07 juni 2018

DE TUIN VAN HEDEN



‘De Tuin van Heden’ wordt mijn nieuw schrijfavontuur. De schrijfvorderingen ervan zal u hier als fidele lezer in de komende maanden in korte afleveringen kunnen volgen. Ver van de waan van de dag.

Goretex. Aigle. De verteller trekt zijn stapschoenen aan. Een dag onderweg met Vlinder, zijn onvoorspelbare kleindochter in en om het mooiste dal van de planeet tussen Vlaamse Ardennen en Pays des Collines. Samen op stap in de razend snel veranderende wondere vloeibare digitale wereld van het zogeheten antropoceen die de hare zal zijn.

But no Calimero in that lost paradise. Doemdenken wordt de tocht daarom nog niet. Daarvoor beschikt de spontane generatie van Vlinder over de onwrikbare vastberadenheid om de noodzakelijke veranderingen ten gronde aan te pakken.

Dwars doorheen de knagende vernieling alom. Tegen de diepe verwarring van de bange babyboomers met hun eindeloos herhaalde geweldjournaals, hun zielige paniekreacties tegenover nochtans eeuwenoude migratiestromen, hun kunstmatig aangezwengelde ‘culturele identiteitscrisis’, hun beschavingsmoeheid, hun weerberichten in oranje codetaal (‘morgen ben ik er weer met meer rampweer’), modderstromen voor de golfkarretjes in Knokke, zeeën vol Love Boat-rommel, kijkwalvissen vol plastic, zwerfvuil rondom de Ronde van Kwaremont, Fakebook News van een ego-tripperig populisme dat de kloof tussen zeer rijk en straatarm verdoezelt en de oude middenklasse helemaal weg globaliseert.

Dank zij de vertederende vrolijkheid en het aanstekelijk optimisme van Vlinder wordt een voorgenomen aanmatigende pedante ‘overdracht van kennis’ door een zelfingenomen pater familias die denkt dat hij voor Socrates spelen moet gaandeweg totaal onderuit gehaald en op de kop gezet door een dartele vrije vlinder.

Haar aanstekelijke levensvreugde slaat een hangbrug overheen de diepe kloof tussen het oude Avondland van ‘de grootvaderfiguur’ en de nieuwe tijd van Vlinder zelf, met haar glinsterende pretoogjes in de zomerzon hoog boven het dal.

De Tuin van Heden.
Illustratie: ‘Place to be’.
Peter Illovsky.