18 juni 2018

OPSCHUDDING IN DE LADIESCLUB



Het stond in de vallende sterren boven Ronse geschreven dat de CD&V Ronse het ambitieuze kopmanschap van Brigitte Vanhoutte bij bestuurspartner N-VA met een fors vrouwelijk offensief beantwoorden zou.

Eugénie Carrez is dus de naam. Voorlopig nog argeloos en jong genoeg om ouwe schrijfkroko’s op een onbewaakt moment te verklappen dat ze als ‘absolute beginner’ is aangezocht door jawel dé geroutineerde netwerker Jan Foulon. Een grote stap voor haar en tegelijk een slimme zet voor Jan Foulon die als Eerste Schepen stemmenkanonnen Ignace Michaux en Joris Vandenhoucke ‘in alle peis en vree’ moet laten voorgaan op de lijst.

De alomtegenwoordige Brigitte Vanoutte kent nu formeel het antwoord op haar overstap naar en haar kopmanschap bij de concurrentie. Het spel kan nu echt beginnen. De drie beleidspartijen van Ronse graaien daarvoor allemaal in dezelfde vijver. Een veilig Ronse. Een welvarend Ronse.

Na de verdamping van het OCMW verschuift de kopzorg om de privatisering van de zorg daarbij vrijwel geruisloos door naar de systematisch gebashte socialisten die op de tandemvelo van Groen kunnen rekenen om de rode hartjes een stek te geven in de stadstuin van de Ronsese betere tweeverdieners.

Maar de respons van de CD&V op het eerste vrouwelijke kopmanschap uit de politieke petite histoire van Ronse zorgt in de partij ook voor pijnlijk trieste collaterale schade bij vrouwelijke oudgedienden die gaandeweg hun stek zagen doorschuiven op het schuifbord van de partijstrategen en die hun verongelijkt ongenoegen daarover inmiddels publiek van de Ronsese daken schreeuwen.

Feit is dat CD&V zich na de grondig door elkaar geschudde mix (het ging er volgens insiders binnenkamers grof aan toe) nu klaarstoomt voor heel andere katjes die Ronse als stad nog deerlijk krabben kunnen.

Tegenover de schaalvergroting van politie, brandweer, gerecht, nutsdiensten, belastingen heeft Ronse geen andere optie meer dan eindelijk los te geraken van het keurslijf waarin een hoogst onrechtvaardig opgedrongen bijzonder statuut van een halve eeuw terug de Ronsenaars in de bestuurlijke wurggreep houdt tussen al onze gefusioneerde steden en gemeenten. Het wordt dé grote uitdaging voor al wie als Ronsenaar de sjerp omgordt.

Het is totaal géén taalkwestie. Het gaat om het gelijkheidsbeginsel. Als alle Belgen gelijk zijn voor de grondwet, dan de Ronsenaars ook. Als Ronse de volgende opgelegde fusieronde mist is het over en out met de beloofde groei en de bloei van een veilig en welvarend Ronse. Wordt 9600 een archeologisch curiosum.

Luc Dupont, zo verzekert hij me toch op mijn uitdrukkelijke vraag, gaat voor het volle mandaat. Geen doorgeeftruc met poll bij een vooraf georganiseerd netwerkje onderweg dus. Op een moment dat een 94-jarige bekende Ronsenaar bij de N-VA nog de moed vindt om in het rustoord boven de Cammeland op te komen voor stemrecht ter plekke voor inderdaad al te vaak ondergewaardeerde senioren, heeft Luc Dupont zelf als zestiger gewis nog een stoet mandaten tegoed.

Bij dit alles gaat het er in wezen om of Luc Dupont, Brigitte Vanhoutte, Tom Deputter, Pol Kerckhove, Lech Schelfout deze stad vooruit kunnen duwen vanuit alle accenten die ze ons in hun rechtmatige en rechtschapen democratische bekommernissen om Ronse voorleggen. Al de rest is geneuzel in de marge. Van onder meer knorrige kroko’s en stekelige mosquito’s.

Leve Ronse.

14 juni 2018

DE WEG VAN DE (V)REDE



Luc Dupont is in Ronse opgegroeid, liep hier school, volgde zijn vader Adiel op als advocaat, ging net als zijn verwekker in de politiek en werd burgemeester. Als geen ander kent hij het wordingsverhaal van de Ronsese Tunesische gemeenschap ('Vivre et travailler en Belgique') en de instroom van de Marokkaanse gemeenschap. Hij is burgemeester van een stad met bijzonder taalstatuut en inmiddels 81 nationaliteiten uit de binnen-en buitengrenzen van Europa.

Als burgemeester bewandelt Luc Dupont de gulden middenweg. Die van de redelijkheid, de leefbaarheid en de haalbaarheid. Altijd vanuit een principieel beginselvast, behoedzaam en bezadigd burgervaderschap. Met 2000 stemmen is hij niet de populairste burgemeester maar zoals eenieder in Ronse ondertussen weet: hij zoekt dat ook zelf niet echt. Geen tafelspringer dus en nog minder een goedkoop populist. Maar hij wordt inmiddels wel alom gewaardeerd om zijn standvastig en degelijk beleid, zijn ambitieus strategisch plan, plus de nu ook grondwettelijk aangevochten claim waarmee hij Ronse vastberaden wil klaarstomen voor de volgende fusieronde die er zit aan te komen. Een cruciale uitdaging wordt dat voor hem. Dit als mooie afsluiter van een nu al vruchtbare politieke loopbaan ten dienste van zijn stad.

Redelijkheid en haalbaarheid. Dit typeert zijn attitude. Zowel tegenover de ooit in Terzake zwaar overroepen ‘degoutante geweldcultuur’ (die tv-camera’s brachten hem toen duidelijk op een idee: meer camera’s alom) als tegenover het wurgend taalstatuut dat Ronse als historische centrumstad in de klem wil houden tussen de inmiddels gefusioneerde buren van Oudenaarde, Kluisbergen, Maarkedal en Frasnes.

En dus ook nu vandaag weer tegenover een door de Tunesische en Marokkaanse gemeenschap publiekelijk aangeklaagd verkeersconflict waarschuwt Luc Dupont ten stadhuize voor overhaaste publieke polarisering waar niemand wat aan heeft.

Luc Dupont sluit geen mensen van elders uit. Doet hij niet. Doet hij nooit. Als burgemeester wil hij integendeel dat iedereen zich aan de wettelijke en maatschappelijke werkbare regels houdt. Hem zal je als burgemeester geen Waalse schoolkinderen uit bussen doen schudden. Hem zal je geen stoere quotes toedichten over ‘geradicaliseerde kleuters’. Hem zal je geen aparte loketten ten stadhuize horen voorstellen. Hem zal je niet horen pleiten voor verwijdering van het Franstalige boekenaanbod uit de Ronsese bib.

De gemeenschappen van Ronse, àlle gemeenschappen van Ronse van waar ook en in welke taal ook, doen er dan ook goed aan de raad van de ervaringsdeskundige burgemeester van het vreedzame en redelijke Ronse niet zomaar overhaast te gaan vergooien aan polarisering waar niemand beter van wordt.

Niemand in Ronse
wordt geacht
zich minder te voelen
dan een ander.

Niemand in Ronse
wordt geacht zich
meer te voelen
dan een ander.


Zaterdagvoormiddag presenteert deze Luc Dupont in de Salons Remington de volledige lijst van zijn CD&V-ploeg voor oktober. Op 2 staat ‘een sterke vrouw’. Verderop gevolgd door meer 'knappe jonge en minder jonge' vrouwvriendelijke meerwaarde kandidates. Zo wordt toch al een tijd voorgehouden. De top 5 wordt voorts ingevuld door de drie CD&V schepenen Ignace Michaux, Joris Vandenhoucke en Jan Foulon.

Over het doorgeven van de sjerp in de loop van de volgende bestuursperiode is er géén afspraak. De keuze van de kiezer is de boodschap. Lijstduwer is voormalig schepen van Openbare Werken Yves Deworm.

De sfeer tussen de huidige coalitiepartners is 'werkbaar goed'. Dus niet meteen van die aard dat er een wissel in zit. Sauf accident. De kiezer krijgt het laatste woord over de diverse kandidaten op de lijst en beslist welke bestuurspartner aan zet zal zijn. Met extreme partijen wil de CD&V niet besturen. Aan de lezer om zelf uit te maken welke dat zijn.

Om Ronse voort te sturen en te besturen is de sjerp van Luc Dupont voor de CD&V hoe dan ook conditio sine qua non. Om het in de dode taal van de zeer levendige Hermes te zeggen.

07 juni 2018

DE TUIN VAN HEDEN



‘De Tuin van Heden’ wordt mijn nieuw schrijfavontuur. De schrijfvorderingen ervan zal u hier als fidele lezer in de komende maanden in korte afleveringen kunnen volgen. Ver van de waan van de dag.

Goretex. Aigle. De verteller trekt zijn stapschoenen aan. Een dag onderweg met Vlinder, zijn onvoorspelbare kleindochter in en om het mooiste dal van de planeet tussen Vlaamse Ardennen en Pays des Collines. Samen op stap in de razend snel veranderende wondere vloeibare digitale wereld van het zogeheten antropoceen die de hare zal zijn.

But no Calimero in that lost paradise. Doemdenken wordt de tocht daarom nog niet. Daarvoor beschikt de spontane generatie van Vlinder over de onwrikbare vastberadenheid om de noodzakelijke veranderingen ten gronde aan te pakken.

Dwars doorheen de knagende vernieling alom. Tegen de diepe verwarring van de bange babyboomers met hun eindeloos herhaalde geweldjournaals, hun zielige paniekreacties tegenover nochtans eeuwenoude migratiestromen, hun kunstmatig aangezwengelde ‘culturele identiteitscrisis’, hun beschavingsmoeheid, hun weerberichten in oranje codetaal (‘morgen ben ik er weer met meer rampweer’), modderstromen voor de golfkarretjes in Knokke, zeeën vol Love Boat-rommel, kijkwalvissen vol plastic, zwerfvuil rondom de Ronde van Kwaremont, Fakebook News van een ego-tripperig populisme dat de kloof tussen zeer rijk en straatarm verdoezelt en de oude middenklasse helemaal weg globaliseert.

Dank zij de vertederende vrolijkheid en het aanstekelijk optimisme van Vlinder wordt een voorgenomen aanmatigende pedante ‘overdracht van kennis’ door een zelfingenomen pater familias die denkt dat hij voor Socrates spelen moet gaandeweg totaal onderuit gehaald en op de kop gezet door een dartele vrije vlinder.

Haar aanstekelijke levensvreugde slaat een hangbrug overheen de diepe kloof tussen het oude Avondland van ‘de grootvaderfiguur’ en de nieuwe tijd van Vlinder zelf, met haar glinsterende pretoogjes in de zomerzon hoog boven het dal.

De Tuin van Heden.
Illustratie: ‘Place to be’.
Peter Illovsky.

29 mei 2018

MACHTIG MOOIE VERBONDENHEID



Dit komt niet meer goed. Denk ik die zondagmiddag als ik mijn buurman daar zo zie liggen schudden en beven. Het gezicht genadeloos zwaar gehavend. Seconden eerder brutaal ondersteboven gemaaid. Hij de alerte voetganger, aangereden door een chauffeur onderweg van het voetbal naar huis . Ongelijke kansen. Geen videoref voor nodig.

Niet meer goed?
‘Jean n’ees giene kiessie’.

Niet klagen, maar dragen en pijn verbijten. Meer dan dertig jaar al zie ik hem hier in mijn schrijfstekje vanuit zijn huis wat verderop dag aan dag passeren. Klaar om zijn afstanden af te malen. Zomer en winter. Ik heb het hier dan nièt om 10.000 profijtige pizzicatopasjes op zo'n trendy stappentellertje van de Bond ter Beweging der Digitalis Vulgaris. Nee, voor minder dan de Fiertelroute haalt Jean zijn velo niet van stal. Voor minder dan een ommegangafstand trekt Jean zijn bottines niet aan.

Op het streepje voetpad van Broeke dat nog net niet is opengereten door ondergravende nutsvoorzieningen die camions uit de Balkan met Global Perdu System recht naar de spoedopname boven de Kammeland positioneren in plaats van ze naar de Associated Weavers te loodsen, sla ik met Jean een praatje over de zoveelste Fiertel die er zit aan te komen.

‘En?’ Vraag ik. Behoedzaam aftastend. Ze geven bloedhete weders. Misschien wil hij het er liever niet over hebben. Zoals alle Ronsenaars die vrezen er deze keer helaas echt niet langer bij te mogen horen. Getackeld als ze worden, door de tijd die ons met zijn allen vroeg of laat naar de grachtkant mikt.

‘Zonder ongelukken’. Zegt hij. Als om Hermes in de hemel te bezweren. Bellemannen en dragers van zijn kaliber hebben het al lang geleerd onvoorziene omstandigheden in te calculeren. Zo lang ze niet echt met hun schrijn onderweg zijn op het ritme van de bellen. ‘Als er dus niks tussen komt’.

Er komt die zondag voor Jean niks tussen. Zelfs geen elektrieken cyclopedist die in overdrive onder het schrijn van Hermes door schuift. Er komt voor Jean integendeel iets heel moois bovenop.

Bovenop de Kruissens, daar aan het laatste kapelleke tegen de Boekhaege , daar net voor de nederdaling naar zijn geliefd Ronse krijgt Jean Vandenhole in zijn 88 ste levensjaar van zijn fidele makkers de Dragers en Bellemannen de mooiste en langste ovatie uit de geschiedenis van het wonder genaamd Hermes.

Of het ligt aan zijn uitzonderlijk karakter, aan zijn wonderbaarlijke wilskracht, aan genetische gaven als godenkind ik wil het kwijt. Dat ongeval met Jean toen heeft me wel geleerd in alle omstandigheden optimist te blijven, ook bij de somberste gezondheidsbulletins. Opgeven is voor Jean geen optie. Voorbeeldig. Schoon. Sterk.



De Fiertel heeft te maken met deze machtig mooie rotsvaste verbondenheid. Iets wat ons allen overstijgt, ons met zijn allen de krop door de keel jaagt.

Een dik verdiende medaille voor verdienstelijke dragers.
Een wondermooie herontdekte bosdreef door Heynsdaele.
Walking with the Saints. De grote klasse van twee erudiete Ronsenaars. (Anne-Françoise Morel en Erik Devos om ze niet te noemen: zelf zijn ze daar te bescheiden voor).

Laat al de rest, alle recup pogingen dan platte profilering en positionering zijn met of zonder lintje om. Schone schijn, pronkzucht. Decorum waar je op een dag als deze met mensen als Jean en zijn companen dwars doorheen stapt, op het ritme van de bellen.

Dragers gedragen door de eeuwigheid en de frisse wind van de toekomst. De glimlach van scouts en gidsen. Het enthousiasme van aspirant-bellemannen.

Wie dit alles niet vat, mist wat we als Ronsenaars vanuit onze verschillen samen voelen en bedoelen. Die ene échte onvoorwaardelijke verbondenheid die ons - tuupe - zo van dit stadje in het mooiste dal van het land houden doet.

22 mei 2018

DE NIEUWE FIERTEL FANIONS



Op zaterdag 2 juni stelt N-VA Ronse in Villa Portois aan het Malanderplein haar volledige lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen voor. De spindoctoren en andere communicanten van de partij hebben duidelijk iets met historisch geladen Ronsese tempels. In het ooit legendarische Park Lagache van Club Ronse meldde de N-VA eerder al dat Brigitte Vanhoutte als eerste vrouwelijke lijsttrekker in de geschiedenis van de Ronsese politiek de lijst zal trekken voor oktober. Op 2 staat Wim Vandevelde. Bij De Maatschappij van Dragers en Bellemannen met of zonder medaille wordt de uittredende OCMW-voorzitter en schepen van Financiën net als het schrijn van Hermes zelf op de schouders gedragen als goed gebekte ‘primus inter pares’. Om het bij het gebruikelijk BDW-idioom te houden. Op 3 staat beginnend bokser Aaron Demeulemeester. Goed voor één eerste match mét al meteen een eerste zege achter zijn naam. In de boksring welteverstaan.

Bij de CD&V Ronse komt er zo te horen voorlopig nog altijd geen presentatie van de hele lijst. Het lijkt daar dus zoals ze dat in Ronse zeggen meer en meer op een 'laasteg kinderbeede’. Want ook na de Ijsheiligen die nochtans afkoeling hoorden te brengen blijft het daar voorlopig bij die ene witte rookpluim voor de onbetwiste lokale paus van de Ronsese christen-democraten Luc Dupont die zichzelf opvolgt als kopman en daarbij rekent op zijn burgemeestersbonus.

Volgens CD&V-Ronse voorzitter Patrice Dutranoit wordt op dit moment wel de ‘laatste hand gelegd aan de lijst’. Die laatste hand... ligt duidelijk niet zo voor de hand. Er is dan wel in de coulissen sprake van een verrassend sterke lijst met voor elk wat wils. 'En ge gaat zien, een heel sterke vrouw op onzen 2'. Het zal nodig zijn. Al was het maar om ‘le transfer du sciècle’ Brigitte Vanhoutte (van CD&V naar N-VA) van antwoord te dienen. Op 3, 4 en 5 zwaaien schepenen Ignace Michaux, Joris Vandenhoucke en Jan Foulon voorlopig vooral met de nieuwe 'schone' Fiertel Fanions naar malkander.

De pijn van het schrijn.
Zoiets zal het zijn.

Moge Hermes zondag
eenieder genezen van
de truken van de ander.

(Illustratie Michel Provost).

20 mei 2018

WALKING WITH HERMES



Het Fiertelgevoel warmt je lijf.

Een glimlach.
Een handdruk.
Een kus.
Een knuffel.

Voor de ene een societytoestand.
Voor de ander een populariteitstest.
Een queeste naar zingeving en betekenis.
Een checklist van levenden en doden.
Wat nog overeind blijft. Wat afgesmeten is.

De Fiertel stapt de trage wegen rond Ronse af vanuit het donkere verleden en het vaak genadeloze heden naar hoopvol beterschap. Zoveel torsen we mee als essentiële oliën van het leven.

Het ware Fiertel-gevoel is met de mooiste metaforen niet te beschrijven. Je moet het zelf beleven: niet één keer, keer op keer.
Wie zelf nooit achter de bellen aan stapt, mist magisch-realisme op stapschoenen achter het schrijn.

Nooit is Ronse mooier dan op een Fiertelzondag.

Achter dat schrijn.
Op het ritme van de bellen.


Fragment uit ‘HERMES’.
In Ronse verkrijgbaar op de Dienst Toerisme (Spaans Kasteel). In Oudenaarde bij Boekhandel Beatrijs. In Ronse tevens op de Rooseveltplaats bij Michel Vandenhende In de Ninovestraat ook bij Gregory Van Stals. Gesigneerde exemplaren op aanvraag op de genoemde adressen.
(Foto met dank aan Ronny De Coster/ Het Laatste Nieuws).

18 mei 2018

TOUT LE MONDE IL EST BEAU



‘Poil de Carotte’.

La Peugeot 203 toit ouvrant sur ciel bouché s’enfonce dans les ruelles de La Trinité . Tous les regards se plongent sur moi. Jules Renard? Connais pas. J’en suis toujours à Marie Chapdelaine, ses chaumières et ses nounours. Le Grand Meaulnes qui me casse les coucougnettes. Je vous parle d’un temps que Coeur de Pirate ne peut pas connaître. Nono m’observe très satisfait de lui. Ma déconfiture a tout pour lui plaire.

‘Le malheur d’un con fait toujours plaisir à voir’.

Je pique un girophare à l’arrière de la Peugeot. Il s’en tape éperdument, Nono. Il me considère comme ce rabat-joie venu du plat pays. A se farcir le temps des vacances. A lui les amazones juteuses en Solex, genre Janique Aimée à la télé. Il me laisse les béguinages d’un ciel Flamand si bas qu’un autre écorché vif que moi s’y est perdu avant de venir grater sa gitare au Lapin Agile. Toutes les choses de la vie, je viens les découvrir par tout ce que Nono voudra bien m’en dévoiler. Lui qui connaît si bien les divas du Golfe Drouot. Lui qui sait tout sur le zizi, même celui du pape.

‘Poil de Carotte, moi?’

C’est tante Nini avec son tendre sourire éternel, qui m’a rasé la boule à zéro. Question de déclarer une fois pour toutes la querre totale aux puces qui hantent nos collèges et patronages d’avant Napoléon. Nono est mon héros. Il sait tout ce que moi, le moins que rien entre tous les Petits Riens réunis du Padre Pio, j’ignore encore.

‘Comment ils ont fait pour nous faire nos vieux’.

Queue basse je capte tout en vrac. Les maladies honteuses des coulisses de Pigalle, la chaude pisse, la folie de Guy de Maupassant à quatre pattes. Flaubert et son complice Théophile Gaultier en Egypte.

Tropiques du Cancre Nono.


Je l’écoute des heures durant. Bouche bée. Docile comme un chien perdu sans papa. Vu que mon géniteur a eu la bonne idéé ou plutôt l’envie pressante de me concevoir (avec déjà le mot con en germe) très date limite. In extremis. Juste avant de disparaître comme un voleur de destin (le mien) dans la nuit étoilée. Selon les dires des bonnes Soeurs de la Miséricorde pour y préparer d’avance ma place tout près de lui au paradis des fantômes.

Quant à Nono: la vie lui fait visiblement le plein de cadeaux. Blazer bleu nuit. Noeud papillon avec ou sans Bécaud. Pantalon au pli parfait. Le tout à mettre Yves Saint-Laurent sur le cul, façon d’écrire.

Le vent est au rire.
Le vent est au blé .

Six décennies plus près des étoiles je m’interroge. Je l’ai perdu de vue depuis belle lurette mon Nono. En scribrouillant les dernières tranches de cette étrange de vie je pense à lui et à tout ce beau petit monde enseveli.

J’en vois qui
revendiquent
qui protestent.
moi je ne demande rien
ni à la lune
ni aux diseuses
de bonne fortune.
je ne fais qu’un geste
le temps qui me reste
j’écris de jour
j'écris de nuit
tout en écoutant
du dehors l'incessant
tapage de l'éphémère
la futilité des bruits.


Je trempe ma plume à l’encre de l’imagination d’une autre vie.
Dans laquelle tout le monde il est beau et tout le monde il est gentil.

‘ETRANGE DE VIE'.
Ceci est un extrait de French Collection.
Copyright: Stéphane Vancaeneghem.
(Illustration: Michel Provost).

14 mei 2018

VRIJBLIJVEND

NATIONALISME ALS PLACEBO



Overal en nergens zitten ze. Zij die ons houvast gaan verschaffen. Die ons hun vijandbeelden aanreiken. Die de hunker naar het ‘eigen volk eerst’ aanpoken. Het alomtegenwoordig razendsnel mutatievermogen van de octopus genaamd nationalisme in al zijn zachte en harde uiteenlopende verschijningsvormen is echter zelf een onderdeel van het Europese probleem: niet de oplossing. Nationalisme is het symptoom, niet het geneesmiddel. In ‘Nationalisme’ (Amsterdam University Press) diagnostiseert Joep Leerssen de ziekte, fileert hij vlijmscherp de placebo. Met indrukwekkende eruditie.

Rodenbach (nièt het pittig bruintje) met zijn Blauwvoet. Conscience met zijn ridderheroïek. Jan Breydel (met zijn stadion, zijn gerookte ham) en Pieter De Coninck (met zijn wevers en zijn Bolleke) ze krijgen allemaal hun herziene versie in de heldenverering die ons als pubers is meegegeven in tal van liedekijns, blauwvoeterie en kleffe priester-lerarenfrustratie. Het was lang voor ‘Kartouchke’ van wentelpater Versteylen en de bevrijdende lichte meisjes van Louis De Lentdecker. Maar wat is nationaliteit en waar gààt dat nationalisme dan eigenlijk wel over?

Dat vraagt de Franse auteur Ernest Renan zich in 1882 al af in Qu’est-ce qu’une nation? Renan schrijft zijn inmiddels tot klassieker verheven werk uit pure Franse koleire na de Pruisisch-Duitse annexatie van Elzas-Lotharingen in 1871. Hij pikt het niet dat zijn goede vrienden, de kamergeleerden Mommsen en David Friedrich Strauss die Pruisische annexatie zomaar vrolijk goedpraten, zogezegd ‘op antropologische en historische gronden’. (Zoals Heiddeger in zijn Zeit even de andere kant opkijken zou vanop zijn universitair nazi-zitje. Zoals Jean-Jacques Rousseau lang voor hem vrolijk tal van kinderen verwekte die dan volgens zijn persoonlijk Contrat Social gerust te vondeling mochten worden gelegd. En vertu des grands principes et des grands sentiments.)

Nationalisme als verrekijker om een grijs verleden dichterbij te halen en goed te praten? Het geeft je een tunnelvisie. Het blokkeert het hele perifere middenveld om je heen. Eer je het in de gaten krijgt, kom je zoals William Butler Yeats (de gangmaker van de Irish Literary Revival ) en Manuel Murguia ( de voorman van het Galicisch regionalisme) uit op de mistige mythen van de Kelten zonder nog het plaatje van vandaag te zien. Wat schiet je ermee op, in een Europa dat van binnen ondermijnd wordt door Europa-haters van Hongarije en Polen tot Italië terwijl ondertussen globalisme, Trumpisme, internationaal monopolisme, brutaal neo-liberalisme de plak zwaaien boven het opgewarmd hoofd van de Europese zwerfvuil-plogger aan de zelfkant.

Veel van die Europese uitdagingen vandaag hebben volgens Joep Leerssen, hoogleraar Europese Studies Universiteit van Amsterdam, te maken met de verdamping van de oude Europese kolonïen en de instroom van migranten uit die voormalige koloniën of Europese periferieën. Hun hardnekkige belijdenis van een diep gevoelde religieuze identiteit staat in die snelle evolutie haaks op wat in het een gemaakte Europa als een voortschrijdend en onomkeerbaar moderniseringsproces wordt beschouwd: secularisatie en scheiding tussen kerk en staat. Ondertussen moeten de Europese landen ook nog altijd in het reine komen met de diepgewortelde herinneringen aan hun onderlinge vijandschappen en strijdige belangen. En met alle vastgeroeste clichés van dien. De oppervlakkige Fransman. De bier heffende Duitser. De linke Griek. De gemene Brit. De Belgenmop omtrent Papy la Frite. Die verdeeldheid probeert Europa wel nog zonder veel resultaat te bezweren met de sleetse formule van eenheid-in-verscheidenheid. Dwars door dit alles heen dendert dan ook nog de polarisering tussen islamisme en etno-populisme.

Overal en nergens zitten diegenen die in deze verwarde situatie houvast zeggen te verschaffen, hapklare vijandbeelden aanreiken, de illusie van een vage eigen identiteit. Volgens Ernest Renan is nationaliteit echter een houding, een zich-bekennen-tot-de-natie. Mensen hebben een nationale identiteit, niet omdat ze dat als natuurwet of noodlot opgelegd krijgen, maar ten gevolge van een keuze, een identificatie. Die identificatie is vaak impliciet en vanzelfsprekend. Het is voortdurend hernieuwde volksraadpleging. Wie de wetten gehoorzaamt, belastingen betaalt, het landelijk gezag als het zijne of het hare aanvaardt en zich herkent in de gemeenschappelijkheid van de nationale samenleving, bekent zich ipso facto tot een nationaliteit.

Eenieder kan zich vandaag nog steeds vinden in Renans anti-deterministisch voluntarisme. Dat legt de klemtoon, niet op de omstandigheden waarin naties ontstaan, wel op de concrete keuzes die binnen die omstandigheden worden gemaakt. Als daar zijn: de scheiding tussen kerk en staat. Secularisatie. Burgerlijke mondigheid. Gendergelijkheid. In dit land en binnen het wettelijk kader: abortus en euthanasie. Freedom of speech.

Dat is het, heel concreet. Mijlenver van vage ongrijpbare abstracties als ‘identiteit’ of ‘cultuur’ die ons zoals in de teletijdmachine van professor Barrabas willen terug mikken naar de bevlogen en vervlogen romantiek en de mythologie van het zogenaamde Oude Avondland. Onder de sterrenhemel bij het kampvuur. Banjo in aanslag, muurbloempje in het geruite hemdsknoopsgat.

Oh breng me terug
naar die ouw Transvaal,
daar waar me Sari woon.


VRIJBLIJVEND.
Percepties & Impressies.

26 april 2018

VRIJBLIJVEND

WELKE LADING
ONDER WELKE VLAG?

VAN NATIONALISME
VERBONDENHEID
VERBEELDING &
ONWRIKBARE HOOP




Doorgeschoten tolerantie. Sociale onverschilligheid. Teloorgang van burgerlijk fatsoen. Verruwing van de samenleving op straat, in het verkeer, in sportclubs, op speelpleinen, op de schoolkoer, erosie van de normen, minachting voor elke vorm van gezag. Alle morele zwakten van onze huidige samenleving zouden dus hun wortels hebben in de late sixties. Dit alles zou toen zijn opgeofferd aan ongebreidelde vrijheidsdrang.

'Ik kan mij niet anders herinneren dan dat 1968, het jaar dat de verbeelding de macht probeerde te grijpen en de jaren die erop volgden in een kwaad daglicht worden gesteld', schrijft Femke Halsema in haar essay voor De Maand van de Filosofie. De verbeelding die toen van onder de kasseien kwam open bloeien, kan volgens haar echter beter worden gedefinieerd door Richard Rorty:

'Vooruitgang wordt afgemeten aan de mate waarin we onszelf verbeteren. Het antwoord op de vraag wanneer we ons als gemeenschap en als leden ervan verbeteren, is als we onszelf en elkaar - en vooral de meest kwetsbaren onder ons – beter weten te vrijwaren van vernedering'.

Femke Halsema: 'Progressiviteit is een diffuus, verwarrend begrip dat vaak meer zegt over degene die het gebruikt dan over de maatschappelijke en politieke stroming die het poogt samen te vatten. Ik definieer progressief niet enkel als verandering- of hervormingsgezind. In dit geval is het een lege, richtingloze term die zowel het neoliberalisme van Reagan als de sociale hervormingsbeweging van Bernie Sanders kan omvatten. Progressiviteit is noch een politiek doel, noch een partijpolitieke slogan. Het is een geestesgesteldheid, een onophoudelijk en hoopvol streven naar een rechtvaardiger, eerlijker en open samenleving, in het besef dat deze zich nooit volledig zal verwezenlijken.

Progressieve politici die zich buiten de discussie over de nationale identiteit plaatsen of deze als conservatief en eng-nationalistisch terzijde schuiven, doen zichzelf tekort. Zij zijn de dragers van een traditie die aandacht, verdediging en waardering verdient.

Door de weerzin tegen nationalisme kan de collectieve herinnering verarmen en kunnen er belangrijke delen uit verdwijnen of er alleen als karikatuur in voortleven. Rorty merkt niet voor niks op dat een betekenisvolle discussie over de toekomst van de samenleving alleen kan plaatsvinden als er een zeker nationaal bewustzijn is'.

For Sale: Alaska

In 1983 publiceert de Amerikaanse antropoloog en politicoloog Benedict Anderson ‘Imagined Communities. Reflections on the Origin an Spread of Nationalism’. Een nationale identiteit is volgens Anderson een sociaal bouwwerk, een ‘verbeelde gemeenschap’ die mensen op de schaal van een natie in staat stelt zich met elkaar verbonden te voelen. Dwars door grote klasse verschillen en sociale tegenstellingen heen kan daardoor een diepe en gelijkwaardige kameraadschap ontstaan. Een natie is in de definitie van Anderson vooral een begrensde en soevereine politieke gemeenschap die in de loop der jaren van vorm kan veranderen, waardoor er nieuwe naties kunnen ontstaan en oude kunnen verloren gaan.

In 1994 beschrijft Anderson hoe de Amerikanen Alaska in 1867 kochten van de Russische tsaar, hoe het sindsdien onvervreemdbaar deel is van de Verenigde Staten. Omgekeerd heeft de dekolonisatie (van bv ‘Belgisch-Kongo’) geleid tot bijstelling van de nationale identiteit: zowel in de voormalige koloniën als bij de kolonisator.

Vanzelfsprekend erkent Anderson het gevaar van nationalisme. Maar dat komt volgens hem door de verwarring tussen nationaliteit en etniciteit.

De oude Europese naties zijn nooit zo gesloten geweest als tegenwoordig. Nu pas doet zich het verschijnsel voor dat men bijvoorbeeld denkt dat ‘Britsheid’ iets te maken heeft met het bloed in plaats van met de cultuur. Dat is voor Halsema geen nationalisme maar domweg racisme. Het is het geforceerd laten samenvallen van de nationale identiteit met een etnische identiteit.

Voor Femke Halsema ligt het belang van het werk van Anderson in twee centrale elementen van zijn redenering. Nationale identiteit is een product van de verbeelding. Niet in de zin dat ze ingebeeld is of onecht, maar dat zij geconstrueerd wordt in gezamenlijk bewaarde, herinneringen, verhalen die telkens opnieuw worden verteld waar grote culturele betekenis aan wordt toegedicht en in nieuwe ‘tradities’ (bijvoorbeeld Sinterklaas vanaf de negentiende eeuw).

Ten tweede is nationalisme, anders dan meestal wordt verondersteld, niet per se een conservatief of reactionair verschijnsel. Anderson vindt dit een kostbare vergissing: 'In ons tijdperk is het gebruikelijk voor progressieve kosmopolitische intellectuelen om het nationalisme te associëren met een bijna pathologisch karakter, wortels in angst en haat jegens de Ander, en een verbondenheid met racisme. Het is nuttig onszelf eraan te herinneren dat naties ook tot liefde en zelfopoffering inspireren. De culturele producten van nationalisme – poëzie, proza, muziek en beeldende kunst – laten deze liefde heel duidelijk in duizend verschillende vormen en stijlen zien'.

(Wat is er mis met La Flandre Profonde en Belgetude als dwars doorheen de schone schijn en de burgerlijke beschetenheid de universele thema's van groeipijnen, verlangen, verlatenheid, verbondenheid, vrijheid, liefde, vriendschap, verraad, verzet, noodzaak en toeval belicht worden. Ik vraag het hier aan, als Vlaams - Belgisch auteur in de marge van mijn eigen snel weg tikkende tijd-svc).

Nationalisme is voor Femke Halsema - beter heet het patriottisme of vaderlandsliefde - wel degelijk verenigbaar met progressieve waarden als openheid, tolerantie of kosmopolitisme. Het vermogen om de vreemdeling welkom te heten, kan juist een belangrijk deel van de nationale identiteit zijn. Of zoals verzetsstrijder, dichter en medeoprichter van Vrij Nederland H.M. van Randwijk het schrijft in zijn Manifest uit 1947 (tegen de politionele acties in Indonesië):

‘Mijn volk wortelt niet in de duistere driften van bloed en bodem, maar in een erkenning van normatieve zedelijke beginselen. Die wil ik toegepast zien en daarom wijs ik een koloniale oorlog af.’

The powers that be



In zijn column voor De Standaard heeft Paul Goossens (In ‘De dictatuur van het nieuwe normaal’) zo zijn bedenkingen bij die opgefokte hedendaagse ‘identiteitsclash’.

Paul Goossens: 'Je kunt er moeilijk omheen dat de ‘cultuuroorlog’ die het rechtse populisme al meer dan twintig jaar oppookt de wind in de zeilen heeft. Het is erin geslaagd om alles wat met identiteit te maken heeft tot staatszaak op te kloppen en er de publieke opinie voor te mobiliseren. En het valt op, omdat het debat steeds meer een symbolenstrijd wordt die steeds minder ruimte laat voor rationele argumenten, dat verruwt de discussie.'

Essentieel hierbij is voor de legendarische studentenleider de thematische shift: weg van de sociaal-economische tegenstellingen, prioriteit voor de identitaire confrontatie.

'Omdat ze geobsedeerd is door de mythe van het ene volk en de homogene natie wordt sociaal-economische ongelijkheid onder het tapijt geveegd en de culturele ongelijkheid volop in de verf gezet en systematisch bestreden. Vandaar de allergie voor het afwijkend gedachtegoed, zeker als het van minderheden komt.'

En, in zijn essay over 1968 Het jaar dat niet wil sterven' (een warme aanrader): 'Na nine eleven kreeg het Westen er een nieuwe vijand en een nieuwe oorlog bij: de war on terror tegen de politieke islam. Veel conservatieven zagen het nog ruimer: Een oorlog tegen de islam tout court. Omdat de islam nu de westerse vijand nummer één werd, was de conservatieve kerk aan een ideologische update toe.

Twee eeuwen lang was ze een uiterst koele minnaar van de verlichting, met de moslim in de buurt werd een koerscorrectie onvermijdelijk. De verlichting werd tot een aanvalswapen tegen de islam omgebouwd. Niet de hele verlichting natuurlijk, wel een verlichting op maat van de bange, witte conservatief. Een verlichting kortom, met minimale aandacht voor het watermerk bij uitstek van de verlichting, gelijkheid. Door de sixties als schietschijf te behouden, konden enkele fundamenten van de verlichting worden getroffen. Gelijkheid natuurlijk, maar evengoed dat andere watermerk van ’68, de anti-autoritaire reflex, die altijd de proloog van het kritisch denken en van de emancipatie is. Elk ongebonden denken en emancipatorisch proces begint tenslotte met een afwijzing van de praatjes en weetjes, de normen en privileges van the powers that be.’

Impressies & Percepties

‘Macht en Verbeelding’. Femke Halsema.
‘1968. Het jaar dat niet wil sterven’. Paul Goossens. Epo.
‘Nationalisme’. Joep Leerssen. Amsterdam University Press. Elementaire Deeltjes.


Illustraties: Cover van mijn romanbundel bij Manteau 'Belgetude' .
'Eenzelvigheids'kaart van mijn grootvader Rémy, een eeuw geleden afgeleverd in Ronse (via Kwaremont afkomstig van Wortegem, eigenlijk van Kanegem enz).

19 april 2018

VRIJ BLIJVEND

HAND IN HAND:
VROUW & MAATSCHAPPIJ




Voor de Engelse filosoof Thomas Hobbes (1588-1679) worden we van nature gedreven door passie. Die uiten we in verlangen en afkeer. Goed is wat ons bevredigt, slecht wat ons afkeer inboezemt. In deze natuurstaat zijn we zelfzuchtige wezens, gericht op handhaving en lotsverbetering. Voor Hobbes is zo’n samenleving volstrekt onleefbaar. Door onze bereidheid tot vechten om onze macht uit te breiden en te verzekeren wordt ons leven volkomen wreedaardig en is de mens een wolf voor zijn medemens. Of zoals de Romeinse schrijver Plautus het in zijn toneelstuk Asinaria schrijft: lupus est homo homini.

Vanuit onze angst om een gewelddadige dood te sterven, sluiten we noodgedwongen onderling een contract. Daarbij doen we vrijwillig afstand van onze vrijheid en onze natuurlijke rechten om ons te onderwerpen aan de hogere macht, vertegenwoordigd door de staat. Hobbes noemt die de Leviathan naar de naam van een reusachtig bijbels zeemonster. De staat wordt met zijn monopolie op geweld een noodzakelijk kwaad dat de oorlog van allen tegen allen aan banden legt. Goed is de wil van deze oppermacht. Om elke vorm van anarchie onmogelijk te maken, laat Hobbes de leiding over de gemeenschap berusten bij een absoluut soeverein. John Locke (1632-1704) die vaak wordt beschouwd als de grondlegger van het – filosofisch - liberalisme wijst echter prompt dat quasi ongeremd absolutisme van soeverein en staat af.

Hij pleit
voor het doen
primeren
van rede
op religie.


Universele waarheid

Hoogst relevant tegenover de waan van de dag vind ik Giovanni Pico della Mirandola (1463-1494). Deze Italiaanse renaissancehumanist is vooral bekend van zijn Oratio de dignitate hominis. Bij de 99 stellingen die hij in 1486 wil verdedigen in Rome betrekt hij zowel de joodse kabbala als de Arabische filosofie. Zijn oratio zal hij nooit mogen uitspreken: de paus vindt 7 stellingen 'onorthodox', 6 ervan 'dubieus'.

Pico della Mirandola gelooft in één universele waarheid die gedeeltelijk te vinden is in allerlei systemen. Hierin legt hij de basis voor zijn tolerantie. In de kosmos heeft de mens de plaats die hij zelf verovert. Die mens kan ontaarden in dierlijk gedag, maar kan zich ook verheffen. Tegenwoordig, beste Pico, zijn dieren met hun 'dierlijk gedrag' als levende wezens vaak beter af dan mensen met hun splinterbommen en zenuwgas. Doch dit terzijde. Mooi aan Pico della Mirandola vind ik dat hij zich als een van de weinige renaissancefilosofen verzet tegen astrologie: omdat ze de mens als geestelijk wezen afhankelijk maakt van sterren.

Terwijl die mens
eigenlijk zelf
zijn lot in
eigen hand heeft.


Hand in Hand

Bij de commotie over handjes drukken van vrouwen denk ik met respect terug aan een paar fantastische vrouwen, die mét of zonder mannelijke handdruk, onze wereld op hun manier wat beter mooier en in alle gevallen menswaardiger hebben gemaakt.

Lucienne Herman-Michielsen, die grondwettelijke erkenning afdwong voor vrijzinnigen naast de al bestaande van de erkende erediensten. Die ook samen met Roger Lallemand in april 1990 ondanks verzet en de omstreden stap-opzij-truc van koning Boudewijn met een wisselmeerderheid de wettelijke regeling voor abortus onder bepaalde omstandigheden geregeld heeft gekregen.

Minister van Staat Miet Smet die Vrouw & Maatschappij opricht. Die het tot eerste staatssecretaris voor Leefmilieu schopt. Die de Maatschappelijke Emancipatie op de agenda van de macho Wetstraat tilt.

Paula D’Hondt die voor haar immens werk als Koninklijk Commissaris voor Migrantenbeleid t zeer terecht zowel de Ark Prijs van het Vrije Woord als de Prijs voor Democratie krijgt.

Al die vrouwen
die druk ik
bij deze de hand.


Impressies & Percepties.
(Illustratie Frank Derie)