20 mei 2019

DE PROCESSIE

STEFAN ZWIJG.



Eerst krijg je een zware rugzak aangenaaid die je groeipijnen nog ondraaglijker maken dan ze al zijn. Oude rancunes waarvan je het gloeien noch voelen noch vermoeden kan omdat ze dateren van voor je geboorte. Pas wanneer ze allen om je heen allemaal dood zijn of dement, kom je er achter dat je zogezegd fraaie voorgeschiedenis heel anders is geweest dan het briljante verhaaltje dat je altijd werd voorgehouden. Handig bijgekleurd. Onmerkbaar opgesmukt. Opgeblonken met Silvo.

Jaar na jaar na jaar zal je het vernis eraf krabben. Wit zal vaalgrijs worden, grijs antraciet. Van die zogeheten betere afkomst waarvoor je je altijd al schuldig wist rest gaandeweg alleen nog de plaatsvervangende schaamte. Ze zijn er goed mee weg gekomen, met hun verzwijgingen en vervalsingen. Het was de hand van god. Vluchten deden ze, dan bang afwachten. In grote weelde dat wel. Niks geen fataal front, niks geen gevaarlijk verzet, niks geen collaboratie. De kat uit de boom kijken. Eerst zien wie het haalt, dan mee kraaien met de winnaars, meehuilen met de wolven. Altijd de goeie kant van de geschiedenis kiezen. Les fidélités successives.

‘Laat die potjes gedekt'. ‘Wat maakt het uit?’ . ‘Je was er niet bij je, kan dat niet beoordelen laat staan postuum veroordelen'. ‘Hou je gedeisd, word het flinkerdje van de processie. Word wie wij willen dat je bent met prijzen van uitmuntendheid om in te lijsten. Je kan er dan alle kanten mee uit.’ Zoals zij: altijd de handen vrij. Je naam is Haas.

Rond je vijftiende gooi je hun scenario van je af. Ze zeggen dat je pubert, dat het zal overgaan. Het zal nooit meer overgaan. Je wil zelf wel uitmaken wie je lezen wil, wat je beluisteren zal. Genoeg Haydn en Ierse folklore. Oh Irish men forget the past. Genoeg Breiz atao. Gehad met hun Euzkadi ta askatazuna.

Genoeg voor zeven levens. Hun al te voorspelbare slaande deuren om Les F... van mijn maat Brel (even in mindere doen, dat wel). Hun jaarlijkse rellen en rituelen rond de kerstkalkoen. Hun eindeloze tafeldebatten. Hun kleinburgerlijkheid. ‘Ja die kolonel Schramme lijkt me de juiste man. Gewoon om eens grondig een Nieuwe Orde op zaken te zetten in ons Belgisch-Kongo bij die Simba’s’.

Holden Caulfield wordt je beste vriend. Je voelt dat schrijven je ding is. Ik zweer het je. Maar echt. De leraar Nederlands leest voor uit je verhandeling. Je verwacht een bolwassing (zoals die keer toen je De Grote Schrijver van De Leeuw van Vlaendren zonder c schreef) maar nee niks dan lof deze keer. ‘Zo horen jullie te schrijven’. Van pure gène duik je onder je bank naar je boekentas. Saved by the bell. Weer vijftien vijanden erbij. Er is zo al geen enkel krediet meer bij de klasgenoten. Wat denkt die hufter wel? ‘Uit de rekken thuis heeft hij het’.

Het huis met zijn zeven aparte werelden barst van de boeken. Wat moet je met die Pleiade slaappillen, de memoires van Churchill? De winnaar is bekend, het V-teken is gemaakt. Sigaren en Chambolle-Musigny. So what? Je wil later zelf wel uitmaken of je Joris Van Severen uit een van de rekken plukken zal. Geen leeslijst van het zelfverklaard huishoudelijk leesgezag voor nodig. Je koelt je pap met Jack Kerouac. Alles wat je wil, lijkt zo ver weg van de Max Factor flacons op toilettafeltjes met belachelijke poef ervoor. Het is de zomer van de liefde. Er zullen er ze geen andere meer zijn. Je eerste schrijfbroeders helpen je langs de onbegane paden naar teksten met ballen. Twintig jaar bescheten opvoeding naar de bisschoppelijke coucougnettes.

‘Zedelijk verval begint bij taalgebruik’.
‘De ondergang van het Avondland’.
‘Vroeger was het…’
…compleet voorgeprogrammeerd en verstikkend.

Gesjareld, zo voel je je. Ze willen je braaf binnen de lijntjes. Netjes in hun gebruiksklare denkpatronen.

Tot Zimmerman Robert
in huis opdaagt,
onderweg naar noblesse.
Die van het hart.

De wereld van gisteren is van dan af voorgoed voorbij. Je voelt je als een transmigrant, on the road naar allemansland . Ver weg van hun bekrompen conservatisme, hun fascistoïde medeplichtigheid. Het zwijgen van Pius XII over de holocaust. Zijn index van Verboden Boeken: zonder Mein Kampf erop.

Hun holle ethiek.
‘Seks buiten het huwelijk is ten strengste verboden’.
Behalve dan in en om hun eigen chambrettes.
‘Vrouwen horen hun man steeds ter wille zijn’.
‘Doch de geslachtsdaad mag enkel om kindjes te verwekken.’
‘Abortus is moord’. 'De pil is verboten'.
Ook na drie riskante keizersneden. Leve Moederkensdag.

‘Stefan, zwijg. Als je dit niet pikt, houdt het gesprek hier op.’
(Retraitepater in de retorica).

De Processie.
Eigenzinnig Dagboek.

(Foto: Met dank aan mijn klasgenootje).

15 mei 2019

DE PROCESSIE

EEN FERM FEESTJE



We staan daar bijeen rond haar laatste rustplaats. Elk van ons met eigen herinneringen aan haar. Dit kan ze niet maken. De afspraak was toch dat zij voor altijd blijven leven zou. Elegant. Spontaan. Teder. Open. Afwezig capteer ik vage verhalen over een homejacking. Dat ze er zwaar onder geleden heeft. Dat het sindsdien nooit meer echt is goed gekomen.

Een decennium geleden is er die reünie waarop ze van ieder van ons haar vaste koosnaampjes krijgt, haar achternaam verkleinwoordjes. Daar straalt ze net als vroeger toen onze levens nog alles te verwachten hadden wat nooit komen zou. Een warmtebron was ze, voor allen om haar heen. Na haar begrafenis is er een samenzijn waarop al onze zeer uiteenlopende leventjes op tafel worden gegooid tussen twee hapjes door. Mensen veranderen niet. Ze blijven wie ze altijd al waren.

Er wordt geopperd dat het tijd wordt voor nog een ferm feestje. Zoals vroeger bij haar thuis of bij mij thuis, of op de flanken van de Kluis. Wat valt er nog te feesten en te vieren? Dat de ene gescheiden is, de meesten van ons getackeld door het bestaan, gebroken door haar dood? Dat de eikels van toen ondertussen oude eiken geworden zijn? Dat de twijgjes zijn geknakt. Dat alle schoonheid geteisterd wordt door de tijd.

Door mijn fidele bloedvriend word ik thuis gebracht. Ik toets Jojo in van mijn vriend Brel. Mei was voor mij altijd al dubbel. Vreugde en verdriet in één gevoelige mix. Om de dode broer, een vrijdag dertien. Om haar, van wie ik nu de zon en de sterretjes in de ogen nooit meer zal zien. Wie heeft er ooit bedacht dat mannen niet horen te huilen? Papa Hemingway kan de pot op. Hij met zijn feest zonder einde.

‘De Processie’ . Eigenzinnig Dagboek.
Illustratie: Frank Derie.

02 mei 2019

BRIEFGEHEIMEN

MEERWAARDE MET WOORDEN
VAN SCHOONHEID EN TROOST.

Aan Paul Baekeland



Leg alle kasseien van de oude Kwaremont, Patersberg, Koppenberg en Eikenberg bijeen. Je komt nog maar halverwege de onverzettelijke koppigheid waarmee jij je blijft verzetten tegen elke nieuwste poging tot vernieling en verloedering van onze wondermooie Vlaamse Ardennen.

Terwijl vanochtend alla vogala van de Kluis het boterkoekenvet uit mijn Kerselare-kuiten fluiten, loop ik me langs de laatste blauwe kouskes van het seizoen af te vragen waar jij toch die onwaarschijnlijke energie vandaan blijft halen.

De pitch van Ruien.
Het Bos ter Rijst.
Het verzet tegen de A9.
Het stort van Louise.

Je was er al mee bezig toen Anders Gaan Leven nog in de savooien stond en Groen in geitenwollen sokjes stak. Het was lang voor de milieubeweging een schoolse spijbeltrend werd.

In jouw consequent volgehouden neergepende kreet van oprechte verontwaardiging tegen elke poging van verloedering zie ik de diepe betekenis en meerwaarde van je hele oeuvre.

Het gaat je bij het schrijven telkens weer om dat ongerepte. Oprecht en terecht verontwaardigd. Het zoeken naar het zuivere en het schone. Als een heilige plicht.

Toen je je in boekhandel Beatrijs van Oudenaarde bescheiden als steeds aan het signeertafeltje aanbood voor een exemplaar van mijn dan nog ovenverse eigen zoektocht naar Hermes, was ik behoorlijk van mijn kieremuilk.

Al liet ik dat toen niet al te zeer blijken. Ik had namelijk weet van de manmoedige strijd die je toen al aan het leveren was tegen datgene wat een mens poogt neer te leggen, doch mannen van jouw kaliber welintegendeel de rug rechten doet, nog sterker maakt dan ze altijd al waren.

‘Blijven schrijven hé, Paul’ zei ik toen. Je keek me aan alsof dat een vanzelfsprekendheid was. Al weten jij en ik wel beter.

In de wereld van het
volgehouden schrijven
tegen de sterren,
de gemakzucht
en de poenschrijverij op
is niks vanzelfsprekend.

Natuurlijk zou je blijven schrijven. Voor mensen als jij die het schrijven onder de huid hebben, bestaat er geen plan B. Er is alleen maar plan A dat eindeloos doorgaat. De a van telkens weer opnieuw monter: aan de slag.



‘Ik heb mijn pen neergelegd, mijn laatste boek is nu geschreven’
schrijf je nu bij de publicatie van je twaalfde roman en de verzamelbundel van je gedichten.

Beste Paul Baekeland, auteurs hoeven elkaars werk niet te evalueren en nog minder te commentariëren. Daar hebben ze elk hun lezers voor.

Dit hoor je echter wel te weten. Nu en dan zet ik mijn koersvelo aan dat bankje van wijlen je strijdbroeder professor Ulrich Libbrecht achter de Kwaremont op de Fiertelfietsroute. Mensen als jullie beiden die zich een leven lang smijten om de ultieme bekommernis van Omer Wattez in woord en daad door te geven verdienen onze erkenning, erkentelijkheid en diep respect. Om de strijd voor dat sublieme landschap, al dat wonderlijke waarmee een Fiertel onder de zon ons vandaag in alle schoonheid overbluft.



‘Ik heb mijn pen neergelegd, mijn laatste boek is nu geschreven’
schrijf je nu bij de publicatie van je twaalfde roman en de verzamelbundel van je gedichten.

Dat je poëzie al langer dan vandaag gebeiteld staat in de tegels van mijn geliefd Ronse en ‘De Koningin der Vlaamse Ardennen’ je gelauwerd heeft als dichter is ook daarom een erkenning die me met blijvend genoegen vervult.

Want de wereld
om je heen
meerwaarde schenken
met woorden van
schoonheid en troost
om alle tristesse
te doorbreken.
Bestaat er een
mooiere schrijfopdracht?




‘De Speelman’. Roman. ‘Er viel een dichter uit mijn boom’. Verzamelde gedichten. Meer info : 0474/286402. Alle communicatie over de presentatie op vrijdag 31 mei via despeelman2019@gmail.com Zie ook: Paul Baekeland. Auteur op Facebook.

23 april 2019

HEARTBREAK HOTEL



Grenzeloos ver weg
in zachte lentebriesjes

schuiven al mijn
warme dromen

omtrent dit
unieke dal

achter de
witte molen
zonder wieken

nooit oogde
de Hotond
sierlijker

als was het een
schrijversstek
op de Cycladen

verrassend eigentijds
ongerept authentiek.

Ronse. 21.4.2019

(Foto Cé Vc)

17 april 2019

MELKSCHUIM



Powehi. Opgesmukte donkere bron van eindeloze schepping. Het klinkt als een laatste streling van de ondergaande zon op het getormenteerde hart van Brel bij zijn allerlaatste vol de nuit over de Markiezenarchipel.

Hij, de rusteloze Don Quijote . Opgejaagd van nul naar glorie. Vanuit het bekrompen verleden en de burgerlijke convenances die je traag wurgen naar de volle zelf veroverde vrijheid. Weg van al die oude vetes die je maar blijven achterna zitten en al geschreven stonden van voor je geboorte. De verzoeners en de vechters. De erkenning met haar bijhorende rancunes. Het sluipend gif om je heen. Met in de laadruimte een laatste koffer vol medicijnen voor het soelaas van de medemens.

De vrijheid volkomen jezelf te worden en te blijven onderweg naar het zwarte gat dat op je wacht als eindbestemming vroeg of laat. Wie blijft die schrijft. Zingt. Lacht. Huilt. Leeft. Met in het hart de vrijheid als hoogste goed.

Ils parlent
de la mort
comme tu parles
d’un fruit.


Powehi. Er zit veel poëzie in de naam die Larry Kimura van Hawaï voorstelt voor het eerste gefotografeerde gat in melkweg M87. Kimura verzoent me met de duizelingwekkende diepte van al die wazige vlekjes in de catalogus die sterrenkundige Charles Messier al publiceerde in 1774. Volgens wijlen Hawking zijn het er miljoenen, wie weet miljarden. Met allemaal zwarte gaten erin die alles opslorpen.

Alle wegen leiden naar het zwarte gat in je geschiedenis. Waar alles weer niks wordt en niks weer alles. Wat ik me als agnost afvraag, mijn leven lang al, is vanwaar het toch komt. Het alles dat niks is. Die eindeloze stroom explosies en implosies. Als was het non stop melkschuim in mijn gitzwarte cappuccino. Het boeit me mateloos. Al van toen ik lid was van de Melkbrigade.

06 april 2019

BLOGSTUKKEN

DE OPEN SAMENLEVING
VAN RONSE
EN HAAR HAANTJES




De actiegroep Ontgrendel Ronse wil de afschaffing van de faciliteiten op de federale agenda. In een manifest herinneren Vlaamse Volksbeweging en Davidsfonds Ronse er aan dat Ronse door die faciliteiten onvrij is. Bijvoorbeeld om te fusioneren zoals zijn buurgemeenten. Dat Ronsenaars meer betalen om minder te mogen. Bij de peters van de actiegroep: gepensioneerd parlementslid Erik Tack van Vlaams Belang.

Wat bedreigt vandaag een vrij en open Ronse dat vooruit wil met niemand aan de kant? Alles wat Ronse minder vrij maakt. Dat is zowel vergrendeling als elke vorm van uitsluiting .

In het eerste deel van zijn sleutelwerk De open samenleving en haar vijanden (door de Britse Times beschouwd als een van de belangrijkste boeken van de eeuw) meer bepaald in ‘De Betovering van Plato’ gaat Karl Popper hard in tegen de ideeën van de leerling van Socrates en leraar van Aristoteles. Plato groeide op in het oude Athene en stond vijandig tegenover haar toenmalige democratische staatsvorm die onder Pericles haar toppunt kende. Hij sympathiseerde integendeel met de rivaal Sparta die opkwam voor tribalisme, traditionalisme en authenticiteit. Voor Popper hét toonbeeld van de gesloten samenleving.

Meer moeten afdokken om minder te mogen dan je buren dat kan natuurlijk niet. In die zin kan elke Ronsenaar die zijn Algemene Heffing in de bus heeft gekregen, die eerlijke kansen wil voor het Ronsese onderwijs, echte oplossingen voor het hoogst kwetsbare woonbestand de ( door de Ronsese meerderheid in een eerdere motie geschraagde ) rechtvaardige claim om een billijk volwaardig statuut voor Ronse alleen maar beamen. De burgemeester van Ronse, die van armoedebestrijding zijn prioriteit maakt, voorop.

Zo lang dit alles leidt tot meer vrijheid en vooruitgang voor Ronse, meer welzijn voor eenieder is er met dit manifest geen enkel probleem. Zo lang het manifest zich - in de aanloop naar verkiezingen - ver houdt van de vele valstrikken en de hang naar ‘authenticiteit’ die de mooie open rechtvaardige samenleving voor alle Ronsenaars dreigen vast te pinnen op weer heel andere identitaire grendels.

Haantjesclub

Geen probleem met dit manifest? Toch wel ééntje. Op de voorstelling gisteren in de Brouwerij meldde een alerte schepen Brigitte Vanhoutte (NVA) fijntjes op dat de petersclub van het manifest vrijwel geheel bevolkt wordt door allemaal mannen. Bijna schreef ik de haantjesclub. (Leeuwenclub dat bekt -zelfs in deze- niet echt).

Geen madammen dus. Op één dame na: Miriam, de minzame echtgenote van gewezen collegeleraar wiskunde Norbert Dernau. Een punt voor Brigitte. Waarom ik tijdens haar gevatte tussenkomst aan Olympe de Gouges denken moest? In haar Verklaring van de Rechten van de Vrouw en van de Burgeres (1791) schrijft Olympe de Gouges dat elke vrouw vrij geboren is en begiftigd met dezelfde rechten als de man. Vrijheid, gelijkheid en broederschap dat moet ook staan voor vrouwen: dus voor zusterschap. Wanneer Olympe zich wat later ook verzet tegen Maximilien de Robespierre en opkomt tegen de doodstraf voor Lodewijk XVI… wordt ze beschuldigd van royalistische sympathieën, opgepakt en op 3 november 1793 geguillotineerd op de Place de la Révolution.

Nu in de ‘Oude Vrijheid’ van Ronse de archeologische opgravingen aan de oude galg volop aan de gang zijn, weze Brigitte bij deze toch maar op haar hoede. Het Ronse dat vrank en vrij vooruit wil heeft haar wel nog hard nodig. Al was het maar om op tijd en stond te zeggen waar het op staat en wat er echt toe doet.

Meer lezen: ‘De Liberale Canon’ door Dirk Verhofstadt. Een razend boeiende aanrader voor al wie de freedom of speech correct, open en met naam ondertekend mèt respect voor elke medemens hoog in de Ronsese vlag draagt.

27 maart 2019

BLOGSTUKKEN

LIEFDE IN TIJDEN VAN HAAT



Wie nog durft te verwijlen op de gulden middenweg van de nuance wordt door brulboeien en partijlakeien op de sociale roddelmarkt verketterd als vijand van het eigen volk. Het is van alle tijden.

In ‘De Dochter van Agamemnon’ beschrijft Ismail Kadare de morele ontaarding die iedere bevolking treft onder een overheid die denkt geen of steeds minder verantwoording verschuldigd te zijn aan de mens die zij geacht wordt te dienen.

‘We werden verplicht stelling te nemen,
beschuldigingen te uiten
met modder naar mensen te gooien.
Het was een waarlijk duivels mechanisme’.
Kadare.

Hoe verkwikkend is het dan om vertroosting te vinden in diepe liefde, ware vriendschap en alles wat de waan van de tijd trotseert. Neem Aristoteles. Ook in zijn tijd was het gevaarlijk je te verzetten tegen het opgelegde gangbare denken van heersende machten. Niet alleen in Macedonië onder de tirannieke Philippus II maar ook in Athene zelf bleef de latere leermeester van Alexander de Grote altijd een buitenstaander. Een inwonende emigrant. Hoe sterk moet ook hij de verleiding hebben gevoeld zich finaal terug te trekken in de stilte en de rust van zijn omvangrijke bibliotheek? Hij bleef echter colleges geven in het door hemzelf opgerichte Lyceum. Jaloerse concurrenten hadden er voor gezorgd dat hij als evidente opvolger de leiding van Plato’s Academie misliep. Vriendjespolitiek en het brutaal bashen van al wie niet meegaat in het voorgekauwde denken : zo werkte dat toen al. Maar bovenal bleef hij schrijven. Onder meer over politiek en de verhouding van burgers tot de hun omringende, bredere mensengemeenschappen. Over de dierenwereld en de hele natuur. Zo bespreekt hij in zijn Ethica en Politica hoe mensen het best kunnen samenleven.

‘Goed bestuur is gericht op het welzijn van iedereen en vereist een fundament voor vriendschappen tussen alle burgers en het streven die te bevorderen’. Aristoteles.

Doel is dat iedereen kan verwerven wat hij in het leven nodig heeft, op ethisch aanvaardbare wijze. ‘Want alle dingen zijn in een samenhang geordend met één doel en alles hoort bij te dragen aan het welzijn van het geheel.’

Ook zijn denkbeelden over vrije tijd zijn tot op vandaag relevant. Zo merkt hij schrander op dat Sparta nooit floreert in tijden van vrede omdat zijn staatsbestuur de Spartanen wel goed voorbereidt op oorlog, maar niet leert hoe hun leven in te vullen in vredestijd.

Aristoteles is trouwens wat dat betreft ook de eerste filosoof die stelt dat kunst wonderbaarlijk opvoedend kan zijn. Het Atheense drama heeft niet alleen de opzet de toeschouwers te bekoren. Het moet hen ook oefenen in cognitieve, morele en politieke vaardigheden die nodig zijn voor het gezond functioneren van de stadsstaat. Zijn nadruk op het cultiveren van sociale banden, als cruciaal ingrediënt voor geluk suggereert ook dat het minstens zo belangrijk kan zijn met wie je je vrije tijd doorbrengt als hoe je die doorbrengt.

Wat zou Aristoteles doen? Hoe oude filosofie je leven kan veranderen. Edith Hall.

12 maart 2019

BLOGSTUKKEN

DE KRACHT VAN VERWONDERING



Iemand pretentie verwijten lijkt op iemand een snob noemen. De twee termen lopen vaak door elkaar heen maar ze zijn net even anders. Een snob is bijna altijd pretentieus. Iemand die pretentieus is, hoeft daarom nog geen snob te zijn. Snobisme is denken dat je beter bent dan de rest. Pretentie is denken dat je beter bent dan jezelf. Snobisme is bedrog. Pretentie is zelfbedrog.

In zijn klassieker La Distinction zet de Franse socioloog Pierre Bourdieu economisch kapitaal tegenover cultureel kapitaal. Dat laatste is onze persoonlijke verzameling van kennis, competenties, sociale netwerken en opleidingen waarmee we ons onderscheiden van anderen en onze sociale positie kunnen vestigen of bevestigen. De wisselwerking van economisch en cultureel kapitaal vormt dan onze habitus: de opvattingen en instellingen die we binnen onze sociale klasse als vanzelfsprekend beschouwen. Onze habitus bepaalt wat we chic en wat we ordinair vinden.

Volgens Bourdieu is goede of slechte smaak het ultieme machtsmiddel tussen de verschillende klassen omdat het toekennen van smaak onuitgesproken gebeurt. Voor iemand binnen een bepaalde habitus is het evident, voor iemand daarbuiten is het onzichtbaar. De klasse van Mandela, de vulgariteit van Trump.

Cultureel kapitaal kan je niet kopen. Je kunt bijvoorbeeld wel een loge huren in de opera. Cultureel kapitaal zit echter niet alleen in die loge maar vooral in de combinatie van weten wat wanneer speelt, hoe je de muziek kan waarderen, welke voorstelling beter is dan de andere en waarom.

Distinctiedrift.

Pretentie kan ook een rabiaat element bevatten. Meer bepaald wanneer ze als een sociale promotie wordt ervaren, een beschavingsproces. In die sociale upgrade wordt de streber ertoe veroordeeld zijn taal te verraden en te beschamen, zijn lichaam, zijn smaken, zijn roots, zijn familie, zijn gelijken, soms zelfs zijn moedertaal. Sociale mobiliteit creëert aldus een permanent spanningsveld tussen de ‘gedistingeerde bezitters’ van cultureel kapitaal en ‘pretentieuze uitdagers’ die het wensen te bezitten.

Doordat de uitdagers het cultureel kapitaal erkennen en proberen te bemachtigen (de cultuurgoederen) of te imiteren (in duurzame posities en dure gedragingen ) wordt het voor de bezitter gaandeweg gepopulariseerd en daarmee gevulgariseerd. Het oorspronkelijk cultureel erfgoed boet daardoor in aan immateriële waarde. Het gevolg is dat de bezitters op zoek gaan naar weer nieuwe smaken, producten en gebruiken die hun uitzonderlijke status op alweer andere manieren moeten onderstrepen. In die zin is pretentie dus zelf de drijvende kracht achter … pretentie. Het levert een estafette van distinctiedrift op.

Bourdieu schrijft La Distinction in 1979. Hij spreekt over leraren, journalisten, intellectuelen en bankiers, politici en arbeiders, de petite bourgeoisie, de haute bourgeoisie. Alsof dit redelijk vast omlijnde groepen zijn met vast omschreven gebruiken en culturele smaken die elkaar op een logische manier opvolgen.

Inmiddels zijn die sociale klassen echter allang niet meer zo vast omlijnd. De culturele elite gaat bijvoorbeeld niet langer hand in hand met de financiële elite. Sociale klassen zijn ook minder gesloten omdat hun sociale mobiliteit veel vanzelfsprekender is geworden. Honderd jaar geleden was dat nog anders. Toen werd de top van de piramide bevolkt door de leisure class : landeigenaren die weinig bijdroegen aan de economische productie omdat ze al generaties lang genoeg geld hadden om te doen wat ze wilden.

Meritocratie is vandaag het nieuwe toverwoord van de global elite. Hun dominante ethos draait om zo veel mogelijk studeren, zo hard mogelijk werken. Van het geld dat ze hebben, kopen ze dan tijd. In de nieuwe meritocratie is dat het enige wat ze niet hebben. Dus kopen ze tuinmannen, kinderjuffers, huishoudsters, accountants en advocaten die hun werk uit handen nemen. Als dit meritocratische tijden zijn, dan is pretentie daar een uiting van. Het is een doelbewuste poging jezelf een grotere waarde toe te kennen, meer kunde uit te stralen in een poging jezelf te bewijzen.

No filter.

Maar uiteindelijk kun je niet over pretentie praten zonder het over authenticiteit te hebben. Authenticiteit lijkt bij uitstek een hedendaags streven. Het is het verlangen om als #No Filter door het leven te gaan . Volledig vertrouwend op je eigen persoonlijkheid. Authenticiteit lijkt daarin het tegenovergestelde van pretentie. Existentiële filosofen, van Jean-Paul Sartre tot Kierkegaard en Nietzsche, probeerden al te formuleren hoe de mens zou zijn zonder al de restricties van staat, religie en cultuur om hem heen.

In de achttiende eeuw werd de zoektocht naar authenticiteit voor het eerst grondig geformuleerd door Jean-Jacques Rousseau. Mensen worden ongelukkig als ze zien dat anderen meer hebben dan zij of hoger gewaardeerd worden. En dus gaan ze vleien, overdrijven, veinzen, liegen. Beschaving wordt aldus een façade van beleefdheid die niet alleen camoufleert wat we écht willen van de mensen om ons heen maar ook voor onszelf.

We gaan de geschreven en ongeschreven regels van sociaal verkeer aanzien voor wie we zijn en wat we willen, waardoor we niet langer nadenken over wie we écht zijn, wat we het liefst willen, los van de sociale conventies. Authenticiteit is iets wat we op een of andere manier zijn kwijtgeraakt maar dat blijft opspelen in een schuldgevoel, naar wie we geworden zijn versus wat we hadden kunnen zijn.

Elke generatie heeft van X tot Nix geprobeerd dat rollenspel te doorbreken, een eigen moraal te zoeken, los te komen van de mainstream. In de fifties en sixties probeerden de beatniks het (Kerouac, erna Dylan), de provo’s, de hippies, bhagwan. Dan volgden de punks, de skaters, de gabbers. In de jaren negentig zetten de jongeren zich af tegen de bourgeoisie door zich te verhullen in hedonisme, cynisme , ironie (Génération désenchantée. Tout est chaos.) .

In het nieuwe millennium zo noteert Joost de Vries (de auteur van Clausewitz en De republiek bekroond met de Gouden Boekenuil) het in zijn ovenvers (h)eerlijk scherp essay ‘Echte pretentie’ verkoos de mondaine, bohemian hipster ambachtelijkheid boven massaproductie, identiteit boven gemeenschap, persoonlijk zelfbewustzijn boven (politiek) massaprotest.

Maar in plaats van dat die excentrieke keuzes iets fundamenteels veranderden aan the powers that be deden ze weinig meer dan simpelweg nieuwe afzetmarkten creëren. Elke vorm van zelfexpressie gaat uiteindelijk gepaard met een vraag naar zelfexpressieve schoenen, meubels, pyjama’s, baardverzorgingsproducten, 'eerlijke koffie', 'slaafvrije chocolade'.

En zo werd die authenticiteit geen werkelijke kracht maar gaandeweg een stijl, een ethos. Eentje die telkens met speels gemak gekaapt kon worden door reclamemakers. Want authenticiteit is tergend traag, omdat het steeds nieuwe dingen moet ontdekken terwijl de vrije markt die dan alleen leep hoeft in te halen.

Om de dingen nog ingewikkelder te maken is er met het internet voor de mens een dimensie bij gekomen om op een geheel nieuwe manier naar zichzelf te kijken. Nooit eerder zijn individuen zo bezig geweest met hun zelfpresentatie als wanneer ze door hun sociale media swipen en met minutieuze aandacht zorg dragen voor de glamour van hun stralende online persona.

Onze mediacultuur eist totale transparantie. Ze vraagt tegelijkertijd om een permanente performance. Dat is uiteraard een onverslaanbare paradox. Niemand denkt dat Instagram het echte leven toont. Het nadrukkelijke streven naar echtheid overtuigt ons niet. Het maakt alleen het streven zo zichtbaar.

We weten nochtans dat authenticiteit bestaat… omdat we het missen. Steeds vaker voelt authenticiteit echter aan alsof je in een dynamiek zit waarin je van elkaar weet dat iets niet echt is terwijl je elkaar toch in je waarde laat. Je weet dat iemand de authenticiteit die hij uitstraalt niet kan waarmaken. Maar je ruikt die ‘zweem van waarheid’ en besluit je ongeloof op te schorten.

Authenticiteit wordt op die manier een rekbaar begrip. Zo kom je tenslotte terug bij de vraag of pretentie dan het tegenovergestelde is van authenticiteit. Niet dus.

Wat is pretentie dan wel? Het is het moment dat de rekbaarheid knapt en je ongeloof niet langer kan worden opgeschort. Dan hou je de eer aan jezelf en ga je gewoon verder je eigen gang. Los van klieken, clubjes en clans. Ver van het Romeinse circus, de hele maskerade rond de papa van Delphine , foute voetbalmakelaars, prutsende dopingsporters, identiteitspredikheren, zedenprekers, doemdenkers, believers, non-believers, brulboeien en veel belovenden omtrent een identitair Utopia met muren errond. Met hun voorgelogen beloofde land van gepasteuriseerde melk en gezuiverde mensen. De echte pretentie is die van collectief zelfbedrog.

‘Echte pretentie’. Joost De Vries. Das Mag.
Illustratie: Sublieme schoonheid van Dirk De Keyser.
Foto met dank aan Lieve & Piet Willequet.

06 februari 2019

BLOGSTUKKEN

DE STAL NAAST THE RANCH



De plankenvloer van The Ranch klettert onder de gelakte naaldhakken van Chaussures d’Iseghèm. Alsof Elvis the king of chocolat glacé recht vanuit een zoveelste Hawaiaanse flutfilm in Cinema Familia helemaal tot hierboven op onze Blueberry Hill aan de Ommegang de pannen van het dak komt rocken.

'Lumière tamisée. Changez.'

De waard kent het spel. Hij weet wat van hem verwacht wordt. Met de groeiende concurrentie van de ‘Blackamoor’ in Schorisse en ‘The Happy Night’ aan de Savooie slalommen de goudhaantjes van het dal in hun Triumph TR4, MGB, Morgan, Austin Healy, Alpine Renault of Jaguar Type E van de ene tent naar de andere boîte. Om nog te zwijgen van Hotel Alfa op de markt, als slaapmutske.

‘Ze zeggen dat ge daar in een rapke kunt kameren ook.’
‘Dat kan zijn maar Safir, wie drinkt er nu Safir?’
‘Geef toe copain, dat is geen bier Safir.’

De hoofdact van de nacht op de dansvloer van The Ranch krijgt in Kerk & Leven gegarandeerd de quotering ‘Af te raden’. Bekeken en afgekeurd door de Katholieke Filmliga.

In zijn kaki broekzak heeft de kolonel een hele peute muntstukken zitten om in de Wurlitzer te mikken en ons een halve nacht lang zijn ketelmuziek op te dringen.

Jailhouse Rock.
Long Tall Sally.
Johnny be good.


Nonchalant tolt hij het meisje (van Melden, zelf is hij van Montana ) het heartbreak hotel van haar wilde dromen in. ‘Be my baby’ lipt ze hem toe boven haar glas Pimm's.

De kolonel is onze algemeen erkende American Hero in het diepere nachtleven van de stad. Zijn flesgroene Camaro - exotisch rode nummerplaat, minuscule laterale witte cijfertjes - heeft hij onder de schuur bij The Ranch gestald. Naast de aalkar van boer Djef Genie, Het Genie van de Petaaten die heel het dal komt overbemesten wat je ruiken kan tot in de vierkantshoeve van Hugo Claus en zijn filmster Elly Overzier in Nukerke waar de kleine Thomas vol ongeloof het neusje voor de walm dichtknijpt. Zich verslikt in zijn papje tegenover zoveel nitraat in het kwadraat.

Daar in die schuur naast The Ranch stalt de kolonel zijn Camaro discreet weg. Wachtend op het paradijs in the dashboard lights. De kolonel is onze Harry Belafonte. Onze Sidney Poitier. Geliefd door eenieder van ons om zijn gulle rondjes. Van Ranch tot Rami, van Ritz tot Biarritz.

‘This is a man man’s world’. Met James Brown gaat de Wurlitzer nu hot hot hot. 'Chaud devant' schreeuwt de waard en hij heeft het niet over de hete dagschotel. (Quotering: Negatief. Te mijden. Af te raden). En dan moeten de munten voor Percy Sledge, Ben E. King en Brenda Lee nog vanuit de broekzak van de kolonel in de juke-box worden gemikt.

I’m sorry.
Stand by me.

Het lijkt wel het mea culpa van een landbouwminister die de hele Vlaamse Ardennen tot aan het stort van Louise-Marie vol smurrie laat gieten volgens het zesde mestactieplan als het perfecte onevenwicht tussen enerzijds de verwachtingen van de boeren en anderzijds de ten dode opgeschreven bomen waarvan het toch de functie is dat ze gekapt worden.

Maar gesproei of geknoei, nitraat of syndicaat: we staan paraat en dit is onze place to be. Hier staat onze tijd stil. We zoeken hem niet eens meer, de verloren tijd. Ge kunt daar zo duizend bladzijden over bezig blijven over de tijd. Veilig voelen we ons hier onder het machtige wapenschild van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Op dit magisch moment zelf houden de manschappen van de kolonel speciaal voor ons de Russen achter hun Ijzeren Gordijn vanop hun radarscherm bij een partijtje poker in de bossen van D’Hoppe. Ons Oude Avondland is safe. Maar toch knaagt er wat. Is het opstekende weemoed die de pret komt bederven? Het aangekondigd vertrek naar Azië van de kolonel dat in de keel komt knellen? Het afscheid van de Amerikaanse wapenen zit er nu snel aan te komen.

‘L’un jour ou l’autre il faudra qu’il y ait la guerre’.

Onze maat Kamiel is al die rockexhibities van de kolonel kotsbeu.

'Denkt hij dat de piste hier van hem alleen is?'

Ostentatief toetst Kamiel twee tranentrekkers in ('Adieu Jolie Candy' en 'Ramona') dan ‘Le Déserteur’. Helaas in de bubbelgumversie van de gebroeders Cogoni alias Les Sunlights.

‘Maar wat’, zo smijt Kamiel hem op van achter zijn Tuborg, ‘wat als de Maréchal Grechko zijn Vopo’s naar hier jaagt en gij zit daar dan ondertussen vrolijk Daikiri’s te nippen aan de beach van Waikiki ?’

De kolonel geeft een rondje. De tongen komen los. Strategisch vertoog.

‘C’est pas moi qui le dis, c’est le maréchal Grechko.’
‘Een Maar-schallllk’.
'Dat is nog wat anders hé. Kolonelleke van mijn waikiki’s.’
‘Want hoeveel sterren heeft een maarschalk? Ha bon.’
‘En hoeveel stars & stripes hebt gij?'
'Voilà we zijn er.’

‘Sorry' zegt de kolonel. De USS Entreprise wacht al op hem.
'First things first.'

‘Zullen wij hier die Russen dan zelf wel tegenhouden’.
‘Met onze Fuga Magisters zeker?’
‘Pas op, feitelijk zijn het de rooie Russen die Hitler hebben klein gekregen’.
‘Elke film over de bevrijding van Berlijn bewijst het’.
‘Kom hier dus nu niet teveel stoefen met uw Camaro.’
‘Pakt ge uw eigen voor kolonel Parker van Elvis misschien?’
‘Hit the road, Jack.’

Twintig blikken cornedbeef uit de Stock Américain in Casteau. Vijftien farden Camel. Twaalf kokers Montechristo. Dit alles bijeen in zijn big bag. En weg is hij.

'Next stop is Cambodja'.

Kim Wilde ligt dan nog in de luiers.

01 februari 2019

BLOGSTUKKEN

DE TRANEN VAN WITTENTAK



Dat Hermes het hele circus maximus vol Romeinse goden met hun namen als sterren en danstenten verwerpt, het is iets wat ze als Madonna van Wittentak perfect plaatsen kan. Voor alle mama’s & papa’s van de planeet doet Hermes daarmee exact wat elk moederhart van hem verlangt en wat elke vader hoort te doen: je zoon redden van de dood.

Werk je je dan als transmigrant helemaal op tot allochtone Romeinse prefect. Trotseer je dan alle complotten tegen je boezemvriend de keizer. Overleef je vele veldslagen en vuige roddelcampagnes. Vertikken die goden het vrolijk je opgroeiend jongentje genezing te gunnen. Blijven ze doof voor al je offerrituelen. Stekeblind voor je diepste wanhoop. Boeleren ze gewoon voort met hun geile schikgodinnen.

Dat Hermes, haar heilige vriend daar wat lager in het groenste dal van het land, van pure wanhoop sub specie aeternitatis zeg maar in het licht van de eeuwigheid de ultieme geloofstransfer fikst naar de wereld van die sekte der christenen, hij de vrijgelaten Griekse slaaf, ze begrijpt het als moeder van de gekruisigde als geen ander.

Trouwens, zo fluistert haar linke zuster Elisabeth haar in tijdens het kantklossen tussen de drukte van twee Wittentak-novenen in, die démarche van Hermes dat is zoiets als die sprong naar het Ene door Plotinus en (zij het eeuwen later in onze illusoire tijd & ruimtespanningsboog) Blaise Pascal en Kierkegaard.

‘En Etienne Vermeersch?’ Elizabeth twijfelt tegenover de ‘brandend’ actuele vraag van Wittentakske die net alle bijlagen over de filosoof verslonden heeft. Van diens discipel Johan Braeckman tot Ignaas Devisch.

‘Vermeersch? Die niet nee. Hij dacht dat hij de hele kosmos met zijn mathematische informatietheorie zomaar vastpinnen kon op natuurwetten en constanten. Tussen de willekeur en de voorspelbaarheid in. Ver voorbij de noodzaak en het toeval. En zelfs voorbij het Deus sive natura van lenzenslijper Spinoza. Vermeersch wordt hier vandaag overigens als goddeloos denker verwacht aan onze hemelpoort. Gunnen we hem van harte via Sint-Pieter wat verderop maar meteen zijn visum voor de feeërieke Taviaanse teleferiek boven ons tranendal richting paradijs. Voor hem ware het vagevuur gewoon zonde van de verloren leestijd. En voor de hel was hij een veel te verheven mens. Een ongelovige Thomas dat wel. Een die geen vijf godsbewijzen nodig had om het wonder te doorgronden. Voor hem niks geen Summa Theologica. God als overbodige hypothese. Goed voor de verkiezing van de Trumps van deze heetgebakerde planeet. De hel kunnen we tegenwoordig trouwens beter laten voor de Vaticaanse prelaten. Als Sint-Pieter niet weet waarom zullen ze het zelf wel weten.’

De Madonna van Wittentak vindt Elizabeth met haar praatjes weer redelijk vet roddelen als een kwaadwillige kwezel en zwaar afwijken van het Platonische Goede Ware en Schone. Ze wil gewoon terug naar de zuivere taal en het zachte minzame spreken vanuit het hart. Naar alles wat de schepping zo mooi maakt. Al dat onzegbare wat mensen van welk geloof of obediëntie ook verenigt in verwondering, rechtschapenheid en oprecht menselijk humanisme.

Wat haar als Madonna van Wittentak vandaag vooral steekt is dat ze zich bij alle geplande feestelijkheden rond die Basilica Minor voor Hermes geen klein beetje gepasseerd weet. En dan nog door een importheilige die hier zelf nooit ook maar één keer een voet heeft gezet, één pluimpje uit zijn Romeinse helm heeft getoverd bijvoorbeeld in de Oude Vrijheid aan het beeld van de Bellenman. Niks geen verschijning. Zelfs geen besneeuwd takje aan de Kapellekouter. Niks. Alleen maar dat Zottenboek met erin wat vermeend soelaas tegen de vallende ziekte, de verdorven rogge, de ziekelijke goedgelovigheid en het brutale handtastelijke mercantilisme van de buffetarius om de hoek.

Nee, wat dat betreft is en blijft zij, Wittentakske in dit tranendal toch de onbetwiste top qua mystiek en devotie. Of niet soms? Van hier in Wittentak tot aan Lorette. Ja? Of moest het weer een macho zijn misschien? Een soldaat nog wel. En dat in volle me too tijdperk.

Dat de pauselijke nuntius hier nu onder bazuinengeschal Hermes met een basiliek tot Unesco-wereldwonder verheffen komt, het is ook voor een eenvoudige Madonna van Wittentak toch even een Leekie van Speekie doorslikken. Wat moet ze bij dit alles nu gaan vertellen en uitleggen aan bijvoorbeeld de devote familie Cambier die hier voor haar huisvesting zorgde in een wonderlijk mooie kapel nog wel? Moet ze nu van puur verdriet en schaamte wat miraculeuze tranen over de wangen laten rollen? Wordt haar kapel voortaan dan De Kathedraal van Wittentak? Mooi naast het nieuwe Sporthotel op de Hotond. Bij wijze van city marketing. Met aan de wanden het door Marc De Bel teruggevonden paneel van het Lam Gods dat de zonden van de wereld weg neemt?

Toedekken zal ze het. Zoals altijd. Met de mantel der liefde Dan wel die van de Heilige Martinus wat verderop. Die mens kon tenminste nog het licht in de ogen van een hulpbehoevende laten schijnen. Zonder er kiekens en konijnen in de plaats voor te vragen of er reliekhouders voor te verpatsen.