29 mei 2018

MACHTIG MOOIE VERBONDENHEID



Dit komt niet meer goed. Denk ik die zondagmiddag als ik mijn buurman daar zo zie liggen schudden en beven. Het gezicht genadeloos zwaar gehavend. Seconden eerder brutaal ondersteboven gemaaid. Hij de alerte voetganger, aangereden door een chauffeur onderweg van het voetbal naar huis . Ongelijke kansen. Geen videoref voor nodig.

Niet meer goed?
‘Jean n’ees giene kiessie’.

Niet klagen, maar dragen en pijn verbijten. Meer dan dertig jaar al zie ik hem hier in mijn schrijfstekje vanuit zijn huis wat verderop dag aan dag passeren. Klaar om zijn afstanden af te malen. Zomer en winter. Ik heb het hier dan nièt om 10.000 profijtige pizzicatopasjes op zo'n trendy stappentellertje van de Bond ter Beweging der Digitalis Vulgaris. Nee, voor minder dan de Fiertelroute haalt Jean zijn velo niet van stal. Voor minder dan een ommegangafstand trekt Jean zijn bottines niet aan.

Op het streepje voetpad van Broeke dat nog net niet is opengereten door ondergravende nutsvoorzieningen die camions uit de Balkan met Global Perdu System recht naar de spoedopname boven de Kammeland positioneren in plaats van ze naar de Associated Weavers te loodsen, sla ik met Jean een praatje over de zoveelste Fiertel die er zit aan te komen.

‘En?’ Vraag ik. Behoedzaam aftastend. Ze geven bloedhete weders. Misschien wil hij het er liever niet over hebben. Zoals alle Ronsenaars die vrezen er deze keer helaas echt niet langer bij te mogen horen. Getackeld als ze worden, door de tijd die ons met zijn allen vroeg of laat naar de grachtkant mikt.

‘Zonder ongelukken’. Zegt hij. Als om Hermes in de hemel te bezweren. Bellemannen en dragers van zijn kaliber hebben het al lang geleerd onvoorziene omstandigheden in te calculeren. Zo lang ze niet echt met hun schrijn onderweg zijn op het ritme van de bellen. ‘Als er dus niks tussen komt’.

Er komt die zondag voor Jean niks tussen. Zelfs geen elektrieken cyclopedist die in overdrive onder het schrijn van Hermes door schuift. Er komt voor Jean integendeel iets heel moois bovenop.

Bovenop de Kruissens, daar aan het laatste kapelleke tegen de Boekhaege , daar net voor de nederdaling naar zijn geliefd Ronse krijgt Jean Vandenhole in zijn 88 ste levensjaar van zijn fidele makkers de Dragers en Bellemannen de mooiste en langste ovatie uit de geschiedenis van het wonder genaamd Hermes.

Of het ligt aan zijn uitzonderlijk karakter, aan zijn wonderbaarlijke wilskracht, aan genetische gaven als godenkind ik wil het kwijt. Dat ongeval met Jean toen heeft me wel geleerd in alle omstandigheden optimist te blijven, ook bij de somberste gezondheidsbulletins. Opgeven is voor Jean geen optie. Voorbeeldig. Schoon. Sterk.



De Fiertel heeft te maken met deze machtig mooie rotsvaste verbondenheid. Iets wat ons allen overstijgt, ons met zijn allen de krop door de keel jaagt.

Een dik verdiende medaille voor verdienstelijke dragers.
Een wondermooie herontdekte bosdreef door Heynsdaele.
Walking with the Saints. De grote klasse van twee erudiete Ronsenaars. (Anne-Françoise Morel en Erik Devos om ze niet te noemen: zelf zijn ze daar te bescheiden voor).

Laat al de rest, alle recup pogingen dan platte profilering en positionering zijn met of zonder lintje om. Schone schijn, pronkzucht. Decorum waar je op een dag als deze met mensen als Jean en zijn companen dwars doorheen stapt, op het ritme van de bellen.

Dragers gedragen door de eeuwigheid en de frisse wind van de toekomst. De glimlach van scouts en gidsen. Het enthousiasme van aspirant-bellemannen.

Wie dit alles niet vat, mist wat we als Ronsenaars vanuit onze verschillen samen voelen en bedoelen. Die ene échte onvoorwaardelijke verbondenheid die ons - tuupe - zo van dit stadje in het mooiste dal van het land houden doet.