15 januari 2020

WAT NIEMAND RONSE AFPAKT



Vijftig jaar schrijf ik over Ronse. Met hart en ziel. Toen blogs nieuw waren en ik door de lakeien van business en politiek geacht werd te dansen naar de pijpen van de macht, volgden mijn lezers in die inmiddels zelf verdampte printmedia me prompt naar mijn ovenverse blog.
Ze klikten er al die jaren samen in totaal meer dan 900.000 keer om te vernemen wat ik nu weer zo nodig kwijt moest. Nooit stopte ik me daarbij weg. Eén agendapunt dreef en drijft me.

Tuupe vuir Ronse,
elk vanuit zijn opinie,
niemand aan de kant.


Talloze Ronsese gekozenen heb ik in die afgelopen halve eeuw als waarnemer zien komen en gaan. Allen wilden ze het beste voor Ronse.
De ene maakte allicht correcte analyses, maar de antwoorden bleven steken in het drijfzand van meerderheid tegen oppositie. Anderen lieten hun portemonnee en hun eigen belangengroepen in en om kerk en tempel voorgaan op Ronse.

Nieuwkomers, eendagsvliegen, kometen: ik heb het hier allemaal gezien en gehad. Al die tijd bleven de kwalen van Ronse maar woekeren. Verpaupering, laagste inkomen, goedkoopste immo, gebrek aan ontsluiting, plundering van de nutsdiensten.

Populaire docu’s, uit op kijkcijfers en vette reclame-inkomsten, pikten liever het beeld op van een zogenaamde degoutante geweldcultuur dan dat van een Ronse op zijn mooist dat straalt en schittert in het dal.

Ronse. Gastvrij en openhartig. Verguisd niemandsland tussen Vlaanderen en Wallonië. Verwaarloosd door Brussel. Vastgezet in een wurgstatuut.
Duizend Ronsenaars stapten door de straten om fel te protesteren tegen dat opgefokt foute imago waarmee de Koningin der Vlaamse Ardennen van weleer werd opgezadeld.

Het luwde. Het geweld, die foute imagebuilding en het verzet ertegen. Het Marktje werd als een prachtige Oude Vrijheid in ere hersteld, verbouwd, gerestaureerd. De Oude Sint-Martens werd een unieke passage. De Sint-Hermes een basiliek met wondermooie crypte. Een Stadstuin, flatvernieuwing alom.

Er is hier zoveel moois in Ronse. Een schitterend brandweerkorps met vrijwilligers die hun leven op het spel zetten voor de ander. Uitstekend ziekenhuis. Een politiekorps dat in vaak riskante omstandigheden met al te krappe budgetten het beste geeft van zichzelf. Bloeiende culturele centra, florissant verenigingsleven, vrijwilligerswerk alom, goede doelen, beste bedoelingen.

Dàt Ronse, met ons allen samen bezongen door Tavi en zoveel duizend Ronsenaars, geblazen in mijn muilschuiverke, betokkeld door trekzakkrabers en gekweeld door kloevergieten, gedanst op dat simpel Bommelsdeuntje door duizenden bommels, de markt rond in een recordpolonaise, uitgedragen tot in Rome door twee eenvoudige Fiertelbellen, jaarlijks bejubeld en bewandeld in onze unieke Ommegang, dat lieve lezers van altijd, dat Ronse neemt niemand ons af.

10 januari 2020

DUIZEND EN EEN DAGEN

Ik smelt als ik Lize Spit daar in die kooi zie zitten op het gras voor de ambassade van Saudi-Arabië . Dapper opkomend voor Raif Badawi, een blogger die in dat land veroordeeld is tot tien jaar cel. Plus 1000 stokslagen.

Vijf jaar zat ik zelf opgesloten in dat kasteeltje daar aan de Rooseveltlaan, zonder stokslagen. Dag aan dag vertaalde er ik 1001 volkomen vrije regels per dag. In gezelschap van eekhoorntjes die me vanuit de coniferen in de tuin kwamen begroeten op mijn schrijfstek van de zolderverdieping. Ik was er vertaler-redacteur en vice versa voor het zakenblad Belgian Business de toenmalige huurder van het gebouw.

Heerlijke momenten waren het er met allemaal vrije blije collega’s uit Brussel, Vlaanderen en Wallonië. De Brusselaars deden me de buik van hun binnenstad ontdekken. De Walen toonden me hoe je de relativiteitstheorie in de praktijk omzet met hartelijke dolgrappige convivialité. Nu en dan trokken we naar de Auberge du Solbosch wat verderop voor een toast cannibal. Een van de doorgroeiers op die vrolijke sprookjesredactie van Duizend en Eén dagen was Tony Coenjaerts, later de slimme jongen achter de Trends Top 5000.

De andere hoofdredacteur werd boswachter in de Ardennen. Was ik zijn spoor maar gevolgd naar de spokende damherten en Le Sanglier des Ardennes. En nu en dan een Rochefort, Orval of Chimay.

Want schrijven: het is en blijft dus een klopjacht. Letterlijk zo blijkt. Dat een blogger vandaag op deze bijna voltooide planeet nog stokslagen krijgt gewoon voor het uiten van zijn mening (welteverstaan voor zover de identiteit bekend is, de deontologie gerespecteerd, het recht van antwoord aanvaard en niemand zo maar vuig belasterd) : het is in deze tijden van haastig haatgetwitter en giftig gedoe op de zogenaamde sociale media iets om nog een keer je pen voor te scherpen.

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

07 januari 2020

DE NAAM VAN DE DOOS

Niks kan op tegen het eigenzinnig boekenaanbod van Het Paard van Troje. De verrassende aanraders. De bijna vergeten parels. De bijzondere leesmomenten. Ik ken Het Paard al van in mijn tijd bij de krant. Die metalen laddertjes in de Voldersstraat. Niks geen koffiebar.

En zie, ik heb nu zelf een paard van Troje in huis. Als een drone verpulvert het een na een alle boeken van papier. De E-reader heb ik cadeau van de lieve dierbaren om me heen . Ik kan er naar believen een hele bib mee doen oplichten in bed, bij acute leeshonger of knagende slapeloosheid.

Op mijn paard draaf ik alus door de schitterende Odyssee van Mohamed El Bachiri, pik ik doordenkers over dooddoeners mee van Ignaas Devisch en Jean-Paul Van Bendegem, haast ik me spoorslags naar de onovertroffen Connie Palmen, geniet ik van Roberto Camuri, Alicja Gescinska, Pinker of Pessoa.

Toch mis ik op die nachtelijke digitale wereldreis de papieren Aristoteles. Zie ik dan tegen het ochtendgloren in een nachtmerrie diens Ars Poetica. Weg smeulend in de E-vuurzee van de laatste scriptoria.

SCHRIJFSTEK.
Dagboeknotities.

04 januari 2020

DREAMLAND

Stijf van schroom dreun je je eerste brief af, tel je onder tafel de opbrengst. Jaar na jaar dwarrelen ze dan weg als vlokjes in het winterlandschap, je gulle gevers. Smelten hun fooien als sneeuw in de primavera.

Nieuwe lezertjes nemen de oude nieuwjaarsrituelen van je over op het spel-lings-rit-me van de juf. Schroom? Niks geen schroom. Vlugge klus, haastige kus en tellen onder tafel. Games, tablets, herlaadbonnen, draadloze oortjes: ze kosten hopen fooi in Dreamland. Geruisloos schuif je door naar hun achtergrond, deemster je steeds verder weg uit hun beeldvorming.

Je trekt je terug op je schrijfstek. Waar je oude pennen wachten op de laatste rechte lijn richting Kringwinkel. In afwachting hou je jezelf stand by als pechverhelpingsdienst bij dag en bij nacht voor je nalatenschap. Om de tijd te doden eer de tijd je lik op stuk geeft, ruim je alvast wat rommel op. Oude foto's. Foute cadeaus. Vergeelde nieuwjaarsbrieven.

SCHRIJFSTEK.
Dagboeknotities.

18 december 2019

VALENTINO 6.

Goesting

Valentino neemt me mee naar de Cinema Familia voor de matinée. Het is zaterdag. Mama zit voor uren onder de pot voor haar permanente bij mademoiselle Alice, voorbij de Patria. Bladerend in haar roman-feuilleton uit de Nous Deux van bij Dikke Maria. Daarna nog een half uur in de Charcuterie Ardennaise in de rij voor américain préparé. Tijd zat dus. Ze heeft de filmquotering wel eerst nagetrokken in Kerk en Leven. Naast de begrafenissen en de aflaten. Nihil obstat. Admitatur.

‘Kinderen toegelaten’.
‘Warm aanbevolen'.
'Goedgekeurd door de Katholieke Filmliga’.

Over geloofskwesties heeft Valentino het maar mondjesmaat, als het echt niet anders kan. Als fidele abonnee van Het Laatste Nieuws noemt hij zichzelf een blauwe katholiek. Als ik wil, mag ik die b van blauw voor zijn part gerust laten vallen. Zijn inlevingsvermogen is groot. Hij weet dat ik het mijne denk over Gods oneindige goedheid. Vooral sinds God De Vader de mijne tot zich heeft geroepen kort na mijn geboorte als benjamin van vijf. Mama sindsdien schoon laat stikken met haar vijf bloedjes van kinderen.

‘Voor hetzelfde geld is uw papa gewoon dood gevallen van ‘t verschieten alleen al van uw bleitmuile te zien en te horen. Hoe kunt gij nu weten wat Het Grote Verhaal is dat God in zijn Boek der Heilige Geschriften voor al zijn schepselen heeft geschreven'.

Ik zou het graag weten zeg ik. Valentino loodst me snel voorbij de engerd die bij elke vertoning de bezoeker bij het in-en uitgaan begluurt, één doordringende blik, de ogen wel vanuit twee totaal verschillende windrichtingen.

'Het is allemaal een kwestie van perceptie en vanuit welke hoek dat ge kijkt' zegt me Valentino.

'Ik eet bijvoorbeeld doodgraag kikkerbillekes. In de botersaus met veel look. Dat smaakt mij enorm, copain. Maar God zijn puit in mijn talloor ziet dat wel heel anders. Ik probeer dat allemaal niet te placeren. Het speelt toch allemaal hoog boven mijn Derby-pet van bij Carlier’.

De voorfilm gaat over Albert & Paola, de simba’s en onze jongens in Belgisch Congo. Gevolgd door reclame voor Artic, Kwatta en Coca-Cola.

In de hoofdfilm walst Romy Schneider in haar soepjurk hopeloos verliefd op een kerel die eruit ziet als Robbedoes, met gouden epauletten maar aan de linker heup een sabel, bengelend in de schede. De weiden staan vol Edelweiss. Er wordt gejodeld tegen de bergen op. Na twee uur komt het eindelijk allemaal goed tussen Romy en haar charmante prins. Ondanks de vuile truken van haar venijnige toekomstige schoonmoeder.

Na de film trakteert Valentino mij op een zak boontjes van Buunie. We hebben chance hij heeft er nog net voor een kalant of twee. Daarna krijg ik aan de toog een Frisco plus een Almdudler tegen de dorst van de Frisco. Zelf klinkt Valentino op het geluk van Romy ‘en haar droogkloot met zijn onnozel safelke’ en zijn zomerpaleis daar in Korfoe.

Gaandeweg geraakt Valentino Romy Pils na Romy Pils, ‘in zijn hoedanigheid van magazinier’ in een steeds luidruchtiger dispuut verwikkeld over de bedreigde prijs van de binnenlandse daguur en de dreigende lage loonconcurrentie uit de Magreb.

‘Uit Tunesië jawel meneer. Venez vivre et travailler en Belgique. En er zijn zo al geen commanden meer. Ik durf dat zeggen, ik.’

Tegen de muren bij de uitgang hangen films voor volgende week.

John Wayne.
Charlton Heston.
Catharina Valente.

Allemaal warm aanbevolen en kinderen toegelaten.

Op de terugweg langs het Marktje vraag ik Valentino waarom we bijvoorbeeld niet een keer naar Cinema Ritz gaan. Dat we een keer iets te zien krijgen. Of Cinema Concordia. Of Cinema Feestpaleis. Zijn blauwe ogen blinken, een en al goesting.

‘Gaarne genoeg, copain. Gaarne genoeg. Als het aan mij lag. Maar zo lang uw vader dood blijft, ben ik volgens mijn Jeannette ook een beetje responsabel voor de sireniteit van uw puberteit. Ze zegt dat ge zo al genoeg vol groeihormonen zit. Ge kunt later als gij groot zijt en ik dood ben altijd nog zelf kiezen. Welke cinema ge zelf wilt in uw leven.’

'Valentino'. Vrij te volgen op wwww.stefvancaeneghem.be

09 december 2019

VALENTINO 5.

‘Copain, troost
dat is voor de paster
en de proost’.

Het is Valentino zijn dagje niet. Ik zal gauw genoeg geweten hebben waarom. Zijn Jeannette heeft het in haar hoofd gehaald dat ze voor ze dood gaat Le Doudou de Mons wil zien. ‘La bataille a-char-nééééée du Lumeçon‘ (ze rekt het eindeloos in haar heerlijk zangerig Waals) entre Saint-Georges et le dragon.

‘Die Doudou valt toch wel op Drievuldigheidszondag zeker? Nog een tekening nodig, copain? Ik zeg haar nog: ge zijt voor Anderlecht of ge zijt voor Brugge. De twee tegelijk dat gaat niet. En ik ben dus een supporter van de Fiertel’.

Ik probeer er Standard tussen te smijten, ik ben supporter van Roger Claessen zijn vuile tackles, maar het is allemaal geen avance. Jeannette gaat cressonnette plukken aan het beekje. Valentino verdwijnt in het konijnenkot.
Jeannette is wat ze in haar plat pays une bonne Wallonne noemen. Haar land ligt verloren in de krul die de Schelde draait tussen Oudenaarde en Tournai.

Valentino neemt me op zondag mee naar het onwaarschijnlijke ‘Estaminet’ van Jeannette haar Pépère en Mémère. Samen verkennen we van daaruit dan de vlakte van Celles en Pottes, Cordes, Velaines en Montreuil-au-Bois, langs de Mont Saint-Aubert en Maulde tot aan het kasteel van Le Prince de Ligne in Beloeil. Soms rijden we ook helemaal door tot in het gebied van de iguanodons van Bernissart. Op zo’n dagen straalt Jeannette, leert ze me al haar Waalse uitdrukkingen

Aller à l’maraude,
Faire dans s’maronne,
Y est bon va gamin.


Valentino doet er zijn schep bovenop.

Elle me l’avait
todi promis
’s petite gaiolle
pour met’
m’ canari.


En ik zie hoe gelukkig ze zijn bijeen. Dat hun dag niet stuk kan. Ik voel en zie wat ware liefde vermag. Los van welk taalidioom ook. Het lijkt wel alle dagen…ducasse. Bijna zeg ik: alle dagen Doudou. Maar Valentino moet bruusk remmen voor een straathond.

‘Un clebs perdu’ zegt Jeannette. ‘Y est bon, vas-y’.

De Fiertel missen staat voor Valentino gelijk aan hoogverraad. Hij verandert nu van tactiek om er voor zichzelf mee weg te geraken, begint ‘heel dat gedoe’ rond de Fiertel te banaliseren, door te verwijzen naar Fantasialand en Fabeltjeskrant.
‘Zotten belezen en genezen, wat zouden ze? Die sukkels in de plaine van Jean d’Avennes ze werden gewoon zot van verdorven rogge te eten’.
Ergotisme, zeg ik hem. Van dezelfde moleculefamilie als LSD. Ze lopen daar in hun vlakte feitelijk stoned rond gelijk hippies tussen de kiekies. Trippend en flippend. Er is geen soelaas voor hen. Troost is het enige wat de ommegang hen brengt. Nu nog eigenlijk: tegen deze tijd van de waanzin.

Maar met woorden van troost help ik mijn vriend Valentino vandaag van hier tot Rome geen ritueel Bellenmanstapke vooruit.
Ik weet maar al te goed hoe zot hij zelf is van de Fiertel geen belezing voor nodig. Hoe vaak neemt hij me in die wonderjaren mee achterop zijn nieuwe velo van bij Cyriel Vanderkimpen naar al de hoge kouters van waarop we de ruiters van Saint-Sauveur goed kunnen zien passeren. En al de boerenkarren die dan nog in het bladgroen van het brembos mogen worden gestoken zonder dat ge er een zware boete voor in uw bus krijgt op negende kermisdag.

04 december 2019

VALENTINO 4.

Feest in het Malanderpark. Tout le monde il est beau c' est l'heure de l'apéro.

‘Van ’t Aperitiefke, copain? Die heb ik op de Bommels de kasatchok zien zwieren, de kaplaarzen de lucht in gelijk ’t Rode Leger. En de Sirtaki in wit rokske met flochkes gelijk Antony Quinn in Zorba de Griek’.

Valentino heeft de Bommels zien doorgroeien vanuit de Zotte Maandag. Die eerste grote cortège op zaterdag zie ik nog zo voor me als snootie. Vermomd als Pancho Villa, aan de hand van Valentino in de Peperstraat. Veilig voel ik me bij hem. Tegen Lucifer in zijn brandende kar, tegen alle Duvoos die me willen doodsteken, tegen De Spuken die ’s nachts op de Steenbrugge doorspoken, tegen de Turkisch Delices van Fons zijn carnavalsgroep uit de Victory die me wakker komen kietelen, een en al begeerte.
Het is lang voor grote carnavalsgroepen naar links! naar rechts! voor gestreamde ambiance zorgen. Lang voor er big boel is om het geld. Lang voor de nieuwe Bommelsraad er met de steun aus Kleve! van droomt om de Bommels te doen erkennen als

UNESCO
WERELD
ERFGOED!

Zeker nu die van Aalst het aan hun grote toeter hebben. Zeker nu de Maatschappij der Dragers en Belders al in Rome is gesignaleerd voor de erkenning van Hermes zijn Ommegang.

Werelderfgoed
in een wereld
die het niet
meer doet.

Pas op, het zal niet kampen. De Bommels, dat is nog geen honderd jaar zot doen. De Fiertel, dat is duizend jaar zotten genezen. Wie kan daar tegenop qua Werelderfgoed? Er zullen altijd meer zotten te genezen zijn dan er Bommels bommelen. Tot in Amerika en Korea toe.

‘Copain dat waren momenten. Ikzelf als Luis Mariano, mijn geliefde Jeannette als Yvette Horner met haar accordeon van karton. Stichter Mootie, ik zie hem daar nog paraderen als Louis Quatorze. Naast de troonwagen van Rizla Croix met erop Koning Albert I en ernaast Klienen Buitsoo als nar. In het begin bommelden we van het Park Lagache langs de Kobbe naar Ritz en Rami aan het station zo door naar den Assa. In de Monico duurde het bommelen wel nog niet tot de dinsdagmiddag. Mijn Jeannette ’n zou dat nooit geaccepteerd hebben.'

Als hij het over zijn Jeannette heeft, valt hij stil. De krop in de keel. Om alle dingen die zonder haar nooit hetzelfde zullen zijn. Hij wil dat ik hem langs het Schavaert naar de Hotond rij voor een Westmalle met zoute nootjes.

‘Wat is me dat hier voor cirque, copain? Het café is een hotel. De Molen een café met een tv?’
Hotond Sporthotel, zeg ik hem. Met slaping en restaurant en al.

‘En al dat afgetraind vrouwvolk hier in knallende Castelli? Valt er wat te vieren, de verjaardag van wereldkampioene Yvonne Reynders of wa?’

Ik stel voor dat we doorrijden naar d’Oude Hoeve, boven de Kwaremont. Ik wil hem alle namen tonen in het macadam. De winnaars van de Ronde van Vlaanderen. Briek Schotte. Het monument van Karel Van Wynendaele. Kinderkopkes met alle Kopstukken. Hij glundert. Rik Van Looy blijft zijn grote held. Eeuwige roem weze zijn deel.

‘Beheyt heeft de Keizer van Herentals niet willen helpen op het vals plat naar Louise-Marie. Krampen zogezegd. Rik reed zich in zijn eentje helemaal leeg om Anquetil terug te halen. Bon Groene Leeuw Beheyt was ook een sterke daar niet van. Dat duwen en trekken op de Glorieuxlaan dat was van d'adrenaline.’

27 november 2019

VALENTINO 3.

Copain als ge echt mijn gedacht wilt weten ik herken mijn stad niet . De grote kerk is een basiliek, er staat een moskee naast de fabriek, villa Vandenhende is een bordeel, de ouwe Sint-Pieterskerk een bar, Sint-Martens een passage, het vredegerecht een veranda, de muren staan hier nu vol vlinderkes, olifanten en peeties, de post een winkel in de Wijnstraat, la gendarmerie c’est fini, de politie zit in de Regie van Telegraaf & Telefoon, Reddy Kilowatt ligt plat op zijn gat, Jeugdclub Kobbe is een kruidentuintje, de Familia een commune, Cinema Ritz een ruïne, de voetbalclub een tennis, Atletiek Assa een parking, Brouwerij De Keyser een musee, den Textile Belge een academie, de Patria een building, op de trottoirs staan plassende fonteinen en paalkes tegen de gangsters.

Voer mij tot boven de Kruissens dat ik mijn wereld terugvind daar boven in het Malanderpark. Die van toen ik je als snotneus op rondjes trakteerde bij Tieste met zijn paardekes .

Hij wil de stad nog een laatste keer terugzien. Ik toer hem rond naar de plekken die zijn leven alles hebben gegeven. Zijn NSU Prinz heeft hij al lang ingeruild. Eerst voor een geitje van bij Citroën Bossuyt. Toen hij met de pedalen dwars door de plankvloer over de kasseien van de Molendam begon te schuren kocht hij het allereerste Audimodel bij Garage Janssens .

‘Dat bakske copain gaat mijn eigen tijd overleven’.

VALENTINO 2.

DE REDDING VAN HET VOLK

New-Yorker Phil Nesbitt bezet voor zestien zaterdagen de kooi van de hoofdredactie aan de Gentse Forelstraat. Als was hij een commando van de Special Newspaper Forces komt Phil Het Volk redden met een totaal nieuwe ‘look’. Over zijn vet huurlingencontract doen op de werkvloer de wildste geruchten de ronde. BACOP is dan nog een bank.

Sinds het vertrek van Nero naar concurrent Het Nieuwsblad en de verdwijning uit het straatbeeld van de dagelijks gecolporteerde ‘Laatste Editie van de Ronde van Frankrijk’ (zoek het muizeke van Buth) is de neergang van de krant niet meer tegen te houden.
Er resten ‘Het Volkske’ als sterkhouders enkel nog ‘Vind de bal’, Jommeke en rijzende zon MAREC. Wielermonument Jan Cornand heeft het helemaal gehad en gaat met pensioen. Voetbalgrootheid Bob Deps kiepert op een blauwe maandag zijn whisky over de desk van de hoofdredacteur en gaat rondjes zwemmen in zijn geliefd zwembad Van Eyck wat verderop aan het water.

Nesbitt voedt zich ter redactie exclusief met vette smeerpatee en een fles bourgogne van bij Van Den Bussche Wijnen in de Vlaanderenstraat, de vaste huisleverancier van de krant bij eretekens. De nieuwe ‘look’ van Phil laat zich alvast ruiken bij elke instructie. Met Gerarda 'Gerdje' Grosemans, mijn begeesterende en zeer gedreven redactiecheffin, ben ik als Chinese vrijwilliger aangeduid om aan de lopende band teksten te fatsoeneren voor de dummy van Phil.

Na de gebruikelijke hoogspanning aan ‘de steen’ en comme d'habitude de bijhorende dosis poeha op de marketingafdeling (citaat van het jaar aldaar: ‘Vroeger was onze losse verkoop nihil, nu is hij verdubbeld’) volgt dan een eerste proefkrant.

‘DE KRANT VOOR ACTIELEZERS’.

Wie bedenkt zoiets? Ze blijkt behalve vol parachutespringers met de nieuwe krant in de lucht vooral vol gaten en hiaten te zitten.
De tweede drukproef een zaterdag later walst de kinderziekten er wel uit maar blijkt dan weer hopeloos uiteen te vallen in vier grote katernen waarin jong en oud zogezegd hun gading zullen vinden maar in werkelijkheid eenieder de weg kwijt is. Weg in elk geval is Phil. Al langer weg is het handig kleine formaat dat Het Volk ooit zo populair maakte en dat je zelfs op te krappe treinzitjes met groot gemak uitplooien kon.

‘Gaat het niet goed misschien met uw gazet, copain?’

Valentino is zijn leven lang lezer al van Het Laatste Nieuws. We hebben het er nooit over. De weg naar het ware geluk loopt voor Valentino langs het beekje voorbij zijn konijnenkot achterin zijn moestuin waar de waterkers vers staat op de flank van de Kruisberg.
‘Bij welke groten van deze wereld hebt ge nu weer gezeten, copain? Ik zie dat ge uw schoon kostuumke nog aan hebt van bij Ceremoniekledij Van Bost?’ (Bal masqué-verpakking. Streepjespak).

‘Bij Jean-Luc die de problemen van Georges Leekens gaat oplossen als ze er zijn? Bij Leo Tintekuli? Bij Danny Coens?’ Bij Jean Gol zeg ik hem . We evualueren de voortgang van zijn schatjes.

‘Aan een struik patatjes hangt er van alles copain.’

Hoe hij daar staat te glunderen in zijn grijze kiel. Dezelfde waarmee hij straks een van zijn konijnen zal... Bon.
‘Anders wil ik wel mijn abonnement opzeggen om Het Volk te proberen als het u kan helpen’.
Niet doen zeg ik. Maar hij speelt zijn kop. Zoals hij het mij van kindsbeen af al aanleert ‘want anders speelt iedereen toch maar met uw patatjes nooit vergeten'.

Hij zegt zijn abonnement voor Het Laatste Nieuws op. Haalt de ‘Krant voor Actielezers’ in huis. Onderneemt als nieuwe lezer actie richting konijnenhok. Vier weken later zitten we bijeen in zijn zonovergoten veranda onder toezicht van de Heilige Maagd van Wittentak. Hij sloft om de citroenfrisse fles Lemoncello van zijn voorbije vakantie in Menton. Op zijn nieuwe relax van bij Meubelen Makri zie ik Het Laatste Nieuws open liggen op de sportbladzijden.

‘Copain het spijt mij maar ik vond mijn draai niet in Het Volk.’

De afgelopen maanden hebben we onze sterkste pen in het specialisme Moord en Verkrachting zien vertrekken naar de Jacqmainlaan, een Mercedes en een hoop zilverlingen als premie er bovenop. Daarna ‘Bokkie’, een van onze taaiste sportverslaggevers en intimus van judocoach Jean-Marie De Decker 'van wie ge zeker weten nog gaat horen in de toekomst'. En tot overmaat van ramp ook nog onze gouden Plume Vainqueur Jan Segers zonder wie het autoracen nooit zou geweest zijn wat het was sinds mijn wonderjaren in de wielen van Jim Clark , Jack Brabham en Phil Hill.

Valentino wil zich ‘verexcuseren’ voor zijn terugkeer naar Het Laatste Nieuws. Geen probleem zeg ik. Dat onze verkoop inmiddels verdubbeld is van nihil tot twee keer niks bespaar ik hem.


21 november 2019

VALENTINO 1.

Copain dood gaan ge moet daar zelf niks voor doen. Als ge teveel afziet pompen ze u in hun Train Bleu naar Neverland. Ze perfectioneren zich daarin. Professor Disteldoorn en alle grote filosofen van Gent en Brussel. Nee niet Torfs die van Leuven zijn tegen ’t voltooid verleden leven ze gokken gelijk Blaise Pascal op het hiernamaals. Bij ’t aperitief de Zevende Dag explikeren ze u allemaal wanneer ge uw leven als voltooid moogt beschouwen. Als ge gedeprimeerd zijt omdat Anderlecht verliest . Of omdat Anuna niet op tijd in Madrid geraakt met haar spijbelboot en de planeet nu zeker weten helemaal naar de kloten draait vanwege de climaxopwarming. Hoe ge bij zo’n zelfgekozen voltooid leven op uw gemakske moogt oprotten een coupeke Boursault Brut uit eikenhouten vaten beschaafd tussen duim en wijsvinger geklemd.
Dood gaan het gaat vanzelf zeg ik u. Eerst piepen uw longen piepen gelijk mijn NSU Prinske onderweg naar de basiliek van Bonsecours. Dan klopt uw hart gelijk de grosse caisse van de pompiers. Zie mij hier nu liggen met mijn voltooid leven. Kijk goed hoe ge dat doet, stijlvol doodgaan. Want nu doet ge misschien nog stoer met uw pen maar uw eigen moment extrême komt rapper dan ge denkt. En dan copain, dan komt al het verdriet dat ge hier nu niet ziet.
Leven moet ge doen. Fonceren naar uw doel gelijk de gebroeders Hazard. Het leven is een kansspel. Un jeu de hasard. Et nous sommes des boules de billard. Mijn doel was het om stoffen in coupons te snijden als magazijnier in de fabriek. Het uwe is schrijven ik heb het u als gamin altijd al weten doen. De toneelstukjes die we samen op zolder ten tonele brachten op kerstdag weet ge het nog. Hoe zou ik het vergeten zeg ik. Banana… Banana echoot hij zacht. Hij en ik weten dat er geen andere opvoering meer volgt, dat dit de apotheose is van onze levenslange onverbrekelijke vriendschap.
Elke dag opnieuw copain. Alles geven van 7 tot 77. Als het kan nog zeven keer zeven verlengingen fluiten ook. Wie gaat da bepale, wanneer het beter is dat ge doodgaat? Dat de kosten niet meer gedekt worden? Dat we niet langer op cruise kunnen naar Sint-Petersburg met Mia Doornaert ? Mamma Mia, ik val nog liever dood van die boot. ‘n Jaagt u zo niet op, zeg ik hem. Maar hij hangt al half aan de triangel van Magere Hein boven zijn hoofd. Misschien moet ik nu echt iemand bellen om hem soelaas te brengen om het in zorgtaal niet te zeggen.
Zorgt gij vooral dat ge er zo lang mogelijk goed het kopke en de rest bijhoudt copain. Blokken. De Slimste Mens. Questions pour un Champion. Blijven bijleren. Altijd. Nieuwe dure woorden om mee uit te pakken.
Pococratie.
Dystopie.
Eponiem.
Wat hebben we vandaag geleerd? Wat zou Aristoteles doen in uw geval? Vluchten naar Chalkis met zijn lief Herpyllis zeg ik. Maar hij is niet meer te stoppen en ik wil hem zijn laatste woorden niet ontzeggen.
Alles geven volle gas, altijd voort en ondertussen mekaar doodgraag zien geef me wat water met een strootje. Dwars door dat kopke kan ik kijken copain. Gij zijt de kleine die ik wou maar nooit hebben zou. Bon hoor me hier nu bezig. Het klinkt als een sermoen van de kanunnik over de tijd van gaan die gekomen is. Ik ga ’t u zeggen copain ik heb daar geen Prediker voor nodig ge moet u vooral helemaal laten gaan als ge aan het komen zijt.
Hoe hij opveert onder al die draden. Ik heb het hart in de keel zitten nu. Een wringer van Bosch op maximaal toerental . Ik voel dat hij de eindspurt heeft ingezet, mij loslaat met alles wat hij mij cadeau heeft meegegeven voor het leven nu het zijne finaal opgaat in mijn tederste herinneringen.
Ik weet nog precies wanneer ik hem als kind Valentino ben beginnen noemen. Het was aan zijn hand in de rups op de winterkermis. Hij met zijn fles groene Pétrole Hahn over die kloeke kop. Ik kon er mij zot op kijken. Hoe hij met de vingers door het uitgedunde haar gleed tot het glinsterde als dat van Valentino. Hoe hij zijn kin inzeepte, vakkundig met de Gilette over de kaken schaatste.
Force 5 Kracht 5.
Huiles essentielles.
Essentiële oliën.
Lotion Tonique. Tonic.
Vitalité. Kracht.
Het petroleumritueel heb ik overgenomen. Zo heb ik hem er elke nieuwe ochtend bij om de dag sterk te beginnen met al mijn herinneringen aan hem. Dan zie ik hem weer bij me. Hoe hij die haas stroopt, genadeloos in stukken hakt, traag tot paté draait in onze achterkeuken een Vieux-Temps binnen handbereik een Louis Doizepeuk in de mondhoek. Terwijl alle anderen vooraan in huis naar Schipper naast Mathilde kijken en luidruchtig van het onvoltooid leven houden.

17 oktober 2019

COLLECTIEF GEHEUGEN

De Nalatenschap



De textielbaron doet het om zijn fabriek draaiende te houden zogezegd. Wordt ondertussen smoorrijk van de gestreepte grijze stoffen die hij weeft voor de gevangenisplunjes van onze stadsgenoten in de kampen. Steunt tegelijk stiekem het verzet ( je weet maar nooit) en wint op die manier altijd. De kleine man van Ronse geraakt aldus gaandeweg geplet in het verraderlijke lied der oude getouwen. Samen met de wol die hij weeft.
Persoonlijke afrekeningen. Oude en nieuwe rancunes. Lang verdrongen rivaliteiten die nu hun weg vinden naar listig revanchisme.
Ronse was altijd al een stad van de hevigste wrijvingen. De draaideur tussen Wallonië en Vlaanderen. Twee werelden door één deur. Een stad waar er altijd elektriek is.
Er zijn er die dromen van een Nieuwe Orde waar zij het als de nieuwe elite voor het zeggen zullen hebben. Altijd hetzelfde verhaal. De ene mens die zich verheffen wil boven de andere. Met de macht van wapens. Van ras. Van taal. Van geld. Van wat grijze - maar al te grijze - hersencellen meer.
Er zijn er die vanop de kansel de collégiens opzwepen. Samen met God tegen de Bolsjewieken aan het Oostfront. Want God wordt bedreigd. De nieuwe Kruistocht. Zelf blijven ze ondertussen buiten schot. Tellen ze de knopen van hun soutane. Buigen ze minzaam het hoofd voor de Allerhoogste. Blazen ze een restantje hostie van hun habijt. Sleuren ze de jonge mensen van Ronse ongegeneerd mee in de waanzin van het ene totalitarisme tegen het andere.
En wij? Tegenover deze waanzin strijden we voort in stilte. Eén verklikking, één controlepost, één anoniem schrijven en er wacht ons marteling, uithongering, verbranding. Maar we laten onze Ronsese companen in de kampen nooit in de steek. Nooit. Jamais. Never. Niemals.
Noem ons partizanen. Patriotten. Verzetsstrijders. Noem ons Geheim Leger. Noem ons Nationale Beweging. Noem ons Eenheidsfront. Noem ons Vrije Ronsenaars. Noem ons vooral bij onze namen en voornamen. En vergeet ons nooit. Nu niet en later niet. Laat de gruweldood van onze strijdbroeders en ons verzet onze nalatenschap zijn voor het Ronse van morgen.

Fragment uit ‘De Nalatenschap’.
Vanuit mijn diepste erkentelijkheid
opgedragen aan Georges Van Coppenolle.
(Alias ‘Renard’ in het verzet van Ronse alias ‘Fox’ in mijn boek).