichting hebben plaats
op zaterdag 8 december 2018 om 18 uur
in het unieke kader van de Sint-Hermescrypte, gelegen in de Sint-Hermesstraat,
in het historische centrum van Ronse.

Michel T’Joen, Pastoor-Moderator van de parochie Ronse
Luc Dupont, Burgemeester van de stad Ronse’




Tot zover een uitnodiging - op naam en gericht aan de verzamelde pers vanwege zowel de stad Ronse als het bisdom Gent - die me hier in Ronse tussen alle Wetstraatpraatjes in als een weldoend warm windeke recht vanuit Rome komt aangewaaid.



Als ik over dat 'uitzonderlijk gebeuren dat zal afstralen op het hele land' zelf mijn eigen 'Gok van Hermes' wagen mag, dan krijgt - zoals ik in deze blog al vele maanden eerder meldde - de Ronsese Sint-Hermeskerk met de vermaarde prachtige crypte eronder de zeer terecht en dik verdiende status van basiliek. Kroniek van een aangekondigd kerstgeschenk.

03 december 2018

THE PLACE TO BE



Zijn wij dan de laatste hardnekkige thuisblijvers in The Place to be? Niet dat we er nooit op uit willen. Maar dan hooguit om te checken of het gras werkelijk groener is op een ander. Zien of het paradijs zoveel meer te bieden heeft dan de gele koolzaadglooiingen op de flanken van de door ons geliefde Kwaremont, het lippenrood van de klaprozenvelden aan de door ons vervloekte Koppenberg. Anders dan de definitieve verhuizers willen we vooral telkens weer opnieuw bevestigd zien dat het nergens beter wordt dan hier.

Echte verlaters trekken hier vol verwachtingen voor goed weg. Uitgekeken als ze zijn op altijd diezelfde traditionele gebruiken en rituelen. Hun gaandeweg verstikkend gevoel voor altijd vastgepind te blijven op afkomst, entourage, oude familiegeschiedenissen. Vastgeklikt als ze zich weten in al te voorspelbare tafelgesprekken, beklemmende sociale druk, onvergankelijke vetes, verse rancunes, vette roddels, verplichte afspraken, begrafenissen, societytoestanden met of zonder strik, serviceclubs, gilden, statuskikkerpoelen, opgeklopte haatpraat, geniepig om je heen sluipend gif, nijd, erfeniskwesties, verhalen vol opgeblazen mystiek over ‘klapgeld’ en ‘leggeld’. Alsof dit alles elders wegvalt. Alsof je in het midden van elders niet zelf zo’n hopeloos vermaledijde transmigrant wordt. Voor altijd een indringer tegenover de plaatselijke incrowd. Een ‘pigeon’ voor de goedlachse boulisten. Het vers aangewaaide duifje dat in al zijn argeloosheid en enthousiasme om het nieuw veroverde vrijgevochten stekje eens goed gemolken zal worden. Door de schilder. De timmerman. De loodgieter. De verzamelde corporatie ter plekke.

De vertrekkers waagden al jong hun kans als tabaksplukker in Canada. ‘The sky is the limit’, stond er op het postkaartje dat ze ons veel later nastuurden op het nu door hen definitief vaarwel gezegd thuisfront. Sommigen werden in hun nieuwe verre buitenlanden heel gelukkig. Anderen heel welvarend. Nog anderen in zeldzame gevallen het ene én het andere. Er waren er die hun nieuw lief (vol ongeboren leven onder de bloemetjesjurk) volgden naar het promised land. Waar de pijn van het zijn minder zwaar zou zijn. Maar het hart blijft een eenzame knager. Anderen verdwenen dan weer achter zelf gekozen tralies. Ze vielen en knielden voor god en werden abt van de abdij van West-Vleteren of prelaat in Rome met of zonder ronkend Verdrag. Weer anderen trokken Broederlijk Delend de wijde Derde Wereld in naar welluidende landen vol wereldwinkel koffiebonen en fairtrade bananen. Of ze werden vorstelijk welvarend zakenman in Hong Kong. Vliegenier in Costa Rica. Jager op groot wild met als hoogtepunt van vernieling The Big Five out of Africa. Nog anderen werden B&B’er op Booking.com. Op naar de mistral die je des winters gek maakt.

‘The Place To Be’ is hier in de komende maanden bij leven en welzijn mijn ultieme verhaal van dat collectief geheugen eer het voor goed vervaagt en verdwijnt in de nevelen van de tijd. Mijn inventaris van al die almaar voort razende jaren. Het verhaal van de blijvers in The Place To Be. De petite histoire op de achtergrond van de grote gebeurtenissen vanuit onze duizelingwekkend snel wijzigende couleur locale.

Ik wens mijn fidele lezers
evenveel leesgenoegen
als het geval is met
mijn eigen schrijfplezier
omtrent The Place To Be.

28 november 2018

KLIMAATNEUTRALE FABELS



Europa wil de eerste ‘klimaat-neutrale’ economie van de planeet aarde worden. Energie-efficiëntie. Hernieuwbare energie. Fossiele brandstoffenstop. Elektrificatie. Schone luchtvaart. Het klinkt als een gezamenlijke brief aan Sinterklaas van een klasje genetisch verknipte vlegels. Bij hun wensbrief een six-pack recycleerbare blikjes in plasticverpakking, een bundel vers gemanipuleerde rapen en bespoten wortels.

Ik denk niet dat Stephen Hawking in de Sint geloofde. ‘De aarde wordt vanuit zoveel hoeken bedreigd, dat ik moeilijk nog positief kan blijven’ schrijft hij in zijn afscheid van deze planeet. ‘Onze natuurlijke hulpbronnen worden met alarmerende snelheid leeggezogen. Stijgende temperaturen, smeltend poolijs, ontbossing, overbevolking, ziekte, oorlog, voedselgebrek, watergebrek en decimeren van het aantal diersoorten. Al deze problemen zijn oplosbaar. Geen ervan is opgelost. De opwarming van de aarde wordt door ons allemaal veroorzaakt. We willen auto’s, reizen en een hogere levensstandaard. Het probleem is dat het, tegen de tijd dat mensen echt doorhebben wat er echt aan de hand is, te laat kan zijn. Toch zijn er veel politici die de realiteit van de door de mens veroorzaakte klimaatverandering of het vermogen van de mens die te stoppen blijven ontkennen. Hierdoor bestaat het gevaar dat de opwarming van de aarde zichzelf gaat in stand houden. Als het al niet zover is’.

Ook de ondernemerswereld wil nu snel een echte transitie-switch. Anders is ook de economische schade niet meer te overzien bij zowel werkgevers als werknemers. Voor de opgestapte Franse minister van Ecologische Transitie Nicolas Hulot is de paradox al langer duidelijk. Nicolas Hulot :‘On ne doit pas opposer la fin du mois avec la fin du monde’. De transitie naar schone energie kan dus niet zomaar. De Franse president Emmanuel Macron zegt nu zowel zijn ex-minister Hulot als het gele volksprotest ‘bien compris’ te hebben. Macron: ‘Dat sommige mensen het op het einde van de maand moeilijk hebben om de eindjes aan mekaar te knopen, mag geen reden zijn om de klimaatuitdaging niet ernstig te nemen. Er is inderdaad het einde van de maand en het einde van de wereld. We gaan ons om allebei bekommeren’. Macron wil niet dat de ecologische ommezwaai de ongelijkheid nog doet toenemen.

Door de stijging van de temperatuur van het zeewater smelten de ijskappen en komen enorme hoeveelheden kooldioxide vrij van de oceaanbodem. Door deze beide effecten kan ons klimaat gaan lijken op dat van Venus. Maar dan wel met een temperatuur van 250 graden Celsius. En kokendhete regens van zwavelzuur. Stephen Hawking.

Laat nu net éen van de zeven Europese opties om de klimaatopwarming tegen te gaan het opvangen en opslaan van C02 zijn. Noorwegen is vragende partij om Europees CO2 op te halen en... onder de zeebodem op te slaan. Heel opmerkelijk. Het smelten van de ijskappen aan Noord- en Zuidpool reduceert de fractie van de zonne-energie die naar de ruimte wordt teruggekaatst, waardoor de temperatuur verder stijgt. Tegelijk doet de klimaatverandering het amazonewoud en de andere regenwouden zienderogen krimpen. Ze maakt aldus een einde aan een van de belangrijkste manieren waarop koolstofdioxide uit de atmosfeer wordt gehaald. Het stijgen van de temperatuur van het zeewater kan het afgeven van grote hoeveelheden kooldioxide die nu nog vastzitten op de oceaanbodem in de vorm van waterstofverbindingen tot gevolg hebben. Deze beide verschijnselen zullen het broeikaseffect nog doen toenemen en daarmee de opwarming van de aarde versterken.

Zelf hoeft Stephen Hawking het bewijs van die postume waarschuwing gelukkig voor hem niet meer bevestigd te zien. Hij rust in vrede onder de sterren en de zwarte gaten. Bijgezet als hij is in Westminster Abbey tussen zijn persoonlijke helden Isaac Newton en Charles Darwin.

‘Mijn Tuin van Heden’. Dagboeknotities.
(Illustratie: Het station van Ronse door Vincent Gyselinck).

26 november 2018

MIJN TUIN VAN HEDEN

HAWKING IN THE SKY



Met ondergekoelde Britse humor refereert Stephen Hawking in zijn laatste notities aan de Nobelprijs die hem nooit te beurt zal vallen.
Hawking : ‘Als we er ooit in slagen twee bundels deeltjes tegen elkaar te doen kletsen zouden er bij sommige botsingen wel eens micro-zwarte gaten kunnen ontstaan. Dan krijg ik die Nobelprijs misschien toch nog’. En daaronder, in een voetnoot mét sterretje: ‘Nobelprijzen worden niet postuum uitgereikt. Deze ambitie zal dus jammer genoeg nooit vervuld worden.’

Ondanks zijn spierziekte bleef Hawking tot op het laatst zijn verbeten zoektocht naar zwarte gaten volhouden en aan een breed publiek uitleggen. Het maakte hem razend populair. Toch kreeg hij dus nooit de Nobelprijs. De reden hiervoor is simpel: het kan nog miljarden jaren duren eer zijn bevindingen over zwarte gaten wetenschappelijk zullen kunnen weerlegd dan wel bewezen worden. En laat dat nu net een van de vereisten zijn om in aanmerking te komen voor de Nobelprijs. Toch erkende de Zweedse Koninklijke Academie voor Wetenschappen het belang van Hawking. En nog wel op een bijzondere manier.

‘Hij heeft belangrijke bijdragen geleverd aan de wetenschap. Zijn levenspad toont aan dat er veel meer is in de wereld dan de Nobelprijs.’

Overigens kunnen we de eerste miljard jaren voorlopig maar beter niet in zo’n zwart gat achter de gevraagde bewijzen aan gaan hollen. Op de vraag wat er volgens hem gebeurt als we als ruimtereizigers van de toekomst in zo’n gat belanden, antwoordt Hawking (net voor zijn eigen eerste en laatste eeuwigdurende ruimtereis) ‘dat we in dat geval al tot spaghetti zullen zijn uitgerekt, nog voor we de horizon ervan hebben bereikt’.

Ook al zweeft Hawking nu met zijn zeer geavanceerd vakjargon over ‘denkbeeldige tijd’ en ‘meervoudige geschiedenissen van alles’ nu in elf dimensies vele hemels boven de onze, toch vind ik het razend boeiend hoe hij tot op het laatst onveranderlijk optimistisch blijft vertrouwen (bijna schreef ik 'geloven') in de cruciale rol van de wetenschap om al die ultieme Grote Vragen met oeverloos geduld, eindeloos veel courage en heel veel ratio te ontrafelen. Hoe is alles begonnen? Zullen we overleven in de resterende miljarden jaren die ons nog resten na de oerknal? Want als de tijd van dit heelal ( eentje maar van de talloze miljarden - incluis sterrenstelsel en planeten) erop zit, komt onze goede vriendin de zon ons allemaal helemaal opbranden. Het zegt iets over de mens: alles en niets tegelijk.

L'Homme est un roseau.
Mais un roseau pensant.
Blaise Pascal. Pensées.


Gaat kunstmatige intelligentie het van ons overnemen? Wordt de mensheid gaandeweg opgesplitst in een genetisch gemanipuleerde elite enerzijds en een tot uitsterven gedoemd onaangepast verknecht slavendom anderzijds? Van de vraag alleen al krijgt een mens het koud. Ik toch. Ik zie ze zo al voor me, de genetisch gemanipuleerde esthetisch bijgestuurde amper nog zo te noemen menselijke robots. Formerly known as humans.

Op de vraag of er volgens hem ‘elders dan hier op aarde’ intelligent leven bestaat, antwoordt Hawking heel subtiel: ‘Bestaat er dan intelligent leven op aarde?’ Scherper kan je de aanstormende gekte alom niet gezegd krijgen. Dan serieuzer hoewel, toch alweer met die heerlijke dubbele bodem: 'Als er intelligent leven is elders, moet het wel op heel grote afstand zijn. Anders had het de aarde wel bezocht. En ik denk dat we het gemerkt zouden hebben'.

Voor Hawking blijft een van de grootste stappen in de evolutie de geschreven taal. Vergelijkbaar met de versnelde ontwikkeling na de DNA Helix .

Zie ik schoolmeester
Ludwig Wittgenstein
in de vuist lachen
daar in dat Alpenklasje?


Taal met al haar betekenissen en vooral haar beperkingen betekende immers dat voor het eerst in de evolutie informatie, anders dan alleen genetisch via het DNA, voortaan van generatie tot generatie kon worden overgedragen.

Hawking: ‘Er verschijnen zo’n 50.000 nieuwe boeken in het Engels per jaar met pakweg honderd miljard bits aan informatie. De snelheid waarmee nuttige informatie kan worden toegevoegd is miljoenen, zo niet miljarden keren zo groot als met DNA. Het extern vastleggen – in boeken en andere vormen van langdurige opslag – is enorm gegroeid’...‘We zijn misschien niet sterker of intelligenter dan onze in grotten wonende voorouders, maar wat ons van hen onderscheidt, is de kennis die we de afgelopen tienduizend jaar en met name de laatste driehonderd jaar verzameld hebben. Als je vandaag een boek per dag zou lezen, dan zou je zo’n vijftienduizend jaar nodig hebben om alle boeken te lezen die nu in een nationale bibliotheek staan. En er zijn er nog veel meer dan dat. Dit betekent dat niemand meer kan beheersen dan een mespuntje van alle kennis. Mensen moeten zich vandaag dus specialiseren op steeds engere terreinen.'

'Een nog grotere beperking en gevaar voor toekomstige generaties is dat we nog steeds instincten hebben. In het bijzonder de agressieve impulsen die we ook al hadden toen we nog in grotten woonden. Agressie in de vorm van het onderwerpen of vermoorden van andere mannen en hun vrouwen en voedsel afnemen heeft absoluut een voordeel gehad om te overleven, zelfs tot op heden. Maar nu kan dat instinct de hele mensheid uitroeien en een groot deel van het leven op aarde’.

Een kernoorlog blijft voor Hawking nog steeds het grootste gevaar dat ons bedreigt.

‘Maar er zijn meer gevaren. Zoals het verspreiden van genetisch gemanipuleerde virussen. Of het instabiel worden van het broeikaseffect’.

By the way, wat was er dan eigenlijk voor die Big Bang?

Volgens Hawking is de vraag zinloos. Zoiets als vragen wat er ten zuiden van de zuidpool ligt. Zinloos omdat er geen tijdsbegrip bestaat om ernaar te verwijzen. De concepten tijdruimte (Einstein) en zwaartekrachtkromming bestaan alleen in dit tijdgebonden tijdelijk heelal.

Hoe past hij God in de manier waarop hij begin en het eind van dat heelal begrijpt?

Hawking: ‘De vraag is of de manier waarop het heelal begon, door God gekozen is om redenen die we niet kunnen begrijpen. Of dat die manier gedetermineerd is. Dat wil zeggen: bepaald door een natuurwet. Ik geloof het laatste. Als je wil, kun je de natuurwetten God noemen. Maar dan is het geen persoonlijke god die je zou kunnen ontmoeten en vragen stellen.’

Zie ik nu mijn
goede vriend Spinoza
zitten genieten achter
zijn vers geslepen lenzen?
Deus sive natura, beste Baruch.


Hawking: ‘We kennen nu de wetten die bepalen wat er gebeurt in de meest extreme omstandigheden. Zoals bij de oorsprong van het heelal of in zwarte gaten. De rol die de tijd gespeeld heeft aan het begin van het heelal is volgens mij de uiteindelijke sleutel die we nodig hebben om de behoefte aan een Grote Ontwerper ongedaan te maken. Te ontdekken hoe het heelal zichzelf geschapen heeft. Je kunt niet in een tijd voor de oerknal komen omdat er voor de oerknal geen tijd bestond. Eindelijk hebben we iets ontdekt dat geen oorzaak heeft, omdat er geen tijd was waarin een oorzaak kon bestaan. Voor mij betekent dit dat een schepper niet mogelijk is: omdat er geen tijd bestond waarin die Schepper zou hebben bestaan’.

‘Als mensen mij vragen of een god het heelal geschapen heeft, antwoord ik dat de vraag zelf onzinnig is. Het is net zoiets als vragen waar de rand van de aarde is. De aarde is een bol en die heeft geen rand. Dus ernaar zoeken is een zinloze bezigheid. Geloof ik? Ieder van ons staat het vrij te geloven wat hij of zij wil en naar mijn mening is de eenvoudigste verklaring dat er geen god is. Niemand heeft het heelal geschapen en niemand bepaalt ons lot’.

Dat brengt Hawking tot volgend diepgaand inzicht. Bepaald sterk in het licht van de eeuwigheid die hij sindsdien zelf is ingegaan en het vrijwel bovenmenselijk levenslot dat hem door de spierziekte ten deel was gevallen.

Hawking: ‘Volgens mij is geloven in een hiernamaals slechts wishful thinking. Er is geen enkel bewijs voor. Het gaat in tegen alle wetenschappelijke kennis. Ik denk dat we na onze dood terugkeren tot stof. In één opzicht leven we echter door en dat is door onze invloed en in onze genen die we aan onze kinderen doorgeven. We hebben dit ene leven om het grootste ontwerp van het universum te kunnen waarderen. En ik ben daar bijzonder dankbaar voor.’

En wij zijn hem dankbaar voor zijn voorbeeld. Van hardnekkige strijd en niet aflatende zoektocht. Stephen Hawking wordt ondermeer daarom terecht beschouwd als een van ’s werelds grootste wetenschappers sinds Einstein. Dertig jaar lang was hij Professor of Mathematics aan de universiteit van Cambridge. Hij overleed op 14 maart dit jaar na zijn jarenlange strijd tegen de spierziekte. Een gevecht dat eenieder wereldwijd volgde. Zijn postuum boek is gebaseerd op zijn persoonlijk archief. Het is voltooid in samenwerking met zijn academische collega’s, zijn familie en de Stephen Hawking Estate. Het is nu al een internationale bestseller, hoe moeilijk sommige passages ook zonder doctoraat in de natuurkunde en de wiskunde. Maar duizelingwekkend boeiend, dat wel. Een deel van de royalty’s gaat naar het goede doel.

‘De antwoorden op de grote vragen’. Stephen Hawking. Spectrum.
Foto Julie Vancaeneghem: Lars met zijn neefje Rémi.

14 november 2018

MIJN TUIN VAN HEDEN



DAT HET NOOIT GEDAAN ZAL ZIJN

Schrijven wat héééérlijk hoor ik Jan Mulder bezig op de radio. ‘Je personages gaan met jou aan de haal, sleuren je mee in je verhaal...’

Mulder is Neerlands hoop voor al wie zichzelf vanuit vertwijfeling wijsmaken zou dat er een houdbaarheidsdatum staat op schrijfdrift. ‘Mulderke’, Gouden Schoen, Gouden Pen, begenadigd verteller publiceert in de vierenzeventigste herfst van zijn wondere jongensjaren zijn grote Groninger heimatroman. Voor al wie vergeten zou dat ‘couleur locale’ niks anders is dan de wereld zelf . Maakt niet uit waar.

Ja Jan Mulder schrijven is heerlijk, een leven lang. Met of zonder naam en faam. Je gaat er voor zitten. Je duikt in je schriftjes. Je observeert en noteert. Je blijft er voor wakker. Op de rug van de dansende lettertjes schiet je uit de teletijdmachine je eigen droom wereld in. Je vergeet voor even alle kommer en kwel om je heen. De smoelen van Trump. De uitsluiting van kinderen op school. Hun uitbuiting in het arbeidsproces, in de oorlog, de prostitutie. Ja Jan Mulder schrijven is genadeloos héérlijk.

En lezen: ook. Ik weet niet wat ik het liefste doe. Als ik een tijd schrijf, wil ik weer gaan lezen. En omgekeerd. ‘De Heilige Rita’ van Tommy Wieringa bij een warme choco middenin de Gentse studentendrukte. Met de taalvirtuositeit van Wieringa er als warme appeltaart bovenop.

Of dan de ovenverse Goncourt van Nicolas Matthieu die je in zijn onnavolgbare taalidioom als geen ander confronteert met de botsing van generaties en het doorschuiven van tijdskaders, als brekende aardplaten over en door elkaar. Een en al begeerte. Dat eeuwige verlangen naar alles wat verglijdt zodra het er is. Ongrijpbaar geluk, gevuld met herinneringen aan vroeger en nieuwe verlangens. Het nu. De tijd van een bliksemsnelle indruk die je noch bevatten noch vatten kan. Een héééérlijk gevoel dat alweer wegschuift en plaats maakt voor almaar andere begeerte.

Het besef dat het
nooit gedaan zal zijn
toch ooit ophouden zal.

‘Mijn Tuin van Heden’.
Dagboeknotities.


‘Liefde en Aardbevingen’. Jan Mulder. De Bezig Bij.
‘De Heilige Rita’. Tommy Wieringa. De Bezige Bij.
‘Leurs enfants après eux’. Nicolas Matthieu. Actes Sud.

07 november 2018

MIJN TUIN VAN HEDEN

HET LIJDEN VAN DE JONGE CHRISTOFF



Na het opdoeken van Spectator dook ik in de ‘formidabele’ wereld van Wally, Will en Willy. De ene week zat ik bij een kerel die beweerde dat hij de erfgenaam was van Lodewijk XIV, de andere keer bij een mafketel die de goegemeente wijsmaken wou dat de Heilige Maagd elke nacht zijn vochtige schouwmantel vol traande. De hele fauna en flora van de boekskes. Acht jaar schrijfkramp.

Ik dacht er terug aan bij het zien van ‘Die Huis’ docureeks ‘waarin interessante persoonlijkheden hun ziel blootleggen in de schaduw van de Zuid-Afrikaanse Wellington wijngaarden'. Dergelijke biechtvieringen doen het helemaal tegenwoordig. Deze keer werd de getormenteerde ziel van charmezanger Christoff - dubbele f - De Bolle ter tafel gelegd. Balancerend op het randje van de ultieme Calimero-noot konden we van de doorgaans blije schlagerfestivalprins vernemen welke lijdensweg hij als jongen is gegaan. Met om te beginnen op zijn tiende al de brute pech van een hersentumor, verwijderd langs de neus. Een overlever, een vechter en een hoopgever voor zovelen wie het zelf ook overkomt. Aangrijpend ook hoe Christoff hierna de pesterijen aankaartte die hem te beurt vielen vanwege de hele schoolgemeenschap (‘600 pesters, leraren incluis’) nadat hij de Soundmixshow had gewonnen. Met daar nog bovenop de vernedering en uitbuiting door zijn eigenste ‘manager’.

De ene wil gouverneur zijn, de ander directeur van de Nationale Bank. Nog een ander wil in geen geval de papa genoemd worden van Delphine Boël.

Je kan die bewogen levensgeschiedenis afdoen als lulkoek 'want er is toch nog veel erger in de wereld bij mensen die het niet eens meer kunnen navertellen bij een fluitje champagne'. Om van de wereld der letteren nog te zwijgen, is elk wereldje hard voor iedereen. Dat niemand het hem gevraagd heeft om te gaan Soundmixen. Dat wie ook maar even buiten de lijntjes kleurt als geïsoleerd buitenbeentje maar een uitweg heeft : jezelf blijven en je sterker tonen dan de rest. Lukken doet het helaas niet altijd. Eerder deze week toonde TF1 een film met debat na waarin een voor het leven gehavende jongen genaamd Jonathan net als Christoff op school werd vernederd. Wanhopig zette Jonathan zichzelf dan maar letterlijk in de fik. Na wekenlange coma en maandenlange revalidatie overleefde hij zijn vreselijke brandwonden. Christoff zegt zijn reddende kracht te danken aan Rita: ‘een vriendin voor het leven die zichzelf liever helderziende laat noemen dan waarzegster’. Rita beweert dat alles wat Christoff overkomt, het plan is van God. Van tumor tot pesten van tegenslagen tot successen.

De eeuwige botsing tussen vrije wil en fatalisme. In dit geval van een zogezegd vooraf door god geschreven plan. Jean-Paul Sartre ziet dat anders dan helderziende Rita. Voor Sartre is de zin van het leven de zin die je er zelf aan geeft en maak je jezelf tot wie je bent. Bijval oogsten of builen vangen, het hoort er allemaal bij en zijn dan ook voor eigen rekening. Tot je dood bent, kan je je eigen keuzes maken en je verfijnen als mens of integendeel compleet laten gaan in de kwade trouw. Pas na de dood zullen de anderen dan wel zeggen wie je volgens hen was. Al ken ik er die niet zo lang wachten om het te zeggen. De ene wil kelner zijn, de ander gouverneur van Oost-Vlaanderen of directeur van de Nationale Bank. Nog een ander wil in geen geval papa genoemd worden van Delphine Boël. Voor iedereen is het zelfconcept anders. Op een dag wil je romans of theaters schrijven, op je mondharmonica blazen, wandelen, fietsen of scooteren door de wondermooie heuvelen rond Ronse. Kom dan achteraf niet klagen dat je op je bek gaat: bij de keien van de kritiek of op de kasseien van de Koppenberg.

Christoff is een heerlijk eerlijke kerel, met een verrassend geladen levensverhaal. Als de zelfverklaarde helderziendheid van Rita hem een goed gevoel geeft, is dat zijn keuze. Met dat pesten ligt het een stuk lastiger. Volgens de oude stoïcijnen kan je namelijk nooit iemand anders verantwoordelijk stellen voor wat je zelf voelt. Epictetus beschrijft dat al mooi in zijn tijdloos Zakboekje.

Moet een Kerstmarkt voortaan Wintermarkt worden opdat niemand zich gekwetst voelen zou?

Kunnen opvattingen of meningen waardoor anderen zich gekwetst en beledigd zouden kunnen voelen gelden als criterium om uitingen ervan te verbieden? Moet een Kerstmarkt een Wintermarkt worden, opdat niemand zich gekwetst voelen zou? Volgens de sociale filosofe Miriam van Reijen leidt ons dat tot de ethiek van het hellend vlak. Zich beledigd of gekwetst voelen is iets wat bij diegene zit die misschien zelf te lange tenen heeft. Als een wet wordt afgestemd op wat er wel en niet gezegd mag worden, glijdt het criterium snel dat hellend vlak naar beneden en is het einde zoek. Voor Seneca is het nooit datgene wat iemand van binnen voelt dat een ander tot andere gedachten brengt of iets in de wereld veranderen zal. Dat kan alleen als je er uiting aan geeft. Alleen als je er zelf iets aan doet, als je het aangevoelde onrecht aanpakt, er iets over zegt in een veelbekeken TV-docu of film met debat na, alleen dan zullen pestkoppen twee keer nadenken eer ze kinderen op de schoolkoer of oudere collega’s op de werkvloer opzadelen met het levensgevaarlijk gevoel er niet of niet langer bij te horen.

‘Mijn Tuin van Heden’. Dagboeknotities.
Illustratie: Michel Provost.
(Meer lezen: ‘Stoïcijnse levenskunst’. Evenveel geluk als wijsheid. Miriam van Reijen. ISVW Uitgevers).