27 februari 2020

DE TWEE VAN KWAREMONT



Twee klasgenoten,
twee schatten
van mensen,
twee companen.

De ene, Jan Leenknegt , gevierd en geprezen kunstenaar die zijn broze glazen schoonheid bevrijdde uit de aloude glasramengotiek en mystiek. Vandaag pure schoonheid als meerwaarde voor zijn zelf gekozen adoptiestad Ronse.

De andere, Piet Willequet, succesvol landschapskunstenaar die zichzelf herschilderde tot inmiddels internationaal befaamd Sculptour- galerist en van de Kwaremont een must maakte om iets heel anders dan koers.

Verwondering voor kunst
in het sublieme droomlandschap
van onze gedeelde
jongensjaren samen daar.

Eind maart wordt Piet zeer terecht door Kluisbergen gelauwerd als Culturele Persoonlijkheid van het jaar.

Diepe buiging voor mijn twee getalenteerde klasgenootjes van Kwaremont.

'Schrijfstek'.
Dagboeknotities.

25 februari 2020

JAN LEENKNEGT



Kunst en kleur heeft hij van kindsbeen af in dat droomkopke van hem zitten, mijn minzame klasgenoot en 'nieuwe Ronsenaar' Jan Leenknegt, uit het Kwaremont van vader Michiel. Voor onze schoolmeester in het Sint-Antonius van Padua college kleurden wij met zijn allen hemeltergend saai en maar al te gedwee de tekenopdracht, een korenveld, zoals aangemaand netjes binnen de lijntjes van ons 'De Zaaier' schrift, de tong vlijtig in een punt. Niet zo voor Jan Leenknegt. Wat hij er speels mee deed, oogde totaal anders. Puur natuur, dan al uit de kunst. Al wisten we toen nog niet waarom.

De wind walsend
door dat korenveld,
puur natuur
als in een meesterwerk
van John Steinbeck
om het voor een
keer niét over Salinger
en diens Holden Caulfield
in het graan te hebben,
al zou je het voor minder.



Stonden wij daar schoon te blinken met onze voorspelbare stomme punten. De kwotering 'vuil' voor Jan daarentegen was - in de wereld van mensen met ook maar een beetje inleving en verbeelding - authentieke schoonheid die later ver van het bekrompen en verstarde schoolkader gelukkig helemaal vrij openbloeien zou tot ons aller genoegen.

Dat Jan Leenknegt
gaandeweg grenzen verleggend
zijn glaskunst wist te bevrijden
uit de eeuwenoude gevangenis
van gotiek en mystiek
vind ik zijn grootste verdienste
.

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

24 februari 2020

CHEMIN DES PENDUS



'Je dagen beginnen serieus te korten', hoor ik mijn boezemvriend decreteren tussen twee Spotify-dreunen door bij wijze van verjaardagfelicitatie. Alsof hij het heeft over mijn meerbeurtenkaart voor het zwembad, hoeveel baantjes ik nu nog (t)rekken kan.

Ik ben op wandel langs de nieuwe Kerkhofweg achter de volop gevierde basiliek van Hermes, kant dodenmonument. In de volksmond 'Den Bluten Pompier'. Vroeger lag hier een galgenveld, bloeddorstig van knoken voorzien door de genadeloze grootinquisiteur met zijn beulen. Brandstapel of strop. Ik zie het zo voor me.

La ballade
des pendus.
Frères humains
qui après nous vivez…

(Ik hou van een mondje 'beau langage'. Al was het maar om de radicale Vlaamse vrienden om me heen tijdig te voorzien van alweer een hap heilige verontwaardiging omtrent mijn schaamteloos geschrijf).

Kerkhofweg
Kerkhof weg

Bitter en bot
betoverden
zeloten de
zieken en
zotten
met god
en gebod
alle dolenden
en dwalenden
met belezing
besprenkeling
toorn, vlammen
en schavot.


'Chemin des pendus' had hier als nieuwe straatnaam anders mooi kunnen bijdragen tot het griezelgehalte van de crypte en de knoken die er spoken.

'Voor mijn dagelijke zonden vol genietingen en genot (geruisloos Toblerone en Nougatti uit de snoepkast ) wil een mens best branden in het Danteske vagevuur', zeg ik mijn maat.

Ik bevind me bij de gigantische Bellenman, bewonder er de vordering der werken, naast het Kapittel, Kerkfabriek de andere inquisitoire cenakels van Octopus Dei achter vlammend glas in lood.

'Het vagevuur hebben ze al lang afgeschaft'corrigeert hij me. 'Voortaan is het of de zevende hemel of de hel'.

Zie je wel, zeg ik hem: het middenveld moet er tegenwoordig overal van tussen. Alleen nog extremen.
'Denk daarom, meer nog dan weleer, aan je uitersten', gun ik hem het laatste woord. Als steeds tussen ons.

'Schrijfstek'.
Dagboeknotities.

03 februari 2020

HEILIGE HUISJES



De basiliek
luidt luid
klokken
en bellen

van mijn
ogen
vallen
de schellen

vrijheid
van mening
wil ik vieren

verketterd
vervloekt
verbrand
door blind
obscurantisme



van Hermes
zijn duivel
bezeten

zogezegd

van blasfemie
hekserij
tovenarij
beticht

aan het
galgenhuisje
opgeknoopt
in winters licht

fanatisme
extremisme
racisme
populisme
zelotisme

hier en elders




daarover
durven
doordenken

in tijden van
harteloosheid
haatpraat en
onverschilligheid

vol hoop en
daadkracht
in blijheid

het is een
mensenplicht

in het licht van
de eeuwigheid.

Ronse.
Oude Vrijheid.
02. 02.2020.


27 januari 2020

STEFAN HERTMANS EN DE DOOD

'Het is de verworvenheid van de humanistische filosofie dat we vandaag zelf kunnen bepalen waar de grens ligt - het moment waarop je je waardigheid verliest, wanneer het geen zin meer heeft.'

'Maar eigenlijk kun je niet spreken van je eigen dood: je kan er alleen over speculeren. Het moment van de dood ligt buiten ons: we zijn er domweg niet meer bij. Wij gaan voor het zingen de kerk uit.'

'Het is een bekende gedachte dat bij elke man die doodgaat een bibliotheek afbrandt.'

'Met de dood van iedere mens die dicht bij ons staat, sterft ook een deel van onszelf af: de persoon die je was in relatie tot die ander, verdwijnt.'

'Telkens als iets of iemand verdwijnt, beleef je een kleine doodservaring: dit komt niet terug. Het zijn oefeningen in eindigheid en afscheid.'

'Misschien schrijven we om die reden : om dingen vast te houden. Met elke zin die je neerschrijft , probeer je de tijd te rekken : je wil dat ervaringen langer duren dan in werkelijkheid.'

Stefan Hertmans (68) over 'het einde' in De Standaard der Letteren.

Scherp, subliem, levenswijs. Noblesse oblige.

'Ik denk niet dat de grote troost in onze laatste uren van het schrijven zal komen'.

'Naarmate ik ouder word, leef ik steeds meer in het moment: er is alleen maar dit nu'.

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

ASTRID STOCKMAN

Het stond in 'duzend steerekies' uit de technische toverdoos van Theater VTV te lezen dat we een supernova in de repititie hadden bij de prille muzikale opbouw van de Ronsese revue Tavi .

Vandaag wordt Astrid Stockman alom die sterrenhemel in geprezen als slimste sopraan ter wereld en bijna slimste mens.
Voor geen enkel voorgekauwd scenario te vangen, heerlijk vrij en blij veegde ze daar toen haar lippen, nog zonder rouge, aan de partituur die netjes voor haar klaar lag, speelde die helemaal uit het kopje, smeet er hier en daar wat noten tussen alsof ze er teveel in de vingers had zitten, tokkelde er op los als om haar speelgoesting te stillen en 'Stand by me' in een superieure dimensie te mikken, de hare.

Dit alles tot voortschrijdende verbazing van die andere Grote Prijs van Rome naast haar op het podium, de zelf hoog begaafde en begenadigde toetsenist Luc Delcoigne. Tegenover zoveel jeugdige nonchalance trok Teflon Luc vrijwel onmerkbaar de rechterneusvleugel op .

Drie meter naast hem leverde Astrid Stockman de muzikale touch af waarvan je als tekstschrijver van 'lietsies' alleen maar wild enthousiast worden kon, nokte dra weer af. Alsof ze de vlinder op haar schouder meer daglicht gunnen wou.
Astrid verdween naar Leuven. Dat we van haar nog zouden horen, dan niet met mayonaise van Devos-Lemmens, dat zeker.

In de media is ze dus vandaag niet meer weg te scrollen als Vlaanderens nieuwste bee vee. Dinsdag in premiere met 'Be my superstar', een opera over cyberpesten. On the road met de familievoorstelling Fidelio . Aan de slag met Stokman & Vos. In de weer met Innerwoud. Ze plukt wat voorbij komt en wat goed voelt, zegt ze pagina vullend in de krant. Ze leeft dag per dag. Soms, als er een project in het water valt of als ze administratief wordt vastgeknoopt, vraagt ze zich als slim mens af waar ze mee bezig is.

Als je het haar chauffeur bij Tavi's
Gevuigoode Mandolienen vraagt: met het wegschenken van pure schoonheid . Astrid ('Stridje') Stockman is voor geen andere Vlaamse canon te vatten dan die van haar klasse, haar niet te schatten talent en volharding. Bijna vergeet ik haar levensvrolijkheid. Mee van haar glazen doorkijkthuis vol zon aan de Klijpe of all places.

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

15 januari 2020

WAT NIEMAND RONSE AFPAKT



Vijftig jaar schrijf ik over Ronse. Met hart en ziel. Toen blogs nieuw waren en ik door de lakeien van business en politiek geacht werd te dansen naar de pijpen van de macht, volgden mijn lezers in die inmiddels zelf verdampte printmedia me prompt naar mijn ovenverse blog.
Ze klikten er al die jaren samen in totaal meer dan 900.000 keer om te vernemen wat ik nu weer zo nodig kwijt moest. Nooit stopte ik me daarbij weg. Eén agendapunt dreef en drijft me.

Tuupe vuir Ronse,
elk vanuit zijn opinie,
niemand aan de kant.


Talloze Ronsese gekozenen heb ik in die afgelopen halve eeuw als waarnemer zien komen en gaan. Allen wilden ze het beste voor Ronse.
De ene maakte allicht correcte analyses, maar de antwoorden bleven steken in het drijfzand van meerderheid tegen oppositie. Anderen lieten hun portemonnee en hun eigen belangengroepen in en om kerk en tempel voorgaan op Ronse.

Nieuwkomers, eendagsvliegen, kometen: ik heb het hier allemaal gezien en gehad. Al die tijd bleven de kwalen van Ronse maar woekeren. Verpaupering, laagste inkomen, goedkoopste immo, gebrek aan ontsluiting, plundering van de nutsdiensten.

Populaire docu’s, uit op kijkcijfers en vette reclame-inkomsten, pikten liever het beeld op van een zogenaamde degoutante geweldcultuur dan dat van een Ronse op zijn mooist dat straalt en schittert in het dal.

Ronse. Gastvrij en openhartig. Verguisd niemandsland tussen Vlaanderen en Wallonië. Verwaarloosd door Brussel. Vastgezet in een wurgstatuut.
Duizend Ronsenaars stapten door de straten om fel te protesteren tegen dat opgefokt foute imago waarmee de Koningin der Vlaamse Ardennen van weleer werd opgezadeld.

Het luwde. Het geweld, die foute imagebuilding en het verzet ertegen. Het Marktje werd als een prachtige Oude Vrijheid in ere hersteld, verbouwd, gerestaureerd. De Oude Sint-Martens werd een unieke passage. De Sint-Hermes een basiliek met wondermooie crypte. Een Stadstuin, flatvernieuwing alom.

Er is hier zoveel moois in Ronse. Een schitterend brandweerkorps met vrijwilligers die hun leven op het spel zetten voor de ander. Uitstekend ziekenhuis. Een politiekorps dat in vaak riskante omstandigheden met al te krappe budgetten het beste geeft van zichzelf. Bloeiende culturele centra, florissant verenigingsleven, vrijwilligerswerk alom, goede doelen, beste bedoelingen.

Dàt Ronse, met ons allen samen bezongen door Tavi en zoveel duizend Ronsenaars, geblazen in mijn muilschuiverke, betokkeld door trekzakkrabers en gekweeld door kloevergieten, gedanst op dat simpel Bommelsdeuntje door duizenden bommels, de markt rond in een recordpolonaise, uitgedragen tot in Rome door twee eenvoudige Fiertelbellen, jaarlijks bejubeld en bewandeld in onze unieke Ommegang, dat lieve lezers van altijd, dat Ronse neemt niemand ons af.

10 januari 2020

DUIZEND EN EEN DAGEN

Ik smelt als ik Lize Spit daar in die kooi zie zitten op het gras voor de ambassade van Saudi-Arabië . Dapper opkomend voor Raif Badawi, een blogger die in dat land veroordeeld is tot tien jaar cel. Plus 1000 stokslagen.

Vijf jaar zat ik zelf opgesloten in dat kasteeltje daar aan de Rooseveltlaan, zonder stokslagen. Dag aan dag vertaalde er ik 1001 volkomen vrije regels per dag. In gezelschap van eekhoorntjes die me vanuit de coniferen in de tuin kwamen begroeten op mijn schrijfstek van de zolderverdieping. Ik was er vertaler-redacteur en vice versa voor het zakenblad Belgian Business de toenmalige huurder van het gebouw.

Heerlijke momenten waren het er met allemaal vrije blije collega’s uit Brussel, Vlaanderen en Wallonië. De Brusselaars deden me de buik van hun binnenstad ontdekken. De Walen toonden me hoe je de relativiteitstheorie in de praktijk omzet met hartelijke dolgrappige convivialité. Nu en dan trokken we naar de Auberge du Solbosch wat verderop voor een toast cannibal. Een van de doorgroeiers op die vrolijke sprookjesredactie van Duizend en Eén dagen was Tony Coenjaerts, later de slimme jongen achter de Trends Top 5000.

De andere hoofdredacteur werd boswachter in de Ardennen. Was ik zijn spoor maar gevolgd naar de spokende damherten en Le Sanglier des Ardennes. En nu en dan een Rochefort, Orval of Chimay.

Want schrijven: het is en blijft dus een klopjacht. Letterlijk zo blijkt. Dat een blogger vandaag op deze bijna voltooide planeet nog stokslagen krijgt gewoon voor het uiten van zijn mening (welteverstaan voor zover de identiteit bekend is, de deontologie gerespecteerd, het recht van antwoord aanvaard en niemand zo maar vuig belasterd) : het is in deze tijden van haastig haatgetwitter en giftig gedoe op de zogenaamde sociale media iets om nog een keer je pen voor te scherpen.

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

07 januari 2020

DE NAAM VAN DE DOOS

Niks kan op tegen het eigenzinnig boekenaanbod van Het Paard van Troje. De verrassende aanraders. De bijna vergeten parels. De bijzondere leesmomenten. Ik ken Het Paard al van in mijn tijd bij de krant. Die metalen laddertjes in de Voldersstraat. Niks geen koffiebar.

En zie, ik heb nu zelf een paard van Troje in huis. Als een drone verpulvert het een na een alle boeken van papier. De E-reader heb ik cadeau van de lieve dierbaren om me heen . Ik kan er naar believen een hele bib mee doen oplichten in bed, bij acute leeshonger of knagende slapeloosheid.

Op mijn paard draaf ik alus door de schitterende Odyssee van Mohamed El Bachiri, pik ik doordenkers over dooddoeners mee van Ignaas Devisch en Jean-Paul Van Bendegem, haast ik me spoorslags naar de onovertroffen Connie Palmen, geniet ik van Roberto Camuri, Alicja Gescinska, Pinker of Pessoa.

Toch mis ik op die nachtelijke digitale wereldreis de papieren Aristoteles. Zie ik dan tegen het ochtendgloren in een nachtmerrie diens Ars Poetica. Weg smeulend in de E-vuurzee van de laatste scriptoria.

SCHRIJFSTEK.
Dagboeknotities.

04 januari 2020

DREAMLAND

Stijf van schroom dreun je je eerste brief af, tel je onder tafel de opbrengst. Jaar na jaar dwarrelen ze dan weg als vlokjes in het winterlandschap, je gulle gevers. Smelten hun fooien als sneeuw in de primavera.

Nieuwe lezertjes nemen de oude nieuwjaarsrituelen van je over op het spel-lings-rit-me van de juf. Schroom? Niks geen schroom. Vlugge klus, haastige kus en tellen onder tafel. Games, tablets, herlaadbonnen, draadloze oortjes: ze kosten hopen fooi in Dreamland. Geruisloos schuif je door naar hun achtergrond, deemster je steeds verder weg uit hun beeldvorming.

Je trekt je terug op je schrijfstek. Waar je oude pennen wachten op de laatste rechte lijn richting Kringwinkel. In afwachting hou je jezelf stand by als pechverhelpingsdienst bij dag en bij nacht voor je nalatenschap. Om de tijd te doden eer de tijd je lik op stuk geeft, ruim je alvast wat rommel op. Oude foto's. Foute cadeaus. Vergeelde nieuwjaarsbrieven.

SCHRIJFSTEK.
Dagboeknotities.

18 december 2019

VALENTINO 6.

Goesting

Valentino neemt me mee naar de Cinema Familia voor de matinée. Het is zaterdag. Mama zit voor uren onder de pot voor haar permanente bij mademoiselle Alice, voorbij de Patria. Bladerend in haar roman-feuilleton uit de Nous Deux van bij Dikke Maria. Daarna nog een half uur in de Charcuterie Ardennaise in de rij voor américain préparé. Tijd zat dus. Ze heeft de filmquotering wel eerst nagetrokken in Kerk en Leven. Naast de begrafenissen en de aflaten. Nihil obstat. Admitatur.

‘Kinderen toegelaten’.
‘Warm aanbevolen'.
'Goedgekeurd door de Katholieke Filmliga’.

Over geloofskwesties heeft Valentino het maar mondjesmaat, als het echt niet anders kan. Als fidele abonnee van Het Laatste Nieuws noemt hij zichzelf een blauwe katholiek. Als ik wil, mag ik die b van blauw voor zijn part gerust laten vallen. Zijn inlevingsvermogen is groot. Hij weet dat ik het mijne denk over Gods oneindige goedheid. Vooral sinds God De Vader de mijne tot zich heeft geroepen kort na mijn geboorte als benjamin van vijf. Mama sindsdien schoon laat stikken met haar vijf bloedjes van kinderen.

‘Voor hetzelfde geld is uw papa gewoon dood gevallen van ‘t verschieten alleen al van uw bleitmuile te zien en te horen. Hoe kunt gij nu weten wat Het Grote Verhaal is dat God in zijn Boek der Heilige Geschriften voor al zijn schepselen heeft geschreven'.

Ik zou het graag weten zeg ik. Valentino loodst me snel voorbij de engerd die bij elke vertoning de bezoeker bij het in-en uitgaan begluurt, één doordringende blik, de ogen wel vanuit twee totaal verschillende windrichtingen.

'Het is allemaal een kwestie van perceptie en vanuit welke hoek dat ge kijkt' zegt me Valentino.

'Ik eet bijvoorbeeld doodgraag kikkerbillekes. In de botersaus met veel look. Dat smaakt mij enorm, copain. Maar God zijn puit in mijn talloor ziet dat wel heel anders. Ik probeer dat allemaal niet te placeren. Het speelt toch allemaal hoog boven mijn Derby-pet van bij Carlier’.

De voorfilm gaat over Albert & Paola, de simba’s en onze jongens in Belgisch Congo. Gevolgd door reclame voor Artic, Kwatta en Coca-Cola.

In de hoofdfilm walst Romy Schneider in haar soepjurk hopeloos verliefd op een kerel die eruit ziet als Robbedoes, met gouden epauletten maar aan de linker heup een sabel, bengelend in de schede. De weiden staan vol Edelweiss. Er wordt gejodeld tegen de bergen op. Na twee uur komt het eindelijk allemaal goed tussen Romy en haar charmante prins. Ondanks de vuile truken van haar venijnige toekomstige schoonmoeder.

Na de film trakteert Valentino mij op een zak boontjes van Buunie. We hebben chance hij heeft er nog net voor een kalant of twee. Daarna krijg ik aan de toog een Frisco plus een Almdudler tegen de dorst van de Frisco. Zelf klinkt Valentino op het geluk van Romy ‘en haar droogkloot met zijn onnozel safelke’ en zijn zomerpaleis daar in Korfoe.

Gaandeweg geraakt Valentino Romy Pils na Romy Pils, ‘in zijn hoedanigheid van magazinier’ in een steeds luidruchtiger dispuut verwikkeld over de bedreigde prijs van de binnenlandse daguur en de dreigende lage loonconcurrentie uit de Magreb.

‘Uit Tunesië jawel meneer. Venez vivre et travailler en Belgique. En er zijn zo al geen commanden meer. Ik durf dat zeggen, ik.’

Tegen de muren bij de uitgang hangen films voor volgende week.

John Wayne.
Charlton Heston.
Catharina Valente.

Allemaal warm aanbevolen en kinderen toegelaten.

Op de terugweg langs het Marktje vraag ik Valentino waarom we bijvoorbeeld niet een keer naar Cinema Ritz gaan. Dat we een keer iets te zien krijgen. Of Cinema Concordia. Of Cinema Feestpaleis. Zijn blauwe ogen blinken, een en al goesting.

‘Gaarne genoeg, copain. Gaarne genoeg. Als het aan mij lag. Maar zo lang uw vader dood blijft, ben ik volgens mijn Jeannette ook een beetje responsabel voor de sireniteit van uw puberteit. Ze zegt dat ge zo al genoeg vol groeihormonen zit. Ge kunt later als gij groot zijt en ik dood ben altijd nog zelf kiezen. Welke cinema ge zelf wilt in uw leven.’

'Valentino'. Vrij te volgen op wwww.stefvancaeneghem.be