28 augustus 2015

PAPENKERMIS

DE ONTHOOFDING VAN HERMES



Waarom drijf je je koppigheid zo ver dat je er me vandaag toe dwingt je te berispen? Jij, mijn maat van altijd. Denk aan al onze mooie dagen samen. De openingsvieringen van onze veldtochtentijd in maart . De heilige dans der Saliërs. De wedrennen van onze paardenfeesten. De zegening der trompetten. Niets heeft ooit geleken op wat we samen van Rome hebben gemaakt. Noch de zeeën noch de bergen scheiden nu de Romeinse burgers van elkaar. Zestig miljoen mensen. Overal hebben zij dezelfde rechten en plichten. Jij ook, Hermes. Rechten maar ook plichten.

We zijn samen naar alle kanten van de wereld getrokken. We hebben die wereld onderworpen aan onze orde en overal van onze vroegere vijanden Romeinse soldaten gemaakt. We hebben onze wetten beter gemaakt dan alle andere.

Kijk naar de werking van onze senaat. Kijk naar onze consuls die zich inzetten voor het immense Romeinse volk. Kijk naar onze majestueuze gebouwen en kunstwerken. Kijk naar onze mooie gymnasia, onze grootse tempels, onze prachtige fonteinen. We hebben de wereld beter en mooier gemaakt.

Er bestaat geen enkele natie, hoe verwijderd van ons ook, die we nu niet kunnen laten meegenieten van de weldaden van het Romeinse rijk. De lokale aristocratie neemt overal ter wereld onze levenswijze over. Zoals de bladeren van eenzelfde boom, worden zij deel van het grote Romeinse geheel. Hun kleding, hun woningen en hun publieke gebouwen stralen de grootsheid van Rome uit. Van in Brittannië tot in Gallië. Van de Middellandse Zee tot aan de Tigris.

En ooit, op het Altaar van de totale Pax Romana, zal ik, Hadrianus, de nieuwe keizer van Rome, omringd door het kruim van het Romeinse volk, de senaat en het leger, priesters, magistraten en lictores getuigen van de grootsheid van Rome. En jij, Hermes, jij hoort bij dat kruim. Dat is je plaats. Doch voorwaar ik zeg je : let op je zaak, vriend !



Een heel leven samen aan de grenzen van het rijk, eer ik je benoemde tot stadsprefect van Rome. Vijf keer overwinterden wij samen in Carnuntum aan de bevroren Donau. Je doorzicht heeft ons toen overwinning na overwinning gebracht. Je deugdzaamheid stond ver boven die van mijn andere generaals. Je was uitzonderlijk alert. Daardoor wist je sneller dan een ander kansen te grijpen. Het heeft je succesvol en welvarend gemaakt.

Het is een verdienste die godenkinderen als jij toekomt, Hermes. Buitengewone mensen waarin de goden zichzelf herkennen. Je bent uit het goede hout gesneden. Je bent integer en beheerst. Je weet perfect hoe je na de verovering een provincie moet gouverneren. Je haalt je gezag uit je eigen klasse. Veel meer dan uit de functies en eretitels waarmee ik je als mijn fideelste compaan heb overladen. Je beschikt ook over de nodige bijval.

Je bent het voorbeeld van de nieuwe mens. Je was een vrijgelaten slaaf, je werd een charismatische chef. Maar de goden zijn niet blind. Alle succes is broos. Tart het lot niet langer, goede vriend. Je succes kan alleen blijven duren in het respect voor onze goden en hun wetten. Niemand staat daar boven. Zelfs ik, je keizer, niet.

Denk aan de weg die je hebt afgelegd naar de top. Aan je tijd op de boerenbuiten als slavenkind. Aan de viering van de Compitalia in januari. Na de Saturnales, als de natuur rust. Al die zingende boeren die naar het altaar van de huisgoden trekken. Met hun gebroken ploeg, als symbool van het afsluiten van hun werkzaamheden. Aan de poppen die de leden van elke familie voorstelden, die werden geofferd aan de godin Mania, ter intentie van de levenden. Waarom laat je dit alles los? Ben je onze jachtpartijen vergeten in de heuvels van Zuid-Spanje? Onze tijd samen, toen je aan mijn zijde tribuun was vanhet Legio Adiutrix in Beneden-Pannonië. Die met het Legio Macedonia in Beneden-Moesië?

Je was bij mij, toen de oude Nerva overleden was en we naar Trajanus in Germanië trokken om er hem als eerste te melden dat de senaat hem en geen ander wou als nieuwe keizer. Hoe we samen aan de zijde van Trajanus de noordgrenzen gingen versterken. Hoe we Dacië binnen vielen. Hoe we met het Legio Minerva de Parthen aanvielen. En Armenië. En Mesopotamië. We baadden toen samen in de Perzische Golf. We aten alle dagen tetrapharmacum, mijn favoriete gerecht. Fazant met ham en zeuguiers in deeg. Ik bleef achter in Antiochië om het Oosten te besturen, jij volgde Trajanus naar Sicilië. Je was erbij toen hij zijn beroerte kreeg op de terugreis naar Rome.

Jij weet meer dan wie ook in dit rijk. Hoe Trajanus’ weduwe Plotina samen met keizerlijk praetor Attianus beweerde dat de stervende Trajanus mij in zijn laatste levensuur had geadopteerd en als opvolger had aangewezen. Je gunde het mij volkomen. Je bent zelf een adoptiekind. Je hebt gezwegen wat er te verzwijgen viel. Dat Plotina mijn adoptie en opvolging van haar tot pluim geflikt heeft. Ik heb je plichtsgetrouw stilzwijgen over dat gefoefel altijd gewaardeerd.

Daarom valt het me hier vandaag zo zwaar tegen dat je onze broederschap, onze vriendschap zomaar overboord gooit voor die sekte van christenen. Je zegt dat het rijk van je sekte niet van deze wereld is maar het mijne strekt zich uit van oost naar west. En daar heb jij aan meegewerkt, Hermes.



We hebben dat rijk samen gestabiliseerd. We hebben overal de lokale elite weten in te palmen door hun de voordelen en de status van een nieuwe provinciale Romeinse aristocratie aan te bieden. Al snel gingen zij de toga dragen en aapten zij onze Romeinse etiquette, kleding en haardracht na. Onze Romeinse goden worden er vereerd. Er wordt steeds meer Latijn gesproken. De zonen van de stamleiders krijgen Romeins onderwijs. De Romeinse klederdracht wordt overgenomen. Er komen overal gaanderijen en badinrichtingen. Zij pikken dingen van ons en wij van hen. En iedereen wordt er beter van . Denk aan al die vechttechnieken die we met succes overnamen van de barbaren. De truken van de Parthische en Armeense boogschutters te paard. De wendingen van de Sarmatische krijgers. De schijnretraites van de Keltische stokdragers. Al hun oorlogskreten ook.

Maar mijn bewind is zoveel meer dan oorlog en kreten. Op jouw aanraden, Hermes, heb ik de Romeinse wetten fatsoenlijk laten codificeren. Dezelfde wet die jij nu zo schandelijk overtreedt. Ik heb Salvius Julianus gevraagd om een universeel wetstelsel te maken. Met je steun en je ideeën heb ik de tempel van Venus gebouwd. Ik heb van het Pantheon een architectonisch hoogstandje gemaakt.

Om dit alles noemen ze me de Bevrijder van het universum, Zeus, de goddelijke verlosser van de wereld. Wel, Hermes, fidele vriend. Laat me daarom nu je weldoener zijn. Zweer die onzin van de christenen af. En we praten er verder niet meer over. Herlees toch de brief die Trajanus schreef aan Plinius. Daarin herhaalt hij duidelijk alle regels die gelden ten aanzien van de christenen. Zij die hun geloof niet willen verloochenen door aan de goden te offeren, moeten met de dood gestraft worden. Je zet me met de rug tegen de muur. Je dwingt me ertoe dingen te doen waarvoor een ander dan ik zijn handen in onschuld zou wassen. Maar ik ben behalve je vriend ook je keizer. Vergeet dat niet.



Jouw nieuwe geloof is een dwaasheid. Een verderfelijk bijgeloof. Iets voor slaven en onontwikkelde lieden. Wij, stoïcijnen, kennen aan hun lijden als zogeheten martelaars geen enkele zelfstandige waarde toe. Ik vraag het je als vriend, als strijdmakker, als je keizer en voor de allerlaatste keer. Zweer je geloof af. Offer aan de goden. Doe het me niet aan dat ik uitgerekend tegen jou de hoogste straf moet uitspreken. Ik geef je nog een etmaal de kans. Ik gun je de tijd om je mening te herzien. Ik bied je bovendien de mogelijkheid, als je toch koppig wil blijven, om er zelf uit te stappen. Met waardigheid. Als een echte stoïcijn. Meer kan ik voor jou, met de beste wil van de wereld, niet meer doen.

In naam van de senaat en het volk van Rome,
beschuldig ik stadsprefect Hermes
van hoogverraad en godslastering
Hierbij spreek ik de doodstraf uit
door onthoofding.


HERMES IN EXTREMIS.
Verschijnt bij Beatrijs. Voorjaar 2017.
Illustraties: Armand Demeulemeester en Anne Meersschaert