20 augustus 2018

SLAAP ZACHT RONSE



In '68 schreef ik mijn eerste columns over Ronse voor De Ronsenaar. Ik was achttien en had de schrijfmicrobe al een tijdje te pakken. Na mijn overstap naar de Weekbladgroep AZ volgden er 750 Pluspunten voor Weekblad Plus. Erna schreef ik - onder de schuilnaam Walter Ego - voor Passe-Partout (inmiddels alweer verveld tot Rondom). Dat duurde daar zo lang het nog vrijgevochten kon van de nieuwe papiermarchands die zich maar al te gewillig lieten lijmen door de lokale lichtgewichten van het moment. Gloriërend in de commerciële schemerzone tussen hun lokale businessclubs en de petite politique politicienne. Aan hun betuttelende bemoeienissen dank ik de opstart van mijn eigen onafhankelijke ‘blog’ en de domeinnaam www.stefvancaeneghem.be die u sindsdien zo’n 900.000 keren aanklikte.

Een halve eeuw heb ik mijn geschrijf over Ronse volgehouden. Bovenop mijn werk als beroepsjournalist in Brussel, Gent en Groot-Bijgaarden. Bovenop mijn publicaties als auteur van romans, een TV-filmscenario (‘De Schietspoeldynastie’), theaterstukken en een honderdtal liedjesteksten voor De Gevuigoode Mandolienen.

Mooi weer op zondag of niet. Vaak was het nachtwerk. Met vallen en opstaan. Met missers en voltreffers. Met uitschuivers en soms - heel verrassend - schoonmenselijke meerwaarde er zomaar bovenop cadeau. Neem mijn laatste gesprek, op zijn verzoek, met de stervende dokter senator Emile Cuvelier een paar uren voor zijn overlijden. Hoe mooi die man daar toen op zijn sterfbed aan de Steenbrugge over Ronse sprak. Zoiets vergeet je nooit. Het overstijgt elk meningsverschil.

Vandaag laat ik deze eindeloze petite histoire van Ronse en al het geneuzel in de marge over aan diegenen die vanuit hun partijcenakels de sociale media overspoelen met hun politieke egotrips, hun opgeklopte hoeraverhalen, hun haatpraat, hun al te voorspelbare mantra’s, hun tot Fakebook-waarheid verheven toogpraat, hun polariserende posts waarin de ene Ronsenaar tegen de andere wordt uitgespeeld tot meerdere eer en glorie van het door hen beoogde mandaat en hun navenante vette bestuurszitjes.

Natuurlijk blijf ik verder net als eenieder via mijn Facebookpagina en de andere kanalen die me na vijftig jaar schrijven over Ronse ter beschikking staan vrank en vrij mijn mening ventileren waar het er om gaat elke vorm van haatdragend obscurantisme lik op stuk te tikken. Want Ronse opgeven: nooit. Daarvoor is deze stad me te dierbaar, vijf generaties diep in verleden en toekomst.

Op deze webstek hier zet ik evenwel een punt achter mijn standpunten over Ronse. Ik wil me voor de tijd die me nog gegeven is volkomen en honderd percent kunnen concentreren op mijn schrijfplannen. Ik doe dat op een moment dat Ronse de meeste van zijn onderliggende diensten al kwijt is gespeeld aan onze vrolijk fusionerende netwerkende buren aan beide kanten van de taalgrens.

Ronse blijft immers gegijzeld door het ‘bijzonder taalstatuut’ dat Brussel ons opdringt. Ronse is op sterven na dood als kantonnale hoofdplaats, na het opdoeken van het Vredegerecht. 'Het sous l’arbre' jagen van de Ronsenaars betekent zoveel als: de boom in.

Veel meer dan een taalkwestie is deze trage wurgende doelbewuste insluiting en vernieling van Ronse vooral een grove grondwettelijke onrechtvaardigheid. Alle Belgen zijn gelijk voor de wet, behalve de Ronsenaars. Die moeten tegelijk meer betalen om minder te mogen dan de buren. Fusioneren bijvoorbeeld.

Aan de nieuwe generatie gekozenen van Ronse – van welke democratische partij ook – om een keer en voor goed de grondwettelijke kerker waarin Ronse al zestig jaar opgesloten ligt, open te breken.

De beste bestuursmeerderheid voor Ronse zal na 14 oktober maar net goed genoeg zijn om de gigantische achterstand na 60 jaar achteruitstelling van Ronse bij te benen.

Ik ben geen taalextremist, ik zal het nooit zijn en ik ontzeg eenieder het recht me enige vorm van fanatisme aan te wrijven. Als ik iets fanatiek moet zijn, dan nog het liefst een chauvinistisch Ronsenaar.

Het bijzonder statuut van Ronse is tegelijk een politieke hinderlaag én een maatschappelijke valstrik. Dit zowel voor de hidden agenda’s onder het sluimerend taalfanatisme aan beide kanten van de taalgrens, als voor de verdoken elitaire switch die eronder zit en er nu in ijltempo zit aan te komen vanuit het oude Ronsese bourgeoisfranskiljonisme naar het elitaire bekrompen bourgeoisflamingantisme dat zo graag dweept met de ‘oude waarden’ en een opgefokt identitair verhaal bezigt als verpakking voor het 'ikke beter dan die andere'.

Het openbreken van het bijzonder taalstatuut van Ronse zal Ronse de boost geven die onze geliefde stad bij wijze van schadeclaim – liefst met aanvoer van vele miljoenen euro - als tekort gedane Vlaamse stad toekomt. Gebeurt het niet, dan verdwijnt 9600 gewoon van de landkaart. Verschrompeld, verdampt, wegkwijnend en tenslotte verdwijnend in de grote fusiegolf van gemeenten om ons heen.

Op naar mijn 'Tuin van Heden'.

Voortaan vindt u hier dus exclusief mijn eerder geparkeerde verhalen (incluis mijn nieuwste theatertekst ‘Gouden Bruiloft’ die ik bij deze graag opdraag aan het Ronsese theaterleven dat me al zoveel genoegen heeft geschonken. Van 'De Schietspoeldynastie' en 'Madame Valentine' tot 'De Gok van Hermes' en 'Zonneman'.

En dan wacht ons
nog een mirakel
op 'Wittentak'.


U heeft hier voortaan van mij nu en dan ook nog een van mijn ‘Briefgeheimen’ te goed. Maar vooral keer ik bij deze en voor altijd terug naar het pure schrijfgenoegen van altijd: met mijn dagboeknotities die ik hier bij leven en welzijn de komende jaren verzamelen ga in mijn ‘Tuin van Heden’.

Kroniek van Ronse
1968-2018.
Au revoir en merci.


Tuupe Tavi
wette't noog?
Joa'k Kari:
Tuupe vuir Ronse
zu simpoo da t'ees.