27 juni 2014

DE NADAGEN VAN DEES



De Rode Duivels wekten het terminaal afgeschreven Kingdom of Belgium weer tot leven. Vooral voormalige inwoners uit de Siroccogebieden leken deze uitgestelde vermaling van hun nieuwe vaderland met mediterrane exuberantie te willen vieren.

Irritant toeterden ze hun opgefokte wagens van een bouwjaar dat je niet weten wil voort door de straten van de daarnet nog vredig slapende stad. De rijdende roetsymbolen van de in hun thuisland voorgespiegelde westerse welvaart werden zwaar overbevolkt door juichende nieuwe Belgen.

Driftig zwaaiden de gelukszoekers van de derde generatie de driekleur van het gulle gastland tegen de heldere juninacht op. Erin geborduurd het bier van de echte man dat de Grote Moskee hen verbood te nuttigen.

Langs de oude Sint-Martinuskerk en het borstbeeld van Stefaan Modest Glorieux, weldoener der armen en stichter de Christelijke Scholen stapte Dees naar zijn nu door god en klein pierke verlaten schrijfstek aan de rand van de oude middeleeuwse Vrijheid.

Vijftig jaar eerder had het leven hem hier in wel duizend lichtflitsen toegelachen onder de glazen bol van zijn wonderjaren. Niks leek toen op wat het worden zou. Hugo Claus woonde met Elly Overzier en de kleine Thomas in Nukerke. De verwondering was nog ongerept.

‘De nadagen van Dees’. Fragment.
(Foto: Dank aan Xavier Van Coppenolle).