05 maart 2020

DE CANON VAN RONSE



Stel dat je gevraagd wordt Nieuwe Ronsenaars uit pakweg Kortrijk, Antwerpen of Lierde een Snelcursus Ronse te geven, hoe begin je eraan? Best alle levende Ronsenaars schrappen, van je lijst bedoel ik. Neen, liefst geen levende wezens: anders krijg je gegarandeerd alle kabinetards, gesubsidieerde communicatiestrategen en andere trollen over je heen.


Hierna ten behoeve van ontdekkers en bezoekers mijn Canon van Ronse. Niet dat die je vlotter over de trottoirputten van de Aatstraat helpt of overeind houdt op de spekgladde tegels van de Stationstraat. Niet dat de binnenkant van de Square Mouroit voortaan niet langer misbruikt wordt als linke afsnij-voorrangssnelweg. Niet dat de bewoners van de verkeersvrije Oude Vrijheid morgen eindelijk hun internetbestelling besteld krijgen. Niet dat het zwaar vervoer het hart van Ronse geen verkeersinfarct meer bezorgt. Niet dat Ronse morgen geen labyrinth meer is vol TEC ophaalschoolbussen. Niet dat het Rooseveltkruispunt plots geen ontwarbaar kluwen meer is waar de ene op de andere wacht.
Toch is mijn boude verwachting dat zo’n Canon in tijden van vermeende eigen ‘identiteit’, ‘eechte Ronseniers’ en meer van die nostalgieke gezwollen gebakken lucht je desalniettemin verzoent met het al te vaak vermaledijde doch gaandeweg herboren prachtige Ronse. Een stad zoals er geen ander is.

1. De Fietoo.

De schuune crypte mei ‘t zootenboek. De Basilieke mei den deiken da noa promoverd ees tot recteur, ziene katekooster en ‘t klookenspui (bauven heur huufd wuiteverstoen). Troomoo & Floatsie. Ces Seigneurs de la Zielde . ’t Fietoocomitoat uilk mei ne groenen band op den boak. Den builder en de droegers van de Maatschappoae mei nen ruuen band oop den boak( da kaan pieken zeu).
’t Muziek van de Pompiers mei grute bierentoepen, soefoost.’t Schuun eerekie van de Fietoo bauven an den Bietoo. De Proceessie mei schune kliedsookies vaan vroeger. Amandus op Adidas van vandoege . De beivoerders mei bloeren oop heuren dieken tien. De zoumerkirmeesse ’s noeviest mei veetebolen.

2. De Boomoos.

Mootie, le président-fondateur des Bonmoss (ne dites jamais Bommels).
’t Boomoo Comitoat. De Kuinenk en zien Kuinengiene. De Boomoofieste. De Boomookies. De Zote Mondaag alliene vuir d’eechte Boomoos. De verbranden boomoo. Gien vierwirk moer ’n schunne bestroelenge bauven ’t staadhoas. ‘n VIP tente vuir de blauwe boeskies van Broekoo en Froessen.

3. De Pompiers vaan Ronse.

Wa zoe Ronse zoan zonder oes pompiers en heur grute spiete? Ha bon. Op de Fietoo. Tuus ’n serenadekie oof twee an den Bluten Pompier vuir de gesnuivoode Ronsenierst. Oos ‘t ieverst brandt. Oof ge zit mei weespen ien oa beede. Oof der liegt nen buum auver de Kroassies. Kuint zien daade heuren kalender kuupt. Oof ge goet moa huren mei de grute sireene.

4. De Champeeters vaan Ronse.

Ge ziet ze niet vel want t’ees noa minder blauw op stroete, ze zieten in Brussoo zonder censkies. Moer zeure zien oa geudegans ien close-up vaan ien heuren bureau duir de camera cachée onder de cornissie van den Taap. En schuune manieren hein manekie. Mei oa onnuuzo petarkies. Aaliest dade zeegt zoade zuive en d’abord ge wordt gefilmerd vaan oop heuren boak.

5. Hugerleucht.

De klinieke. Vroeger woeren de nonen doer boes. Eddy Merckx moost doer ale joeren zienen boekei goen ontvangen van Zeuster Receptie, oos ’t Criteirium noog toerkies rond den Hugerleucht droejdeget. Noa ees de Klinieke van Hugerleucht veere de gruutste fabrieke van Ronse, aachter dan ze wui iesties ’t Hospitoo gelikwiderd heen d’ulekoords. ’t Scheunste en beeste moederhoas van geu Vlonderen. Paast moer op dat noa zuive nie gelikwiderd wordt. Buuneklakers, paast doer vaan oop.

6. De schaulen.

Den Ecole Moyenne. ’t Collezei dan ze noa Campus hieten kweestie van ’t spui ‘n betsie op te bloezen vuir de concurrentie. In ’t collezei geluven ze noog ien god. In den école moyenne ees god jamerloak genoeft komen te goen. In de 'Campus' Glorieux muigde der van poazen wa daade der zuive vaan poast . In de Sancta Mààària waas ter vroeger vrie schuun vook vuir de zoeterdagoevend in de Koobe den bamba mei te droejen.

7. ’t Klie Moertsie.

Schuune gerestaurerd. Wui mei vel boote stienen. D’ouwe Kliene Kirke ees magnifiek. De Grute Kirke kaan van bienen ’n lekskie vierve beizegen. ’t Plaksoo komt geu loos. De Hoalege Rita valt oest oop oa huufd op begroevengen. Moer da komt alemoele ien uirder mei veete subsidies van ’t Vloms gouvernement. De kirkfabrieke van Andrei Beelenck mei zienen langen oerm vaan ien Ronse tot ien Rume ees doer mei beizeg.
De Memlinc wordt uuk gerestaurerd, zonder subsidies. En Uutvercoren goet uuk weire ne kier aupen. Mien tante Leene zoe hier verzeikerst niet meer bekenen. Hier vrindienen, de wiete en de zwarte Madame Carlie uuk niet en Madame Van Hassoolt van de Garage uuk niet en Fernand de factuir uuk niet en zien pronte blonte doochter op ’t bankskie in ’t parkskie zeikerst niet. (Geif moa nen bees. Vuir da’t te loet ees).

8. The streets of Ronse.

De Stauk, de Floréal, de Germinal, de Schuidekouter, de Spinstersstroete, de Grute Maroave, de Kliene Maroave, Cité Bara, de Kloape, ’t Schavoert, de Fietoomies, den Blauwen Stien, de Poeters, de Rue Muitse, de Kroassies, de Stienwieg op Uiseile, de Lange Hoege, de Kapeelekouter…Wietentaak. Schune. Mien herte wiepoot auver en ’t weire.

9. De Gruten Moerkt.

Kiekies, koes en geile ruzen en pijamats oat grute duzen. Dieke moosssoos, veesche vies. D’Harmonie zet stoelen boaten. Den Bourse en de Local goen noog nie sloaten wa zoen ze. Den obelisk zit zonder leucht. ’t Kloert ien Ronse. Nen nieven daag. ’t Ees moerkt ien Ronse.

10. Tavi.

Loet oes noa drumen vaan Ronse
aliest da komt en doer nie mier ees
Tuus oop oes twie uren schloepen
oes tuupe gieren zien en ’t za wui goen.


Schrijfstek
Dagboeknotities.

27 februari 2020

DE TWEE VAN KWAREMONT



Twee klasgenoten,
twee schatten
van mensen,
twee companen.

De ene, Jan Leenknegt , gevierd en geprezen kunstenaar die zijn broze glazen schoonheid bevrijdde uit de aloude glasramengotiek en mystiek. Vandaag pure schoonheid als meerwaarde voor zijn zelf gekozen adoptiestad Ronse.

De andere, Piet Willequet, succesvol landschapskunstenaar die zichzelf herschilderde tot inmiddels internationaal befaamd Sculptour- galerist en van de Kwaremont een must maakte om iets heel anders dan koers.

Verwondering voor kunst
in het sublieme droomlandschap
van onze gedeelde
jongensjaren samen daar.

Eind maart wordt Piet zeer terecht door Kluisbergen gelauwerd als Culturele Persoonlijkheid van het jaar.

Diepe buiging voor mijn twee getalenteerde klasgenootjes van Kwaremont.

'Schrijfstek'.
Dagboeknotities.

25 februari 2020

JAN LEENKNEGT



Kunst en kleur heeft hij van kindsbeen af in dat droomkopke van hem zitten, mijn minzame klasgenoot en 'nieuwe Ronsenaar' Jan Leenknegt, uit het Kwaremont van vader Michiel. Voor onze schoolmeester in het Sint-Antonius van Padua college kleurden wij met zijn allen hemeltergend saai en maar al te gedwee de tekenopdracht, een korenveld, zoals aangemaand netjes binnen de lijntjes van ons 'De Zaaier' schrift, de tong vlijtig in een punt. Niet zo voor Jan Leenknegt. Wat hij er speels mee deed, oogde totaal anders. Puur natuur, dan al uit de kunst. Al wisten we toen nog niet waarom.

De wind walsend
door dat korenveld,
puur natuur
als in een meesterwerk
van John Steinbeck
om het voor een
keer niét over Salinger
en diens Holden Caulfield
in het graan te hebben,
al zou je het voor minder.



Stonden wij daar schoon te blinken met onze voorspelbare stomme punten. De kwotering 'vuil' voor Jan daarentegen was - in de wereld van mensen met ook maar een beetje inleving en verbeelding - authentieke schoonheid die later ver van het bekrompen en verstarde schoolkader gelukkig helemaal vrij openbloeien zou tot ons aller genoegen.

Dat Jan Leenknegt
gaandeweg grenzen verleggend
zijn glaskunst wist te bevrijden
uit de eeuwenoude gevangenis
van gotiek en mystiek
vind ik zijn grootste verdienste
.

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

24 februari 2020

CHEMIN DES PENDUS



'Je dagen beginnen serieus te korten', hoor ik mijn boezemvriend decreteren tussen twee Spotify-dreunen door bij wijze van verjaardagfelicitatie. Alsof hij het heeft over mijn meerbeurtenkaart voor het zwembad, hoeveel baantjes ik nu nog (t)rekken kan.

Ik ben op wandel langs de nieuwe Kerkhofweg achter de volop gevierde basiliek van Hermes, kant dodenmonument. In de volksmond 'Den Bluten Pompier'. Vroeger lag hier een galgenveld, bloeddorstig van knoken voorzien door de genadeloze grootinquisiteur met zijn beulen. Brandstapel of strop. Ik zie het zo voor me.

La ballade
des pendus.
Frères humains
qui après nous vivez…

(Ik hou van een mondje 'beau langage'. Al was het maar om de radicale Vlaamse vrienden om me heen tijdig te voorzien van alweer een hap heilige verontwaardiging omtrent mijn schaamteloos geschrijf).

Kerkhofweg
Kerkhof weg

Bitter en bot
betoverden
zeloten de
zieken en
zotten
met god
en gebod
alle dolenden
en dwalenden
met belezing
besprenkeling
toorn, vlammen
en schavot.


'Chemin des pendus' had hier als nieuwe straatnaam anders mooi kunnen bijdragen tot het griezelgehalte van de crypte en de knoken die er spoken.

'Voor mijn dagelijke zonden vol genietingen en genot (geruisloos Toblerone en Nougatti uit de snoepkast ) wil een mens best branden in het Danteske vagevuur', zeg ik mijn maat.

Ik bevind me bij de gigantische Bellenman, bewonder er de vordering der werken, naast het Kapittel, Kerkfabriek de andere inquisitoire cenakels van Octopus Dei achter vlammend glas in lood.

'Het vagevuur hebben ze al lang afgeschaft'corrigeert hij me. 'Voortaan is het of de zevende hemel of de hel'.

Zie je wel, zeg ik hem: het middenveld moet er tegenwoordig overal van tussen. Alleen nog extremen.
'Denk daarom, meer nog dan weleer, aan je uitersten', gun ik hem het laatste woord. Als steeds tussen ons.

'Schrijfstek'.
Dagboeknotities.

03 februari 2020

HEILIGE HUISJES



De basiliek
luidt luid
klokken
en bellen

van mijn
ogen
vallen
de schellen

vrijheid
van mening
wil ik vieren

verketterd
vervloekt
verbrand
door blind
obscurantisme



van Hermes
zijn duivel
bezeten

zogezegd

van blasfemie
hekserij
tovenarij
beticht

aan het
galgenhuisje
opgeknoopt
in winters licht

fanatisme
extremisme
racisme
populisme
zelotisme

hier en elders




daarover
durven
doordenken

in tijden van
harteloosheid
haatpraat en
onverschilligheid

vol hoop en
daadkracht
in blijheid

het is een
mensenplicht

in het licht van
de eeuwigheid.

Ronse.
Oude Vrijheid.
02. 02.2020.


27 januari 2020

STEFAN HERTMANS EN DE DOOD

'Het is de verworvenheid van de humanistische filosofie dat we vandaag zelf kunnen bepalen waar de grens ligt - het moment waarop je je waardigheid verliest, wanneer het geen zin meer heeft.'

'Maar eigenlijk kun je niet spreken van je eigen dood: je kan er alleen over speculeren. Het moment van de dood ligt buiten ons: we zijn er domweg niet meer bij. Wij gaan voor het zingen de kerk uit.'

'Het is een bekende gedachte dat bij elke man die doodgaat een bibliotheek afbrandt.'

'Met de dood van iedere mens die dicht bij ons staat, sterft ook een deel van onszelf af: de persoon die je was in relatie tot die ander, verdwijnt.'

'Telkens als iets of iemand verdwijnt, beleef je een kleine doodservaring: dit komt niet terug. Het zijn oefeningen in eindigheid en afscheid.'

'Misschien schrijven we om die reden : om dingen vast te houden. Met elke zin die je neerschrijft , probeer je de tijd te rekken : je wil dat ervaringen langer duren dan in werkelijkheid.'

Stefan Hertmans (68) over 'het einde' in De Standaard der Letteren.

Scherp, subliem, levenswijs. Noblesse oblige.

'Ik denk niet dat de grote troost in onze laatste uren van het schrijven zal komen'.

'Naarmate ik ouder word, leef ik steeds meer in het moment: er is alleen maar dit nu'.

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

ASTRID STOCKMAN

Het stond in 'duzend steerekies' uit de technische toverdoos van Theater VTV te lezen dat we een supernova in de repititie hadden bij de prille muzikale opbouw van de Ronsese revue Tavi .

Vandaag wordt Astrid Stockman alom die sterrenhemel in geprezen als slimste sopraan ter wereld en bijna slimste mens.
Voor geen enkel voorgekauwd scenario te vangen, heerlijk vrij en blij veegde ze daar toen haar lippen, nog zonder rouge, aan de partituur die netjes voor haar klaar lag, speelde die helemaal uit het kopje, smeet er hier en daar wat noten tussen alsof ze er teveel in de vingers had zitten, tokkelde er op los als om haar speelgoesting te stillen en 'Stand by me' in een superieure dimensie te mikken, de hare.

Dit alles tot voortschrijdende verbazing van die andere Grote Prijs van Rome naast haar op het podium, de zelf hoog begaafde en begenadigde toetsenist Luc Delcoigne. Tegenover zoveel jeugdige nonchalance trok Teflon Luc vrijwel onmerkbaar de rechterneusvleugel op .

Drie meter naast hem leverde Astrid Stockman de muzikale touch af waarvan je als tekstschrijver van 'lietsies' alleen maar wild enthousiast worden kon, nokte dra weer af. Alsof ze de vlinder op haar schouder meer daglicht gunnen wou.
Astrid verdween naar Leuven. Dat we van haar nog zouden horen, dan niet met mayonaise van Devos-Lemmens, dat zeker.

In de media is ze dus vandaag niet meer weg te scrollen als Vlaanderens nieuwste bee vee. Dinsdag in premiere met 'Be my superstar', een opera over cyberpesten. On the road met de familievoorstelling Fidelio . Aan de slag met Stokman & Vos. In de weer met Innerwoud. Ze plukt wat voorbij komt en wat goed voelt, zegt ze pagina vullend in de krant. Ze leeft dag per dag. Soms, als er een project in het water valt of als ze administratief wordt vastgeknoopt, vraagt ze zich als slim mens af waar ze mee bezig is.

Als je het haar chauffeur bij Tavi's
Gevuigoode Mandolienen vraagt: met het wegschenken van pure schoonheid . Astrid ('Stridje') Stockman is voor geen andere Vlaamse canon te vatten dan die van haar klasse, haar niet te schatten talent en volharding. Bijna vergeet ik haar levensvrolijkheid. Mee van haar glazen doorkijkthuis vol zon aan de Klijpe of all places.

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

15 januari 2020

WAT NIEMAND RONSE AFPAKT



Vijftig jaar schrijf ik over Ronse. Met hart en ziel. Toen blogs nieuw waren en ik door de lakeien van business en politiek geacht werd te dansen naar de pijpen van de macht, volgden mijn lezers in die inmiddels zelf verdampte printmedia me prompt naar mijn ovenverse blog.
Ze klikten er al die jaren samen in totaal meer dan 900.000 keer om te vernemen wat ik nu weer zo nodig kwijt moest. Nooit stopte ik me daarbij weg. Eén agendapunt dreef en drijft me.

Tuupe vuir Ronse,
elk vanuit zijn opinie,
niemand aan de kant.


Talloze Ronsese gekozenen heb ik in die afgelopen halve eeuw als waarnemer zien komen en gaan. Allen wilden ze het beste voor Ronse.
De ene maakte allicht correcte analyses, maar de antwoorden bleven steken in het drijfzand van meerderheid tegen oppositie. Anderen lieten hun portemonnee en hun eigen belangengroepen in en om kerk en tempel voorgaan op Ronse.

Nieuwkomers, eendagsvliegen, kometen: ik heb het hier allemaal gezien en gehad. Al die tijd bleven de kwalen van Ronse maar woekeren. Verpaupering, laagste inkomen, goedkoopste immo, gebrek aan ontsluiting, plundering van de nutsdiensten.

Populaire docu’s, uit op kijkcijfers en vette reclame-inkomsten, pikten liever het beeld op van een zogenaamde degoutante geweldcultuur dan dat van een Ronse op zijn mooist dat straalt en schittert in het dal.

Ronse. Gastvrij en openhartig. Verguisd niemandsland tussen Vlaanderen en Wallonië. Verwaarloosd door Brussel. Vastgezet in een wurgstatuut.
Duizend Ronsenaars stapten door de straten om fel te protesteren tegen dat opgefokt foute imago waarmee de Koningin der Vlaamse Ardennen van weleer werd opgezadeld.

Het luwde. Het geweld, die foute imagebuilding en het verzet ertegen. Het Marktje werd als een prachtige Oude Vrijheid in ere hersteld, verbouwd, gerestaureerd. De Oude Sint-Martens werd een unieke passage. De Sint-Hermes een basiliek met wondermooie crypte. Een Stadstuin, flatvernieuwing alom.

Er is hier zoveel moois in Ronse. Een schitterend brandweerkorps met vrijwilligers die hun leven op het spel zetten voor de ander. Uitstekend ziekenhuis. Een politiekorps dat in vaak riskante omstandigheden met al te krappe budgetten het beste geeft van zichzelf. Bloeiende culturele centra, florissant verenigingsleven, vrijwilligerswerk alom, goede doelen, beste bedoelingen.

Dàt Ronse, met ons allen samen bezongen door Tavi en zoveel duizend Ronsenaars, geblazen in mijn muilschuiverke, betokkeld door trekzakkrabers en gekweeld door kloevergieten, gedanst op dat simpel Bommelsdeuntje door duizenden bommels, de markt rond in een recordpolonaise, uitgedragen tot in Rome door twee eenvoudige Fiertelbellen, jaarlijks bejubeld en bewandeld in onze unieke Ommegang, dat lieve lezers van altijd, dat Ronse neemt niemand ons af.

10 januari 2020

DUIZEND EN EEN DAGEN

Ik smelt als ik Lize Spit daar in die kooi zie zitten op het gras voor de ambassade van Saudi-Arabië . Dapper opkomend voor Raif Badawi, een blogger die in dat land veroordeeld is tot tien jaar cel. Plus 1000 stokslagen.

Vijf jaar zat ik zelf opgesloten in dat kasteeltje daar aan de Rooseveltlaan, zonder stokslagen. Dag aan dag vertaalde er ik 1001 volkomen vrije regels per dag. In gezelschap van eekhoorntjes die me vanuit de coniferen in de tuin kwamen begroeten op mijn schrijfstek van de zolderverdieping. Ik was er vertaler-redacteur en vice versa voor het zakenblad Belgian Business de toenmalige huurder van het gebouw.

Heerlijke momenten waren het er met allemaal vrije blije collega’s uit Brussel, Vlaanderen en Wallonië. De Brusselaars deden me de buik van hun binnenstad ontdekken. De Walen toonden me hoe je de relativiteitstheorie in de praktijk omzet met hartelijke dolgrappige convivialité. Nu en dan trokken we naar de Auberge du Solbosch wat verderop voor een toast cannibal. Een van de doorgroeiers op die vrolijke sprookjesredactie van Duizend en Eén dagen was Tony Coenjaerts, later de slimme jongen achter de Trends Top 5000.

De andere hoofdredacteur werd boswachter in de Ardennen. Was ik zijn spoor maar gevolgd naar de spokende damherten en Le Sanglier des Ardennes. En nu en dan een Rochefort, Orval of Chimay.

Want schrijven: het is en blijft dus een klopjacht. Letterlijk zo blijkt. Dat een blogger vandaag op deze bijna voltooide planeet nog stokslagen krijgt gewoon voor het uiten van zijn mening (welteverstaan voor zover de identiteit bekend is, de deontologie gerespecteerd, het recht van antwoord aanvaard en niemand zo maar vuig belasterd) : het is in deze tijden van haastig haatgetwitter en giftig gedoe op de zogenaamde sociale media iets om nog een keer je pen voor te scherpen.

Schrijfstek.
Dagboeknotities.

07 januari 2020

DE NAAM VAN DE DOOS

Niks kan op tegen het eigenzinnig boekenaanbod van Het Paard van Troje. De verrassende aanraders. De bijna vergeten parels. De bijzondere leesmomenten. Ik ken Het Paard al van in mijn tijd bij de krant. Die metalen laddertjes in de Voldersstraat. Niks geen koffiebar.

En zie, ik heb nu zelf een paard van Troje in huis. Als een drone verpulvert het een na een alle boeken van papier. De E-reader heb ik cadeau van de lieve dierbaren om me heen . Ik kan er naar believen een hele bib mee doen oplichten in bed, bij acute leeshonger of knagende slapeloosheid.

Op mijn paard draaf ik alus door de schitterende Odyssee van Mohamed El Bachiri, pik ik doordenkers over dooddoeners mee van Ignaas Devisch en Jean-Paul Van Bendegem, haast ik me spoorslags naar de onovertroffen Connie Palmen, geniet ik van Roberto Camuri, Alicja Gescinska, Pinker of Pessoa.

Toch mis ik op die nachtelijke digitale wereldreis de papieren Aristoteles. Zie ik dan tegen het ochtendgloren in een nachtmerrie diens Ars Poetica. Weg smeulend in de E-vuurzee van de laatste scriptoria.

SCHRIJFSTEK.
Dagboeknotities.

04 januari 2020

DREAMLAND

Stijf van schroom dreun je je eerste brief af, tel je onder tafel de opbrengst. Jaar na jaar dwarrelen ze dan weg als vlokjes in het winterlandschap, je gulle gevers. Smelten hun fooien als sneeuw in de primavera.

Nieuwe lezertjes nemen de oude nieuwjaarsrituelen van je over op het spel-lings-rit-me van de juf. Schroom? Niks geen schroom. Vlugge klus, haastige kus en tellen onder tafel. Games, tablets, herlaadbonnen, draadloze oortjes: ze kosten hopen fooi in Dreamland. Geruisloos schuif je door naar hun achtergrond, deemster je steeds verder weg uit hun beeldvorming.

Je trekt je terug op je schrijfstek. Waar je oude pennen wachten op de laatste rechte lijn richting Kringwinkel. In afwachting hou je jezelf stand by als pechverhelpingsdienst bij dag en bij nacht voor je nalatenschap. Om de tijd te doden eer de tijd je lik op stuk geeft, ruim je alvast wat rommel op. Oude foto's. Foute cadeaus. Vergeelde nieuwjaarsbrieven.

SCHRIJFSTEK.
Dagboeknotities.