20 februari 2019

BLOGSTUKKEN

PICTURALE OP BEDELTOER.



De provincie ‘schenkt’ Ronse 100.000 euro voor de Sint-Hermesbasiliek. Dank zij het Ronsese lobbywerk, zo staat het in de krant vandaag. Hoera. Iedereen van het college bij deze recht de zevende hemel in. Ronse schat als co-financierder de totale restauratie op 980.000 euro. De Vlaamse Gemeenschap geeft 325.000 euro.

Ondertussen stuurt diezelfde provincie een schitterend project als Picturale op bedeltocht om een budgettekort van 5000 euro zelf maar via crowdfunding te gaan schooien bij kunstminnaars. Hier werkt dat lobbyen blijkbaar veel minder zogezegd 'vanwege gewijzigde verdeelsleutels'. Misschien kunnen de Ronsese bestuurders het ontbrekend bedrag zelf bijpassen uit hun vet bezoldigd bestuursmandaat of uit één van hun veelvuldige cumuls. U moet weten: Picturale zet Ronse al jaren knap op de kaart. Niet in het minst in de wereld van illustratoren. Alles voor de kunst? Ja en nee. In het najaar trok een Ronsese zending naar Rome. Daar werd het armlastige Vaticaan gul 'een aalmoes' van 10.000 euro toegestopt... voor de herstelling van de catacombe van Hermes.

De Heilige Hermes wordt
geacht de waanzin te bestrijden.
Soms werkt dat. Soms niet echt.


Met 8 percent opcentiemen en 190 euro Algemene Heffing en een stinkduur recyclagepark er bovenop betalen de Ronsenaars vrijwel de hoogste belastingen van de hele regio. Ondertussen wordt wel al gepronkt met het schrappen van de taks op de drijfkracht voor de bedrijven. Want Ronse wil aan het klimaat werken. Lees: een bedrijfsvriendelijk klimaat.

Ronse is dus één van de armste gemeenten van Vlaanderen. Dat het allemaal de schuld is van de sossen is een maar al te bekend Calimero-deuntje waar de Ronsenaars geen vis mee betalen. Zeggen dat het aan jarenlang cliëntelisme ligt, aan al die sociale wijken met 66 jaar rentelast (over de miserie rond het Stadstuinproject ‘voor betere tweeverdieners’ wordt zedig gezwegen) het is afgezaagde zo voorspelbare electorale propagandapraat waar de Ronsenaars vandaag geen kaas mee kopen.

Ook het verhaal van het zogezegde amalgaan dat gemaakt wordt over die gewijzigde verdeling van de belastinggelden en het fiscale 'totaalplaatje' houdt geen stand. Het gaat immers om hetzelfde geld door ons betaald en verdeeld vanuit het schuifje Ronse, schuifje Gent, schuifje Brussel.

Het gaat om wat een Ronsese belastingbetaler overhoudt. Na de opcentiemen, de provinciale taksen en de ‘algemene’ stadstaks.

Janken dat het ligt aan de defusiekosten rond Aurora na het verdwijnen van het Burgerlijk Hospitaal verdoezelt vooral dat het arme Ronse vandaag de rijken rijker maakt en de armen armer. Pronken met privéflats van wel 1 miljoen euro is vooral preken in een woestijn van armoede. Wat bij dit alles ondertussen wel snel en zeer goed werkt is het aanzwellend ongenoegen bij de Ronsenaars. Het is helaas gesneden koek voor het platste populisme en ranzig racisme op de populaire sociale media.

Ondertussen verlaten steeds meer bekwame Ronsenaars het schip. Ze verhuizen naar het Frasnes van geboren Ronsenaar en Waals minister Jean-Luc Crucke, naar Ellezelles of Wodecq waar het gras groener wezen zal en de verbinding met Brussel incluis carpoolingparking al klaar ligt te wachten. Verdienstelijke Ronsenaars die voor hun bewezen diensten opzij worden gezet maken dat ze zo vaak en zo rap als mogelijk wegkomen naar de zon en de zee. Wie zich een leven lang belangeloos inzet voor Ronse, wordt door de tenoren geschoffeerd of gemakshalve in een of ander hoekje geduwd, een of ander intentieproces toegedicht. Maar de waarheid vindt vroeg of laat wel haar weg. Al brengen de kraaien boven de Kieremuilkstroete het uit.

De burgemeester heeft beloofd om van de Ronsese armoede zijn persoonlijke prioriteit te maken. Voorlopig zien we vooral veel poeha rond de basiliek. En een Picturale op bedeltocht bij de 'betere tweeverdieners'.

Ien Ronse ees dat iet.

13 februari 2019

BLOGSTUKKEN

LOL POL.



Bij Theater Voor Taal en Volk staat er tegenwoordig Entrée des artistes op de trapdeur naar de coulissen. Paul Vandenhoeke had daarvan gehouden. Hij onze Marcel Pagnol van alhier. Ik denk aan hem terwijl ik met mijn vrienden sleur aan tapijten en kasten zoals ik het als knaapje al deed ten tijde van mijn bompa op zijn bankske. Ditmaal dus voor Bruistabletten 'het stikskie' dat er nu met de maartse buien zit aan te komen.

Strohoed op je kist.
Factuirkie op de foto.
Wried schunen muziek.
Touchante speechkies.
Et salut les copains.

Adieu Paul. Doe al die Ronsese figuren de groeten. Diegenen van wie je me ooit uitvoerig op architectenpapier in talloze lijnen, als waren het evenvele vliegtuigstreepjes door de azuren hemel boven het mooiste dal van Vlaanderen, de wispelturige levensroutes hebt uitgestippeld. Hun klieken, clans, netwerken, positie, attitude, spel en dubbelspel. Ik heb dat plan vaak herbekeken bij het schrijven van mijn roman De Nalatenschap en het 'teejoeterstikskie' Zonneman over de witte, zwarte en grijze jaren van ons geliefd Ronse.

Met veel inleving et sans rancune aucune schilderde je me daar het onwaarschijnlijk bal masqué dat van overal en van alle tijden is. ‘Les fidélités successives’ zullen we maar zeggen. Dat van Jean Marais en Odette Joyeux in het grijze oorlogse Parijs dat zogezegd vanuit het Ritz ‘bevrijd’ werd door Papa Hemingway. Met kisten Château Margaux uit de keldervoorraad recht in zijn Willy's Jeep welteverstaan. Met andere woorden: dat van de plantrekkers die altijd overal met alles wegkomen. Dat alles waar jij dwars doorheen keek en vrolijk weglachte op je vélo als tijdloos Factuirkie.



De dienst van jouw afscheid werd in de Poeterskierke mooi voorgegaan door je goede vriend en promotor numerau ien van het Ronsies kanunnik André Dewolf. Dat andere onnavolgbaar monument van wie ik hoop dat hij nu ook die erkenning van onze Fiertelommegang als werelderfgoed zelf nog meemaken mag. Want als er een het verdient zonder al die poeha met de Nonsensius van de paus ten stadhuize, een toga alhier en een mijter of twee aldaar bij de rondgang met de relieken, dan toch wel Woolvie zeker? Gelijk dat wij hem achter het schrijn in het Ronsies waarderen. Kortom het kaliber van Ronsenaars buiten categorie die onze Hermesstad op de kaart hebben gezet. Tegenover al diegenen die van ons mooiste erfgoed een betalende parking wilden maken, in plaats van een Basilica Minor. En van heel Ronse een groot windmolenpark.

06 februari 2019

BLOGSTUKKEN

DE STAL NAAST THE RANCH



De plankenvloer van The Ranch klettert onder de gelakte naaldhakken van Chaussures d’Iseghèm. Alsof Elvis the king of chocolat glacé recht vanuit een zoveelste Hawaiaanse flutfilm in Cinema Familia helemaal tot hierboven op onze Blueberry Hill aan de Ommegang de pannen van het dak komt rocken.

'Lumière tamisée. Changez.'

De waard kent het spel. Hij weet wat van hem verwacht wordt. Met de groeiende concurrentie van de ‘Blackamoor’ in Schorisse en ‘The Happy Night’ aan de Savooie slalommen de goudhaantjes van het dal in hun Triumph TR4, MGB, Morgan, Austin Healy, Alpine Renault of Jaguar Type E van de ene tent naar de andere boîte. Om nog te zwijgen van Hotel Alfa op de markt, als slaapmutske.

‘Ze zeggen dat ge daar in een rapke kunt kameren ook.’
‘Dat kan zijn maar Safir, wie drinkt er nu Safir?’
‘Geef toe copain, dat is geen bier Safir.’

De hoofdact van de nacht op de dansvloer van The Ranch krijgt in Kerk & Leven gegarandeerd de quotering ‘Af te raden’. Bekeken en afgekeurd door de Katholieke Filmliga.

In zijn kaki broekzak heeft de kolonel een hele peute muntstukken zitten om in de Wurlitzer te mikken en ons een halve nacht lang zijn ketelmuziek op te dringen.

Jailhouse Rock.
Long Tall Sally.
Johnny be good.


Nonchalant tolt hij het meisje (van Melden, zelf is hij van Montana ) het heartbreak hotel van haar wilde dromen in. ‘Be my baby’ lipt ze hem toe boven haar glas Pimm's.

De kolonel is onze algemeen erkende American Hero in het diepere nachtleven van de stad. Zijn flesgroene Camaro - exotisch rode nummerplaat, minuscule laterale witte cijfertjes - heeft hij onder de schuur bij The Ranch gestald. Naast de aalkar van boer Djef Genie, Het Genie van de Petaaten die heel het dal komt overbemesten wat je ruiken kan tot in de vierkantshoeve van Hugo Claus en zijn filmster Elly Overzier in Nukerke waar de kleine Thomas vol ongeloof het neusje voor de walm dichtknijpt. Zich verslikt in zijn papje tegenover zoveel nitraat in het kwadraat.

Daar in die schuur naast The Ranch stalt de kolonel zijn Camaro discreet weg. Wachtend op het paradijs in the dashboard lights. De kolonel is onze Harry Belafonte. Onze Sidney Poitier. Geliefd door eenieder van ons om zijn gulle rondjes. Van Ranch tot Rami, van Ritz tot Biarritz.

‘This is a man man’s world’. Met James Brown gaat de Wurlitzer nu hot hot hot. 'Chaud devant' schreeuwt de waard en hij heeft het niet over de hete dagschotel. (Quotering: Negatief. Te mijden. Af te raden). En dan moeten de munten voor Percy Sledge, Ben E. King en Brenda Lee nog vanuit de broekzak van de kolonel in de juke-box worden gemikt.

I’m sorry.
Stand by me.

Het lijkt wel het mea culpa van een landbouwminister die de hele Vlaamse Ardennen tot aan het stort van Louise-Marie vol smurrie laat gieten volgens het zesde mestactieplan als het perfecte onevenwicht tussen enerzijds de verwachtingen van de boeren en anderzijds de ten dode opgeschreven bomen waarvan het toch de functie is dat ze gekapt worden.

Maar gesproei of geknoei, nitraat of syndicaat: we staan paraat en dit is onze place to be. Hier staat onze tijd stil. We zoeken hem niet eens meer, de verloren tijd. Ge kunt daar zo duizend bladzijden over bezig blijven over de tijd. Veilig voelen we ons hier onder het machtige wapenschild van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Op dit magisch moment zelf houden de manschappen van de kolonel speciaal voor ons de Russen achter hun Ijzeren Gordijn vanop hun radarscherm bij een partijtje poker in de bossen van D’Hoppe. Ons Oude Avondland is safe. Maar toch knaagt er wat. Is het opstekende weemoed die de pret komt bederven? Het aangekondigd vertrek naar Azië van de kolonel dat in de keel komt knellen? Het afscheid van de Amerikaanse wapenen zit er nu snel aan te komen.

‘L’un jour ou l’autre il faudra qu’il y ait la guerre’.

Onze maat Kamiel is al die rockexhibities van de kolonel kotsbeu.

'Denkt hij dat de piste hier van hem alleen is?'

Ostentatief toetst Kamiel twee tranentrekkers in ('Adieu Jolie Candy' en 'Ramona') dan ‘Le Déserteur’. Helaas in de bubbelgumversie van de gebroeders Cogoni alias Les Sunlights.

‘Maar wat’, zo smijt Kamiel hem op van achter zijn Tuborg, ‘wat als de Maréchal Grechko zijn Vopo’s naar hier jaagt en gij zit daar dan ondertussen vrolijk Daikiri’s te nippen aan de beach van Waikiki ?’

De kolonel geeft een rondje. De tongen komen los. Strategisch vertoog.

‘C’est pas moi qui le dis, c’est le maréchal Grechko.’
‘Een Maar-schallllk’.
'Dat is nog wat anders hé. Kolonelleke van mijn waikiki’s.’
‘Want hoeveel sterren heeft een maarschalk? Ha bon.’
‘En hoeveel stars & stripes hebt gij?'
'Voilà we zijn er.’

‘Sorry' zegt de kolonel. De USS Entreprise wacht al op hem.
'First things first.'

‘Zullen wij hier die Russen dan zelf wel tegenhouden’.
‘Met onze Fuga Magisters zeker?’
‘Pas op, feitelijk zijn het de rooie Russen die Hitler hebben klein gekregen’.
‘Elke film over de bevrijding van Berlijn bewijst het’.
‘Kom hier dus nu niet teveel stoefen met uw Camaro.’
‘Pakt ge uw eigen voor kolonel Parker van Elvis misschien?’
‘Hit the road, Jack.’

Twintig blikken cornedbeef uit de Stock Américain in Casteau. Vijftien farden Camel. Twaalf kokers Montechristo. Dit alles bijeen in zijn big bag. En weg is hij.

'Next stop is Cambodja'.

Kim Wilde ligt dan nog in de luiers.

01 februari 2019

BLOGSTUKKEN

DE TRANEN VAN WITTENTAK



Dat Hermes het hele circus maximus vol Romeinse goden met hun namen als sterren en danstenten verwerpt, het is iets wat ze als Madonna van Wittentak perfect plaatsen kan. Voor alle mama’s & papa’s van de planeet doet Hermes daarmee exact wat elk moederhart van hem verlangt en wat elke vader hoort te doen: je zoon redden van de dood.

Werk je je dan als transmigrant helemaal op tot allochtone Romeinse prefect. Trotseer je dan alle complotten tegen je boezemvriend de keizer. Overleef je vele veldslagen en vuige roddelcampagnes. Vertikken die goden het vrolijk je opgroeiend jongentje genezing te gunnen. Blijven ze doof voor al je offerrituelen. Stekeblind voor je diepste wanhoop. Boeleren ze gewoon voort met hun geile schikgodinnen.

Dat Hermes, haar heilige vriend daar wat lager in het groenste dal van het land, van pure wanhoop sub specie aeternitatis zeg maar in het licht van de eeuwigheid de ultieme geloofstransfer fikst naar de wereld van die sekte der christenen, hij de vrijgelaten Griekse slaaf, ze begrijpt het als moeder van de gekruisigde als geen ander.

Trouwens, zo fluistert haar linke zuster Elisabeth haar in tijdens het kantklossen tussen de drukte van twee Wittentak-novenen in, die démarche van Hermes dat is zoiets als die sprong naar het Ene door Plotinus en (zij het eeuwen later in onze illusoire tijd & ruimtespanningsboog) Blaise Pascal en Kierkegaard.

‘En Etienne Vermeersch?’ Elizabeth twijfelt tegenover de ‘brandend’ actuele vraag van Wittentakske die net alle bijlagen over de filosoof verslonden heeft. Van diens discipel Johan Braeckman tot Ignaas Devisch.

‘Vermeersch? Die niet nee. Hij dacht dat hij de hele kosmos met zijn mathematische informatietheorie zomaar vastpinnen kon op natuurwetten en constanten. Tussen de willekeur en de voorspelbaarheid in. Ver voorbij de noodzaak en het toeval. En zelfs voorbij het Deus sive natura van lenzenslijper Spinoza. Vermeersch wordt hier vandaag overigens als goddeloos denker verwacht aan onze hemelpoort. Gunnen we hem van harte via Sint-Pieter wat verderop maar meteen zijn visum voor de feeërieke Taviaanse teleferiek boven ons tranendal richting paradijs. Voor hem ware het vagevuur gewoon zonde van de verloren leestijd. En voor de hel was hij een veel te verheven mens. Een ongelovige Thomas dat wel. Een die geen vijf godsbewijzen nodig had om het wonder te doorgronden. Voor hem niks geen Summa Theologica. God als overbodige hypothese. Goed voor de verkiezing van de Trumps van deze heetgebakerde planeet. De hel kunnen we tegenwoordig trouwens beter laten voor de Vaticaanse prelaten. Als Sint-Pieter niet weet waarom zullen ze het zelf wel weten.’

De Madonna van Wittentak vindt Elizabeth met haar praatjes weer redelijk vet roddelen als een kwaadwillige kwezel en zwaar afwijken van het Platonische Goede Ware en Schone. Ze wil gewoon terug naar de zuivere taal en het zachte minzame spreken vanuit het hart. Naar alles wat de schepping zo mooi maakt. Al dat onzegbare wat mensen van welk geloof of obediëntie ook verenigt in verwondering, rechtschapenheid en oprecht menselijk humanisme.

Wat haar als Madonna van Wittentak vandaag vooral steekt is dat ze zich bij alle geplande feestelijkheden rond die Basilica Minor voor Hermes geen klein beetje gepasseerd weet. En dan nog door een importheilige die hier zelf nooit ook maar één keer een voet heeft gezet, één pluimpje uit zijn Romeinse helm heeft getoverd bijvoorbeeld in de Oude Vrijheid aan het beeld van de Bellenman. Niks geen verschijning. Zelfs geen besneeuwd takje aan de Kapellekouter. Niks. Alleen maar dat Zottenboek met erin wat vermeend soelaas tegen de vallende ziekte, de verdorven rogge, de ziekelijke goedgelovigheid en het brutale handtastelijke mercantilisme van de buffetarius om de hoek.

Nee, wat dat betreft is en blijft zij, Wittentakske in dit tranendal toch de onbetwiste top qua mystiek en devotie. Of niet soms? Van hier in Wittentak tot aan Lorette. Ja? Of moest het weer een macho zijn misschien? Een soldaat nog wel. En dat in volle me too tijdperk.

Dat de pauselijke nuntius hier nu onder bazuinengeschal Hermes met een basiliek tot Unesco-wereldwonder verheffen komt, het is ook voor een eenvoudige Madonna van Wittentak toch even een Leekie van Speekie doorslikken. Wat moet ze bij dit alles nu gaan vertellen en uitleggen aan bijvoorbeeld de devote familie Cambier die hier voor haar huisvesting zorgde in een wonderlijk mooie kapel nog wel? Moet ze nu van puur verdriet en schaamte wat miraculeuze tranen over de wangen laten rollen? Wordt haar kapel voortaan dan De Kathedraal van Wittentak? Mooi naast het nieuwe Sporthotel op de Hotond. Bij wijze van city marketing. Met aan de wanden het door Marc De Bel teruggevonden paneel van het Lam Gods dat de zonden van de wereld weg neemt?

Toedekken zal ze het. Zoals altijd. Met de mantel der liefde Dan wel die van de Heilige Martinus wat verderop. Die mens kon tenminste nog het licht in de ogen van een hulpbehoevende laten schijnen. Zonder er kiekens en konijnen in de plaats voor te vragen of er reliekhouders voor te verpatsen.

28 januari 2019

BLOGSTUKKEN

CHAOS OP EEN BEDJE VAN KINDERKOPPEN



Sociale wijken die met langlopende leningen de stadsbegroting vastpinden - voor een tijdperk vol electorale trouw met meerderheden in de raad en vette mandaten in Brussel - geraakten nu snel in verval. De schaarse voetpaden erheen leidden langs sukkelstraatjes. Ze werden al bij de eerste stevige regenbui omgevormd tot openbare waterwegen en publieke modderbaden.

De voorkeur voor dringende en noodzakelijke openbare werken ging uit naar de meer zichtbare stadsdelen met hun 'Stadstuin voor betere tweeverdieners', hun chique squares, hun betere boulevards en gladde binnenstadstegels. De vertrekkers hielden het dal voor bekeken. Ze zochten hun geluk in Hong -Kong of Seattle. Vonden het aan zonnige Costa’s.

Wij, de blijvers zagen hoe het waardevol industrieel erfgoed hier ondertussen werd platgewalst. Marchands van oud ijzer boerden zich rijk met de doorverkoop van hele inboedels uit de lege fabrieken.

De Vrijheidsboom ging tegen de grond als startsein voor de vernieling van al wat ooit pittoresk was. Waar ooit de champetter uit Kwik & Flupke het verkeer regelde, kwamen er verkeerslichten. Dan niks meer. Tenzij chaos op een bedje van trendy kinderkopjes. Verkeersdeskundigen draaiden met hun Plan Poté het hele verkeer in de patee.

Ondertussen stortten de eerste gretige investeerders zich op het patrimonium van de binnenstad. Een welvarende schoenmaker durfde het als eerste aan om in de winkelstraat een flatgebouw op te trekken van wel vier verdiepingen. Met uitzicht op de Kredietbank. Je weet maar nooit.

Wat verderop bood een zakenman uit de Kasteeldreef ( naar het lang verdwenen paleis van Jan Van Nassau ) kopers de kans eigenaar te worden van een flat met uitzicht op de staande wip aan het park. De Nederlandse taal stond hier toen nog minder op scherp dan de schutter met zijn pijlen in het lichaam van de Heilige Sebastiaan. Wie raak schoot werd beloond met Keizersglorie en om de nek de medaille van dekstier om mee te pronken in de Ommegang.



Met meneer Amelinckx , de eerste grote investeerder helemaal uit Antwerpen nog wel, begon pas de echte verdwijntruc van het mooiste erfgoed in ons groenste dal van Vlaanderen. Hij smeet prompt het Heilige der Heilige ter verdediging van het vaderland de Patria tegen de vlakte.

Lang duurde het niet of er volgden fluisterverhalen over wederdiensten. De aloude zittende macht kon aldus schaamteloos en ongestoord voort bouwen aan de globale verschraling in naam van algemeen belang, vooruitgang en nooit hard gemaakte want leep toegedekte persoonlijke verrijking.

Bij dit alles bloeide het verenigingsleven als nooit voorheen. Waren dit dan niet de golden sixties ja toch? Fanfares. Gilden. Sportclubs. Theaterverenigingen. Nachtclubs. Restaurants. Dampierre. Beau-Séjour. Beaulieu. Daar bovenop: de onstuitbare triomf van de nieuwe techniek. Viewmaster. Teppaz. Walkman. Maison Joris. Disco Bar Malrait. Videoclubs. Strobolights.

Het roemruchte zwembad met waterpoloclub aan het Park Lagache ging dicht. De scholen bouwden er dan maar elk zelf een en nog wel overdekt. De stad bleef niet achter, zette er een aan de oude postkoetswoning vanwaar uit de Engelsen ze had bevrijd. Het verhaal ging dat de kolenkoning Hilaire Spiers, de toenmalige nieuwe eigenaar van het statige pand, er als eerste vertrekker uit het dal zijn nieuwe buurman in het Zwitserse Vevey had ontvangen om hem te tonen hoe mooi de zomers hier toch zijn. Of Charles Chaplin dat ook vond, vertelt de legende niet.

Tijdens de zomerkermis
wapperde in de stad
heraldieke glorie alom.
De vertrekkers waren
hoe dan ook beter gebleven.

18 januari 2019

BLOGSTUKKEN

GOESTING NAAR GEUTELINGEN



Dag aan dag brengt de scheurkalender me in die wonderjaren dichter bij de geutelingen. In afwachting dat Balcaen & Zonen onder de aftandse ketel komen liggen hameren, zoals elke vrieswinter bij het piepen van het eerste roodborstje in de binnentuin van mijn droomwereld, volg ik nauwgezet de trage terugkeer van het licht, oplaaiend in de duivelse gloed achter de Surdiac- raampjes van Stoven Verschelden.

De neus in mijn collectie Artis Historia .
Peter de Kluizenaar. De vaas van Soissons.
Leliaerts en Klauwaerts, Brugse metten.
Flagellanten die zichzelf geselen, tegen pest en hongersnood.

Mijn zelfkwelling komt meer van pure goesting naar geutelingen dan van honger. Het is meer zoals ik nu bij het schrijven stiekem naar de snoepkast sluip om een bouchée of twee. Het merk met het olifantje.

Geutelingen. Ik zie er naar uit zoals ik snak naar die ene puntzak churros aan het kraampje rond de Bommelstoet op de markt. Naar dat pakje Doritos met paprika in de voetbalkantine na de match tegen Meetjesland. Naar smoutebollen op de zomerkermis na de Fiertel. Vergis je vooral niet van kraam.

De geutelingen worden dan nog de nacht door gebakken aan de boskant van Louise onder het spoorwegbruggetje. En ik mag er als - steeds - in de weg zitten. Geluk is dan heel gewoon. Torentjes ovenverse geutelingen bouwen bij het ochtendgloren. Voor het goede doel: gulzig genieten.

Het oude hoevetje van de geutelingenbak is nu al lang afgebrand. Branden zijn er in dit groenste dal van Vlaanderen altijd al geweest. De geschiedenis van Hermes laait er van op: met of zonder groot feest van het licht voor zijn basiliek. Hele wijken hebben hier zijn Oude Vrijheid in vuur en vlam gezet. Door dogmatisch doem- en domdenken.

Of door een of andere pyromaan. Ooit zat er zo eentje bij het korps zelf. Was er altijd als de eerste bij om mee te helpen blussen. Zijn enthousiasme stond in verhouding tot zijn genoegen vooraf bij het aansteken van het vreugdevuur in zijn brein.

Geutelingen zijn zoals het leven, te mooi om te blijven duren. De lastigste evaluatie van de levensgenieter is de exacte inschatting van hoeveel geutelingen je verwerken kan zonder dat de riem gaat knellen, de maag om genade smeekt in schandelijke oprispingen. Doch schuldgevoel is voor zuurpruimen niet voor geutelingen. Geutelingen van Louise welteverstaan.

Illustratie Comité voor een Leefbaar Louise-Marie vzw.

07 januari 2019

BLOGSTUKKEN

ZOTTE MAANDAGEN



De oude fabrieken zijn nu trendy lofts voor al wie zich op een www- fiets in de verkeerschaos naar kliniek, school, kinderkribbe, academie of bib waagt. Dwars door de dagelijkse dosis camions uit het Europa zonder muur. Dit is de tweede revival van de bakfiets. Na de oorspronkelijke velo van de bakkersgast zelf diende die eerder al als retro-attractie voor Sylvain met de koperen toeter van wie gefluisterd werd dat hij een ge-tui-ge was. Wisten wij waar dàt voor stond. Het was lang voor ze in hun folders Het Einde Der Tijden met hun unieke steraanbieding voor persoonlijke Verlossing kwamen melden, in het parkje van de square aan de woensdagmarkt. Onze ijsjesprins was dan wel retro, zijn vanille was hemels. Zodus, in afwachting van het einde der tijden: twee bollen in een hoorntje.

Steekkarren met weefsels hoorden rond fabrieken.
Paardenkarren haalden hun chemicaliën bij de Boerenbond.
AVV-VVK was iets voor De Standaard, de Aveve bestond nog niet.

Napoléon Annicq.
Léopold Dopchie.
Delbar. De Malander.
Portois. Thomaes.
Samain. Cambier.
Wittamer. Van Grootenbruul.

Een stadstuin vult wat rest van de vlakte tussen de UCO en chique seniorhomes met namen als diamant die de trage verdwijning van opgeleefde levens verzachten in cleane cafetaria’s. Flatprojecten in 3 D beloven piramides van gebakken lucht en leegte voor de nieuwe farao’s.

Mijn verhaal lijkt wel een smyrnatapijt van geweven herinneringen en samengeknoopte indrukken. Mijn eigen transmigratie uit al die vertrouwde plaatjes, voorgekauwde conventies, de pijn van het zijn achter verweven illusies. Erfeniskwesties in wording. Berekende evenredigheid tussen knagend geheugenverlies van voorvaders die door de geluidsmuur heen zijn en het groeiende ongeduld van nazaten rond weg smeltende nalatenschappen. Niet nodeloos rekken. Lees: geen nutteloze kosten.

'Straks rest er ons niks meer.'
'Kunnen we zelf nog bijleggen.'
'Wij zullen al lang zulk geen vet geen pensioen...'
'Had hij dan toch tenminste dat papier getekend'.
'Maar neen hoor hem bezig de mens wikt, God beschikt.'
'Die basiliek is gelijk gans in zijn hoofd geslagen.'
'Hij heeft het licht gezien'.

‘Een autobiografische roman verwijten het werk van de verbeelding te zijn is net zo onzinnig als het werk van verbeelding verwijten autobiografisch te zijn’, schrijft de onnavolgbare Connie Palmen in Ars Poetica. ‘Herinneringen in zogenaamd autobiografische verhalen kunnen alleen bewaard worden door ze te transformeren en te verdichten tot je eigen perceptie’.

Dat web van onzichtbare scenario’s achter die al te voor de hand liggende werkelijkheid, was altijd al mijn geliefkoosd onderzoeksmateriaal. In romans, verhalen, theater en film telkens weer het palimpsest afkrabben. Zo dat gaandeweg de textuur van de fictie achter de werkelijkheid, dat knoopwerk aan de onderkant van het tapijt zichtbaar worden. Met in elke eeuw één been om op te staan en herinneringen om op te slaan en te laten rijpen. Weten wie in welk verhaal rondloopt, waarom en hoe. Zelf al meteen van bij de start vastgeknoopt als opgroeiend half weesje tussen de spielerei van het noodlot en de spinnerij van het toeval. Hinkstap springend tussen de valstrikken van de weelde, verloren tegenover de ravages van - soms letterlijk - opgeknoopte schone schijn om me heen in dodelijk verstilde fabrieksgebouwen.

‘Aan een struik patatten hangt er van alles'.
(Emilie uit ‘De Schietspoeldynastie’).

‘In tegenstelling tot het leven in de pure natuur is een mensenleven, een door verhalen en verbeelding bewerkt bestaan’.
(Connie Palmen).

In de lofts die ik vandaag op mijn wandelingen zie werden ooit stille romances geweven tussen wevers en spinsters, bazen en bedienden. Zotte Maandagse katers werden er verdreven door dat nazinderend vandaag vrijwel vergeten Bommeldeuntje in Oude Dragonder, Café du Boulevard, Cambrinus of Memlinc uit de hemelse koperen toeter van wie je nu op je routebestemming door The Place to be intoetsen kan als Etienne Verschuerenstraat. Want alles moet weg, maar alles komt ook vroeg of laat terug. Met of zonder rouw-hal op de dodenheuvel waar vips van god los in hun verlaten ere-perk ver van hun kiezers verdienstelijk liggen dood te zijn.

Illustratie Frank Derie.

02 januari 2019

BLOGSTUKKEN

WINTERZONNEWENDE BOVEN DE BASILIEK.



Du jamais vu. Een select trosje gewichtigen van het moment poseerde met glimmende puntschoenen in de Romeinse catacomben. Defileerde er ten behoeve van het sociale gekwebbel bij de tombe van onze patroonheilige. Beloofde er de toch al armlastige Heilige Stoel onder de schilderachtige fresco’s van Michelangelo een veelvoud van krappe leeflonen voor het herstel van de grafsteen van Hermes. Signeerde er tussen het stokstijve koloriet van de Zwitserse Garden met krollen en krabbels een zogeheten ‘Memorandum of Understanding’ zij het dan in de dode taal van Pontius Pilatus.

Aan deze onwaarschijnlijke Romeinse parade was hier bij ons ter plekke eerder al in de gebouwen van het gretig opgedoekt Burgerlijk Hospitaal een ronkend congres vooraf gegaan met als genodigden een hele nest vorsers, zo weggelopen uit het ‘Hermetisch Zwart’ van Marguerite Yourcenar en Umberto Eco’s ‘Naam van de Roos’. Samen peroreerden ze er over bruikbare fundamenten voor de ‘Heilige Graal’ van elk toerisme dat zichzelf in encombrante dubbeldek bussen op de wereldkaart wil. Voor minder dan een erkenning als Unesco-erfgoed van de jaarlijkse Ommegang met de relieken van Hermes zou er voortaan bij de ossobuco delicioso geen Brunello meer worden ontkurkt.

In hun verdoken ateliers wisten de Broeders van het Grootoosten bij God (een manier van schrijven) echt niet meer waar ze het hadden. Uitgerekend op een moment dat kerken overal te lande ontheiligd en herbestemd werden tot parkings, supermarkten, belle époque-passages en trendy bars kregen ze dit in de schort geramd. Bij de dageraad van een winterzonnewende, in een voor de rest razend interessant bouwstuk over het ‘Tijdperk der Tovenaars’ rond Ludwig Wittgenstein, Martin Heidegger en Hannah Arendt, Ernst Cassirer en Walter Benjamin suste de Meester zijn lichtelijk verontruste logebroeders. Deze hele ‘kaloten vertoning’ diende te worden geduid (dure parlé werd er gekoesterd) als een laatste hopeloos krampachtige opstoot van neo-zelotisme tegenover het algehele kerkverzuim. Een wanhoopspoging waartoe zelfs - niet te geloven toch - een gezond goddeloze doch ijdele staatsman zich had laten inpakken. Met godbetert de ‘Medaille van de Heilige Bavo’ hem opgespeld door de pensioengerechtigde monseigneur-accordeonist van Sint-Baafs. Nee, dan maar snel weer over naar de echte orde van het daglicht: de pijn van het da-sein, de grenzen van taal, de vaandelvlucht van mystiek bij Plotinus en Kierkegaard tegenover de echte authentieke existentie van de vrije denker.


Eer het jaar om was, werd onze hoofdkerk officieel door Rome bevorderd tot Basiliek. Met de restauratie van de Oude Vrijheid der Kanunniken er rond, kon deze onverhoopte upgrade van het wereldtoerisme naar de op één na grootste crypte van het Oude Avondland nu niet meer stuk.

We zouden een keer zien. Wij die nochtans dachten hier de afgelopen zeven decennia alles al te hebben gehad en gezien. Een Basiliek gedomme... En deze keer heel anders dan de dure bouw van die in Koekelberg. Deze keer een basiliek die er eigenlijk al stond. Dus zonder verplichte aankoop door de kinderen van de Christelijke Scholen van plastic Domus Dei-bouwsteentjes. Gewoon 10.000 zelf opgehaalde euro’s van beminde parochianen voor het opblinken van Hermes zijn Romeinse tombe. Wie praat hier over peanuts, in het licht van de eeuwigheid?

De tijd van de waanzin lag zo te horen definitief achter ons. De Gouden Eeuw van de City Marketing was bij deze aangebroken. We kwamen van ver. Zie ons daar nog zitten in die bus van Parmentier, op schoolreis naar de Kapel van Lorette. Onze melktanden kapot op onze eerste Leekies. Met mijn klasmaatje Jakie, die later sprintkoning worden wou. ‘Gelijk Willy Vannitsen’. Zonder zijn melktanden klonk dat: Elijk Illy An Nitten.

Illustratie: Armand Demeulemeester.

07 december 2018

BLOGSTUKKEN

BASILIEK VERSUS GEKTE



Van Keulen naar Boulogne langs de handelsroute van de Baltische Zee naar de Noordzee en zo verderop naar Engeland zet Hermes Rothnacum op de kaart van het Oude Europa. Alle tijden trekt hij door. Donkere middeleeuwen, beeldenstorm, revoluties, bezetting, voogdij. Hij, de vrijgelaten Helleense slaaf en latere stadsprefect van Rome. Overheen zijn dood maakt hij van zijn postume adoptiestad Ronse een parel in het hart van het mooiste dal van Vlaanderen.

Jaar na jaar torsen we als Ronsenaars behalve het schrijn met zijn relieken ook alle ontsporingen van het donkerste zelotische doemdenken met ons mee. Wat onze tocht dwars doorheen die eeuwen van duistere dogmatiek vol vervolging marteling dood en vernieling daarbij zo bijzonder maakt is datgene wat we overhouden aan mysterie en schoonheid, zingeving en betekenis. Dat alles bij de klank van twee eenvoudige bellen.

Pint Ludwig Wittgenstein ons vast op de grenzen van taal bij de evolutionaire verkenning van de diepste werkelijkheid, doet Thomas Kuhn hetzelfde met de limieten van de over elkaar schuivende wetenschappelijke paradigma’s, dan blijft in de ommegang de verwondering van De Kleine Prins helemaal overeind en ongeschonden.

Want het hart
heeft redenen
die de rede niet kent.

De Ommegang bewandelt al eeuwen diezelfde wonderbare sacrale cirkel rond Ronse ter reflectie. In die eindeloze trektocht overstijgt Hermes de waan van de tijd, houden bellenmannen en dragers van het schrijn onverstoorbaar sereen de kaap op het sublieme, het wonderbare en het onzegbare. Er zijn geen woorden voor om dàt gevoel te beschrijven.

In een wereld vol haat en gebakken lucht is kijken met het hart de enige optie die ons rest. Want je gooit bij je levenslange trektocht vanuit de duisternis naar het licht het paradigma van je eigen tijd niet zomaar hoogmoedig overboord.

Vol hoop en vertrouwen in de generaties van morgen koester je integendeel als mens van deze tijd de schoonheid van de natuur om je heen als je eigen deus ex machina. Met in het hart die ongerepte verwondering voor het al. Deus sive natura, jawel dus waarde Spinoza.

Dàt is de pure meerwaarde van Hermes. Met of zonder basiliek en wondermooie crypte als toevlucht tegen de gekte alom.

Met zijn subliem zwerfgoed door dat uniek landschap maakt Hermes vanuit zijn Oude Vrijheid - en vanaf morgen meer dan ooit - van Ronse een open hartelijke stad op de grens van oude en nieuwe werelden en culturen.

Een kostbaar werelderfgoed dat we als Ronsenaars tot onze laatste stap trots zullen blijven koesteren.

05 december 2018

BLOGSTUKKEN

GEEF HERMES WAT
ZIJN STAD TOEKOMT.




‘Beste

Binnenkort zal een bijzondere gebeurtenis plaatsvinden in verband met de Sint-Hermeskerk van Ronse en de cultus van haar patroonheilige. Dit uitzonderlijk gebeuren wordt een historische datum in de geschiedenis van de stad en zal meteen ook afstralen op het bisdom Gent en zelfs op de rest van het land.

Het is dan ook met fierheid dat wij u hiervan op de hoogte willen brengen tijdens een persconferentie die voorgezeten wordt door Monseigneur Luc Van Looy, bisschop van Gent.

De bekendmaking en toelichting hebben plaats
op zaterdag 8 december 2018 om 18 uur
in het unieke kader van de Sint-Hermescrypte, gelegen in de Sint-Hermesstraat,
in het historische centrum van Ronse.

Michel T’Joen, Pastoor-Moderator van de parochie Ronse
Luc Dupont, Burgemeester van de stad Ronse’




Tot zover een uitnodiging - op naam en gericht aan de verzamelde pers vanwege zowel de stad Ronse als het bisdom Gent - die me hier in Ronse tussen alle Wetstraatpraatjes in als een weldoend warm windeke recht vanuit Rome komt aangewaaid.



Als ik over dat 'uitzonderlijk gebeuren dat zal afstralen op het hele land' zelf mijn eigen 'Gok van Hermes' wagen mag, dan krijgt - zoals ik in deze blog al vele maanden eerder meldde - de Ronsese Sint-Hermeskerk met de vermaarde prachtige crypte eronder de zeer terecht en dik verdiende status van basiliek. Kroniek van een aangekondigd kerstgeschenk.