17 februari 2021

 

MORSDOOD OP FACEBOOK.

Ga nooit door de lijst van je Facebook-vrienden. Het zal je zuur opbreken. Gisteren probeerde ik het. De bedoeling was om een Facebook-groep die me, onder meer om de persoonsgebonden familiale voorgeschiedenis ervan ter harte gaat, zes maanden na de voorzet daartoe van een goede vriend wat meer digitaal lezersbereik te geven. Dit met het oog op Het Goede Doel dat we er samen mee voor ogen hebben.
Was me dat echter schrikken bij het scrollen. Ik ben er nog niet eens halverwege moeten mee stoppen. Ik wandelde als het ware door een digitale dodenakker. Met hangende duim, de krop in de keel, het hart geplooid als mijn voorwiel op een kassei van de Oude Kruissens ben ik van een koude dodentocht terug gekomen. Jonge mensen die er van de ene dag op de andere niet meer zijn. Een aanslepende ziekte waarvan je niks wist, stil gehouden werd want wie loopt er met zijn pijn te koop. Coronaverdriet. Bijtende anonieme eenzaamheid. Kreten om contact. Een wanhoopsdaad. Een dodelijk Ongeval. Euthanasie. Comments die op een dag zijn uitgebleven zonder dat je het in de gaten had. Likes of integendeel al te voorspelbare boze kopjes die ongemerkt achterwege blijven.
Bijna nodigde ik een paar van die doden postuum uit om lid te worden van onze mooie groep waarin we geen (h)eikel onderwerp uit de weg gaan.
Tot ik afhaakte en een voettochtje ondernam langsheen de Koppenberg. Wie weet, zo dacht ik onderweg, krijg ik van henzelf de uitnodiging om lid te worden van hun Doden-groep.
Wie weet lachen ze nu in hun dode vuistje. Nu ze me hier zo bezig zien. Ik met mijn eindeloos schrijven en schrappen van mijn al te lichtzinnige zinnetjes in het licht van hun eeuwigheid.
Ik doe ze bij deze mijn goede groet. Er is geen haast wat mij betreft. Ik leef en schrijf nog altijd even graag. Doch afgesproken, vroeg of laat word ik (zij het noodgedwongen) lid van hun club. Dan zie ik hen en al mijn dode dierbaren weer voor een blij weerzien feestje. Eind goed al goed.
‘L’enfer c’est les autres’.
Wil ik dat nu net op mij schrijfplan voor vandaag hebben staan. ‘De mens als zelfproject’ staat er gekrabbeld.
Mooi praten heeft ook hij, mijn ex-vriend Sartre.
Ex vanwege onoverbrugbare onenigheid tussen ons.
De hel die ben je voor jezelf, vind ik. Veel meer dan dat je de anderen daarvan betichten moet. De anderen, ze maken er bij mijn weten zelf het beste van. Ze zijn op hun beurt de hel voor zichzelf, veel meer dan voor ons. Wat en wie je zelf bent, bepaal je om te beginnen en te eindigen zelf. De anderen hebben werk genoeg aan zichzelf om zich met jouw zevende hemel of hel te bemoeien. De mens als zelfproject is bijgevolg een opgave in de dubbele betekenis van opgeven. Het opgeven of integendeel koppig en rotsvast volhouden van mijn geloof in de hoge woorden van tederheid en liefde. Om nog te zwijgen van pure passie. Neem mijn passie voor het lezen en schrijven van Schone Letteren.
Ooit had ik een uitgever die me ‘lettterlijk’ zei:
‘Tederheid verkoopt niet. Waarom schrijf je niet over koers. Een opvolger voor je Zonde van Nini?’
Sartre heeft het over ‘mauvaise foi’. Kwade trouw. Ik dacht toen dat Sarte er het schrijven van een koersboek mee bedoelde.
Doch nee. Het is natuurlijk de ober die voor ober speelt, knikt. Ik vind die liftboy in 'Pretty Woman' daar een prachtig voorbeeld van. En ook de hotelmanager die zelf dan maar een luxeboetiek regelt voor de vernederde Julia Roberts. Andere voorbeelden van kwade trouw?
Een publieke mediatieke deal, vermomd als Telefacts. Een kardinaal die zoals Briekske Schotte (en ikzelf ooit) van Kanegem komt en van niks weet. Een beloofd vaccin dat er maar niet komt.
‘De mens hoort in alle omstandigheden zichzelf te zijn wars van schone schijn’. Het staat hier bij de notities die ik de afgelopen jaren voor dit verhaal heb opgespaard in mijn blauw schriftje.c‘L’existence précède l’essence’.
‘En alle existentialisme is humanisme’.Wie ben ik om dat allemaal tegen te spreken? Morsdood op Facebook. Of zeer voorlopig nog eventjes springlevend op Fake Book.
BETOVERINGEN (7)
Levenswandelroute.
I