27 augustus 2015

EEN STER BOVEN WITTENTAK



Nee, het leven is nu eenmaal niet eerlijk. Neem alleen al de wiegedood van papa. Ik vol leven in mijn wieg, hij koud in de voorkamer. Maar als we de hoop opgeven, zal zeker komen wat we vrezen.

Rituelen die ik met de andere die hards van de ommegang koester als ons mooiste zwerfgoed. Voorbij de oude heidense grafheuvels langsheen verdwenen galgen, draaien en keren we onze zoektocht naar zingeving rond het mooiste dal van Vlaanderen.

Langs heksenhoeken trekken we door het geuzenbos. Ver voorbij de toren klettert duivelse muziek die alleen door de ouderen zou zijn gehoord. Al hadden ze het zelf ook van horen zeggen. Net als al hun bang makende verhalen over de weerwolf en de dievenbendes. Alles zit in onze trektocht. Volkse overlevering. Diepe devotie. Hardnekkig bijgeloof. Maar met deze vrienden om me heen hoef ik geen enkele vijand te vrezen.

Het mysterie dat zich wegstopt achter de Muur van Planck, net voor de Big Bang, in het zo genaamde ‘godsdeeltje’. De zoektocht van Planck, Lemaître, Einstein, Hubble, Bohr, Heisenberg, Higgs en Englert. Hoe die oerexplosie ons vanuit het niks of het zelf of het ene - is dit wel zo ?- in onze tijd en in deze ruimte mikt. Ons vast prikt op het spel van noodzaak en evolutie. Survival of the fittest.

Samen kijken naar minuscule deeltjes, de ene keer straling dan materie. Naar de dans van de pentaquarks. De deeltjes versnellende speurtocht naar een alles verenigende theorie. Met dank aan ‘de Einstein van onze tijd’, alsof de wonderlijke Stephen Hawking gewoon zichzelf niet zijn zou.



De Ommegang met de relieken van Hermes is de magische kring die we jaar in jaar uit ondernemen. Zoals vele generaties die ons zijn voorgegaan en die ook al soelaas zochten tegen de waanzin van de wereld, de gekte alom, de grote en kleine migraties.

En morgen alweer nieuwe generaties aan wie we, zeker weten, op onze beurt het heilige vuur omtrent het Oude Avondland zullen doorgeven. De eeuwige strijd tussen de ouden die zongen en de piepende jongen. De antieken en modernen. Verlichting versus verduistering.

Gisteren was er al klokkengelui op Sint-Hermes. De klokken die me lang geleden, wat verderop aan de Steenbrugge, uit al mijn zondagse jongensdromen daverden. Mijn jongensdromen. Wat wilden de zogenaamde wilden ? Op bizons jagen op eeuwige jachtvelden bij de Grote Manitou. Wat wilden de zogenaamde goeden? De wilden weg jagen.

In het park geeft kanongebulder van de Sint-Hermes Gilde het teken. Gevolgd door de eerste rondgang van Trommel en Fluitje. De mis voor de dode bedevaarders. De processie in de kerk zelf, met dat knap gerestaureerde zestiende eeuwse reliekschrijn van Hermes. Dan de eerste bellenklanken. Na weer een jaar vol wereldse zinsverbijstering alom.

Zo meteen na de Fiertelmis zal de deken op de drempel van de oude collegiale Sint-Hermeskerk aan de opvolger van de baljuws de toestemming verlenen om het schrijn buiten de Oude Vrijheid van het Kapittel der Kanunniken rond de stad te torsen.

Nu kennen kerkelijk gezag en burgemeester elk hun stek in het maatschappelijk weefsel. Ooit was dat anders, liepen de baljuw van de Oude Vrijheid en die van de stad elk met geheven gerechtsroede zij aan zij: elk exact tot aan de grenzen van hun grondgebied. In 1662 liep dat mis, hield de baljuw van de Vrijheid zijn stok ook voorbij zijn grondgebied in de hoogte, werd zijn staf op de markt aan diggelen geslagen door de baljuw van de stad. Vandaag zie ik hoe de notabelen van het moment hun eerste selfies de efemere digitale wereld insturen. Richting waan van de dag.

Wie weet, mijn laatste tocht. Het hangt ook af van de knoken. Nu nog - in extremis- alles optekenen. De notities. De observaties. De fiches. De research. Noem het mijn Geheime Zottenboek. Belezen door en voor Hermes. Alles wat u altijd al had willen weten omtrent de gekte van dit bestaan. Op het ritme van de bellen. Nu ik zelf grootvader ben van een jongentje dat zich afvraagt waar hij me vinden kan als ik dood zal zijn.

Een sterretje voor jou in de hemel boven Wittentak, zeg ik hem.
Een lichtje dat je hart sterken zal in je donkerste nachten.




‘Hermes in Extremis’.
Verschijnt voorjaar 2017 bij Beatrijs.