17 januari 2017

ONVOORSPELBAAR

WIE BRAAF IS
KRIJGT LEKKERS
WIE STAAKT
DIE KIJKT TOE.




2017. Jean-François Gribomont, baas van Utexbel, beloont zijn werknemers op Nieuwjaar met een doos koeken. Echter alleen wie nièt gestaakt heeft in oktober. (De maand van alle grote revoluties). Met zijn pre-Daensiaans Woeste-gedrag voert generatiegenoot Gribomont me terug naar mijn jeugdjaren in de (schijnbaar niet helemaal) verdwenen wereld van paternalistische Ronsese textielbazen.

1957.Verjaardagsfeestje met Goûter d’Anniversaire! voor vriendinnetjes en vriendjes uit de zelfverklaarde beau monde aan de twee betere boulevards de la Petite Madeleine van Ronse.

Et toi, t’es qui?
Bonjour Madame. Je suis le fils de..
Ah oui je vois ..le petit dernier de…


Hoor ik eerbiedig gefluisterd ver boven mijn hoofd de naam van een of andere textielbaron. Gevolgd door een goedkeurend knikje van (on va dire) Madame Matthys. Admitatur. Beantwoord door het al evenzeer goedkeurend knikje van (on va dire) Madame De Dottenijs. Nihil obstat.

Très bien, donc un jeunehomme de bonne famille.
Et toi t’es qui?
Moi Madame, je suis la fille de…


Volgt hoog boven mijn hoofd de naam van textiliens met aandelen in het Parc Lagache.

Profijtige knik van Madame Matthys.
Dansende kin van Madame De Dottenijs.
Ze roeren in hun kopje, de lepeltjes van Wiskemann, de pink richting kroonluchter.

Faites vos jeux les petits!
Hihihi: vos jeux!
Comme c'est drôle!
Comme au casino de Knokke!

Les enfants!
Il y a des macarons à volonté!
Profitez-en!
Et de la citronnàààde.
Du chocolat chaud!
Chaud le chocolat!
Comme au Lac du Tanganyka!
Hahaha!
Je ris de me voir si belle
dans le miroir!


Madame Matthys en Madame De Dottenijs komen niet meer bij.

Un doigt de Courvoisier.
Une larme de Cointreau.

Et toi, t’es le petit garçon de qui?
Je suis un fils à
pas de papa, madame
, zeg ik.
En ik wil in de sterren zijn boven Wittentak,
liever dan op dit bescheten verstikkend vieruurtje.
Mijn vader is al meteen na mijn geboorte dood gevallen.
Gewoon van mijn - dan al - verfrommeld wezen te zien.
Zuster Zenobie zegt dat hij bij Jezuske in de hemel op me wacht.
Even geduld, papa. Zoontje komt zo.

Et celui-là? C’est qui? Comme nom.

Er wordt met de vinger gewezen naar mijn maatje uit de Cité. We zijn vrienden voor het leven. Gezworen. Mèt vermenging van bloed uit onze wijsvingers en al, na het knikkeren. En gratis voor niks buuntsies van Julien Deraedt op zijn bankske. Plus écht lekkere warme choco van mijn maat zijn bomma. Geen prefab shit van Kwatta zoals hier.

Celui-là?
Bof.. tu sais, celui-là…c'est...

Er wordt aangedrongen.
Est-ce que je sais moi, ma Romanie.
Dan, na een lange stilte:
Celui-là c’est ...Je crois que c'est le fils d’un de ces ouvriers de l'usine.Le gamin de Georges Kongo, tu sais bien le forgeron.

Volgt, zeer hoog boven mijn hoofd, een petit conciliabule.

Madame Matthys
Madame De Dottenijs.
Femmes savantes.
Petites précieuses.

Oui. Bon.
Qu'est-ce que tu veux ma Romanie.
Une fois n’est pas coutume.


Dan tot mijn speelkameraadje:

Pakt gij u dan
ook maar
ne kleine koekske
uit onze koekendoze
avec dessus
Le Roi & La Reine
Maar doe toch eerst
uw bottinen uit
want met die ijzers
d'er op
faudrait surtout
pas saloper
mon tapis
de Smyrne.


De blik van mij maatje
het zwaard van Arthur
dwars door mijn hart.



Aan dit alles doe je me denken, beste generatiegenoot van op het Collège Saint-Antoine de Padoue, Jean-François Gribomont.
Als ik vanochtend lees hoe jij als nochtans driedubbel gestudeerd mens met je academische adelbrieven in Amerikaanse universiteiten (toch niet The Trump Academy mag ik verhopen), jij de allemachtige broodheer van wel 1200 Ronsese gezinnen met je koekendozen omspringt.

Ach Jean-François Gribomont, ik neem het je niet kwalijk. Ik vond je eigenlijk altijd al veeleer sympathiek en nogal recht voor de raap. Zij het ietwat wereldvreemd ook. Hoe je daar, de ene hand opgetrokken, vruchteloos om de bruinzwarte caoutchouc bal schreeuwde. Vruchteloos, want de sportiefste op de schoolkoer was je dan al niet.

(Geef toe, Willy Naessens & Marc Coucke:
zo gek kon zelfs Tavi het niet bedenken).