06 december 2016

SCHOONHEID EN SCHIJN



Fascinerend hoe slim mens Rik Torfs en Etienne Vermeersch, (Vlaanderens grootste intellectueel, volgens Knack) ons met getrokken pen proberen te bewijzen dat God mogelijks toch wel en zeker weten niet bestaat.

‘Wetenschap peilt naar het hoe, maar religie naar het waarom. En die twee wegen naar de waarheid lopen dan mooi samen’. Dixit Torfs.

De Leuvense rector verwijst daarbij in zijn postuum eerbetoon in de Academia Belgica in Rome naar Monseigneur Georges Lemaître (1894- 1966) door de wetenschappelijke wereld algemeen erkend als de echte bedenker van de oerknal-theorie. Op de muur van diens bureau aan de Naamse straat in Leuven had Lemaître deze levensleuze hangen:

‘Er bestaan bestaan twee wegen
om tot de waarheid te komen
en ik heb besloten
ze allebei te volgen.’


‘Niks van', fluit Etienne Vermeersch Lemaître en diens zeloterige volgeling rector Torfs prompt terug .

‘Er is maar één weg naar de waarheid en dat is de wetenschap. Er is maar één weg naar betrouwbare kennis: die van een zo rationeel mogelijke benadering. Een parallellisme tussen wetenschap en geloof (wat dit ook moge wezen) in verband met het zoeken naar waarheid, valt dus nergens te bespeuren’.

Etienne Vermeersch laat echter een opening voor een x, met vraagteken erachter.

‘Men kan zich wel blijven afvragen of we buiten de waarneembare werkelijkheid nog een ongedefinieerde x (of een y of een z) kunnen vermoeden’.

Maar hola, nu niet meteen het Veni te adoremus inzetten.

Etienne Vermeersch: ‘Maar iets zinnigs valt daar niet over te vertellen’.

Met dank aan Ludwig Wittgenstein, voor de mosterd.

Etienne Vermeersch heeft net een – zoveelste - boekje vol waarin hij betoogt dat de God van de christenen ofwel niet bestaat ofwel niet oppermachtig is. Het kleinood ligt in stapels overal te koop voor onder de kerstboom. Ik heb er vanochtend eentje gekregen van Sinterklaas die zelf ook alleen maar bestaat voor wie erin gelooft.

Als de God van de christenen bestaat, schrijft Vermeersch bij wijze van smaakmaker, dan is hij een monster vanwege alle gruwel in zijn schepping. Of dan kan hij er zelf niks aan doen en in dat geval bestaat hij niet.



De God van de Koran scoort bij Vlaanderens grootste denker (na Torfs welteverstaan, grapje ) al niet veel beter.

Vermeersch: ‘Hij geeft mannen het recht seks te hebben met hun slavinnen en staat toe dat de vrouwen van overwonnenen als slavinnen onder de krijgers verdeeld worden. Een God die volgens de Koran barmhartig en erbarmend is en tevens de deur open zet voor schandelijke misdaden is geen coherent wezen’.

Zelf heb ik die driehoek met dat boze oog uit mijn jeugd al lang vervangen door een driehoek met kunst en filosofie als gelijke benen die vol verwondering verwijzen naar een vermoeden van x. Een schepping zonder schepper of een causa sui, zelfscheppende schepping, vind ik als poëtisch mens kort door de bocht. Verwondering met vraagteken ligt me beter. In 1980 begint astronoom Carl Sagan zijn serie Cosmos met de opmerking dat de mens bewustzijn heeft, hoewel hij van dezelfde stof gemaakt is als de sterren. Met dank aan Kant. De sterrenhemel boven mij, de stem in mijn hart. Met iets van Levinas er bovenop: de blik van de ander in mijn ogen en vice versa.

‘We zijn niet gemaakt als een spiritueel niks. We zijn deel van het zijn, maar we voegen er ook iets aan toe’.

Dat soort poëtische bevliegingen komt, u gelooft het nooit, dan weer van de late Heidegger: na diens 'Kehre'. In de na-oorlogse tijd waarin Sartre zich steeds meer gaat bekommeren om actieve betrokkenheid bij de wereld en engagement lijkt Heidegger zich integendeel geheel terug te trekken uit dit soort kwesties. Wist Sartre niet waarom, dan de voormalige nazi-rector van Freiburg zelf zeker wel. Er is een tijd van zijn en er is een tijd van gaan.

De discussie onder wetenschappers, filosofen en theologen omtrent de zin van het zijn en hoe je ondertussen te gedragen blijft me danig boeien. Bijvoorbeeld hoe Sartre en Camus gaandeweg hun geheel eigen denkwegen gaan bewandelen. Hoe Camus zich, anders dan Sartre, afzet tegen de executie van de Franse fascist Robert Brasillach die vond dat joodse moeders best samen met hun babietjes werden vernietigd. Camus is niettemin tegen de doodstraf door de staat, ook voor Brasillach. Heel consequent, anders dan Sartre. Camus ligt me beter. Boze bomma, doofstomme mama, papa dood. Op de valreep door een schrandere schoolmeester gered van verlorenheid vanwege pure intelligentie en bergen wilskracht. Sisyfus en dan dat ongeval met Gallimard. Ex absurdo.



Het ‘Verkoolde Alfabet’ van Paul de Wispelaere is een nagelaten juweel.

‘Heen en weer getrokken worden
we tussen lezen en schrijven,
heden en verleden,
werkelijkheid en herinnering.
Tussen weggaan en terugkeren.’


Het eigen leven, de wereld en de literatuur herscheppen in een literaire fictie. Alles wat je schrijft als onderdeel van het ene boek dat je schrijft. Ervaringen en herinneringen herscheppend tot een nieuwe werkelijkheid.

Ja, zo is dat.

‘Aanschouw dit land en vergeet niet hoe het is geweest. Alle beelden van de schoonheid zitten boordevol wanhoop. Ik sta hier, denk ik, wil nog wel vooruit, maar ook terug. Vooruit naar waar? Terug naar waar? Rugwaarts naar de toekomst, met het gezicht op de verloren dagen gericht’.

Is het schoonheid? Schone schijn van het zijn?

Schoonheid en Schijn.
Dag Boek. Illustratie: Michel Provost.