13 juni 2019

VRIJBLIJVEND

PURE SYMBOLIEK



Je kan er zwaarwichtige boeken over schrijven of erudiete conferences bij bedenken. Je kan de Fiertel beschilderen en beschrijven. Je kan hem fotograferen, in telkens weer nieuwe tijdsbeelden. Je kan hem neerzetten op de planken voor theater. Je kan hem in een filmscenario mikken. Je kan zijn verplaatsbare schoonheid en draagbare identiteit laten verknippen ten behoeve van een vluchtige filmimpressie. Je kan er een schrijn van chocolade bedenken. Je kan er etalages mee opsmukken. Je kan er een hele stad mee bevlaggen. Maar het échte Fiertelgevoel onderweg van gisteren naar morgen laat zich niet vatten. Hermes is zoveel meer dan een unieke crypte, een basilica minor, eeuwenoude rituelen. Elke nieuwe ommegang is verwondering en verrukking in dat unieke landschap rondom het wondermooie Ronse.

Hermes, vrijgelaten Griekse slaaf, adoptie- Romein, patroonheilige is de man die Ronse gemaakt heeft. Van belezing tot genezing. Van ergotisme door verdorven rogge tot gekte voor goedgelovigen. Van trukendoos vol reliekhouders tot mythe. Gegroeid in de tijd. Gerijpt door de eeuwen heen. Gaandeweg met de patine, de glans en de gloed van pure schoonheid. Schitterend in het glooiend Toscane van het noorden. Nooit is Ronse mooier dan op een Fierteldag. Nooit kom je dichter bij de vervulling van je verwondering om de zin van het zijn dan diep in het hart van de Fiertel. Hermes overstijgt de waan van de dag, de schone schijn, de kommer en de kwel van alle dingen die voorbijgaan.

Dat vind ik het echte mirakel van Hermes. Dat hij zoveel losweekt overheen de generaties, zoveel betekent in het hart van zoveel mensen. Bellenman en dragers torsen daarom zoveel meer dan alleen dat schrijn met wat kootjes erin, wie weet dan nog van wie. Vooral zijn ze op elke Drievuldigheidszondag onderweg met de symboliek van onze eigenheid en authenticiteit. Dit koesteren.

12 juni 2019

VRIJBLIJVEND



Wat de Ommegang zo mooi maakt doorheen de duisternis van dogmatiek onderweg naar het licht van de rede is alles wat we erin overhouden aan mysterie en schoonheid. Achter het schrijn torsen we alle missers uit de geschiedenis van het denken mee. Vooral niet doen alsof we er achteloos aan voorbij stappen. Wat rest is als een mix van verleden, heden en toekomst. Je kan er boeken over schrijven, conferences over geven. Je kan de Fiertel beschilderen, beschrijven, fotograferen. Je kan hem neerschrijven en neerzetten op de planken voor theater. Je kan hem in een filmscenario mikken, laten verknippen ten behoeve van een script. Je kan er schrijn van chocolade bedenken en nieuwe vlaggen. Maar het echte Fiertel-gevoel laat zich zomaar niet vatten. Wie zelf nooit één keer achter de bellen aan stapt, mist dat magisch-realisme op stapschoenen achter het schrijn. Hermes is zoveel meer dan een prachtige crypte, een basiliek, een bedevaart, een ritueel, een trektocht, verwondering, verrukking om een uniek landschap rondom het wondermooie Ronse in het hart van de Vlaamse Ardennen. De Ommegang is bezinning voor wie bezinning wil. Inspanning voor wie het schrijn draagt en voor wie belt. Beweging en blij weerzien. Ontspanning door inspanning voor wie de bellen volgt.Hermes is, midden de schone schijn der dingen die voorbij gaan, de rots die Ronse overeind houdt. Ons westers werelderfgoed. Gegroeid in de tijd. Gerijpt door de eeuwen heen. Met de patine, de glans en de gloed van pure schoonheid. Schitterend in het glooiend Toscane van het noorden. Nooit is Ronse mooier dan op een Fierteldag. Nooit kom je dichter bij de vraagtekens achter je eigen bestaan dan diep in het hart
van de Fiertel.





Hermes overstijgt zowel zijn eigen mythe als de waan van de dag en de schone schijn. Dit is het echte mirakel van Hermes. Dat hij er vandaag nog altijd helemaal staat. Dat hij vanuit zijn crypte en basiliek meer dan ooit zoveel losweekt.

Bovenop de Kraai schenkt De Maatschappij der Dragers en belders ons de ultieme beloning voor dit alles. Het ongeëvenaard Fiertel-gevoel. Hier hoor je enkel de bellen van de geoefende bellenman, het gedreun en gekreun van het taai volgehouden marstempo. Hier kraken onze knoken, spannen de kuiten op. De dragers torsen daarom zoveel meer dan alleen dat schrijn. Ze zijn onderweg met de eigenheid van ons mooiste erfgoed. Zingeving, betekenis, authenticiteit. Dit koesteren. Wat hier telt, is the spirit. Als alles om ons heen wegvalt, rest ons dit laatste houvast. Onverzettelijk en onwrikbaar zullen we zijn, als het erom gaat ons mooiste erfgoed op onze beurt ongerept en ongeschonden weer door te geven aan de beginnertjes om ons heen.

Aquarel: Anne Meersschaert.
Affiche 'De Gok van Hermes': Michel Provost.

06 juni 2019

VRIJBLIJVEND

SUCCESSCENARIO



Een rij overlevers van de landing in Normandië groet het door hen bevrijde publiek met de wandelstok. Een van hen veegt zijn coucougnetten aan het protocol. Het liefst komt hij hier nog één keer uit de lucht valschermen. Negentigers, ze durven alles tegenwoordig. Breken het uurrecord voor tachtig plussers op een afgehuurde wielerpiste. Als hen daarna gevraagd wordt een dopingplasje te doen, is hun antwoord: 'Ik 'n ga hem nu niet meer vinden'.

In afgelikt Amerikaans bedankt de Franse president Macron onze bevrijders voor de herdenkingsplechtigheden rond 75 jaar D-Day. Hij vertelt er wijselijk nièt bij hoe Charles de Gaulle not amjoesette was over de tweederangsrol die de Fransen op hun eigen grondgebied toebedeeld kregen in the final countdown. Overlord was, met of zonder dat poëemke van Verlaine als ultiem codewoord, een onderonsje 'entre anglo-saxons'. Onder het oppercommando van Eisenhower sneuvelen yankees en Britten er samen on the beach. Kermen ze er alle sterren van hun vlag eraf. De darmen opengereten op Obama Beach. Of was het Omaha Beach, want met al dat fake news tegenwoordig.

Het is daar dan pure Louis-Ferdinand Céline op de plages. Bardamu in Le Voyage au bout de la nuit. Vijf zones hebben de good guys toegewezen gekregen om er te gaan liggen sterven. Een derde van de manschappen kotst zich eerst de pleuris in zwalpende landingsboten, gaat daarna dood in onbeschrijfelijk lijden. The Beach Boys zijn jongens uit Montana of Texas of Oklahoma die tot voor kort thuis als koeienhoeder nog aan de lasso hingen. Die niet eens vermoedden dat er zoiets bestond als falaises. Een op drie dood. Voor Eisenhower is dat een successcenario. Hij heeft rekening gehouden met twee op drie. Een vijf sterren landing.

Gisteren heeft Trump in Buckingham de Queen al bedankt, voor het goed weer en al. Vandaag is het weer kantje boordje. Bewolkt met risico op huilbuien. Maar de ufo op het hoofd van zijn vrouw blijft overeind. Ze kan haar outfit showen op de tonen van Sjarel ik heb uw gat gezien.

Wij zongen dat op de koer bij zuster Zenobie nadat ze ons net voor de speeltijd gevraagd had om voor alle zekerheid nog drie weesgegroetjes te bidden voor paus Pius XII opdat hij met de hulp van Onze-Lieve-Heerken de goddeloze bolsjevieken achter hun Ijzeren Gordijnen zou houden. Wisten wij toen veel dat Pius XII de nazi’s nooit één keer veroordeelde, oorlogsmisdadigers met diplomatieke paspoorten via zijn goede vriend Franco naar Zuid-Amerika hielp versassen en in alle talen urbi et orbi zou blijven zwijgen over de Holocaust. Volgens de getuigenissen onder ede van zuster Pascalina Lehnert (die hem veertig jaar als assistente heeft gediend) en zuster Maria Konrada Grabmair (die voor zijn eten zorgde), beperkte de enige pauselijke verzetsdaad tegen de nazi’s zich tot het uitspreken van rituele gebeden voor exorcisme op afstand van Adolf Hitler. De duivel gaf niet thuis, zat in een bunker.

In zijn Kronieken beschrijft Bob Dylan hoe hij als kind dag aan dag bang wordt gemaakt met de dreiging dat de Russische mede-bevrijders zijn Amerikaans basisschooltje komen bombarderen. Hoe hij telkens weer opnieuw moet oefenen in het plat op de buik gaan liggen, om er alvast te sterven van de schrik. Angst. Schrik. Rusteloosheid. Het antwoord erop heet volgens een melding op Facebook: Transcendente Meditatie. Of ik dàt al eens geprobeerd heb om mijn angst in het algemeen en mijn rusteloosheid in het bijzonder te verdrijven. Beroemdheden die TM beoefenen, merken op dat de techniek hen helpt ’s nachts dieper te slapen. Er zijn al 6.000 000 beoefenaars. En volgens 600 studies is het de meest ontspannende techniek ter wereld die me zeer snel helpen zal om mijn lichaam weer in balans te krijgen. ‘Het kalmeert me. Ik heb minder hoofdpijn en ik slaap beter’ zegt William Hague, voormalig Brits minister van Buitenlandse Zaken. Ik vraag me af of Eisenhower aan Transcendente Meditatie deed.

Wat mij helemaal tot rust brengt, zoals afgelopen nacht nog, dat zijn die Kronieken van Dylan. Hoe hij in New York met de hoed vruchteloos rond gaat in de meest obscure kelderclubjes. Hoe hij er ten einde raad een good looking konijntje bij tovert. Eentje met de illusie van niks onder de lange wintermantel. Het werkt. 20 dollar per week. Te delen met de mantelzorgster. Maar toch. Ik bedoel, onderschat mijn jongensheld niet. Je kan er nog wat van opsteken. Op een dag geven ze hem toch wel de Nobelprijs voor Literatuur zeker. Als je zoals ik zijn Kronieken leest, weet je waarom. Een man die wild loopt voor Ovidius, dat en is zomaar geen mondharmonicaspelertje van het zevende keldergat.

29 mei 2019

BRIEFGEHEIMEN

CARLOS ALLEENE
DE LAATSTE VLAAMSE
EPISTOLERO




Voor ik het vergeet, schrijf ik je deze brief. Digitaal. Mijn manier om je eens dubbeldik de gordijnen in te tikken. Ten eerste omdat ik hier bij wijze van introïtus - waag het niet hierop te rijmen - zomaar de titel van je eigen literaire wonderbare parel pik. Ten tweede omdat ik weet hoezeer je aan de hele digitale zwik een broertje de dood hebt. Jij, de laatste onverbiddelijke epistolero van Vlaanderen. Jij die onverzettelijk blijft zweren bij het trage glijden van je kroontjespen op geschept papier om er, als het kon, mee te corresponderen per duif of per diligence. In de beste traditie van je helden Gustave Flaubert en zijn lief Louise. Doelbewust tokkel ik op mijn digitale toetsen om je te melden dat je me vannacht hebt wakker gehouden met je ovenverse delicieuze literaire lekkernij. Pagina na pagina zakte ik behoedzaam weg in je werelden vol patine. Schoof ik over glanzend visgraatparket langs muren vol opgeblonken koperwerk ontsnapte ik door vierkantjes van Raveel naar je scriptorium vol subliem door jou beschreven tijden. Nu helaas wijkend voor de toeters en de bellen van de loeties en de dellen.

Jouw beschreven werelden vol treinen der traagheid met mannen die hun haar kort lieten knippen. Johan Daisne van voor de Krook. Claus in Nukerke. Rare Kronkels van Carmiggelt. Edmond André Coralie Schietekat, alias Paul Snoek in zijn gloednieuwe zwarte Alfa. Onderweg naar nergenshuizen op de provinciale weg 17 richting Brugge. Weelderig wulpse deernen van Wolkers op Texel, wolf-mens Jan Cremer en big five hufter Geeraerts die ‘je kloten kussen kan’. Maar geen mausoleum nee. Geen Vlaams Dodenboek. Pure schrijfklasse, zoals die van Christophe Vekeman die ook present tekent voor een knappe inleiding bij je schatkamerjuwelen. En dan wijlen Eriek Verpaele. Wat een aangrijpend portret zet je me daar neer. Zijn laatste brief naar jou: die kreet vol schrijfwanhoop. De onnavolgbare kunstminnaar Kurt Van Eeghem vroeg het gisteren nog, net voor de presentatie van je boek in het statige stadhuis van Deinze:

'Iemand wat gehoord over zoiets
als een degelijk cultuurbeleid
in al hun verkiezingsprogramma’s?'
Kurt Van Eeghem.


Een schatkamer vol heb jij al die jaren bijeengesprokkeld in de rand van je talloze ontmoetingen met auteurs, kunstenaars, kometen en vallende sterren. En nu, eer je het zogezegd vergeet, laat je ons heerlijk mee genieten, een glimp zien van je schatkamer vol unieke ervaringen. Dat alles op een lekker bedje van eruditie.



De verdwenen biotoop ook van Het Volk met de Laatste Editie van de Ronde van Frankrijk. Tenor Bart Lotigiers als bompa van micropoeper Helmut Lotti. Kanunnik Désiré De Swaef die je je sympathie aanwrijft voor goddeloze schrijvers. Pastoor De Smaele van Machelen-aan-de-Golden River waarin het vlas dan nog ligt te rotten, hij vergeeft het je allemaal. Hij is dan ook van Ronse. Je boek is een festijn voor al wie die vergane schoonheid in personages van woorden op papier terug wil ophalen eer zij finaal verdwijnt.

'Geloven is onzin,
denkt de kritische geest in mij.
Dat geloven is zinvol, geloof ik.'
Uit: Voor ik het vergeet. (Blocnote)

In rake korte typeringen sleur je me bladzijde na bladzijde de nacht door. Met - in the heat of the night – die ene prangende vraag: heeft Happy Hooker Xaviera Hollander met haar 20 miljoen boeken zonder al teveel broeken je écht gevraagd om… lees verder in het boek. Daarom spoorde je dus zo graag naar Holland.

Doch genoeg lof. De goede raad van Jef Anthierens is je niet ontgaan. ‘Altijd schrijven zoals je het aan je moeder vertellen zou’. Dé kers op de taart bewaar je voor het laatst. Poésie pure schrijf je daar neer, meneer. Jouw Kermis is uit de kunst. Ik lig behalve in bed ook nog in een deuk. Onvervalste Richard Minne had het kunnen zijn. En dat zo heel Alleene.

Er is helemaal niks te vergeten.
Wat zou je? Blijf ons vooral nog lang verbazen
met je woorden van troost en schoonheid.

Aan Carlos Alleene.

‘Voor ik het vergeet’.
Een ego-document.
Uitgeverij Vrijdag.
Nu in de boekhandel en als e-book.

28 mei 2019

VRIJBLIJVEND

BELGIUM SPLITSEN?
HAUT-LE-COEUR.
HOOG-HET-HART.




In Romanschrijver van beroep vertelt Haruki Murakami hoe hij na een lastige loopbaan als jazzbarkeeper eerst begint te schrijven als vertaler. En hoe moeilijk dat wel is. Dàt herken ik. Niet het leven als jazzbarkeeper in Tokio natuurlijk. Hooguit dat van hulpje op de Oudenaardse Bierfeesten voor een van mijn drie grote broers die ik assisteer in diens muziek-en decibels verleggend overrompeld Jazzkot.

De wanhoop van de vertaler-redacteur is vele malen dieper dan de peilloze diepten waarin je duikt als assistent-barkeeper met in je kop vijf bestellingen van almaar zatter wordende klanten die Dzjon Coltrane claimen, Sjarlie Parker eisen en voor de honderdste keer Django Reinhardt & Yehudi Menuhin willen en maar blijven lallen tot je kop ervan galmt als de grosse caisse van Quickie in tijden van verkiezingen.

Mogelijks heb ik door dat Bierfeestentrauma een ietwat onvolledig beeld van het ware boeiende leven als jazzbarkeeper. Misschien zijn er, zoals Haruki Murakami schrijft, ook nuttige kanten aan zo’n bestaan tussen al die verloren zielen van de nacht. Een goudmijn voor schrijvers? Ik zou het zo niet weten.

Vertalen, dat ken ik beter van een van mijn vorige schrijflevens toen ik aan de kost kwam als redacteur-vertaler voor het Brusselse magazine Belgian Business gelegen aan de statige Franklin Rooseveltlaan bij L'Auberge du Solbosch. Het zelfverklaard zakenblad was gebaseerd op één geniaal pak-de-poen-idee dat had kunnen dienen in een verhaal van Elsschot. Het teerde weelderig op een paar vaste mega-adverteerders (Glaverbel, Les Glaceries de Saint-Roch) in ruil voor de zorgvuldig gecibleerde gratis verspreiding bij veertigduizend target-affairisten. Alleen al voor dat opgefokt business jargon verdiende Belgian Business een vaste vertaaldienst.

De overigens hoogst charmante playboy uitgever-wereldreiziger kwam zo nu en dan eens neerstrijken in de onderaardse refter bij de Hongaarse conciërge Madame Elisabeth om er ons rond zijn tafel verslag te doen van zijn ontdekkingsreizen die ik gegarandeerd in geuren en kleuren op mijn desk ter vertaling verwachten kon.

Les Fidji
formidable
faut voir ça,
Stijve, m’fi
'


In afwachting voor vanmiddag in mijn mansarde op de bovenste verdieping in ijltempo nog duizend regels vertalen. Wel met uitzicht op de eekhoorntjes. Weg dromend van een ander zijn reizen. Waalse journalisten vertalen ik vond ik al bij al wel leuk. Temeer dat er op tijd en stond nogal wat af gefeest werd in La Bécasse, Le Vieux Bruxelles, Chez Léon (de enige echte in Johan Verminnens straatje). Met tal van bistouilles na in allerlei oorden van verderf. Best gezellig allemaal. Op sommige van hun stijloefeningen na misschien. Neem deze. ‘Pour Kadhafi le pétrole est une vache qui donne des oeufs d’or’. Begin het maar uit te leggen zonder iemand te willen beledigen. Dat je de oorspronkelijke tekst deze keer een ietsepietsje vrijer gaat vertalen. Dat je van die koe een kieken gaat maken.

Murakami overdrijft dus echt niet. Vertalen is vaak niet zo evident als het lijkt. Neem dat pareltje deze week bij een quote van Le Nouvel Observateur waar het in wezen gaat om een of andere misselijk makende Haut-Le-Coeur vanwege alweer een politiek schandaal. In de Google-vertaling op de sociale media wordt dat exact het omgekeerde: Hoog-Het-Hart.

Geen wonder dat ik ween, wijlen goed man Paul Severs. Jij, de taalgrens overschrijdende succeszanger uit Brussel-Halle-Vilvoorde en omliggende landjes. Als de Waalse en Vlaamse politieke duivels mekaar na hun diepe lange identiteitscrisis dan eindelijk toch vinden voor hun 'confederale' opsplitsing van Belgium, meld ik me bij deze graag aan als vertaler.

Haut le coeur.
Hooghartig.

20 mei 2019

VRIJBLIJVEND

STEFAN ZWIJG.



Eerst krijg je een zware rugzak aangenaaid die je groeipijnen nog ondraaglijker maken dan ze al zijn. Oude rancunes waarvan je het gloeien noch voelen noch vermoeden kan omdat ze dateren van voor je geboorte. Pas wanneer ze allen om je heen allemaal dood zijn of dement, kom je er achter dat je zogezegd fraaie voorgeschiedenis heel anders is geweest dan het briljante verhaaltje dat je altijd werd voorgehouden. Handig bijgekleurd. Onmerkbaar opgesmukt. Opgeblonken met Silvo.

Jaar na jaar na jaar zal je het vernis eraf krabben. Wit zal vaalgrijs worden, grijs antraciet. Van die zogeheten betere afkomst waarvoor je je altijd al schuldig wist rest gaandeweg alleen nog de plaatsvervangende schaamte. Ze zijn er goed mee weg gekomen, met hun verzwijgingen en vervalsingen. Het was de hand van god. Vluchten deden ze, dan bang afwachten. In grote weelde dat wel. Niks geen fataal front, niks geen gevaarlijk verzet, niks geen collaboratie. De kat uit de boom kijken. Eerst zien wie het haalt, dan mee kraaien met de winnaars, meehuilen met de wolven. Altijd de goeie kant van de geschiedenis kiezen. Les fidélités successives.

‘Laat die potjes gedekt'. ‘Wat maakt het uit?’ . ‘Je was er niet bij je, kan dat niet beoordelen laat staan postuum veroordelen'. ‘Hou je gedeisd, word het flinkerdje van de processie. Word wie wij willen dat je bent met prijzen van uitmuntendheid om in te lijsten. Je kan er dan alle kanten mee uit.’ Zoals zij: altijd de handen vrij. Je naam is Haas.

Rond je vijftiende gooi je hun scenario van je af. Ze zeggen dat je pubert, dat het zal overgaan. Het zal nooit meer overgaan. Je wil zelf wel uitmaken wie je lezen wil, wat je beluisteren zal. Genoeg Haydn en Ierse folklore. Oh Irish men forget the past. Genoeg Breiz atao. Gehad met hun Euzkadi ta askatazuna.

Genoeg voor zeven levens. Hun al te voorspelbare slaande deuren om Les F... van mijn maat Brel (even in mindere doen, dat wel). Hun jaarlijkse rellen en rituelen rond de kerstkalkoen. Hun eindeloze tafeldebatten. Hun kleinburgerlijkheid. ‘Ja die kolonel Schramme lijkt me de juiste man. Gewoon om eens grondig een Nieuwe Orde op zaken te zetten in ons Belgisch-Kongo bij die Simba’s’.

Holden Caulfield wordt je beste vriend. Je voelt dat schrijven je ding is. Ik zweer het je. Maar echt. De leraar Nederlands leest voor uit je verhandeling. Je verwacht een bolwassing (zoals die keer toen je De Grote Schrijver van De Leeuw van Vlaendren zonder c schreef) maar nee niks dan lof deze keer. ‘Zo horen jullie te schrijven’. Van pure gène duik je onder je bank naar je boekentas. Saved by the bell. Weer vijftien vijanden erbij. Er is zo al geen enkel krediet meer bij de klasgenoten. Wat denkt die hufter wel? ‘Uit de rekken thuis heeft hij het’.

Het huis met zijn zeven aparte werelden barst van de boeken. Wat moet je met die Pleiade slaappillen, de memoires van Churchill? De winnaar is bekend, het V-teken is gemaakt. Sigaren en Chambolle-Musigny. So what? Je wil later zelf wel uitmaken of je Joris Van Severen uit een van de rekken plukken zal. Geen leeslijst van het zelfverklaard huishoudelijk leesgezag voor nodig. Je koelt je pap met Jack Kerouac. Alles wat je wil, lijkt zo ver weg van de Max Factor flacons op toilettafeltjes met belachelijke poef ervoor. Het is de zomer van de liefde. Er zullen er ze geen andere meer zijn. Je eerste schrijfbroeders helpen je langs de onbegane paden naar teksten met ballen. Twintig jaar bescheten opvoeding naar de bisschoppelijke coucougnettes.

‘Zedelijk verval begint bij taalgebruik’.
‘De ondergang van het Avondland’.
‘Vroeger was het…’
…compleet voorgeprogrammeerd en verstikkend.

Gesjareld, zo voel je je. Ze willen je braaf binnen de lijntjes. Netjes in hun gebruiksklare denkpatronen.

Tot Zimmerman Robert
in huis opdaagt,
onderweg naar noblesse.
Die van het hart.

De wereld van gisteren is van dan af voorgoed voorbij. Je voelt je als een transmigrant, on the road naar allemansland . Ver weg van hun bekrompen conservatisme, hun fascistoïde medeplichtigheid. Het zwijgen van Pius XII over de holocaust. Zijn index van Verboden Boeken: zonder Mein Kampf erop.

Hun holle ethiek.
‘Seks buiten het huwelijk is ten strengste verboden’.
Behalve dan in en om hun eigen chambrettes.
‘Vrouwen horen hun man steeds ter wille zijn’.
‘Doch de geslachtsdaad mag enkel om kindjes te verwekken.’
‘Abortus is moord’. 'De pil is verboten'.
Ook na drie riskante keizersneden. Leve Moederkensdag.

‘Stefan, zwijg. Als je dit niet pikt, houdt het gesprek hier op.’
(Retraitepater in de retorica).

De Processie.
Eigenzinnig Dagboek.

(Foto: Met dank aan mijn klasgenootje).

15 mei 2019

VRIJBLIJVEND

EEN FERM FEESTJE



We staan daar bijeen rond haar laatste rustplaats. Elk van ons met eigen herinneringen aan haar. Dit kan ze niet maken. De afspraak was toch dat zij voor altijd blijven leven zou. Elegant. Spontaan. Teder. Open. Afwezig capteer ik vage verhalen over een homejacking. Dat ze er zwaar onder geleden heeft. Dat het sindsdien nooit meer echt is goed gekomen.

Een decennium geleden is er die reünie waarop ze van ieder van ons haar vaste koosnaampjes krijgt, haar achternaam verkleinwoordjes. Daar straalt ze net als vroeger toen onze levens nog alles te verwachten hadden wat nooit komen zou. Een warmtebron was ze, voor allen om haar heen. Na haar begrafenis is er een samenzijn waarop al onze zeer uiteenlopende leventjes op tafel worden gegooid tussen twee hapjes door. Mensen veranderen niet. Ze blijven wie ze altijd al waren.

Er wordt geopperd dat het tijd wordt voor nog een ferm feestje. Zoals vroeger bij haar thuis of bij mij thuis, of op de flanken van de Kluis. Wat valt er nog te feesten en te vieren? Dat de ene gescheiden is, de meesten van ons getackeld door het bestaan, gebroken door haar dood? Dat de eikels van toen ondertussen oude eiken geworden zijn? Dat de twijgjes zijn geknakt. Dat alle schoonheid geteisterd wordt door de tijd.

Door mijn fidele bloedvriend word ik thuis gebracht. Ik toets Jojo in van mijn vriend Brel. Mei was voor mij altijd al dubbel. Vreugde en verdriet in één gevoelige mix. Om de dode broer, een vrijdag dertien. Om haar, van wie ik nu de zon en de sterretjes in de ogen nooit meer zal zien. Wie heeft er ooit bedacht dat mannen niet horen te huilen? Papa Hemingway kan de pot op. Hij met zijn feest zonder einde.

02 mei 2019

BRIEFGEHEIMEN

MEERWAARDE MET WOORDEN
VAN SCHOONHEID EN TROOST.

Aan Paul Baekeland



Leg alle kasseien van de oude Kwaremont, Patersberg, Koppenberg en Eikenberg bijeen. Je komt nog maar halverwege de onverzettelijke koppigheid waarmee jij je blijft verzetten tegen elke nieuwste poging tot vernieling en verloedering van onze wondermooie Vlaamse Ardennen.

Terwijl vanochtend alla vogala van de Kluis het boterkoekenvet uit mijn Kerselare-kuiten fluiten, loop ik me langs de laatste blauwe kouskes van het seizoen af te vragen waar jij toch die onwaarschijnlijke energie vandaan blijft halen.

De pitch van Ruien.
Het Bos ter Rijst.
Het verzet tegen de A9.
Het stort van Louise.

Je was er al mee bezig toen Anders Gaan Leven nog in de savooien stond en Groen in geitenwollen sokjes stak. Het was lang voor de milieubeweging een schoolse spijbeltrend werd.

In jouw consequent volgehouden neergepende kreet van oprechte verontwaardiging tegen elke poging van verloedering zie ik de diepe betekenis en meerwaarde van je hele oeuvre.

Het gaat je bij het schrijven telkens weer om dat ongerepte. Oprecht en terecht verontwaardigd. Het zoeken naar het zuivere en het schone. Als een heilige plicht.

Toen je je in boekhandel Beatrijs van Oudenaarde bescheiden als steeds aan het signeertafeltje aanbood voor een exemplaar van mijn dan nog ovenverse eigen zoektocht naar Hermes, was ik behoorlijk van mijn kieremuilk.

Al liet ik dat toen niet al te zeer blijken. Ik had namelijk weet van de manmoedige strijd die je toen al aan het leveren was tegen datgene wat een mens poogt neer te leggen, doch mannen van jouw kaliber welintegendeel de rug rechten doet, nog sterker maakt dan ze altijd al waren.

‘Blijven schrijven hé, Paul’ zei ik toen. Je keek me aan alsof dat een vanzelfsprekendheid was. Al weten jij en ik wel beter.

In de wereld van het
volgehouden schrijven
tegen de sterren,
de gemakzucht
en de poenschrijverij op
is niks vanzelfsprekend.

Natuurlijk zou je blijven schrijven. Voor mensen als jij die het schrijven onder de huid hebben, bestaat er geen plan B. Er is alleen maar plan A dat eindeloos doorgaat. De a van telkens weer opnieuw monter: aan de slag.



‘Ik heb mijn pen neergelegd, mijn laatste boek is nu geschreven’
schrijf je nu bij de publicatie van je twaalfde roman en de verzamelbundel van je gedichten.

Beste Paul Baekeland, auteurs hoeven elkaars werk niet te evalueren en nog minder te commentariëren. Daar hebben ze elk hun lezers voor.

Dit hoor je echter wel te weten. Nu en dan zet ik mijn koersvelo aan dat bankje van wijlen je strijdbroeder professor Ulrich Libbrecht achter de Kwaremont op de Fiertelfietsroute. Mensen als jullie beiden die zich een leven lang smijten om de ultieme bekommernis van Omer Wattez in woord en daad door te geven verdienen onze erkenning, erkentelijkheid en diep respect. Om de strijd voor dat sublieme landschap, al dat wonderlijke waarmee een Fiertel onder de zon ons vandaag in alle schoonheid overbluft.



‘Ik heb mijn pen neergelegd, mijn laatste boek is nu geschreven’
schrijf je nu bij de publicatie van je twaalfde roman en de verzamelbundel van je gedichten.

Dat je poëzie al langer dan vandaag gebeiteld staat in de tegels van mijn geliefd Ronse en ‘De Koningin der Vlaamse Ardennen’ je gelauwerd heeft als dichter is ook daarom een erkenning die me met blijvend genoegen vervult.

Want de wereld
om je heen
meerwaarde schenken
met woorden van
schoonheid en troost
om alle tristesse
te doorbreken.
Bestaat er een
mooiere schrijfopdracht?




‘De Speelman’. Roman. ‘Er viel een dichter uit mijn boom’. Verzamelde gedichten. Meer info : 0474/286402. Alle communicatie over de presentatie op vrijdag 31 mei via despeelman2019@gmail.com Zie ook: Paul Baekeland. Auteur op Facebook.

23 april 2019

HEARTBREAK HOTEL



Grenzeloos ver weg
in zachte lentebriesjes

schuiven al mijn
warme dromen

omtrent dit
unieke dal

achter de
witte molen
zonder wieken

nooit oogde
de Hotond
sierlijker

als was het een
schrijversstek
op de Cycladen

verrassend eigentijds
ongerept authentiek.

Ronse. 21.4.2019

(Foto Cé Vc)

17 april 2019

MELKSCHUIM



Powehi. Opgesmukte donkere bron van eindeloze schepping. Het klinkt als een laatste streling van de ondergaande zon op het getormenteerde hart van Brel bij zijn allerlaatste vol de nuit over de Markiezenarchipel.

Hij, de rusteloze Don Quijote . Opgejaagd van nul naar glorie. Vanuit het bekrompen verleden en de burgerlijke convenances die je traag wurgen naar de volle zelf veroverde vrijheid. Weg van al die oude vetes die je maar blijven achterna zitten en al geschreven stonden van voor je geboorte. De verzoeners en de vechters. De erkenning met haar bijhorende rancunes. Het sluipend gif om je heen. Met in de laadruimte een laatste koffer vol medicijnen voor het soelaas van de medemens.

De vrijheid volkomen jezelf te worden en te blijven onderweg naar het zwarte gat dat op je wacht als eindbestemming vroeg of laat. Wie blijft die schrijft. Zingt. Lacht. Huilt. Leeft. Met in het hart de vrijheid als hoogste goed.

Ils parlent
de la mort
comme tu parles
d’un fruit.


Powehi. Er zit veel poëzie in de naam die Larry Kimura van Hawaï voorstelt voor het eerste gefotografeerde gat in melkweg M87. Kimura verzoent me met de duizelingwekkende diepte van al die wazige vlekjes in de catalogus die sterrenkundige Charles Messier al publiceerde in 1774. Volgens wijlen Hawking zijn het er miljoenen, wie weet miljarden. Met allemaal zwarte gaten erin die alles opslorpen.

Alle wegen leiden naar het zwarte gat in je geschiedenis. Waar alles weer niks wordt en niks weer alles. Wat ik me als agnost afvraag, mijn leven lang al, is vanwaar het toch komt. Het alles dat niks is. Die eindeloze stroom explosies en implosies. Als was het non stop melkschuim in mijn gitzwarte cappuccino. Het boeit me mateloos. Al van toen ik lid was van de Melkbrigade.