14 maart 2019

BLOGSTUKKEN

DE KLOTEJOBKESWERELD VOLGENS MACRON



Alsof ze hier nonchalant een bruistablet of twee in een fout plastic bekertje onder mijn neus mikt om another day in paradise door te komen, zo strooit Frédérique Macron schijnbaar achteloos haar wondere wereld vol plantrekkers, sukkelbozen, pechvogels, ritselaars, uitgerangeerde madammen, bazige bitches, zielige The Voice-dromeressen rond de (peri) pathetische chef de bureau Patrick van het uitzendbureau Match Interim over de theaterplanken. Slik door: dit is echte pure schrijfkunst. Uit het leven gegrepen. Tranches de salope de vie.

In de tragi- vooral - komische taferelen die elkaar in interim-tempo opvolgen sleurt Macron ons onweerstaanbaar mee in haar kweeniehoe zotte rondjes foute denken. Wars van de bescheten schone manierkes. Gelardeerd met alle mantra’s omtrent zogeheten winners en zogezegde verliezers die het hoe dan ook aan zichzelf danken. Recht voor de raap zoals Frédérique Macron zelf.

Zonder aanzien des persoons. Doodeerlijk, zonder chichi serveert Fréderique Macron ons het maar al te pijnlijk geloofwaardig universum van de niets ontziende uitzendwereld vol tijdelijke klotejobkes. Bevolkt door de ‘fout’ lopende levens van uitgetelde werkloze master na masters die het ten einde raad dan maar proberen als interim Clini-Clown. Zichzelf daardoor steeds dieper in de knoei knoeiend tot crimiclown. Nog even een poging als jeannetterige coiffeur misschien?

Alle karikaturale situaties waarmee het leven zelf de stoutste verbeelding voorbijsnelt passeren daarbij de revue. De wereld van de megadildo-demonstratrices, Cara Pils- Beothiërs, bazige bazinnen van Shoe Comfort die geen verhaal hebben aan kansen voor mindervalide personeel en al helemaal geen geld voor godbetert een ge-han-di-cap-ten-lift. De wereld van de mythomane Italiaantjes, de excuus Marrokkaantjes, de flinke doch flippende U-Gent doorgestudeerden op zoek naar een stagestek in de echte wereld.



In een als steeds heerlijk onvoorspelbare regie van haar levenspartner Koen Lauwereyns verovert Frédérique Macron met haar Bruistablet zelf ondertussen con brio haar stek in het Eenzame Auteurs Bureau . Want veel meer dan haar dagdagelijkse scherpe observatie en verwerking van de echte wereld om haar heen, is Bruistablet haar dik verdiend entreeticket in die ...nog veel hardere échte schrijfwereld waarin freedom of speech een strijd blijft van elke dag weer opnieuw. Met of zonder bruistabletten.

De cast van Bruistablet maakt de wording van een authentieke autrice compleet. En dan heb ik het hier, na het zien van try-out en algemene repetitie niet alleen over VTV’s onnavolgbare Bekende Vlaming en onweerstaanbare publiekstrekker Donaat Deriemaeker als de knotsgekke chef Pettrick (hoeveel van die opgepepte wind blazers bevolken het bedrijfsleven niet) maar over de invulling van elk personage op zich in een verrassende totaalproductie .

Bruistablet is volgens mij helemaal klaar voor een tournee generale door Vlaanderen en erger. Pardon, Petrick: ik bedoel door Vlaanderen en verder.

Bruistablet. Creatie bij Theater VTV Ronse.
Vanaf vrijdag 15 tot 30 maart. (De premiere is al volzet).
Reservatie via www.theatervtv.be of 0478888444.

12 maart 2019

BLOGSTUKKEN

DE KRACHT VAN VERWONDERING



Iemand pretentie verwijten lijkt op iemand een snob noemen. De twee termen lopen vaak door elkaar heen maar ze zijn net even anders. Een snob is bijna altijd pretentieus. Iemand die pretentieus is, hoeft daarom nog geen snob te zijn. Snobisme is denken dat je beter bent dan de rest. Pretentie is denken dat je beter bent dan jezelf. Snobisme is bedrog. Pretentie is zelfbedrog.

In zijn klassieker La Distinction zet de Franse socioloog Pierre Bourdieu economisch kapitaal tegenover cultureel kapitaal. Dat laatste is onze persoonlijke verzameling van kennis, competenties, sociale netwerken en opleidingen waarmee we ons onderscheiden van anderen en onze sociale positie kunnen vestigen of bevestigen. De wisselwerking van economisch en cultureel kapitaal vormt dan onze habitus: de opvattingen en instellingen die we binnen onze sociale klasse als vanzelfsprekend beschouwen. Onze habitus bepaalt wat we chic en wat we ordinair vinden.

Volgens Bourdieu is goede of slechte smaak het ultieme machtsmiddel tussen de verschillende klassen omdat het toekennen van smaak onuitgesproken gebeurt. Voor iemand binnen een bepaalde habitus is het evident, voor iemand daarbuiten is het onzichtbaar. De klasse van Mandela, de vulgariteit van Trump.

Cultureel kapitaal kan je niet kopen. Je kunt bijvoorbeeld wel een loge huren in de opera. Cultureel kapitaal zit echter niet alleen in die loge maar vooral in de combinatie van weten wat wanneer speelt, hoe je de muziek kan waarderen, welke voorstelling beter is dan de andere en waarom.

Distinctiedrift.

Pretentie kan ook een rabiaat element bevatten. Meer bepaald wanneer ze als een sociale promotie wordt ervaren, een beschavingsproces. In die sociale upgrade wordt de streber ertoe veroordeeld zijn taal te verraden en te beschamen, zijn lichaam, zijn smaken, zijn roots, zijn familie, zijn gelijken, soms zelfs zijn moedertaal. Sociale mobiliteit creëert aldus een permanent spanningsveld tussen de ‘gedistingeerde bezitters’ van cultureel kapitaal en ‘pretentieuze uitdagers’ die het wensen te bezitten.

Doordat de uitdagers het cultureel kapitaal erkennen en proberen te bemachtigen (de cultuurgoederen) of te imiteren (in duurzame posities en dure gedragingen ) wordt het voor de bezitter gaandeweg gepopulariseerd en daarmee gevulgariseerd. Het oorspronkelijk cultureel erfgoed boet daardoor in aan immateriële waarde. Het gevolg is dat de bezitters op zoek gaan naar weer nieuwe smaken, producten en gebruiken die hun uitzonderlijke status op alweer andere manieren moeten onderstrepen. In die zin is pretentie dus zelf de drijvende kracht achter … pretentie. Het levert een estafette van distinctiedrift op.

Bourdieu schrijft La Distinction in 1979. Hij spreekt over leraren, journalisten, intellectuelen en bankiers, politici en arbeiders, de petite bourgeoisie, de haute bourgeoisie. Alsof dit redelijk vast omlijnde groepen zijn met vast omschreven gebruiken en culturele smaken die elkaar op een logische manier opvolgen.

Inmiddels zijn die sociale klassen echter allang niet meer zo vast omlijnd. De culturele elite gaat bijvoorbeeld niet langer hand in hand met de financiële elite. Sociale klassen zijn ook minder gesloten omdat hun sociale mobiliteit veel vanzelfsprekender is geworden. Honderd jaar geleden was dat nog anders. Toen werd de top van de piramide bevolkt door de leisure class : landeigenaren die weinig bijdroegen aan de economische productie omdat ze al generaties lang genoeg geld hadden om te doen wat ze wilden.

Meritocratie is vandaag het nieuwe toverwoord van de global elite. Hun dominante ethos draait om zo veel mogelijk studeren, zo hard mogelijk werken. Van het geld dat ze hebben, kopen ze dan tijd. In de nieuwe meritocratie is dat het enige wat ze niet hebben. Dus kopen ze tuinmannen, kinderjuffers, huishoudsters, accountants en advocaten die hun werk uit handen nemen. Als dit meritocratische tijden zijn, dan is pretentie daar een uiting van. Het is een doelbewuste poging jezelf een grotere waarde toe te kennen, meer kunde uit te stralen in een poging jezelf te bewijzen.

No filter.

Maar uiteindelijk kun je niet over pretentie praten zonder het over authenticiteit te hebben. Authenticiteit lijkt bij uitstek een hedendaags streven. Het is het verlangen om als #No Filter door het leven te gaan . Volledig vertrouwend op je eigen persoonlijkheid. Authenticiteit lijkt daarin het tegenovergestelde van pretentie. Existentiële filosofen, van Jean-Paul Sartre tot Kierkegaard en Nietzsche, probeerden al te formuleren hoe de mens zou zijn zonder al de restricties van staat, religie en cultuur om hem heen.

In de achttiende eeuw werd de zoektocht naar authenticiteit voor het eerst grondig geformuleerd door Jean-Jacques Rousseau. Mensen worden ongelukkig als ze zien dat anderen meer hebben dan zij of hoger gewaardeerd worden. En dus gaan ze vleien, overdrijven, veinzen, liegen. Beschaving wordt aldus een façade van beleefdheid die niet alleen camoufleert wat we écht willen van de mensen om ons heen maar ook voor onszelf.

We gaan de geschreven en ongeschreven regels van sociaal verkeer aanzien voor wie we zijn en wat we willen, waardoor we niet langer nadenken over wie we écht zijn, wat we het liefst willen, los van de sociale conventies. Authenticiteit is iets wat we op een of andere manier zijn kwijtgeraakt maar dat blijft opspelen in een schuldgevoel, naar wie we geworden zijn versus wat we hadden kunnen zijn.

Elke generatie heeft van X tot Nix geprobeerd dat rollenspel te doorbreken, een eigen moraal te zoeken, los te komen van de mainstream. In de fifties en sixties probeerden de beatniks het (Kerouac, erna Dylan), de provo’s, de hippies, bhagwan. Dan volgden de punks, de skaters, de gabbers. In de jaren negentig zetten de jongeren zich af tegen de bourgeoisie door zich te verhullen in hedonisme, cynisme , ironie (Génération désenchantée. Tout est chaos.) .

In het nieuwe millennium zo noteert Joost de Vries (de auteur van Clausewitz en De republiek bekroond met de Gouden Boekenuil) het in zijn ovenvers (h)eerlijk scherp essay ‘Echte pretentie’ verkoos de mondaine, bohemian hipster ambachtelijkheid boven massaproductie, identiteit boven gemeenschap, persoonlijk zelfbewustzijn boven (politiek) massaprotest.

Maar in plaats van dat die excentrieke keuzes iets fundamenteels veranderden aan the powers that be deden ze weinig meer dan simpelweg nieuwe afzetmarkten creëren. Elke vorm van zelfexpressie gaat uiteindelijk gepaard met een vraag naar zelfexpressieve schoenen, meubels, pyjama’s, baardverzorgingsproducten, 'eerlijke koffie', 'slaafvrije chocolade'.

En zo werd die authenticiteit geen werkelijke kracht maar gaandeweg een stijl, een ethos. Eentje die telkens met speels gemak gekaapt kon worden door reclamemakers. Want authenticiteit is tergend traag, omdat het steeds nieuwe dingen moet ontdekken terwijl de vrije markt die dan alleen leep hoeft in te halen.

Om de dingen nog ingewikkelder te maken is er met het internet voor de mens een dimensie bij gekomen om op een geheel nieuwe manier naar zichzelf te kijken. Nooit eerder zijn individuen zo bezig geweest met hun zelfpresentatie als wanneer ze door hun sociale media swipen en met minutieuze aandacht zorg dragen voor de glamour van hun stralende online persona.

Onze mediacultuur eist totale transparantie. Ze vraagt tegelijkertijd om een permanente performance. Dat is uiteraard een onverslaanbare paradox. Niemand denkt dat Instagram het echte leven toont. Het nadrukkelijke streven naar echtheid overtuigt ons niet. Het maakt alleen het streven zo zichtbaar.

We weten nochtans dat authenticiteit bestaat… omdat we het missen. Steeds vaker voelt authenticiteit echter aan alsof je in een dynamiek zit waarin je van elkaar weet dat iets niet echt is terwijl je elkaar toch in je waarde laat. Je weet dat iemand de authenticiteit die hij uitstraalt niet kan waarmaken. Maar je ruikt die ‘zweem van waarheid’ en besluit je ongeloof op te schorten.

Authenticiteit wordt op die manier een rekbaar begrip. Zo kom je tenslotte terug bij de vraag of pretentie dan het tegenovergestelde is van authenticiteit. Niet dus.

Wat is pretentie dan wel? Het is het moment dat de rekbaarheid knapt en je ongeloof niet langer kan worden opgeschort. Dan hou je de eer aan jezelf en ga je gewoon verder je eigen gang. Los van klieken, clubjes en clans. Ver van het Romeinse circus, de hele maskerade rond de papa van Delphine , foute voetbalmakelaars, prutsende dopingsporters, identiteitspredikheren, zedenprekers, doemdenkers, believers, non-believers, brulboeien en veel belovenden omtrent een identitair Utopia met muren errond. Met hun voorgelogen beloofde land van gepasteuriseerde melk en gezuiverde mensen. De echte pretentie is die van collectief zelfbedrog.

‘Echte pretentie’. Joost De Vries. Das Mag.
Illustratie: Sublieme schoonheid van Dirk De Keyser.
Foto met dank aan Lieve & Piet Willequet.

06 maart 2019

BLOGSTUKKEN

CORNELUS MAXIMUS DE OUDERE




Jo Cornelus, transmigrant uit West-Vlaanderen heeft echt wel brute pech. Een sociale woning in Ronse zit er voor hem niet meer in. Mocht het ooit fout gaan in zijn wervelend bestaan. Bijvoorbeeld een accident met de e-bike aan de Ommegang. Wegschuiven in de poedersneeuw tegen een dennenboom in Saas Fee. Een beroerte van zijn eigen op te jagen in persmuskieten want wat denken die wel Freedom of speech? Weg ermee. Dat is iets voor de blauwe. (De persmuskieten denken in werkelijkheid: Hermes behoede Cornelus).

Jo Cornelus schopte het in zijn adoptiestad Ronse eerder ook al tot voorzitter van CD&V Ronse. Nu hij naar eigen zeggen (in de Rondom) ‘oud geworden is’ (50) kan hij zich echt niet langer vinden in de nieuwe koers van de sterk verjongde en flink vervrouwelijkte CD&V Ronse die zopas zeer afgetekend de gemeenteraadsverkiezingen gewonnen heeft: rond burgemeester Luc Dupont en 'de bloedrode' coming man Ignace Michaux. (Foto).

Door zo jaar na jaar te blijven verjaren is Jo Cornelus op zijn vijftigste ‘rechtser’ geworden. Zo zegt hij het letterlijk. Geheel volgens de regels van zijn zelfbedachte logica hoogtijd om nu maar eens voorzitter te zijn van de N-VA in Ronse. Daar vindt hij als snel verouderende Vlaming zijn ‘centrumrechts gedachtengoed’ terug (sic). Bij de andere oudere overlopers vanuit de CD&V zoals zijn nieuwe ondervoorzitter Paul Carteus en schepen Brigitte Vanhoutte. De N-VA van Ronse wordt aldus gaandeweg de Probusclub van CD&V Ronse.

Voor wie de logica van Cornelus niet volgen kan, hier eventjes terugkoppelen. CD&V Ronse was dus zogezegd eerst centrumrechts, nu centrumlinks. De N-VA Ronse daarentegen was eerst Vlaams Belang light en gaat nu de toer op van de Zero Tolerantie Vlaams Belang old style . De N-VA is met haar oude wijn in importzakken bijgevolg veel meer geschikt voor zelfverklaarde ouder wordende knarren als Jo Cornelus. Om er naar hartelust gefrustreerd te foeteren op al wie hier in Ronse ook nog maar durft af te wijken van de rechtse unisono voorgeprogrammeerde mantra's.

Foeteren bijvoorbeeld tegen die Faiza El Gouch, de nieuwe collega-voorzitster van coalitiepartner CD&V Ronse. ('Ziedewel ik zeg het u toch ge zijt het echt niet wijs'.). Of tegen Imane Mazouz, kersvers raadslid van Groen Ronse. Groen? Extreem-linkse pastèques zijn het. Groen aan de buitenkant, rood van binnen. Met bovendien ambetante pitten erin die tussen het gebit van een ouder wordende man blijven steken. En nog jong ook daarbij. Zoals al die collegiens die tegenwoordig liever op straat lopen (als het geen krokus is want dan vliegen ze met hun bobo's van ouders naar de zon en de ski). In plaats van vlijtig hun Latijn te leren. Zoals wij deden van bij Laura tot bij Piet Konijn in de retorica. In de goede oude tijd van toen. Lekker Latijn, jawel meneer een dode taal. Om er later stoer mee uit te pakken op het verkiezingscongres van een degelijke gematigde centrum-rechtse partij voor 50 plussers en uitgebrulde brulboeien van aan de Vlaamse kust.

Centrumrechts? Voor 50 plussers? Schepen en Ridder van de Fiertel Aaron Demeulemeester (28 lentes) zal wreed content zijn mijn gedacht. Komaan met zijn allen voor onze partijdag op excursie. Tuupe Tegoere de Vengabus in. Naar Bobbejaanland. Daarna een slaapmutske in The Lucky 50.

Ien Ronse ee dat iet
Da vinde nieverst niet.

28 februari 2019

BLOGSTUKKEN

WILLY NAESSENS EN GODS WONDERE NATUUR



De ideale wereld? Dat is voor Willy Naessens een toerke in de koetse naast zijn Marie-Jeanne, achter vier ferme perdebiesten tot boven de Kwaremont. Verfrissingske in d’Ouwe Hoeve. Dan weer door bij een wintertemperatuurke van om en bij de 18 graden. De opwarming van de planeet heeft van die mooie momenten om eens te brossen, op de fabriek. De Provence dat zijn de Vlaamse Ardennen. Nu nog krekels.

Willy in De Ideale Wereld: ‘Toen ik jong was, preekten de pasters dat we vooral niet aan de meiskes mochten komen. Nu doen ze zelf dingen die wel honderd keren erger zijn’.

De exegese van Willy wordt vandaag overgenomen door De Standaard ooit katholieke kwaliteitskrant met logo: ‘Alles Voor Vlaanderen. Vlaanderen voor Christus’. Als het van Willy afhangt wordt dat voortaan: ‘Alles voor het paard van Christus’. Let wel, al die schandalige schandalen nemen zijn geloof in een Opperwezen niet weg.

'De aarde en de natuur zitten zo wonderlijk in elkaar…Daar moet iets hogers bij betrokken zijn'.
Willy Naessens. Levensfilosoof.
.

Met die diepe overpeinzing schaart Willy zich definitief in de rij grote tijdloze pantheïstische filosofen als Baruch de Spinoza.

Deus sive natura.
God hetzij de natuur.


Want de schoonheid van gods wondere schepping, ze zit zij godverdorie overal. Tot in een schonen paardestaart. Op de foto uit de oude doos (bij manier van schrijven welteverstaan) wordt Willy omringd door het beste wat gods wondere wereld ook voor Tavi Kloef & zien schuun Madleenekie in het wonderbaarlijke paradijselijke Ronse zoal aan creatieve krachten te bieden heeft. (Voor de zondeval, dat spreekt). Schone souvenirs voor later, Willy. God zegene uw Marie-Jeanne, uw perdebiesten en uzelve .

(Foto: Fabrice Gevaert)

20 februari 2019

BLOGSTUKKEN

PICTURALE OP BEDELTOER.



De provincie ‘schenkt’ Ronse 100.000 euro voor de Sint-Hermesbasiliek. Dank zij het Ronsese lobbywerk, zo staat het in de krant vandaag. Hoera. Iedereen van het college bij deze recht de zevende hemel in. Ronse schat als co-financierder de totale restauratie op 980.000 euro. De Vlaamse Gemeenschap geeft 325.000 euro.

Ondertussen stuurt diezelfde provincie een schitterend project als Picturale op bedeltocht om een budgettekort van 5000 euro zelf maar via crowdfunding te gaan schooien bij kunstminnaars. Hier werkt dat lobbyen blijkbaar veel minder zogezegd 'vanwege gewijzigde verdeelsleutels'. Misschien kunnen de Ronsese bestuurders het ontbrekend bedrag zelf bijpassen uit hun vet bezoldigd bestuursmandaat of uit één van hun veelvuldige cumuls. U moet weten: Picturale zet Ronse al jaren knap op de kaart. Niet in het minst in de wereld van illustratoren. Alles voor de kunst? Ja en nee. In het najaar trok een Ronsese zending naar Rome. Daar werd het armlastige Vaticaan gul 'een aalmoes' van 10.000 euro toegestopt... voor de herstelling van de catacombe van Hermes.

De Heilige Hermes wordt
geacht de waanzin te bestrijden.
Soms werkt dat. Soms niet echt.


Met 8 percent opcentiemen en 190 euro Algemene Heffing en een stinkduur recyclagepark er bovenop betalen de Ronsenaars vrijwel de hoogste belastingen van de hele regio. Ondertussen wordt wel al gepronkt met het schrappen van de taks op de drijfkracht voor de bedrijven. Want Ronse wil aan het klimaat werken. Lees: een bedrijfsvriendelijk klimaat.

Ronse is dus één van de armste gemeenten van Vlaanderen. Dat het allemaal de schuld is van de sossen is een maar al te bekend Calimero-deuntje waar de Ronsenaars geen vis mee betalen. Zeggen dat het aan jarenlang cliëntelisme ligt, aan al die sociale wijken met 66 jaar rentelast (over de miserie rond het Stadstuinproject ‘voor betere tweeverdieners’ wordt zedig gezwegen) het is afgezaagde zo voorspelbare electorale propagandapraat waar de Ronsenaars vandaag geen kaas mee kopen.

Ook het verhaal van het zogezegde amalgaan dat gemaakt wordt over die gewijzigde verdeling van de belastinggelden en het fiscale 'totaalplaatje' houdt geen stand. Het gaat immers om hetzelfde geld door ons betaald en verdeeld vanuit het schuifje Ronse, schuifje Gent, schuifje Brussel.

Het gaat om wat een Ronsese belastingbetaler overhoudt. Na de opcentiemen, de provinciale taksen en de ‘algemene’ stadstaks.

Janken dat het ligt aan de defusiekosten rond Aurora na het verdwijnen van het Burgerlijk Hospitaal verdoezelt vooral dat het arme Ronse vandaag de rijken rijker maakt en de armen armer. Pronken met privéflats van wel 1 miljoen euro is vooral preken in een woestijn van armoede. Wat bij dit alles ondertussen wel snel en zeer goed werkt is het aanzwellend ongenoegen bij de Ronsenaars. Het is helaas gesneden koek voor het platste populisme en ranzig racisme op de populaire sociale media.

Ondertussen verlaten steeds meer bekwame Ronsenaars het schip. Ze verhuizen naar het Frasnes van geboren Ronsenaar en Waals minister Jean-Luc Crucke, naar Ellezelles of Wodecq waar het gras groener wezen zal en de verbinding met Brussel incluis carpoolingparking al klaar ligt te wachten. Verdienstelijke Ronsenaars die voor hun bewezen diensten opzij worden gezet maken dat ze zo vaak en zo rap als mogelijk wegkomen naar de zon en de zee. Wie zich een leven lang belangeloos inzet voor Ronse, wordt door de tenoren geschoffeerd of gemakshalve in een of ander hoekje geduwd, een of ander intentieproces toegedicht. Maar de waarheid vindt vroeg of laat wel haar weg. Al brengen de kraaien boven de Kieremuilkstroete het uit.

De burgemeester heeft beloofd om van de Ronsese armoede zijn persoonlijke prioriteit te maken. Voorlopig zien we vooral veel poeha rond de basiliek. En een Picturale op bedeltocht bij de 'betere tweeverdieners'.

Ien Ronse ees dat iet.

13 februari 2019

BLOGSTUKKEN

LOL POL.



Bij Theater Voor Taal en Volk staat er tegenwoordig Entrée des artistes op de trapdeur naar de coulissen. Paul Vandenhoeke had daarvan gehouden. Hij onze Marcel Pagnol van alhier. Ik denk aan hem terwijl ik met mijn vrienden sleur aan tapijten en kasten zoals ik het als knaapje al deed ten tijde van mijn bompa op zijn bankske. Ditmaal dus voor Bruistabletten 'het stikskie' dat er nu met de maartse buien zit aan te komen.

Strohoed op je kist.
Factuirkie op de foto.
Wried schunen muziek.
Touchante speechkies.
Et salut les copains.

Adieu Paul. Doe al die Ronsese figuren de groeten. Diegenen van wie je me ooit uitvoerig op architectenpapier in talloze lijnen, als waren het evenvele vliegtuigstreepjes door de azuren hemel boven het mooiste dal van Vlaanderen, de wispelturige levensroutes hebt uitgestippeld. Hun klieken, clans, netwerken, positie, attitude, spel en dubbelspel. Ik heb dat plan vaak herbekeken bij het schrijven van mijn roman De Nalatenschap en het 'teejoeterstikskie' Zonneman over de witte, zwarte en grijze jaren van ons geliefd Ronse.

Met veel inleving et sans rancune aucune schilderde je me daar het onwaarschijnlijk bal masqué dat van overal en van alle tijden is. ‘Les fidélités successives’ zullen we maar zeggen. Dat van Jean Marais en Odette Joyeux in het grijze oorlogse Parijs dat zogezegd vanuit het Ritz ‘bevrijd’ werd door Papa Hemingway. Met kisten Château Margaux uit de keldervoorraad recht in zijn Willy's Jeep welteverstaan. Met andere woorden: dat van de plantrekkers die altijd overal met alles wegkomen. Dat alles waar jij dwars doorheen keek en vrolijk weglachte op je vélo als tijdloos Factuirkie.



De dienst van jouw afscheid werd in de Poeterskierke mooi voorgegaan door je goede vriend en promotor numerau ien van het Ronsies kanunnik André Dewolf. Dat andere onnavolgbaar monument van wie ik hoop dat hij nu ook die erkenning van onze Fiertelommegang als werelderfgoed zelf nog meemaken mag. Want als er een het verdient zonder al die poeha met de Nonsensius van de paus ten stadhuize, een toga alhier en een mijter of twee aldaar bij de rondgang met de relieken, dan toch wel Woolvie zeker? Gelijk dat wij hem achter het schrijn in het Ronsies waarderen. Kortom het kaliber van Ronsenaars buiten categorie die onze Hermesstad op de kaart hebben gezet. Tegenover al diegenen die van ons mooiste erfgoed een betalende parking wilden maken, in plaats van een Basilica Minor. En van heel Ronse een groot windmolenpark.

06 februari 2019

BLOGSTUKKEN

DE STAL NAAST THE RANCH



De plankenvloer van The Ranch klettert onder de gelakte naaldhakken van Chaussures d’Iseghèm. Alsof Elvis the king of chocolat glacé recht vanuit een zoveelste Hawaiaanse flutfilm in Cinema Familia helemaal tot hierboven op onze Blueberry Hill aan de Ommegang de pannen van het dak komt rocken.

'Lumière tamisée. Changez.'

De waard kent het spel. Hij weet wat van hem verwacht wordt. Met de groeiende concurrentie van de ‘Blackamoor’ in Schorisse en ‘The Happy Night’ aan de Savooie slalommen de goudhaantjes van het dal in hun Triumph TR4, MGB, Morgan, Austin Healy, Alpine Renault of Jaguar Type E van de ene tent naar de andere boîte. Om nog te zwijgen van Hotel Alfa op de markt, als slaapmutske.

‘Ze zeggen dat ge daar in een rapke kunt kameren ook.’
‘Dat kan zijn maar Safir, wie drinkt er nu Safir?’
‘Geef toe copain, dat is geen bier Safir.’

De hoofdact van de nacht op de dansvloer van The Ranch krijgt in Kerk & Leven gegarandeerd de quotering ‘Af te raden’. Bekeken en afgekeurd door de Katholieke Filmliga.

In zijn kaki broekzak heeft de kolonel een hele peute muntstukken zitten om in de Wurlitzer te mikken en ons een halve nacht lang zijn ketelmuziek op te dringen.

Jailhouse Rock.
Long Tall Sally.
Johnny be good.


Nonchalant tolt hij het meisje (van Melden, zelf is hij van Montana ) het heartbreak hotel van haar wilde dromen in. ‘Be my baby’ lipt ze hem toe boven haar glas Pimm's.

De kolonel is onze algemeen erkende American Hero in het diepere nachtleven van de stad. Zijn flesgroene Camaro - exotisch rode nummerplaat, minuscule laterale witte cijfertjes - heeft hij onder de schuur bij The Ranch gestald. Naast de aalkar van boer Djef Genie, Het Genie van de Petaaten die heel het dal komt overbemesten wat je ruiken kan tot in de vierkantshoeve van Hugo Claus en zijn filmster Elly Overzier in Nukerke waar de kleine Thomas vol ongeloof het neusje voor de walm dichtknijpt. Zich verslikt in zijn papje tegenover zoveel nitraat in het kwadraat.

Daar in die schuur naast The Ranch stalt de kolonel zijn Camaro discreet weg. Wachtend op het paradijs in the dashboard lights. De kolonel is onze Harry Belafonte. Onze Sidney Poitier. Geliefd door eenieder van ons om zijn gulle rondjes. Van Ranch tot Rami, van Ritz tot Biarritz.

‘This is a man man’s world’. Met James Brown gaat de Wurlitzer nu hot hot hot. 'Chaud devant' schreeuwt de waard en hij heeft het niet over de hete dagschotel. (Quotering: Negatief. Te mijden. Af te raden). En dan moeten de munten voor Percy Sledge, Ben E. King en Brenda Lee nog vanuit de broekzak van de kolonel in de juke-box worden gemikt.

I’m sorry.
Stand by me.

Het lijkt wel het mea culpa van een landbouwminister die de hele Vlaamse Ardennen tot aan het stort van Louise-Marie vol smurrie laat gieten volgens het zesde mestactieplan als het perfecte onevenwicht tussen enerzijds de verwachtingen van de boeren en anderzijds de ten dode opgeschreven bomen waarvan het toch de functie is dat ze gekapt worden.

Maar gesproei of geknoei, nitraat of syndicaat: we staan paraat en dit is onze place to be. Hier staat onze tijd stil. We zoeken hem niet eens meer, de verloren tijd. Ge kunt daar zo duizend bladzijden over bezig blijven over de tijd. Veilig voelen we ons hier onder het machtige wapenschild van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Op dit magisch moment zelf houden de manschappen van de kolonel speciaal voor ons de Russen achter hun Ijzeren Gordijn vanop hun radarscherm bij een partijtje poker in de bossen van D’Hoppe. Ons Oude Avondland is safe. Maar toch knaagt er wat. Is het opstekende weemoed die de pret komt bederven? Het aangekondigd vertrek naar Azië van de kolonel dat in de keel komt knellen? Het afscheid van de Amerikaanse wapenen zit er nu snel aan te komen.

‘L’un jour ou l’autre il faudra qu’il y ait la guerre’.

Onze maat Kamiel is al die rockexhibities van de kolonel kotsbeu.

'Denkt hij dat de piste hier van hem alleen is?'

Ostentatief toetst Kamiel twee tranentrekkers in ('Adieu Jolie Candy' en 'Ramona') dan ‘Le Déserteur’. Helaas in de bubbelgumversie van de gebroeders Cogoni alias Les Sunlights.

‘Maar wat’, zo smijt Kamiel hem op van achter zijn Tuborg, ‘wat als de Maréchal Grechko zijn Vopo’s naar hier jaagt en gij zit daar dan ondertussen vrolijk Daikiri’s te nippen aan de beach van Waikiki ?’

De kolonel geeft een rondje. De tongen komen los. Strategisch vertoog.

‘C’est pas moi qui le dis, c’est le maréchal Grechko.’
‘Een Maar-schallllk’.
'Dat is nog wat anders hé. Kolonelleke van mijn waikiki’s.’
‘Want hoeveel sterren heeft een maarschalk? Ha bon.’
‘En hoeveel stars & stripes hebt gij?'
'Voilà we zijn er.’

‘Sorry' zegt de kolonel. De USS Entreprise wacht al op hem.
'First things first.'

‘Zullen wij hier die Russen dan zelf wel tegenhouden’.
‘Met onze Fuga Magisters zeker?’
‘Pas op, feitelijk zijn het de rooie Russen die Hitler hebben klein gekregen’.
‘Elke film over de bevrijding van Berlijn bewijst het’.
‘Kom hier dus nu niet teveel stoefen met uw Camaro.’
‘Pakt ge uw eigen voor kolonel Parker van Elvis misschien?’
‘Hit the road, Jack.’

Twintig blikken cornedbeef uit de Stock Américain in Casteau. Vijftien farden Camel. Twaalf kokers Montechristo. Dit alles bijeen in zijn big bag. En weg is hij.

'Next stop is Cambodja'.

Kim Wilde ligt dan nog in de luiers.

01 februari 2019

BLOGSTUKKEN

DE TRANEN VAN WITTENTAK



Dat Hermes het hele circus maximus vol Romeinse goden met hun namen als sterren en danstenten verwerpt, het is iets wat ze als Madonna van Wittentak perfect plaatsen kan. Voor alle mama’s & papa’s van de planeet doet Hermes daarmee exact wat elk moederhart van hem verlangt en wat elke vader hoort te doen: je zoon redden van de dood.

Werk je je dan als transmigrant helemaal op tot allochtone Romeinse prefect. Trotseer je dan alle complotten tegen je boezemvriend de keizer. Overleef je vele veldslagen en vuige roddelcampagnes. Vertikken die goden het vrolijk je opgroeiend jongentje genezing te gunnen. Blijven ze doof voor al je offerrituelen. Stekeblind voor je diepste wanhoop. Boeleren ze gewoon voort met hun geile schikgodinnen.

Dat Hermes, haar heilige vriend daar wat lager in het groenste dal van het land, van pure wanhoop sub specie aeternitatis zeg maar in het licht van de eeuwigheid de ultieme geloofstransfer fikst naar de wereld van die sekte der christenen, hij de vrijgelaten Griekse slaaf, ze begrijpt het als moeder van de gekruisigde als geen ander.

Trouwens, zo fluistert haar linke zuster Elisabeth haar in tijdens het kantklossen tussen de drukte van twee Wittentak-novenen in, die démarche van Hermes dat is zoiets als die sprong naar het Ene door Plotinus en (zij het eeuwen later in onze illusoire tijd & ruimtespanningsboog) Blaise Pascal en Kierkegaard.

‘En Etienne Vermeersch?’ Elizabeth twijfelt tegenover de ‘brandend’ actuele vraag van Wittentakske die net alle bijlagen over de filosoof verslonden heeft. Van diens discipel Johan Braeckman tot Ignaas Devisch.

‘Vermeersch? Die niet nee. Hij dacht dat hij de hele kosmos met zijn mathematische informatietheorie zomaar vastpinnen kon op natuurwetten en constanten. Tussen de willekeur en de voorspelbaarheid in. Ver voorbij de noodzaak en het toeval. En zelfs voorbij het Deus sive natura van lenzenslijper Spinoza. Vermeersch wordt hier vandaag overigens als goddeloos denker verwacht aan onze hemelpoort. Gunnen we hem van harte via Sint-Pieter wat verderop maar meteen zijn visum voor de feeërieke Taviaanse teleferiek boven ons tranendal richting paradijs. Voor hem ware het vagevuur gewoon zonde van de verloren leestijd. En voor de hel was hij een veel te verheven mens. Een ongelovige Thomas dat wel. Een die geen vijf godsbewijzen nodig had om het wonder te doorgronden. Voor hem niks geen Summa Theologica. God als overbodige hypothese. Goed voor de verkiezing van de Trumps van deze heetgebakerde planeet. De hel kunnen we tegenwoordig trouwens beter laten voor de Vaticaanse prelaten. Als Sint-Pieter niet weet waarom zullen ze het zelf wel weten.’

De Madonna van Wittentak vindt Elizabeth met haar praatjes weer redelijk vet roddelen als een kwaadwillige kwezel en zwaar afwijken van het Platonische Goede Ware en Schone. Ze wil gewoon terug naar de zuivere taal en het zachte minzame spreken vanuit het hart. Naar alles wat de schepping zo mooi maakt. Al dat onzegbare wat mensen van welk geloof of obediëntie ook verenigt in verwondering, rechtschapenheid en oprecht menselijk humanisme.

Wat haar als Madonna van Wittentak vandaag vooral steekt is dat ze zich bij alle geplande feestelijkheden rond die Basilica Minor voor Hermes geen klein beetje gepasseerd weet. En dan nog door een importheilige die hier zelf nooit ook maar één keer een voet heeft gezet, één pluimpje uit zijn Romeinse helm heeft getoverd bijvoorbeeld in de Oude Vrijheid aan het beeld van de Bellenman. Niks geen verschijning. Zelfs geen besneeuwd takje aan de Kapellekouter. Niks. Alleen maar dat Zottenboek met erin wat vermeend soelaas tegen de vallende ziekte, de verdorven rogge, de ziekelijke goedgelovigheid en het brutale handtastelijke mercantilisme van de buffetarius om de hoek.

Nee, wat dat betreft is en blijft zij, Wittentakske in dit tranendal toch de onbetwiste top qua mystiek en devotie. Of niet soms? Van hier in Wittentak tot aan Lorette. Ja? Of moest het weer een macho zijn misschien? Een soldaat nog wel. En dat in volle me too tijdperk.

Dat de pauselijke nuntius hier nu onder bazuinengeschal Hermes met een basiliek tot Unesco-wereldwonder verheffen komt, het is ook voor een eenvoudige Madonna van Wittentak toch even een Leekie van Speekie doorslikken. Wat moet ze bij dit alles nu gaan vertellen en uitleggen aan bijvoorbeeld de devote familie Cambier die hier voor haar huisvesting zorgde in een wonderlijk mooie kapel nog wel? Moet ze nu van puur verdriet en schaamte wat miraculeuze tranen over de wangen laten rollen? Wordt haar kapel voortaan dan De Kathedraal van Wittentak? Mooi naast het nieuwe Sporthotel op de Hotond. Bij wijze van city marketing. Met aan de wanden het door Marc De Bel teruggevonden paneel van het Lam Gods dat de zonden van de wereld weg neemt?

Toedekken zal ze het. Zoals altijd. Met de mantel der liefde Dan wel die van de Heilige Martinus wat verderop. Die mens kon tenminste nog het licht in de ogen van een hulpbehoevende laten schijnen. Zonder er kiekens en konijnen in de plaats voor te vragen of er reliekhouders voor te verpatsen.

28 januari 2019

BLOGSTUKKEN

CHAOS OP EEN BEDJE VAN KINDERKOPPEN



Sociale wijken die met langlopende leningen de stadsbegroting vastpinden - voor een tijdperk vol electorale trouw met meerderheden in de raad en vette mandaten in Brussel - geraakten nu snel in verval. De schaarse voetpaden erheen leidden langs sukkelstraatjes. Ze werden al bij de eerste stevige regenbui omgevormd tot openbare waterwegen en publieke modderbaden.

De voorkeur voor dringende en noodzakelijke openbare werken ging uit naar de meer zichtbare stadsdelen met hun 'Stadstuin voor betere tweeverdieners', hun chique squares, hun betere boulevards en gladde binnenstadstegels. De vertrekkers hielden het dal voor bekeken. Ze zochten hun geluk in Hong -Kong of Seattle. Vonden het aan zonnige Costa’s.

Wij, de blijvers zagen hoe het waardevol industrieel erfgoed hier ondertussen werd platgewalst. Marchands van oud ijzer boerden zich rijk met de doorverkoop van hele inboedels uit de lege fabrieken.

De Vrijheidsboom ging tegen de grond als startsein voor de vernieling van al wat ooit pittoresk was. Waar ooit de champetter uit Kwik & Flupke het verkeer regelde, kwamen er verkeerslichten. Dan niks meer. Tenzij chaos op een bedje van trendy kinderkopjes. Verkeersdeskundigen draaiden met hun Plan Poté het hele verkeer in de patee.

Ondertussen stortten de eerste gretige investeerders zich op het patrimonium van de binnenstad. Een welvarende schoenmaker durfde het als eerste aan om in de winkelstraat een flatgebouw op te trekken van wel vier verdiepingen. Met uitzicht op de Kredietbank. Je weet maar nooit.

Wat verderop bood een zakenman uit de Kasteeldreef ( naar het lang verdwenen paleis van Jan Van Nassau ) kopers de kans eigenaar te worden van een flat met uitzicht op de staande wip aan het park. De Nederlandse taal stond hier toen nog minder op scherp dan de schutter met zijn pijlen in het lichaam van de Heilige Sebastiaan. Wie raak schoot werd beloond met Keizersglorie en om de nek de medaille van dekstier om mee te pronken in de Ommegang.



Met meneer Amelinckx , de eerste grote investeerder helemaal uit Antwerpen nog wel, begon pas de echte verdwijntruc van het mooiste erfgoed in ons groenste dal van Vlaanderen. Hij smeet prompt het Heilige der Heilige ter verdediging van het vaderland de Patria tegen de vlakte.

Lang duurde het niet of er volgden fluisterverhalen over wederdiensten. De aloude zittende macht kon aldus schaamteloos en ongestoord voort bouwen aan de globale verschraling in naam van algemeen belang, vooruitgang en nooit hard gemaakte want leep toegedekte persoonlijke verrijking.

Bij dit alles bloeide het verenigingsleven als nooit voorheen. Waren dit dan niet de golden sixties ja toch? Fanfares. Gilden. Sportclubs. Theaterverenigingen. Nachtclubs. Restaurants. Dampierre. Beau-Séjour. Beaulieu. Daar bovenop: de onstuitbare triomf van de nieuwe techniek. Viewmaster. Teppaz. Walkman. Maison Joris. Disco Bar Malrait. Videoclubs. Strobolights.

Het roemruchte zwembad met waterpoloclub aan het Park Lagache ging dicht. De scholen bouwden er dan maar elk zelf een en nog wel overdekt. De stad bleef niet achter, zette er een aan de oude postkoetswoning vanwaar uit de Engelsen ze had bevrijd. Het verhaal ging dat de kolenkoning Hilaire Spiers, de toenmalige nieuwe eigenaar van het statige pand, er als eerste vertrekker uit het dal zijn nieuwe buurman in het Zwitserse Vevey had ontvangen om hem te tonen hoe mooi de zomers hier toch zijn. Of Charles Chaplin dat ook vond, vertelt de legende niet.

Tijdens de zomerkermis
wapperde in de stad
heraldieke glorie alom.
De vertrekkers waren
hoe dan ook beter gebleven.

18 januari 2019

BLOGSTUKKEN

GOESTING NAAR GEUTELINGEN



Dag aan dag brengt de scheurkalender me in die wonderjaren dichter bij de geutelingen. In afwachting dat Balcaen & Zonen onder de aftandse ketel komen liggen hameren, zoals elke vrieswinter bij het piepen van het eerste roodborstje in de binnentuin van mijn droomwereld, volg ik nauwgezet de trage terugkeer van het licht, oplaaiend in de duivelse gloed achter de Surdiac- raampjes van Stoven Verschelden.

De neus in mijn collectie Artis Historia .
Peter de Kluizenaar. De vaas van Soissons.
Leliaerts en Klauwaerts, Brugse metten.
Flagellanten die zichzelf geselen, tegen pest en hongersnood.

Mijn zelfkwelling komt meer van pure goesting naar geutelingen dan van honger. Het is meer zoals ik nu bij het schrijven stiekem naar de snoepkast sluip om een bouchée of twee. Het merk met het olifantje.

Geutelingen. Ik zie er naar uit zoals ik snak naar die ene puntzak churros aan het kraampje rond de Bommelstoet op de markt. Naar dat pakje Doritos met paprika in de voetbalkantine na de match tegen Meetjesland. Naar smoutebollen op de zomerkermis na de Fiertel. Vergis je vooral niet van kraam.

De geutelingen worden dan nog de nacht door gebakken aan de boskant van Louise onder het spoorwegbruggetje. En ik mag er als - steeds - in de weg zitten. Geluk is dan heel gewoon. Torentjes ovenverse geutelingen bouwen bij het ochtendgloren. Voor het goede doel: gulzig genieten.

Het oude hoevetje van de geutelingenbak is nu al lang afgebrand. Branden zijn er in dit groenste dal van Vlaanderen altijd al geweest. De geschiedenis van Hermes laait er van op: met of zonder groot feest van het licht voor zijn basiliek. Hele wijken hebben hier zijn Oude Vrijheid in vuur en vlam gezet. Door dogmatisch doem- en domdenken.

Of door een of andere pyromaan. Ooit zat er zo eentje bij het korps zelf. Was er altijd als de eerste bij om mee te helpen blussen. Zijn enthousiasme stond in verhouding tot zijn genoegen vooraf bij het aansteken van het vreugdevuur in zijn brein.

Geutelingen zijn zoals het leven, te mooi om te blijven duren. De lastigste evaluatie van de levensgenieter is de exacte inschatting van hoeveel geutelingen je verwerken kan zonder dat de riem gaat knellen, de maag om genade smeekt in schandelijke oprispingen. Doch schuldgevoel is voor zuurpruimen niet voor geutelingen. Geutelingen van Louise welteverstaan.

Illustratie Comité voor een Leefbaar Louise-Marie vzw.