05 januari 2015

ADIEU BULLEBAK



In een van mijn vorige levens was ik politiek huurling. Ik schaam me diep en vraag verschoning daarvoor. Als puber had ik al plastic voetballekes gesmeten vanuit een autokaravaan voor Jan Verroken, splitser van Leuven en god des huizes bij ons op de Steenbrugge.

We waren hevige tsjeven. De weldaden van de CVP-staat galmden uit loeiharde luidsprekers aan de voorgevel. Al spoorden mijn drie oudere broers gauw in diverse andere richtingen die ze me ’s avonds in hun kamers probeerden aan te prijzen. De ene onder het borstbeeld van Gwiedo Gezelle. De andere onder de foto van Jacques Brel. De derde onder een poster van Ursula Andress, uit het Franse mannenblad 'Lui'. Jan Verroken was echter de god van de familie. Zodus: om de zoveel jaar met de autokaravaan door de Vlaamse Ardennen. Dat tekent een mens. Lange tijd later krijg ik een telefoon uit het Oudenaardse. Ik was toen al een tijd aan de slag als vertaler voor het Brussels zakenblad ‘Belgian Business’.

'Kleejnen, ’t es hier Lieven Santens. Moet 'n kir bij mij kommen.'
'Ik verkuupe k'ik gien peignoirs', werp ik op. 'Veur waten est te doen, te?'

Ik probeer me op zijn golflenge te houden, in zijn Oudenaards idioom te blijven. Al is, zoals hierboven blijken mag, mijn Ouwnords veel minder dan mijn Ronsies.

'Komde of komde nie? 'k Moe't weten. ‘k Hee ui nuudeg.'

'Ge moet in uw leven tenminste alles een keer meemaken', zegt me een van mijn broers. (Die van dat Frans mannenblad). Dus rij ik naar ‘de febrieke’ van 'Badstoffen Santens'. Hij wacht er mij op. Languit achteruit leunend. Twee telefoons tegen de oren. De voeten over de desk. Zijn 'plastron' deerlijk gekreukt en gekarteld, als was hij peetje Reddy Kilowatt. Brede smile. Dallas 't Ouwnorde.

'Ik wille k'ik mij in de polletiek smijten'.
‘Proficiat’, zeg ik. 'Hoewel…’

Hij luistert niet. Eendimensionaal gesprek.

'Ik moe duust stemmen he’n. Gij moet mij doar bij helpen.'
'Jamaar', probeer ik te placeren.

De grote gedrevenheid van Verroken indachtig. Ik was een insider bij de Verrokens. Bracht ooit zomervakanties door in Jan en zijn Mènneke hun caravan in Oostduinkerke. Jan Verroken kwam er ’s avonds boven mij in de hangmat hangen. Tussen de lange parlementaire séances door.

'Jamaar', werp ik op. 'Wat zijn uw ideeën over politiek?'

'Ideeën? Es da nuedeg?
''k Hen eikik gien ideeën!'
'Over de politiek to' niet!'
‘Ik moe zuust moar duust stemmen he’n!'
'Tons benne’k zekerst vaan mijnen zetel.'


Ik zeg dat ik hem zal bellen. Nieuwe afspraak paar dagen later.

'Bon', zeg ik, 'Dan doen we het maar zonder ideeën. Zetten we alles in op uw achternaam.'

Lieven Santens:
Zijn naam
staat borg
voor uw stem.


‘Zjeniaal!’ schreeuwt hij. Geeft mij een dreun op mijn tennis-elleboog.
‘Godverdomme, Steef! Godverdomme jongene! Dat est! Naturleuk!’.

Drie weken lang huur ik alle streekbladen paginavullend voor hem af. De Streekkrant. AZ en Het Weekblad der Vlaamse Ardennen. Met erin die ene boodschap onder dat breed lachend smoelwezen van hem. Bullebak maar veeleer sympathiek. Op de verkiezingszondag rij ik naar de Katholieke Kring ’t Ouwnorde. Benieuwd of het werkte.

'Het es in de bozze van mijnen peignoir!'
'Mee mijn twie vingerst in de neuze!'
'Duustvierhonderd kiezerst! En noog ’n sjieke over!'


'Voilà', zeg ik. Tegen het cafégebulder op.

'Je wou er duust. En zonder ideeën.'.

Hij wordt schepen. Van sport, denk ik. En zes jaar later voor twaalf jaar burgemeester van Oudenaarde. Mijn geloof in de politiek verdwijnt hierna voor jaren in de diepvries. De collaterale schade is - tot op vandaag - niet te overzien. Wie me later nog aanspreekt als potentieel gangmaker, stuur ik steevast wandelen. Nu worden daar vette carrières op gebouwd. Wordt er geswitcht van het ene naar het andere. Kan je er zelfs Kamervoorzitter mee worden.

Adieu bullebak. Adieu sympathiek smoelwezen. Adieu Lieven. Het leven is als een golfballeke. Op een dag verdwijn je zelf in het gaatje. Rust er in vrede.